Nono's politieke getuigenis

Luigi Nono:
Il Canto Sospeso e.a.

Luigi Nono: Trilogie van het sublieme

SWR Sinfonieorchester Baden-Baden und Freiburg, Ingo Metzmacher, Experimentalstudio des SWR, Cappella Amsterdam

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Als geen ander wist Nono in zijn muziek het politieke en het persoonlijke te verenigen. Het beroemdste voorbeeld hiervan is zijn vroege meesterwerk Il canto sospeso (1955-1956). Nono gebruikte als tekst voor deze cantate voor solisten, koor en orkest afscheidsbrieven van ter dood veroordeelde politieke gevangenen. Daarbij vond hij directe emotionele impact belangrijker dan letterlijke verstaanbaarheid van de tekst: de boodschap van de brieven werd volledig geïnternaliseerd in een muziekstuk met grote zeggingskracht en zinnelijkheid.
Como una ola de fuerza y luz is een politiek werk dat Nono opdroeg aan de jonge Chileense revolutionaire leider Luciano Cruz, die in 1971 stierf onder twijfelachtige omstandigheden. Het is een intens requiem voor piano, sopraan, orkest en geluidstape dat in een bestek van een half uur alle gradaties van verstilling tot woeste expressie doorloopt.
Programma Icoon

CREDITS

muziek
Luigi Nono
dirigent
Ingo Metzmacher
geluidsregie
André Richard
sopraan
Caroline Stein
alt
Els Janssens-Vanmunster
tenor
Matthias Klink
piano
Jean-Frédéric Neuburger
viool
Irvine Arditti, viool
ensembles
SWR Sinfonieorchester Baden-Baden und Freiburg
Experimentalstudio des SWR
Cappella Amsterdam (instudering: Daniel Reuss)
productie
SWR Sinfonieorchester Baden-Baden und Freiburg
Experimentalstudio des SWR

Achtergrondinformatie

In 2014 is het 90 jaar geleden dat de Italiaan Luigi Nono (1924-1990) geboren werd, een van de grootste Europese componisten van zijn tijd. Bijna een kwarteeuw na zijn voortijdige dood wordt zijn muziek nog maar weinig gespeeld. Na vergelijkbare projecten gewijd aan Varèse (2009), Xenakis (2011) en Cage (2012) eert het Holland Festival dit jaar Luigi Nono met een minifestival dat verschillende hoogtepunten uit zijn veelzijdige oeuvre belicht. Naast drie grootschalige concerten is er het intieme avondconcert La lontananza nostalgica utopica futura, een tweedaags symposium getiteld “… Hay que caminar …” Luigi Nono’s musical paths between politics and art en is rondom alle concerten in de Gashouder de tentoonstelling Luigi Nono 1924–1990. Maestro di suoni e silenzi te zien. Ook de gratis lunchvoorstellingen door conservatoriumstudenten in de fietstunnel van het Rijksmuseum worden dit jaar volledig aan het werk van Nono gewijd. De muzikale leiding tijdens de drie centrale concerten in de Gashouder is in handen van dirigent en Nono-specialist Ingo Metzmacher; heel bijzonder is de medewerking van de Zwitserse componist, dirigent en geluidstechnicus André Richard, die jarenlang nauw met Nono samenwerkte. Nono gaf een van zijn composities zelfs de titel André Richard mee.

 

Nono was een van de voormannen van de naoorlogse avant-garde. Samen met generatiegenoten als Pierre Boulez en Karlheinz Stockhausen zette hij jarenlang de toon voor het nieuwe componeren; Nono trouwde bovendien met Nuria Schönberg, de dochter van Arnold Schönberg, de grondlegger van de twaalftoonstechniek. Maar de historische noodzaak van het serialisme, zoals die door de avant-garde werd uitgedragen, was voor Nono nooit genoeg. Muziek was voor hem geen in zichzelf gesloten systeem. Van meet af aan stond zijn werk open naar de wereld en zocht hij naar manieren om met geluid het politieke bewustzijn te veranderen. Radicale muziek stond voor Nono nooit op zichzelf, maar was de noodzakelijke implicatie van radicale politieke ideeën.

 

De tweede dag van Luigi Nono: trilogie van het sublieme staat in het teken van enkele composities die expliciet een revolutionaire boodschap uitdragen. Als tekst voor zijn vroege meesterwerk Il canto sospeso (1955-1956) gebruikte Nono fragmenten uit de afscheidsbrieven van ter dood veroordeelde politieke gevangenen. Il canto sospeso is weliswaar gecomponeerd volgens de principes van het serialisme, maar de gelaagde harmonieën van koor en orkest bezitten behalve een doelbewuste rauwheid soms ook een haast zinnelijke schoonheid. Droge kost is het allerminst.

 

Nono begon Como una ola de fuerza y luz (1971-72) als ‘pianoconcert’ voor Maurizio Pollini, maar de dood van de jonge Chileense revolutionaire leider Luciano Cruz, die hij kende, deed zijn opvatting van het werk kantelen. Gecomponeerd voor sopraan, piano, orkest en tape is Como una ola een buitengewoon intens requiem of klaaglied voor een vriend en geestverwant, dat in het bestek van een halfuur alle gradaties tussen verstilling en woest expressieve kakofonie doorloopt. De betrokkenheid van de componist, bij de revolutionaire zaak en bij zijn dode kameraad, is in iedere vezel voelbaar – politiek en privé zijn hier ondeelbaar. Tussen deze twee werken klinkt de relatief korte elektronische compositie Non consumiamo Marx. Anders dan op de andere dagen, wanneer de hele zaalruimte tot toneel voor de voorstelling wordt gemaakt, speelt dit concert zich volledig óp het podium af.

Biografieën

Luigi Nono (1924-1990) volgde vanaf 1941 compositielessen bij Gian Francesco Malipiero. Het zwaartepunt van die lessen lag bij werken uit de 16e en 17e eeuw, waaraan hij een levenslange fascinatie voor polyfonie overhield, en bij de in fascistisch Italië verboden muziek van de Tweede Weense School. Overeenkomstig de wens van zijn familie ging hij rechten studeren in Padua waar hij in 1946 afstudeerde. Ontmoetingen met Bruno Maderna en dirigent Hermann Scherchen deden zijn bewondering voor de muziek van Webern en Schönberg alleen maar toenemen en in 1950 nam hij voor het eerst deel aan de ‘Zomercursussen voor nieuwe muziek’ in Darmstadt. In de jaren vijftig bezocht hij de cursussen in Darmstadt regelmatig, van 1957 tot 1960 ook als docent, en een aantal van zijn composities ging daar in première. Bij een uitvoering van Schönbergs opera Moses und Aron in Hamburg ontmoette hij Schönbergs dochter Nuria, met wie hij in 1953 trouwde.

Sinds 1952 was Nono lid van de communistische partij en een groot aantal van zijn werken heeft een politieke lading. Vanaf 1960 gaf hij les in onder meer Polen en de Sovjet-Unie.

In de loop van zijn carrière legde hij zich steeds meer toe op elektronische muziek. Samen met Boulez en Stockhausen wordt Nono tot de belangrijkste vertegenwoordigers van de Darmstadt School gerekend, maar anders dan zijn twee collega’s heeft hij van meet af aan een grote mate van vrijheid genomen in zijn toepassing van de principes van het serialisme.

 

Ingo Metzmacher (1957) studeerde piano, muziektheorie en directie in zijn geboortestad Hannover en vervolgens in Salzburg en Keulen. Zijn eerste carrièrestappen zette hij bij Ensemble Modern in Frankfurt (dat hem aanvankelijk engageerde als pianist en vervolgens als dirigent), de Oper Frankfurt onder Michael Gielen en De Munt in Brussel ten tijde van intendant Gerard Mortier. In 1997 werd Metzmacher aangesteld als Generalmusikdirektor aan de Hamburgische Staatsoper, waar hij in acht seizoenen talloze opvoeringen leidde die ook internationaal de aandacht trokken. Daarna was hij chef-dirigent van de Nederlandse Opera in Amsterdam, en van 2007 tot 2010 chef-dirigent en artistiek leider van het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin. Tot de hoogtepunten van de afgelopen jaren behoren zijn optredens bij de Salzburger Festspiele (met o.a. Luigi Nono’s Prometeo), in de Wiener Staatsoper, het Royal Opera House in Londen, het Opernhaus Zürich en de Berlijnse Staatsoper (met Nono’s Al gran sole carico d’amore). Voorts stond Metzmacher op de bok bij de Wiener, Berliner en Münchner Philharmoniker, het Orchestra Accademia Nazionale di Santa Cecilia, het Gustav Mahler Jugendorchester, het Russisch Nationaal Orkest, het BBC Symphony Orchestra en andere vooraanstaande orkesten. In seizoen 2013-2014 stond een nieuwe productie van Wagners Der Ring des Nibelungen in Genève centraal. Na de première van Das Rheingold in maart 2013 volgden tot mei 2014 Die Walküre, Siegfried en Götterdämmerung en de opvoering van twee volledige cycli. Daarnaast zet Metzmacher de samenwerking voort met het Nieuw Japans Philharmonisch Orkest, de Tsjechische Philharmonie, de Bamberger Symphoniker, de Wiener Symphoniker en het Orchestre de Paris. In het Holland Festival had Metzmacher de muzikale leiding in Dionysos (2011), Lulu en Wozzeck (beide 2005).

 

De lyrische coloratuursopraan Caroline Stein heeft behalve met haar omvangrijke traditionele operarepertoire ook naam gemaakt met haar uitvoeringen van werk van hedendaagse componisten als Ligeti, Henze, Rihm en Dusapin. Ze werkte met vele vooraanstaande dirigenten, onder wie Esa-Pekka Salonen, Sir Simon Rattle, Claudio Abbado, Jonathan Nott en Sir Colin Davis. Caroline Stein werd geboren in Königsstein/Taunus en maakte in Keulen deel uit van de masterclass van Claudio Nicolai. Ze trad op in Staatsoper Berlin, San Francisco Opera, Semperoper Dresden, Bayerische Staatsoper, Royal Opera House Covent Garden, Vlaamse Opera en Opéra de Québec. Bij het festival van Bayreuth debuteerde ze als Eerste Bloemenmeisje in Wagners Parsifal en als Woglinde in Der Ring des Nibelungen. Andere uitvoeringen in de rol van Bloemenmeisje brachten haar op het podium van de BBC Proms. Sinds 2007 werkt ze samen met choreografe Sasha Waltz in Dusapins one-womanopera Medea (Holland Festival 2009), en voerde ze verschillende versies uit van het werk. Caroline Stein zingt ook in oratoria en werkte in dat kader samen met ensembles als de Akademie für Alte Musik Berlin en het Mahler Chamber Orchestra. In 2013 zong zij in de Opéra Bastille Das Rheingold en Götterdämmerung van Wagner, onder leiding van Philippe Jordan en in de regie van Günter Krämer. Sinds oktober 2012 is Caroline Stein als docent verbonden aan het Conservatorium van Lübeck.

 

Na een logopediediploma studeert de uit België afkomstige mezzosopraan Els Janssens-Vanmunster jazz-zang, voordat ze zich concentreert op een klassieke zangopleiding bij Gréta De Reyghere (Luiks Koninklijk Muziekconservatorium). Daarna specialiseert ze zich in oude muziek (renaissance en barok) bij Guillemette Laurens aan het Conservatoire National de Région de Toulouse in Frankrijk, en in middeleeuwse muziek aan de Zwitserse Scola Cantorum Basiliensis bij Kathleen Dineen, Crawford Young, Dominique Vellard en Nicoletta Gossen. Oratoria, renaissancepolyfonie, barokcantates, middeleeuwse gezangen, kamermuziek, opera of hedendaagse creaties: de mezzosopraan wandelt als vanzelfsprekend door een breed en veelzijdig repertoire. Daarbij maakt ze tekstbewustzijn en een onberispelijke uitspraak tot haar stokpaardjes. De hedendaagse muziek kreeg snel een belangrijke plaats in haar activiteiten en hedendaagse componisten als Thierry Pécou, Boris Yoffe, Klaus Huber, Sophie Lacaze en Pierre-Adrien Charpy werken dan ook al jarenlang graag met haar samen. Verscheidene opnamen bij onder meer Klara, Ramée en SWR getuigen hiervan. Els Janssens-Vanmunster zingt met internationaal befaamde en gespecialiseerde ensembles uit Duitsland, België, Zwitserland en Frankrijk, en leidt zelf het Franse Mora Vocis – een groep solistische vrouwenstemmen, gespecialiseerd in zowel middeleeuwse als hedendaagse muziek. Ze onderricht ‘Présences scéniques’ aan de Franse Universiteit in Montpellier en leidt geregeld masterclasses zang en interpretatie van oude en hedendaagse muziek. Men vindt haar wereldwijd terug in muziekevenementen als het Festival van Vlaanderen, het Festival de Wallonie, Music before 1800, Early Music Vancouver, het Boston Early Music Festival, en de festivals voor oude muziek van Utrecht, Ambronay, Royaumont en Montalbâne.

 

De Duitse tenor Matthias Klink (1969) studeerde aan de Musikhochschule in zijn geboortestad Stuttgart bij Luisa Bosabalian en Carl Davis, en aan de Indiana School of Music in Bloomington. Sinds 1995 maakte hij deel uit van de Opernstudio van de Kölner Oper. Hij vervulde gastrollen bij de Staatsoper Hamburg, het Teatro Real Madrid, de Scala in Milaan, de Metropolitan Opera in New York en bij operahuizen in Berlijn, Barcelona en andere steden. De voorstelling van Mozarts Die Entführung aus dem Serail in de regie van Hans Neuenfels aan de Staatsoper Stuttgart bracht hem internationaal succes, evenals de rollen van Belmonte (Die Entführung aus dem Serail) en Tamino (Mozarts Die Zauberflöte). Tot de andere rollen die hij zong, behoren Don José in Bizets Carmen, Alfredo in Verdi’s La traviata en Jim Mahoney in Weills Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny. Bij de Festspiele in Schwetzingen, in het Festspielhaus Baden-Baden, bij de Ruhrtriennale en bij het festival van Aix-en-Provence werkte hij met dirigenten als Christoph von Dohnányi, Thomas Hengelbrock, Marc Minkowski en James Conlon. Zijn Salzburger debuut maakte Matthias Klink in 1999 met Berio’s Cronaca del Luogo. Groot succes boekte hij op de Salzburger Festspiele in 2010 bij de wereldpremière van Wolfgang Rihms Dionysos onder leiding van Ingo Metzmacher, in de regie van Pierre Audi (Holland Festival 2011). Naast zijn activiteiten als operazanger is Matthias Klink ook te vinden op het concertpodium; hij trad onder meer aan in de Avery Fisher Hall in New York, Salle Pleyel in Parijs, de Alte Oper in Frankfurt en de Kölner Philharmonie.

 

Jean-Frédéric Neuburger werd geboren in Parijs. Hij speelde al vroeg intensief piano en orgel en bekwaamde zich ook al voordat hij naar het conservatorium ging in compositie. Hij studeerde af in 2005 met vijf ‘eerste prijzen’. Na zijn succesvolle deelname aan het Concours Long-Thibaud van 2004 werd hij al snel een bekend en veelgevraagd vertolker van een repertoire dat zich uitstrekt van Bach tot hedendaagse componisten.

Neuburger trad op met de beste orkesten, waaronder New York Philharmonic, San Francisco Symphony, Philadelphia Orchestra, London Philharmonic, Orchestre de Paris (waarmee hij in 2013 een tournee door Azië maakte) en NHK Symphony Orchestra. Dirigenten met wie samenwerkte waren onder meer Maazel, Tilson Thomas, Jonathan Nott, Osmo Vanska, Ingo Metzmacher en Pierre Boulez. Neuburger was te horen op de internationale festivals van Verbier, Luzern, La Roque d'Anthéron, Saratoga en La Jolla Music Society, en trad als kamermusicus op met de meest vooraanstaande musici van zijn generatie. Dit jaar wijdde het Auditorium du Louvre een concertserie aan hem getiteld Jean-Frédéric Neuburger et ses amis waarin hij als uitvoerende en als componist te horen was.

In 2010 werd hij onderscheiden met de Prix Nadia et Lili Boulanger van de Académie des Beaux-Arts. Hij ontvangt regelmatig compositieopdrachten, en zijn werk wordt gepubliceerd door de Franse uitgever Durand. De opnames van Neuburger worden uitzonderlijk goed ontvangen: de CD Live at Suntory Hall uit 2008 ontving een ‘choc’ in het toenmalige tijdschrift Le Monde de la Musique, en ook zijn registratie van het pianoconcert van Ferdinand Hérold ontving in september 2011 een choc in het muziektijdschrift Classica. Zijn meest recente CD (met solowerken van Ravel) werd uitgebracht in oktober 2013.

Sinds 2009 is Neuburger als docent verbonden aan de gerenommeerde Classe d’Accompagnement van het Conservatoire de Paris.

 

Het SWR Sinfonieorchester Baden-Baden en Freiburg geeft permanent ruimte aan nieuwe bewegingen, gasten en muziekstukken, in de eigen omgeving, maar ook in steden als Berlijn, Luzern en Madrid. In 2012 maakte het orkest een bejubelde tournee door Japan onder leiding van François-Xavier Roth. Het slotconcert van de Donaueschinger Musiktage 2011 vormde het startschot voor diens chef-dirigentschap. Sinds de oprichting van de Donaueschinger Musiktage in 1950 is dit evenement onlosmakelijk verbonden met het SWR Sinfonieorchester. Zo’n vierhonderd composities werden er door het orkest in première gebracht; de musici schreven muziekgeschiedenis met werken van componisten als Hans Werner Henze, Bernd Alois Zimmermann, Helmut Lachenmann en Wolfgang Rihm. Toch zet het gezelschap zich niet alleen in voor hedendaagse muziek; het orkest heeft meer dan zeshonderd werken uit drie eeuwen opgenomen. Vanaf de oprichting in 1946 werkt het SWR Sinfonieorchester met internationale dirigenten en solisten. De motor achter de diverse activiteiten waren en zijn de markante chef-dirigenten Hans Rosbaud, Ernest Bour, Michael Gielen en Sylvain Cambreling. Zij leidden en vormden een orkest dat, door bijzondere uitdagingen gedurende zes decennia, flexibiliteit bereikt heeft die elders zelden gevonden wordt. Tot deze bijzondere uitdagingen behoren ook talrijke kinder- en jeugdprojecten. In de zomer van 2013 stond een muziektheaterproductie in het middelpunt die het slot en het hoogtepunt betekende van een driejarige samenwerking met drie Freiburgse scholen. Voor zijn verdienste voor ‘een levendige hedendaagse muziekcultuur’ ontving het SWR Sinfonieorchester de Ehrenpreis 2013 der Deutschen Schallplattenkritik. Ook kreeg het gezelschap de prijs voor ‘het beste concertprogramma 2013/2014’ van het Deutscher Musikverlegerverband.

 

De in 1971 opgerichte Experimentalstudio van de SWR (Südwestrundfunk) in Freiburg valt niet meer weg te denken uit het hedendaagse muzieklandschap. Het doel van de studio is het verenigen van kunst en technologie in een voortdurende wisselwerking, zodat elektronische composities tot stand komen uit de samenwerking tussen componisten en technici. De Experimentalstudio wordt daarom volledig bemand door een team van vaste technische specialisten, terwijl het Heinrich Strobel Fonds stipendia verstrekt aan componisten, die in het algemeen hun artistieke en technologische horizon willen verbreden of een specifiek compositieproject willen ondernemen. De Experimentalstudio heeft een eigen ensemble, dat geregeld concerten verzorgt op toonaangevende festivals als de Berliner Festwochen, de Wiener Festwochen, de Salzburger Festspiele, het Festival d’Automne in Parijs en de Biënnale van Venetië, en in bekende muziektheaters als het Teatro alla Scala in Milaan, Carnegie Hall in New York en De Munt in Brussel. Baanbrekende werken uit de geschiedenis van de elektronische muziek werden in de Experimentalstudio gerealiseerd door componisten als Boulez, Stockhausen, Ferneyhough, Globokar en Nono. Een jongere generatie componisten wordt vertegenwoordigd door onder meer Mark Andre, Chaya Czernowin, José María Sánchez-Verdú en Johannes Maria Staud. Tot de musici die voor langere tijd verbonden waren aan de Experimentalstudio behoren Maurizio Pollini, Claudio Abbado, Gidon Kremer, Irvine Arditti en Roberto Fabbriciani. In 1999 werd een cd-box uitgebracht om het vijfentwintigjarig bestaan van de Experimentalstudio te eren, met een overzicht van de belangrijkste werken, oud en nieuw, die er zijn gerealiseerd.

 

Met een rijkdom aan stemkleuren bereikt kamerkoor Cappella Amsterdam zijn specifieke homogene klank. Sinds 1990 staat het koor onder artistieke leiding van chef-dirigent Daniel Reuss.

Al vanaf de oprichting in 1970 door Jan Boeke vormt de liefde voor muziek de leidraad voor Cappella Amsterdam. Om elke compositie te laten spreken, heeft het koor zich zowel op moderne als op oude, authentieke zangtechnieken toegelegd. De nadruk in het repertoire ligt op die twee uitersten: oude meesters en moderne muziek. Speciale aandacht schenkt het koor aan werken van Nederlandse componisten, variërend van Sweelinck tot Andriessen en Ton de Leeuw.

Componisten als Robert Heppener en Jan van Vlijmen hebben diverse werken speciaal voor Cappella Amsterdam gecomponeerd. Samenwerking Cappella Amsterdam werkt geregeld samen met uiteenlopende gezelschappen, ook uit andere disciplines. Zo levert het koor geregeld bijdragen aan operaproducties, zoals in 2011 met Karlheinz Stockhausens Sonntag aus Licht met de Opera van Keulen, en Dionysos van Wolfgang Rihm tijdens het Holland Festival 2010. Naast samenwerking met Nederlandse topensembles en –orkesten, zoals het Orkest van de Achttiende Eeuw, het Koninklijk Concertgebouworkest en Asko|Schönberg, werkt het koor met de fine fleur van internationale gezelschappen zoals de Akademie für Alte Musik Berlin, het RIAS Kammerchor, musikFabrik, Il Gardellino en het Ests Philharmonisch Kamerkoor.

Om kennis, repertoire en ervaring te delen, is Cappella Amsterdam mede-initiatiefnemer van Tenso, het Europees netwerk van professionele kamerkoren. Bij harmonia mundi verschijnen jaarlijks cd’s van het kamerkoor. In 2010 verscheen een opname van Golgotha van Frank Martin, in datzelfde jaar genomineerd voor een Grammy. De meest recent verschenen cd, met koorwerken van Leoš Janáček (januari 2012), is internationaal zeer goed ontvangen. Cappella Amsterdam ontving in 2009 de VSCD Klassieke Muziekprijs voor meest indrukwekkende prestatie van een klein (kamermuziek)ensemble. In 2010 werd het koor genomineerd voor de Amsterdamprijs voor de Kunst en voor de Edison Klassiek Luister Publieksprijs

 

André Richard is een Zwitserse dirigent, componist en vertolker van elektronische livemuziek. Hij studeerde zang, muziektheorie en compositie in Genève, en vervolgens compositie bij Klaus Huber en Brian Ferneyhough in Freiburg. Aansluitend verdiepte hij zich in de elektronische muziek bij Hans Peter Haller en de Experimentalstudio van de SWR in Freiburg, en bij het IRCAM in Parijs. Zijn werk werd binnen en buiten Europa uitgevoerd op de festivals van onder meer Boedapest, Frankfurt, Oslo en Essen. Naast zijn docentschappen in Genève en Freiburg was Richard lange tijd hoofd van het Institut für Neue Musik van de Hochschule für Musik in Freiburg en organisator van de concertserie Horizonte. Van 1984 tot 2005 was hij artistiek leider van het Solistenchor Freiburg. In de jaren tachtig werkte Richard als dirigent en klankregisseur nauw samen met Luigi Nono aan de uitvoering van diens latere werk. Als dirigent trad Richard aan op festivals als de Salzburger Festspiele, het Festival d’Avignon en het Holland Festival. Van 1989 tot 2005 was hij verbonden aan de Heinrich-Strobel-Stiftung van de SWR in Freiburg; als artistiek leider stond hij daar aan het hoofd van de Experimentalstudio. In het kader van de Salzburger Festspiele heeft Richard meegewerkt aan een groot aantal gedenkwaardige uitvoeringen. Zo realiseerde hij in 1993 het ruimtelijk klankconcept en de klankregie voor de opvoeringen van Nono’s Prometeo. Latere producties waaraan hij artistieke medewerking verleende waren Das Mädchen mit den Schwefelhölzern van Lachenmann (2002) en twee werken van Stockhausen. Samen met het Arditti Quartet opende hij in oktober 2013 de Biënnale van Venetië met het Helikopter-Streichquartett van Stockhausen. André Richard werd onderscheiden met diverse prijzen.

DEZE VOORSTELLING IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR