Bejun Mehta schittert in Pierre Audi’s verrassende interpretatie van Handels meesterwerk.

Orlando

George Frideric Handel, De Munt, Brussel

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Orlando wordt gezien als een van Handels origineelste en rijkste opera’s. Het is een karakterstudie met een relatief kleine rolbezetting, maar een geweldige impact. De ridder Orlando is smoorverliefd op prinses Angelica. Zij houdt echter van de Afrikaanse prins Medoro. Zijn jaloezie drijft Orlando tot waanzin, waarvan enkel de magiër Zoroastro hem kan bevrijden. Regisseur Pierre Audi geeft een verrassende draai aan het verhaal en zet Orlando neer als pyromane brandweerman. Audi’s enscenering gaat perfect samen met de fijnzinnige, authentieke uitvoeringspraktijk van barokspecialist René Jacobs en het sprankelende spel van het Vlaamse ensemble B’Rock. De cast wordt aangevoerd door de meest gevraagde countertenor van dit moment, Bejun Mehta.
Programma Icoon

kaarten voor generale repetitie

De generale repetitie van Orlando op zaterdag 7 juni is opengesteld voor publiek. Het kan zijn dat de voorstelling tijdelijk wordt stilgelegd vanwege aanwijzingen van de regisseur. Kaarten kosten € 25,- (alle rangen).

Met Orlando scoort de Munt opnieuw een voltreffer. De verstilde,geraffineerde enscenering biedt alle ruimte voor Handels … muziek.

De Standaard

Achtergrondinformatie

De soldaat Orlando is smoorverliefd op de heidense prinses Angelica, die op haar beurt houdt van een Afrikaanse prins. Deze driehoeksverhouding is het uitgangspunt van de opera Orlando van George Frideric Handel, die voor het eerst werd uitgevoerd in Londen in 1733. De uitzichtloze situatie drijft Orlando tot wanhopige waanzin, waaruit enkel de magiër Zoroastro hem kan bevrijden. Pierre Audi, scheidend artistiek directeur van het Holland Festival en tevens directeur van De Nationale Opera, regisseerde een nieuwe productie die in april 2012 in première ging in De Munt in Brussel en die in het Holland Festival voor het eerst in Nederland is te zien. De muzikale leiding is in handen van Handelkenner en barokspecialist René Jacobs, die het jonge barokorkest B’Rock dirigeert.

Net als voor zijn opera’s Alcina en Ariodante vond Handel de stof voor Orlando in Ludovico Ariosto’s 16-eeuwse epos Orlando furioso, over de soldaat die bij ons bekend is als de razende Roeland. Handel schreef deze ‘opera seria in tre atti’ voor een kleine bezetting van vijf solisten op het hoogtepunt van zijn carrière. Desondanks kende het werk in de 18e eeuw slechts een matig succes; sinds zijn herontdekking in de 20ste eeuw is het echter uitgegroeid tot een van Handels meest gespeelde opera’s, mede omwille van de hallucinante waanzinscène.

Handel heeft veel belangwekkend repertoire voor hoge mannenstem gecomponeerd. Voor René Jacobs, nu vooral bekend als dirigent maar vroeger ook gevierd countertenor, heeft Handel daarom altijd een belangrijke plaats ingenomen. In Handels tijd werden deze partijen gezongen door castraten en ook de prachtige titelrol van Orlando was oorspronkelijk voor dat stemtype bedoeld. Handel schreef de partij voor de beroemde alt-castraat Senesino. Tegenwoordig is het niet ongebruikelijk dat mezzosopranen de rol vertolken. In deze productie is de hoofdrol voor de Amerikaanse countertenor Bejun Mehta, een van Jacobs’ favoriete zangers. Mehta maakte al eerder furore als Orlando, onder meer bij het Royal Opera House in Londen. Ook Pierre Audi noemt Mehta in een interview de beste zanger voor de veeleisende rol. 

In een interview voor de Brusselse Munt legde Jacobs uit hoe het verhaal van Orlando de conventies van de opera seria onder druk zet: de klassieke da capo-aria, een bij uitstek rationele vorm, past namelijk niet bij een personage dat zijn verstand verliest. ‘In de waanzinscène aan het einde van het tweede bedrijf barst de ariavorm uit zijn voegen en gaat over in een opeenvolging van accompagnato-delen en arioso-delen. Vergelijkbare waanzinscènes komen ook voor bij Vivaldi en Steffani, maar de waanzinscène van Handel is terecht de beroemdste.’ Een accompagnato-recitatief is een recitatief dat door het orkest wordt begeleid en niet alleen door een basso continuo. Dat Handel veelvuldig gebruik maakte van deze vorm was heel vooruitstrevend, aldus Jacobs.

Orlando heeft, in tegenstelling tot andere Handel-opera’s, een vrij statisch verhaal. Het gaat Handel om een psychologische studie van Orlando, van wie hij een boeiend personage heeft gemaakt, moeilijk om te zingen maar bijzonder interessant om te vertolken. Regisseur Pierre Audi noemt het werk in een interview met De Munt een psychologische, zelfs filosofische en mystieke opera, die niet stil blijft staan bij het anekdotische en waarin diepzinnige zaken aan bod komen. In Audi’s hedendaagse scenische interpretatie is de magische kant van de opera nadrukkelijk aanwezig.

Het decor is opgevat als een gesloten ruimte, een moeilijk toegankelijke plaats waarin je je gevangen voelt. In de spectaculaire visie van Audi heerst het vuur – het vuur van verlangen en van vernietiging. Elk van de drie bedrijven heeft een eigen landschap, telkens met hetzelfde huis als middelpunt, maar in een andere gedaante, waarbij de chronologie lijkt te worden omgekeerd: eerst is het huis door brand verwoest, dan staat het volgens Audi in een ‘gothic’ landschap, dat overeenkomt met de nachtmerrie van Orlando en ten slotte is het heropgebouwd, als symbool van hoop. Nieuw in Audi’s theatertaal is de rol van video in het toneelbeeld.

Biografieën

Barokcomponist George Frideric Handel (1685-1759) wordt als een van de grootste componisten – samen met Johann Sebastian Bach – van zijn tijd gezien. Handel componeerde meer dan 600 werken, waarvan vele nog steeds worden uitgevoerd.

In 1728 richtte Handel samen met Johann Jacob Heidegger de New Royal Academy of Music te Londen op, een nieuw operagezelschap dat na het faillissement van de oude Royal Academy of Music het Londens publiek voorzag van Italiaanse opera. Handel verbleef toen al zo’n zestien jaar in Londen en was het jaar daarvoor tot Engelsman genaturaliseerd. Als operacomponist was hij op dat moment de onbetwiste nummer één in de Britse hoofdstad. Hij componeerde Orlando voor het vierde seizoen van de New Royal Academy of Music. De première vond plaats in het King’s Theatre op 27 januari 1733, met nieuwe kostuums en decors, wat niet onopgemerkt bleef in een tijdperk waarin operakostuums en -decors steeds werden hergebruikt. Verbluffende scenische effecten waren erg in trek en mochten niet ontbreken in een magische opera als Orlando met tal van transformaties. Handel had voor Orlando een uitstekende cast tot zijn beschikking, met de castraat Senesino als Orlando (de laatste grote rol die Handel voor hem schreef), Anna Strada del Pò als Angelica, Francesca Bertolli als Medoro, Celeste Gismondi als Dorinda en de diepe bas Antonio Montagnana in de rol van magiër Zoroastro. De tekst is een bewerking van een ouder libretto van Carlo Sigismondo Capece, gebaseerd op het zestiende-eeuwse Orlando furioso van Ludovico Ariosto, dat eerder al door Domenico Scarlatti op muziek was gezet. Met Orlando slaagde Handel erin om de Ariosto-stof in drie bedrijven te vatten. Deze psychologische karakterstudie, waarin de liefdeswaan centraal staat, is een van Handels origineelste en rijkste opera’s.

 

René Jacobs begint zijn muzikale vorming als koorzanger in de kathedraal van zijn geboortestad Gent. Tijdens zijn schooljaren en zijn universitaire studie klassieke filologie blijft hij als zanger actief. Zijn ontmoetingen met Alfred Deller, Gustav Leonhardt en de gebroeders Sigiswald en Wieland Kuijken zetten hem ertoe aan zich tot countertenor te specialiseren: algauw wordt Jacobs beschouwd als een van de belangrijkste countertenoren van zijn tijd. Vanuit zijn passie voor het omvangrijke, maar weinig bekende repertoire van de vocale kamermuziek van de zeventiende eeuw, richt hij in 1977 het Concerto Vocale op, waarbij hij zich omringt met vooraanstaande musici als William Christie, Konrad Junghänel en Wieland Kuijken. Dit gaat gepaard met een indrukwekkende reeks opnamen, die een groot aantal werken en componisten voor het eerst onder de belangstelling brengt. Met de productie van Orontea (Cesti) op de Innsbrucker Festwochen van 1983, maakt Jacobs zijn debuut als operadirigent. Hij dirigeert werken van Monteverdi, Cavalli, Handel, Gluck, Mozart en Rossini op de belangrijkste internationale podia. Parallel blijft hij pionierswerk verrichten om onbekende partituren aan het bekende operarepertoire toe te voegen, zoals Cleopatra e Cesare van Graun en Eliogabalo van Cavalli. Zijn discografie telt ruim 250 titels die tal van belangrijke internationale muziekprijzen ontvingen. De universiteit van Gent kende hem een eredoctoraat toe. Van 1997 tot 2009 was René Jacobs artistiek directeur van de Innsbrucker Festwochen. Sinds 1992 is hij eerste gastdirigent van de Staatsoper Unter den Linden te Berlijn; sinds 2007 werkt hij nauw samen met het Theater an der Wien.

 

Pierre Audi (1957) is geboren in Beiroet en groeide op in Beiroet en Parijs. Hij studeerde geschiedenis in Oxford en stichtte in 1979 het Almeida Theatre in Londen. Sinds 1988 is hij artistiek directeur van De Nationale Opera. In maart 2004 volgde hij Ivo van Hove op als artistiek directeur van het Holland Festival, waarin hij ook regelmatig zelf voorstellingen regisseert. Als regisseur werkte hij samen met beeldend kunstenaars als Karel Appel, Georg Baselitz, Anish Kapoor, Herzog & de Meuron, Jannis Kounellis en Jonathan Meese.
Hij was te gast bij grote opera-huizen en festivals zoals de Salzburger Festspiele, Theater an der Wien, Bayerische Staatsoper München, Brusselse Muntschouwburg, Metropolitan Opera New York, Opéra national de Paris en de Los Angeles Opera.
Daarnaast regisseerde hij toneelstukken van Shakespeare, Racine, Strindberg en Sophocles (Toneelgroep Amsterdam en het Zuidelijk Toneel). In 2001 debuteerde Audi als filmregisseur met twee Canticles van Benjamin Britten. Audi ontving de Leslie Boosey Award, de bmw Muziektheaterprijs, de Prijs van de Kritiek en de Prins Bernhard Cultuurfonds Theater Prijs. Van de Vrienden van De Nationale Opera ontving hij de Prix d’Amis en in Drottningholm de eremedaille voor zijn Händel-producties aldaar. Audi werd onderscheiden als Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en als Chevalier de la Légion d’Honneur. In 2009 ontving hij de eerste Johannes Vermeer Prijs voor zijn prestaties als regisseur en als vernieuwer van het muziektheater.
Recente producties zijn Verdi’s Attila (Metropolitan Opera), La tragedia d’Orfeo (i.s.m. Opera Studio Nederland), Orlando furioso (Théâtre des Champs Élysées Parijs, in Nice en Nancy), de wereldpremières van Henzes Gisela! (Ruhrtriennale), Rihms Dionysos (Salzburger Festspiele, Staatsoper Berlin), Orlando (Brusselse Munt), Médée (Théâtre des Champs Élysées Parijs, Lille), Die Eroberung von Mexico (Teatro Real Madrid) en Der Ring des Nibelungen (DNO).
Toekomstige producties van Audi zijn Thebans (English National Opera), Arnold Schönbergs Gurrelieder (DNO) en de reprise van Lohengrin (DNO).

 

De Amerikaanse countertenor Bejun Mehta is te horen in de belangrijkste rollen op de meest prestigieuze podia, waaronder Covent Garden, de Bayerische Staatsoper, de Opéra National de Paris, het Théâtre du Châtelet, het Theater an der Wien, de Staatsoper Unter den Linden, De Nationale Opera, het Teatro Real in Madrid, de Metropolitan Opera, de opera’s van Chicago, Los Angeles en San Francisco, de festivals van Aix-en-Provence en Verbier en de BBC Proms. Mehta vormt een duo met pianist Julius Drake en samen brengen ze repertoire van barok tot hedendaags in diverse zalen. Voor zijn vertolking van de rol van Orlando in Covent Garden werd Mehta genomineerd voor een Laurence Olivier Award. Voor Harmonia Mundi realiseerde hij met het Freiburger Barockorchester onder leiding van René Jacobs de cd Ombra Cara met aria’s van Handel, bekroond met een ECHO Klassik 2011 in de categorie ‘Operaopname van het jaar’. Verder werkte Mehta mee aan de geprezen opname van Handels Agrippina onder de baton van Jacobs en bracht hij de solo-cd Down by the Salley Gardens uit met Britse romantische liederen. In de herfst van 2013 verscheen een cd met klassieke aria’s, Che Puro Ciel, met de Akademie für Alte Musik Berlin. Tot de hoogtepunten van het vorige seizoen behoren zijn bijdrage aan George Benjamins Written on Skin en een Handelprogramma met het Freiburger Barockorchester. De agenda van het seizoen 2013/2014 vermeldt uitvoeringen van Glucks Orfeo ed Euridice, concerten met de Akademie für Alte Musik Berlin en optredens als dirigent met het Belgische barokgezelschap B’Rock.

 

De bas-bariton Konstantin Wolff studeerde bij Donald Litaker aan de Musikhochschule in Karlsruhe. In 2004 won hij het Mendelssohnconcours te Berlijn en kreeg hij een beurs van de Studienstiftung des Deutschen Volkes. In 2005 maakte hij zijn operadebuut bij de Opéra de Lyon als Mercurio (L’incoronazione di Poppea, Monteverdi) onder leiding van William Christie. Sindsdien ligt in zijn repertoire de nadruk meer en meer op muziek van Handel en Mozart; van beide componisten zong hij verscheidene operarollen. Tot zijn concertrepertoire behoren de grote oratoria van Handel en Bach, Haydns Die Schöpfung, Beethovens Negende symfonie en de requiems van Mozart, Brahms, Dvorák, Fauré en Hindemith. Konstantin Wolff heeft regelmatig samengewerkt met vooraanstaande barokensembles, waaronder Concerto Köln, de Akademie für Alte Musik Berlin, Les Arts Florissants en Les Musiciens du Louvre. Ook is hij uitgenodigd bij orkesten als het Mahler Chamber Orchestra, de Berliner Philharmoniker, het Gewandhausorchester Leipzig, het Mozarteumorchester Salzburg en het Orchestre des Champs-Elysées. De bas-bariton zong met de dirigenten Nikolaus Harnoncourt, René Jacobs, Jérémie Rohrer, Claudio Abbado, Simon Rattle, Yannick Nézet-Séguin, Marc Minkowsi, Teodor Currentzis, Riccardo Chailly, Manfred Honeck, Helmuth Rilling en Ton Koopman. Voorts werkte hij met verscheidene regisseurs, onder wie Pierre Audi, Jens Daniel Herzog en Philipp Himmelmann. Recitals gaf Wolff in vele zalen in Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Oostenrijk. De agenda van dit seizoen vermeldt zijn debuut op de Salzburger Festspiele in Handels Das Alexander-Fest (in orkestratie van Mozart) onder leiding van John Eliot Gardiner. Wolffs werk is te zien en te beluisteren op diverse cd’s en dvd’s.

 

De Zweedse mezzosopraan Kristina Hammarström is vaak te gast op de grote internationale podia en op festivals als het Festival van Aix-en-Provence, de Innsbrucker Festwochen der Alten Musik en het Drottningholm Festival van Stockholm. Haar repertoire omvat rollen als Charlotte (Massenets Werther), Octavian (Strauss’ Der Rosenkavalier), Penelope en Minerva (Monteverdi’s Il ritorno d’Ulisse in patria), Diana (Cavalli’s La Calisto) en ook de Mozartrollen Cherubino (Le nozze di Figaro), Idamante (Idomeneo), Farnace (Mitridate) en de titelrol in Ascanio in Alba. Van Handel zong ze onder meer Irene en Andronico (Tamerlano), Nerone (Agrippina), Cornelia en de titelrol in Giulio Cesare in Egitto en de titelrol in Oreste. Kristina Hammarström werkt geregeld met dirigenten als Marin Alsop, Herbert Blomstedt, Frans Brüggen, William Christie, Jesús López Cobos, Alan Curtis, Ottavio Dantone, Thomas Dausgaard, Adam Fischer, Alan Gilbert, Christopher Hogwood en Yannick Nézet-Séguin. Ze trad aan met orkesten als het Oslo Philharmonic Orchestra, het Orchestre des Champs-Elysées en het Gothenborg Symphony Orchestra. Als concertzangeres is ze te vinden op diverse podia in Europa en Azië – tot haar repertoire behoren Berlioz’ Les nuits d'été, Mahlers Kindertotenlieder, de Rückertlieder en de Lieder eines fahrenden Gesellen, Elgars Sea pictures en een groot aantal missen en oratoria. In de discografie van Hammarström vinden we opnamen van Handels Orlando met René Jacobs, de titelrol in Handels Giulio Cesare en Giulia in diens Alessandro Severo met George Petrou, een aantal Mozartopera’s onder leiding van Adam Fischer, Bachs Weihnachtsoratorium met Jan Willem de Vriend en Mozarts Requiem met Manfred Honeck. Voorts is Hammarström te horen op verscheidene dvd-uitgaven.

 

De sopraan Lenneke Ruiten studeerde zang in Den Haag bij Meinard Kraak en vervolgens opera aan de Beierse Theateracademie in München. Ze won diverse prijzen op het Internationaal Vocalistenconcours in Den Bosch. Ruiten vertolkte rollen in opera’s van onder meer Mozart, Gluck, Moessorgksi en Monteverdi. Ze zong bij De Nederlandse Opera het Festival de Beaune, de Salzburger Festspiele, het Baden-Baden Festival, het Aldeburgh Festival en het Schleswig-Holstein Musik Festival. Het concertpodium deelde ze met internationaal vooraanstaande ensembles en met dirigenten als Ton Koopman, Frans Brüggen, Alessandro de Marchi, Helmuth Rilling, John Eliot Gardiner, Yakov Kreizberg, Emmanuelle Haïm, Marc Minkowski en Christian Thielemann. Ruiten is op verscheidene cd’s te beluisteren. Ed Spanjaard was de dirigent op haar solo-uitgave met aria’s van Mozart. Met de pianisten Finghin Collins, Thom Janssen en Rudolf Jansen geeft de zangeres recitals in Nederland, Duitsland, Frankrijk, Ierland en de Verenigde Staten.

Lenneke Ruiten boekte geweldige successen bij De Munt in Brussel als “Orphélie” in Thomas’ Hamlet (Marc Minkowski / Olivier Py). Bij het Théâtre de Champs Elysées in Parijs en in Baden Baden zong ze een Monteverdi Gala met Magdalena Kozéna en Rolando Villazon onder Emanuelle Haïm en in de lente van 2014 maakte ze opnames van Bach’s Johannes Passion onder Marc Minkowski met concerten in Francfort, Lyon en Grenoble. Handels Orlando in het Holland Festival is haar eerste samenwerking met dirigent René Jacobs.

Lenneke Ruiten is gevraagd om de rol van Donna Anna te zingen in Mozarts Don Giovanni op het Salzburg festival, Henzes Floß der Medusa met NTR Amsterdam. Lenneke Ruiten zal in het seizoen 2014/15 de rol van „Zerbinetta“ zingen in Ariadne auf Naxos in het Stuttgart State Theatre, „La follie“ in Rameaus  Platée en „Sophie“ in Rosenkavalier. In 2015 staat haar debuut in het Teatro alla Scala, Milaan gepland met de rol van Giunia in Mozarts Lucio Silla.

 

De sopraan Sunhae Im werd geboren in Zuid-Korea. Ze studeerde zang in Seoel en volgde lessen bij Roland Hermann aan de Musikhochschule van Karlsruhe. Sindsdien heeft ze gezongen onder leiding van vermaarde dirigenten als Giovanni Antonini, Fabio Biondi, Herbert Blomstedt, Frans Brüggen, Sylvain Cambreling, Riccardo Chailly, William Christie, Iván Fischer, Thomas Hengelbrock, Philippe Herreweghe, Christopher Hogwood, Manfred Honeck, René Jacobs, Marek Janowski, Ton Koopman, Kent Nagano en Lothar Zagrosek. Haar agenda vermeldt optredens in zalen als de Kölner Philharmonie, Salle Pleyel in Parijs, de Wiener Musikverein, het Palais des Beaux-Arts in Brussel en Carnegie Hall in New York. Ims repertoire omvat werken van Vivaldi, Bach, Handel, Gluck, Rameau, Charpentier, Mozart, Haydn, Schubert, Mahler en Mendelssohn. Ze zong vele operarollen in belangrijke huizen als de Staatsoper Unter den Linden, de Oper Frankfurt, het Theater an der Wien, de Opéra National de Paris en de Brusselse Munt. Ze trad er aan in verscheidene rollen in werken van onder meer Handel, Gluck, Mozart en Poulenc. Sunhae Im is uitgenodigd op vermaarde festivals als het Edinburgh International Festival, het Mostly Mozart Festival en de Salzburger Festspiele, en ze werkte met onder meer de New York Philharmonic, het Pittsburgh Symphony Orchestra en de Münchner Philharmoniker. Voorts onderhoudt ze nauwe banden met de Akademie für Alte Musik Berlin en het Freiburger Barockorchester. Diverse opnamen waar Sunhae Im aan meewerkte zijn in de prijzen gevallen, zoals het Requiem van Fauré, Mahlers Vierde symfonie, Handels Agrippina, diverse Mozartopnamen, Haydns Die Schöpfung en de Hohe Messe van Bach.

CREDITS

muziek
George Frideric Handel
libretto
anoniem naar Carlo Sigismondo Capeces L’Orlando (1711) naar Ludovico Ariosto’s Orlando furioso (1516/1532)
muzikale leiding
René Jacobs
regie
Pierre Audi
decors & kostuums
Christof Hetzer
belichting
Jean Kalman
video
Michael Saxer
vervaardigen boventitels
Dienst Dramaturgie van de Munt
cast
Bejun Mehta (Orlando)
Lenneke Ruiten (Angelica)
Kristina Hammarström (Medoro)
Sunhae Im (Dorinda)
Konstantin Wolff (Zoroastro)
orkest
Baroque Orchestra B'Rock
productie
De Munt / La Monnaie
mogelijk gemaakt met extra bijdrage van
The Brook Foundation

DEZE VOORSTELLING IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR