Luigi Nono's magnum opus, een tragedie voor het luisteren

Luigi Nono:
Prometeo. Tragedia dell’ascolto

Luigi Nono: Trilogie van het sublieme

Ingo Metzmacher, SWR Sinfonieorchester Baden-Baden und Freiburg, Experimental-studio des SWR, Schola Heidelberg

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Voor veel muziekliefhebbers is er het leven vóór Prometeo en het leven daarna. Het is moeilijk om de impact van dit meesterwerk van Luigi Nono te overschatten. Zelf noemde de componist dit werk dat hij baseerde op de mythe van Prometheus een ‘tragedia dell'ascolto’ – een tragedie voor het luisteren. Alles is gericht op de geluidservaring. De solisten, koren en orkestgroepen bevinden zich dankzij een spectaculaire constructie op verschillende posities en hoogtes in de zaal, en het door hen geproduceerde geluid wordt live elektronisch gemanipuleerd. Het publiek wordt zo omhuld door muziek die beweegt van peilloze diepten naar ijle hoogten, van aarzelend aangestreken instrumenten naar diep sonore stemmen en overdonderende akkoorden; een unieke klankwereld waarin zich een ongemeen spannend drama voltrekt.
Programma Icoon

Achtergrondinformatie

In 2014 is het 90 jaar geleden dat de Italiaan Luigi Nono (1924-1990) geboren werd, een van de grootste Europese componisten van zijn tijd. Bijna een kwarteeuw na zijn voortijdige dood wordt zijn muziek nog maar weinig gespeeld. Na vergelijkbare projecten gewijd aan Varèse (2009), Xenakis (2011) en Cage (2012) eert het Holland Festival dit jaar Luigi Nono met een minifestival dat verschillende hoogtepunten uit zijn veelzijdige oeuvre belicht. Naast drie grootschalige concerten is er het intieme avondconcert La lontananza nostalgica utopica futura, een tweedaags symposium getiteld “… Hay que caminar …” Luigi Nono’s musical paths between politics and art en is rondom alle concerten in de Gashouder de tentoonstelling Luigi Nono 1924–1990. Maestro di suoni e silenzi te zien. Ook de gratis lunchvoorstellingen door conservatoriumstudenten in de fietstunnel van het Rijksmuseum worden dit jaar volledig aan het werk van Nono gewijd. De muzikale leiding tijdens de drie centrale concerten in de Gashouder is in handen van dirigent en Nono-specialist Ingo Metzmacher; heel bijzonder is de medewerking van de Zwitserse componist, dirigent en geluidstechnicus André Richard, die jarenlang nauw met Nono samenwerkte. Nono gaf een van zijn composities zelfs de titel André Richard mee.

 

Nono was een van de voormannen van de naoorlogse avant-garde. Samen met generatiegenoten als Pierre Boulez en Karlheinz Stockhausen zette hij jarenlang de toon voor het nieuwe componeren; Nono trouwde bovendien met Nuria Schönberg, de dochter van Arnold Schönberg, de grondlegger van de twaalftoonstechniek. Maar de historische noodzaak van het serialisme, zoals die door de avant-garde werd uitgedragen, was voor Nono nooit genoeg. Muziek was voor hem geen in zichzelf gesloten systeem. Van meet af aan stond zijn werk open naar de wereld en zocht hij naar manieren om met geluid het politieke bewustzijn te veranderen. Radicale muziek stond voor Nono nooit op zichzelf, maar was de noodzakelijke implicatie van radicale politieke ideeën.

 

Het weekend opent met Nono’s magnum opus Prometeo (1981-1985), dat hij een ‘tragedia dell’ascolto’ noemde – een tragedie van het luisteren. Volgens musicoloog Paul Griffiths werd “goed luisteren” voor Nono tegen het einde van zijn leven meer en meer een politieke handeling: goed luisteren betekent aandacht voor de ander, en niet alleen voor echo's van jezelf. Prometeo is gebaseerd op de mythe van Prometheus, die het vuur van de goden stal om het aan de mensen te geven en vervolgens eeuwig moest boeten voor die daad. Nono gebruikte teksten van onder meer Aischylos, Walter Benjamin en Rilke en zette verschillende versies van de mythe naast elkaar. Er is nauwelijks een plot; het drama speelt zich af tussen het geluid en het oor. Voor de oorspronkelijke productie ontwierp de Italiaanse architect Renzo Piano een grote houten ruimte, die wel met een ark is vergeleken. In Amsterdam wordt in de Gashouder op het Westergasfabriekterrein een vergelijkbare constructie gebouwd zodat alle musici en geluidsbronnen rondom het publiek precies de plek kunnen innemen die de componist heeft voorgeschreven.

Biografieën

Luigi Nono (1924-1990) volgde vanaf 1941 compositielessen bij Gian Francesco Malipiero. Het zwaartepunt van die lessen lag bij werken uit de 16e en 17e eeuw, waaraan hij een levenslange fascinatie voor polyfonie overhield, en bij de in fascistisch Italië verboden muziek van de Tweede Weense School. Overeenkomstig de wens van zijn familie ging hij rechten studeren in Padua waar hij in 1946 afstudeerde. Ontmoetingen met Bruno Maderna en dirigent Hermann Scherchen deden zijn bewondering voor de muziek van Webern en Schönberg alleen maar toenemen en in 1950 nam hij voor het eerst deel aan de ‘Zomercursussen voor nieuwe muziek’ in Darmstadt. In de jaren vijftig bezocht hij de cursussen in Darmstadt regelmatig, van 1957 tot 1960 ook als docent, en een aantal van zijn composities ging daar in première. Bij een uitvoering van Schönbergs opera Moses und Aron in Hamburg ontmoette hij Schönbergs dochter Nuria, met wie hij in 1953 trouwde.

Sinds 1952 was Nono lid van de communistische partij en een groot aantal van zijn werken heeft een politieke lading. Vanaf 1960 gaf hij les in onder meer Polen en de Sovjet-Unie.

In de loop van zijn carrière legde hij zich steeds meer toe op elektronische muziek. Samen met Boulez en Stockhausen wordt Nono tot de belangrijkste vertegenwoordigers van de Darmstadt School gerekend, maar anders dan zijn twee collega’s heeft hij van meet af aan een grote mate van vrijheid genomen in zijn toepassing van de principes van het serialisme.

 

Ingo Metzmacher (1957) studeerde piano, muziektheorie en directie in zijn geboortestad Hannover en vervolgens in Salzburg en Keulen. Zijn eerste carrièrestappen zette hij bij Ensemble Modern in Frankfurt (dat hem aanvankelijk engageerde als pianist en vervolgens als dirigent), de Oper Frankfurt onder Michael Gielen en De Munt in Brussel ten tijde van intendant Gerard Mortier. In 1997 werd Metzmacher aangesteld als Generalmusikdirektor aan de Hamburgische Staatsoper, waar hij in acht seizoenen talloze opvoeringen leidde die ook internationaal de aandacht trokken. Daarna was hij chef-dirigent van de Nederlandse Opera in Amsterdam, en van 2007 tot 2010 chef-dirigent en artistiek leider van het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin. Tot de hoogtepunten van de afgelopen jaren behoren zijn optredens bij de Salzburger Festspiele (met o.a. Luigi Nono’s Prometeo), in de Wiener Staatsoper, het Royal Opera House in Londen, het Opernhaus Zürich en de Berlijnse Staatsoper (met Nono’s Al gran sole carico d’amore). Voorts stond Metzmacher op de bok bij de Wiener, Berliner en Münchner Philharmoniker, het Orchestra Accademia Nazionale di Santa Cecilia, het Gustav Mahler Jugendorchester, het Russisch Nationaal Orkest, het BBC Symphony Orchestra en andere vooraanstaande orkesten. In seizoen 2013-2014 stond een nieuwe productie van Wagners Der Ring des Nibelungen in Genève centraal. Na de première van Das Rheingold in maart 2013 volgden tot mei 2014 Die Walküre, Siegfried en Götterdämmerung en de opvoering van twee volledige cycli. Daarnaast zet Metzmacher de samenwerking voort met het Nieuw Japans Philharmonisch Orkest, de Tsjechische Philharmonie, de Bamberger Symphoniker, de Wiener Symphoniker en het Orchestre de Paris. In het Holland Festival had Metzmacher de muzikale leiding in Dionysos (2011), Lulu en Wozzeck (beide 2005).

 

Matilda Hofman studeerde aan Cambridge University, de Royal Academy of Music en de Eastman School of Music. Ze was tevens ‘conducting fellow’ (‘dirigerend staflid’) bij het Aspen Music Festival en de daaraan gekoppelde opleiding. Haar mentoren waren onder meer Martyn Brabbins, David Zinman, Ingo Metzmacher en Sir Colin Davis. Hofman woont tegenwoordig in California, waar zij leiding geeft aan het Diablo Symphony Orchestra en chef-dirigent is van het Empyrean Ensemble. In California was zij ook gastdirigent van het Sierra Summer Festival, Festival Opera en het Left Coast Chamber Ensemble. Ze werkt er bovendien regelmatig samen met Sacramento Opera. Buiten de Verenigde Staten trad zij op met onder meer het Ensemble Modern, het Winnipeg Symphony Orchestra en de Kammerakademie Potsdam. Hofman werkte in 2011 mee aan uitvoeringen van Luigi Nono’s Prometeo tijdens de Salzburger Festspiele en de Berliner Festspiele. Haar werk met ensembles voor hedendaagse muziek is uitgebracht door de labels Innova en Champs Hill. In 2001 richtte zij het Kreisler Ensemble op, dat een aantal compositieopdrachten heeft verleend en uitzonderlijke goede kritieken kreeg voor zijn bijdrage aan het St Magnus Festival in Orkney.

 

André Richard is een Zwitserse dirigent, componist en vertolker van elektronische livemuziek. Hij studeerde zang, muziektheorie en compositie in Genève, en vervolgens compositie bij Klaus Huber en Brian Ferneyhough in Freiburg. Aansluitend verdiepte hij zich in de elektronische muziek bij Hans Peter Haller en de Experimentalstudio van de SWR in Freiburg, en bij het IRCAM in Parijs. Zijn werk werd binnen en buiten Europa uitgevoerd op de festivals van onder meer Boedapest, Frankfurt, Oslo en Essen. Naast zijn docentschappen in Genève en Freiburg was Richard lange tijd hoofd van het Institut für Neue Musik van de Hochschule für Musik in Freiburg en organisator van de concertserie Horizonte. Van 1984 tot 2005 was hij artistiek leider van het Solistenchor Freiburg. In de jaren tachtig werkte Richard als dirigent en klankregisseur nauw samen met Luigi Nono aan de uitvoering van diens latere werk. Als dirigent trad Richard aan op festivals als de Salzburger Festspiele, het Festival d’Avignon en het Holland Festival. Van 1989 tot 2005 was hij verbonden aan de Heinrich-Strobel-Stiftung van de SWR in Freiburg; als artistiek leider stond hij daar aan het hoofd van de Experimentalstudio. In het kader van de Salzburger Festspiele heeft Richard meegewerkt aan een groot aantal gedenkwaardige uitvoeringen. Zo realiseerde hij in 1993 het ruimtelijk klankconcept en de klankregie voor de opvoeringen van Nono’s Prometeo. Latere producties waaraan hij artistieke medewerking verleende waren Das Mädchen mit den Schwefelhölzern van Lachenmann (2002) en twee werken van Stockhausen. Samen met het Arditti Quartet opende hij in oktober 2013 de Biënnale van Venetië met het Helikopter-Streichquartett van Stockhausen. André Richard werd onderscheiden met diverse prijzen.

 

De sopraan Susanna Andersson heeft zich gevestigd als een van de jonge Zweedse topzangers. Ze werd in 1977 geboren in Östersund, Zweden. Haar muzikale opleiding begon aan het Ljungskile College Institute voordat ze haar studie aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen vervolgde. Terwijl ze in Londen studeerde, won ze de prestigieuze Gold Medal Competition en de Song Prize tijdens de jaarlijkse Kathleen Ferrier Awards. In het seizoen 2006-2007 gaf Andersson recitals met pianist Eugene Asti in Londen, New York, Athene, Amsterdam, Birmingham, Brussel, Stockholm, Keulen en Wenen in het kader van de ECHO Rising Stars serie. Ze maakte haar officiële debuut als Zerlina in Mozarts Don Giovanni aan de Grange Park Opera. Snel daarna volgden debuten aan de Opera van Nürnberg, bij Opera North, het Linbury Studio Theatre van de Royal Opera House en de English National Opera. Van 2007-2009 was Andersson verbonden aan de Opera van Leipzig, waar ze onder meer de rollen zong van Blondchen (Mozarts Die Entführung aus dem Serail), Valencienne (Léhars Die lustige Witwe) en Gretel (Humperdincks Hänsel und Gretel). Op het concertpodium heeft Andersson haar opwachting gemaakt met orkesten als het Swedish Royal Philharmonic Orchestra, Stockholm Sinfonietta, het Nordic Chamber Orchestra en het English Chamber Orchestra. Ze werkte samen met de dirigenten Christopher Hogwood, Lawrence Foster, Roy Goodman en anderen. Tijdens haar debuut in de BBC Proms voerde ze de wereldpremière uit van Stuart Macrae’s Gaudete, speciaal voor haar geschreven. Afgelopen januari zong Susanna Andersson de wereldpremière van Animal Songs van de Zweed Albert Schnelzer, gecomponeerd voor Andersson en het Helsingborg Symphony Orchestra.

 

Christina Daletska (Lviv, Oekraïne 1984) is een van de spannendste en veelzijdigste mezzosopranen van haar generatie. Haar muzikale opvoeding begon met vioollessen die ze van haar moeder kreeg. In 2006 ving ze haar zangstudie aan, in Zwitserland bij Ruth Rohner. Daletska werd eveneens gecoacht door Thomas Quasthoff, Christa Ludwig, Marijana Lipovšek en Michael Schade. Haar ongewone muzikale mogelijkheden maken dat ze kan uitblinken in werken van de renaissance tot 21e-eeuwse composities, en van opera en oratoria tot de intimiteit van het lied. Internationaal kwam Daletska in beeld na haar debuut als Rosina (Il barbiere di Siviglia) op haar drieëntwintigste in het Teatro Real in Madrid. Ze werd direct uitgenodigd om te komen zingen in verscheidene opera’s in Lyon, Graz en op het Lucerne Festival. Daletska werkte met dirigenten onder wie Daniel Harding, James Gaffigan, Riccardo Muti, Teodor Currentzis en Christian Zacharias.

Ze was geregeld te gast bij de opera van Zürich (Il Barbiere di Siviglia, Le nozze di Figaro en La Scala di Seta), het Festspielhaus Baden-Baden (Idomeneo, Carmen en Otello) en de Salzburger Festspiele waar ze onder meer de Folk Songs van Berio uitvoerde, en aria’s van Mozart met het Mozarteumorchester onder leiding van Ivor Bolton. Sinds haar eerste wereldpremière (Straatsburg, 2007) is Daletska’s interesse in hedendaagse muziek gegroeid. Haar feilloos gevoel voor toonshoogte geeft haar een natuurlijke aanleg voor dit repertoire. Christina Daletska heeft een brede interesse buiten de muziek. Ze spreekt zeven talen en houdt zich actief bezig met de mensenrechtenproblematiek. Daletska is ambassadeur voor Amnesty International.

 

Na een logopediediploma studeert de uit België afkomstige mezzosopraan Els Janssens-Vanmunster jazz-zang, voordat ze zich concentreert op een klassieke zangopleiding bij Gréta De Reyghere (Luiks Koninklijk Muziekconservatorium). Daarna specialiseert ze zich in oude muziek (renaissance en barok) bij Guillemette Laurens aan het Conservatoire National de Région de Toulouse in Frankrijk, en in middeleeuwse muziek aan de Zwitserse Scola Cantorum Basiliensis bij Kathleen Dineen, Crawford Young, Dominique Vellard en Nicoletta Gossen. Oratoria, renaissancepolyfonie, barokcantates, middeleeuwse gezangen, kamermuziek, opera of hedendaagse creaties: de mezzosopraan wandelt als vanzelfsprekend door een breed en veelzijdig repertoire. Daarbij maakt ze tekstbewustzijn en een onberispelijke uitspraak tot haar stokpaardjes. De hedendaagse muziek kreeg snel een belangrijke plaats in haar activiteiten en hedendaagse componisten als Thierry Pécou, Boris Yoffe, Klaus Huber, Sophie Lacaze en Pierre-Adrien Charpy werken dan ook al jarenlang graag met haar samen. Verscheidene opnamen bij onder meer Klara, Ramée en SWR getuigen hiervan. Els Janssens-Vanmunster zingt met internationaal befaamde en gespecialiseerde ensembles uit Duitsland, België, Zwitserland en Frankrijk, en leidt zelf het Franse Mora Vocis – een groep solistische vrouwenstemmen, gespecialiseerd in zowel middeleeuwse als hedendaagse muziek. Ze onderricht ‘Présences scéniques’ aan de Franse Universiteit in Montpellier en leidt geregeld masterclasses zang en interpretatie van oude en hedendaagse muziek. Men vindt haar wereldwijd terug in muziekevenementen als het Festival van Vlaanderen, het Festival de Wallonie, Music before 1800, Early Music Vancouver, het Boston Early Music Festival, en de festivals voor oude muziek van Utrecht, Ambronay, Royaumont en Montalbâne.

 

Het operarepertoire van de Israëlische alt Noa Frenkel omvat Stockhausens Sonntag aus Licht, Pnima van Chaya Czernowin, Tod eines Bankers van Andreas Kersting en Mozarts Die Zauberflöte. Ook zong ze in Arie Shapira’s The Kastner Trial (Tel Aviv), Philip Glass’ Achnaton (Rotterdam) en Luigi Nono’s Prometeo (La Scala, Festival d’Automne, Lucerne Festival en in de Berliner Philharmonie). Haar concertrepertoire strekt zich uit van muziek uit de renaissance tot hedendaagse werken. Tot haar recente optredens behoren uitvoeringen van Handels Dixit Dominus met het Vlaams Radio Koor, Donatoni’s Abyss in Casa da Música in Porto, Mahlers Das Lied von der Erde met het Orchestre Symphonique de Mulhouse, Verdi’s Requiem op het Festival van Ljubliana en Mahlers Tweede symfonie met het Israel Symphony Orchestra Rishon LeZion. Frenkel treedt geregeld op met bekende ensembles als het Ensemble Modern, The Israel Contemporary Players, AskoǀSchönberg, Klangforum Wien en de Experimentalstudio Freiburg. Vele componisten hebben speciaal voor haar werken geschreven. Lange tijd was ze soliste bij het Maarten Altena Ensemble, waarmee ze vele malen optrad, een aantal cd’s opnam en op tournee ging door Europa, Japan en Noord-Amerika. Noa Frenkel werkte met dirigenten als Steven Sloane, Ingo Metzmacher, Kenneth Weiss, Kenneth Montgomery, Ivor Bolton, Dan Ettinger, Ilan Volkov, Friedemann Layer, Gabriel Garrido, Peter Dijkstra, Otto Tausk en Reinbert de Leeuw. Met het Kassiopeia Quintet heeft ze op zes cd’s alle madrigalen van Gesualdo uitgebracht. Op haar nieuwste opnamen zingt ze in Artur Schnabels Notturno en in het Te Deum van de Portugese barokcomponist Francisco António de Almeida.

 

De tenor Markus Francke werd in Freiburg geboren. Op zijn achtste kreeg hij pianoles en deed hij zijn eerste opera-ervaring op als jongenssopraan in het Stadttheater Freiburg met Brittens A midsummer night’s dream. Na de middelbare school studeerde Francke muziekwetenschap, en aan de Kölner Musikhochschule volgde hij een studie koordirectie bij Johannes Hömberg en zang bij Arthur Janzen. Na zijn afstuderen deed hij voor het vak zang ook nog zijn concertexamen. Belangrijke impulsen voor zijn werk kreeg hij van Berthold Schmid, Diane Forlano, Francisco Araiza en Stewart Emerson. Sinds het seizoen 2012-2013 is Francke ensemblelid van het Staatstheater Wiesbaden. Voorts heeft hij een langdurige werkrelatie opgebouwd met het Stadttheater Pforzheim en op talrijke podia gestaan; hij trad onder meer op tijdens de Bregenzer Festspiele. Al tijdens zijn studie begon Franckes concertloopbaan en ontwikkelde hij zich tot een gewild interpreet van de barokoratoria, vooral van de evangelistenpartijen in het werk van Johann Sebastian Bach. Daarnaast bevat Franckes repertoire werken van de renaissance tot nu. Zijn optredens brachten hem door heel Europa; hij zong in de kathedraal van Santiago de Compostela en die van Reims, de Berlijnse Philharmonie, de Philharmonie van Keulen, de St.-Michaelis en St.-Nikolai in Hamburg, de Liederhalle Stuttgart, de Frauenkirche in Dresden en de Keulse Dom. Markus Francke werkte samen met orkesten als L’arpa festante en Concerto Köln, en met dirigenten als Steuart Bedford, Helmut Rilling en Marcus Creed. Francke is te beluisteren in talrijke radio- en cd-opnamen.

 

Het vocaal ensemble Schola Heidelberg onder leiding van Walter Nußbaum slaat sinds zijn oprichting een brug tussen oude muziek en nieuwe vocale composities. De maximaal zestien solisten van het ensemble beheersen een verscheidenheid aan stijlen en vocale technieken, van stem- en ademgeruis tot aan microtonale intonatie, en laten – altijd buiten het gangbare repertoire – werken uit de zestiende en zeventiende en uit de twintigste en eenentwintigste eeuw elkaar beïnvloeden. Zo ontstaat uit de intense relatie tussen de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk en de hedendaagse muziek een nieuwe interpretatiecultuur. Het ensemble staat in nauw contact met vooraanstaande hedendaagse componisten, onder wie Heinz Holliger, Helmut Lachenmann, Caspar Johannes Walter, Jan Kopp, Hans Zender, Carola Bauckholt en Erik Oña, en heeft mede daardoor een groot repertoire. Ook verstrekken de musici geregeld compositieopdrachten. Sinds 1993 werkt Schola Heidelberg nauw samen met Ensemble Aisthesis. Schola Heidelberg verzorgt een eigen concertreeks in Heidelberg, en is daarnaast met regelmaat te vinden op festivals als het Lucerne Festival, de Biënnale van Venetië, de Wittener Tagen für Neue Kammermusik en het Tongyeong International Music Festival in Korea. Het ensemble werkt samen met onder meer het WDR-Sinfonieorchester Köln, de Bamberger Symphoniker, de Deutsche Radio Philharmonie en het Ensemble Modern. Verscheidene cd’s die het ensemble opnam, zijn in de prijzen gevallen, onder andere uitgaven met werken van Helmut Lachenmann. Tot de recente cd’s behoren Gérard Griseys Les chants de l’amour op KAIROS en NUN van Lachenmann op Ensemble Modern Media. In 2009 verscheen Lachenmanns Les Consolations op KAIROS. Een cd met werken van René Leibowitz is sinds begin 2013 op de markt.

 

Het ensemble recherche schrijft muziekgeschiedenis: met meer dan vijfhonderd wereldpremières sinds de oprichting in 1985, heeft het gezelschap een grote rol gespeeld in de vorming en ontwikkeling van hedendaagse kamer- en ensemblemuziek. De groep geeft impulsen door middel van concerten, muziektheatervoorstellingen, cursussen voor componisten en instrumentalisten, producties met een visuele en een luistercomponent, klankprojecten voor kinderen en jongeren, ‘Klangpost’ en de samen met het Freiburger Barockorchester opgezette Ensemble-Akademie Freiburg. Met hun onderscheidende dramaturgische ideeën creëert het negenkoppige solistenensemble zijn eigen niche in het internationale muziekleven. Tot het repertoire van ensemble recherche behoren klassieke meesters uit de late negentiende eeuw, impressionisten, expressionisten, componisten uit de Tweede Weense School en uit de school van Darmstadt, spectralisten en de experimentele avant-gardisten van de hedendaagse muziek. Het ensemble heeft zo’n vijftig cd’s uitgebracht, waarvan er vele internationaal zijn bekroond, onder meer met de Jahrespreis der Deutschen Schallplattenkritik en de Diapason d’Or.

 

Het SWR Sinfonieorchester Baden-Baden en Freiburg geeft permanent ruimte aan nieuwe bewegingen, gasten en muziekstukken, in de eigen omgeving, maar ook in steden als Berlijn, Luzern en Madrid. In 2012 maakte het orkest een bejubelde tournee door Japan onder leiding van François-Xavier Roth. Het slotconcert van de Donaueschinger Musiktage 2011 vormde het startschot voor diens chef-dirigentschap. Sinds de oprichting van de Donaueschinger Musiktage in 1950 is dit evenement onlosmakelijk verbonden met het SWR Sinfonieorchester. Zo’n vierhonderd composities werden er door het orkest in première gebracht; de musici schreven muziekgeschiedenis met werken van componisten als Hans Werner Henze, Bernd Alois Zimmermann, Helmut Lachenmann en Wolfgang Rihm. Toch zet het gezelschap zich niet alleen in voor hedendaagse muziek; het orkest heeft meer dan zeshonderd werken uit drie eeuwen opgenomen. Vanaf de oprichting in 1946 werkt het SWR Sinfonieorchester met internationale dirigenten en solisten. De motor achter de diverse activiteiten waren en zijn de markante chef-dirigenten Hans Rosbaud, Ernest Bour, Michael Gielen en Sylvain Cambreling. Zij leidden en vormden een orkest dat, door bijzondere uitdagingen gedurende zes decennia, flexibiliteit bereikt heeft die elders zelden gevonden wordt. Tot deze bijzondere uitdagingen behoren ook talrijke kinder- en jeugdprojecten. In de zomer van 2013 stond een muziektheaterproductie in het middelpunt die het slot en het hoogtepunt betekende van een driejarige samenwerking met drie Freiburgse scholen. Voor zijn verdienste voor ‘een levendige hedendaagse muziekcultuur’ ontving het SWR Sinfonieorchester de Ehrenpreis 2013 der Deutschen Schallplattenkritik. Ook kreeg het gezelschap de prijs voor ‘het beste concertprogramma 2013/2014’ van het Deutscher Musikverlegerverband.

 

De in 1971 opgerichte Experimentalstudio van de SWR (Südwestrundfunk) in Freiburg valt niet meer weg te denken uit het hedendaagse muzieklandschap. Het doel van de studio is het verenigen van kunst en technologie in een voortdurende wisselwerking, zodat elektronische composities tot stand komen uit de samenwerking tussen componisten en technici. De Experimentalstudio wordt daarom volledig bemand door een team van vaste technische specialisten, terwijl het Heinrich Strobel Fonds stipendia verstrekt aan componisten, die in het algemeen hun artistieke en technologische horizon willen verbreden of een specifiek compositieproject willen ondernemen. De Experimentalstudio heeft een eigen ensemble, dat geregeld concerten verzorgt op toonaangevende festivals als de Berliner Festwochen, de Wiener Festwochen, de Salzburger Festspiele, het Festival d’Automne in Parijs en de Biënnale van Venetië, en in bekende muziektheaters als het Teatro alla Scala in Milaan, Carnegie Hall in New York en De Munt in Brussel. Baanbrekende werken uit de geschiedenis van de elektronische muziek werden in de Experimentalstudio gerealiseerd door componisten als Boulez, Stockhausen, Ferneyhough, Globokar en Nono. Een jongere generatie componisten wordt vertegenwoordigd door onder meer Mark Andre, Chaya Czernowin, José María Sánchez-Verdú en Johannes Maria Staud. Tot de musici die voor langere tijd verbonden waren aan de Experimentalstudio behoren Maurizio Pollini, Claudio Abbado, Gidon Kremer, Irvine Arditti en Roberto Fabbriciani. In 1999 werd een cd-box uitgebracht om het vijfentwintigjarig bestaan van de Experimentalstudio te eren, met een overzicht van de belangrijkste werken, oud en nieuw, die er zijn gerealiseerd.

CREDITS

muziek
Luigi Nono
dirigenten
Ingo Metzmacher
Matilda Hofman
ruimtelijk klankontwerp, creatieve coördinatie, hoofd geluidsregie
André Richard
sopraan
Susanna Andersson
sopraan
Christina Daletska
alt
Els Janssens-Vanmunster
alt
Noa Frenkel
tenor
Markus Francke
ensembles
SWR Sinfonieorchester Baden-Baden und Freiburg
Experimentalstudio des SWR
Schola Heidelberg (instudering: Walter Nußbaum)
ensemble recherche (solomusici)
fluiten
Martin Fahlenbock
klarinetten
Shizuyo Oka
altviool
Barbara Maurer
violoncello
Åsa Akerberg
contrabas
Ulrich Schneider
trombone
Andreas Roth
tuba, eufonium
József Bazsinka
glas
Christian Dierstein
Jens Ruland
Anna Tuena
sprekers
Caroline Chaniolleau
Mathias Jung
productie
SWR Sinfonieorchester Baden-Baden und Freiburg
Experimentalstudio des SWR

DEZE VOORSTELLING IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR