U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Reizen door een uniek klankuniversum

Nono: Caminantes... Ayacucho

Luigi Nono: Trilogie van het sublieme

SWR Sinfonieorchester Baden-Baden und Freiburg, Ingo Metzmacher, Experimentalstudio des SWR, Schola Heidelberg, Cappella Amsterdam

‘Er zijn geen wegen, er is slechts het voortgaan’ Met dit aforisme dat hij op een kloostermuur in Toledo tegenkwam als motto, componeerde Nono in de laatste jaren voor zijn dood een trilogie waarin hij experimenteerde met de wisselwerking tussen ruimte en geluid, het gebruik van elektronica en tape en de ruimtelijke opstelling van grote bezettingen met meerdere koor- en orkestgroepen. Het Holland Festival presenteert twee werken uit deze trilogie, omlijst door korte composities van de Venetiaanse renaissancecomponist Giovanni Gabrieli, die Nono vanwege zijn gebruik van ‘cori spezzati’ – ruimtelijk gescheiden koren – als muzikale voorvader beschouwde. Het wordt een avond waarop de  luisteraar wordt meegevoerd op een reis door een subliem klankuniversum dat uiterst subtiele pianissimo-passages afwisselt met dreigende trommen en bassen, gewelddadige uitbarstingen en hemelse polyfonie. Muziek die de fantasie op hol doet slaan.
Programma Icoon

Achtergrondinformatie

In 2014 is het 90 jaar geleden dat de Italiaan Luigi Nono (1924-1990) geboren werd, een van de grootste Europese componisten van zijn tijd. Bijna een kwarteeuw na zijn voortijdige dood wordt zijn muziek nog maar weinig gespeeld. Na vergelijkbare projecten gewijd aan Varèse (2009), Xenakis (2011) en Cage (2012) eert het Holland Festival dit jaar Luigi Nono met een minifestival dat verschillende hoogtepunten uit zijn veelzijdige oeuvre belicht. Naast drie grootschalige concerten is er het intieme avondconcert La lontananza nostalgica utopica futura, een tweedaags symposium getiteld “… Hay que caminar …” Luigi Nono’s musical paths between politics and art en is rondom alle concerten in de Gashouder de tentoonstelling Luigi Nono 1924–1990. Maestro di suoni e silenzi te zien. Ook de gratis lunchvoorstellingen door conservatoriumstudenten in de fietstunnel van het Rijksmuseum worden dit jaar volledig aan het werk van Nono gewijd. De muzikale leiding tijdens de drie centrale concerten in de Gashouder is in handen van dirigent en Nono-specialist Ingo Metzmacher; heel bijzonder is de medewerking van de Zwitserse componist, dirigent en geluidstechnicus André Richard, die jarenlang nauw met Nono samenwerkte. Nono gaf een van zijn composities zelfs de titel André Richard mee.

 

Nono was een van de voormannen van de naoorlogse avant-garde. Samen met generatiegenoten als Pierre Boulez en Karlheinz Stockhausen zette hij jarenlang de toon voor het nieuwe componeren; Nono trouwde bovendien met Nuria Schönberg, de dochter van Arnold Schönberg, de grondlegger van de twaalftoonstechniek. Maar de historische noodzaak van het serialisme, zoals die door de avant-garde werd uitgedragen, was voor Nono nooit genoeg. Muziek was voor hem geen in zichzelf gesloten systeem. Van meet af aan stond zijn werk open naar de wereld en zocht hij naar manieren om met geluid het politieke bewustzijn te veranderen. Radicale muziek stond voor Nono nooit op zichzelf, maar was de noodzakelijke implicatie van radicale politieke ideeën.

 

De fysieke ruimte waarin muziek zich afspeelt werd voor Nono in zijn laatste decennium steeds belangrijker – dat laat zijn benadering van Prometeo duidelijk zien. Experimenten met het spatialiseren van geluidsbronnen hebben een lange geschiedenis; in Nono's geboortestad Venetië ontwikkelden componisten als Giovanni Gabrieli eind zestiende eeuw al een geavanceerde vorm van meerkorigheid, waarbij zangers en musici op verschillende plekken in de San Marco werden opgesteld. Gabrieli’s techniek van cori spezzati (‘gebroken koren’) is een verre voorloper van Nono’s geraffineerde omgang met de akoestische ruimte, die centraal staat op de slotdag van het Nono-weekend.

 

Na Prometeo, in de tweede helft van de jaren 80 van de vorige eeuw, componeerde Nono een aantal stukken naar aanleiding van een aforisme dat hij was tegengekomen op een kloostermuur in Toledo: ‘Caminantes, no hay caminos, hay que caminar’ (‘Reizigers, er zijn geen wegen, er is slechts het voortgaan’). Uit deze serie staan Caminantes… Ayacucho (1986-87; uitgevoerd in het Holland Festival 2008) en No hay caminos, hay que caminar... Andrej Tarkovskij (1987) op het programma. Deze composities worden gecombineerd met delen uit Gabrieli’s Sacrae Symphoniae voor cori spezzati. In deze werken maakt de ruimte onvervreemdbaar deel uit van de muziek en is de grens tussen luisteraar en uitvoerder vervaagd: hij is een reiziger in tijd en ruimte geworden, een oor te midden van klank.

Biografieën

Luigi Nono (1924-1990) volgde vanaf 1941 compositielessen bij Gian Francesco Malipiero. Het zwaartepunt van die lessen lag bij werken uit de 16e en 17e eeuw, waaraan hij een levenslange fascinatie voor polyfonie overhield, en bij de in fascistisch Italië verboden muziek van de Tweede Weense School. Overeenkomstig de wens van zijn familie ging hij rechten studeren in Padua waar hij in 1946 afstudeerde. Ontmoetingen met Bruno Maderna en dirigent Hermann Scherchen deden zijn bewondering voor de muziek van Webern en Schönberg alleen maar toenemen en in 1950 nam hij voor het eerst deel aan de ‘Zomercursussen voor nieuwe muziek’ in Darmstadt. In de jaren vijftig bezocht hij de cursussen in Darmstadt regelmatig, van 1957 tot 1960 ook als docent, en een aantal van zijn composities ging daar in première. Bij een uitvoering van Schönbergs opera Moses und Aron in Hamburg ontmoette hij Schönbergs dochter Nuria, met wie hij in 1953 trouwde.

Sinds 1952 was Nono lid van de communistische partij en een groot aantal van zijn werken heeft een politieke lading. Vanaf 1960 gaf hij les in onder meer Polen en de Sovjet-Unie.

In de loop van zijn carrière legde hij zich steeds meer toe op elektronische muziek. Samen met Boulez en Stockhausen wordt Nono tot de belangrijkste vertegenwoordigers van de Darmstadt School gerekend, maar anders dan zijn twee collega’s heeft hij van meet af aan een grote mate van vrijheid genomen in zijn toepassing van de principes van het serialisme.

 

Giovanni Gabrieli (ca. 1555 – 1612) was een componist, organist en priester uit Venetië. Hij is een van de belangrijkste componisten uit de Venetiaanse school. Hij studeerde in München bij Orlandus Lassus en werkte tot aan de dood van hertog Albert V in 1579 aan diens hof in Beieren. In 1584 vertrok Gabrieli weer naar Venetië waar hij hoofdorganist wordt van de San Marco. Na de dood van zijn oom Andrea Gabrieli nam hij diens taak over van hoofdcomponist van ceremoniële muziek van de San Marcobasiliek en de Venetiaanse doge. In de basiliek ontwikkelt Gabrieli zich tot een meester in het componeren van motetten voor dubbel koor. ‘Cori spezzati’ heet de techniek die twee koren laat afwisselen waardoor er echo tussen hen ontstaat. In Sacrae Symponiae (1597), zijn bundel motetten, is deze techniek (een vroege surround sound) verder uitgebouwd waarin verschillende koren en instrumenten elkaar opvolgen en steeds complexer worden. Tijdens het concert in het Holland Festival klinken Kyrie en Gloria uit deze motettenbundel.

 

Ingo Metzmacher (1957) studeerde piano, muziektheorie en directie in zijn geboortestad Hannover en vervolgens in Salzburg en Keulen. Zijn eerste carrièrestappen zette hij bij Ensemble Modern in Frankfurt (dat hem aanvankelijk engageerde als pianist en vervolgens als dirigent), de Oper Frankfurt onder Michael Gielen en De Munt in Brussel ten tijde van intendant Gerard Mortier. In 1997 werd Metzmacher aangesteld als Generalmusikdirektor aan de Hamburgische Staatsoper, waar hij in acht seizoenen talloze opvoeringen leidde die ook internationaal de aandacht trokken. Daarna was hij chef-dirigent van de Nederlandse Opera in Amsterdam, en van 2007 tot 2010 chef-dirigent en artistiek leider van het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin. Tot de hoogtepunten van de afgelopen jaren behoren zijn optredens bij de Salzburger Festspiele (met o.a. Luigi Nono’s Prometeo), in de Wiener Staatsoper, het Royal Opera House in Londen, het Opernhaus Zürich en de Berlijnse Staatsoper (met Nono’s Al gran sole carico d’amore). Voorts stond Metzmacher op de bok bij de Wiener, Berliner en Münchner Philharmoniker, het Orchestra Accademia Nazionale di Santa Cecilia, het Gustav Mahler Jugendorchester, het Russisch Nationaal Orkest, het BBC Symphony Orchestra en andere vooraanstaande orkesten. In seizoen 2013-2014 stond een nieuwe productie van Wagners Der Ring des Nibelungen in Genève centraal. Na de première van Das Rheingold in maart 2013 volgden tot mei 2014 Die Walküre, Siegfried en Götterdämmerung en de opvoering van twee volledige cycli. Daarnaast zet Metzmacher de samenwerking voort met het Nieuw Japans Philharmonisch Orkest, de Tsjechische Philharmonie, de Bamberger Symphoniker, de Wiener Symphoniker en het Orchestre de Paris. In het Holland Festival had Metzmacher de muzikale leiding in Dionysos (2011), Lulu en Wozzeck (beide 2005).

Daniel Reuss (1961) studeerde koordirectie aan het conservatorium van Rotterdam bij Barend Schuurman. Op zijn 21e richtte hij het Oude Muziek Koor Arnhem op. In 1990 werd Daniel Reuss artistiek leider van Cappella Amsterdam. Het ensemble heeft zich de afgelopen jaren onder zijn artistieke leiding zowel in oude muziek als in het moderne en hedendaagse repertoire in Nederland een prominente positie verworven. Van 2003 tot 2006 was Reuss chef-dirigent van het RIAS Kammerchor in Berlijn. Met dit koor maakte hij een aantal succesvolle cd's die werden onderscheiden met diverse prijzen, waaronder Preis der Deutsche Schallplattenkritik, Echo Award, Diapason d’Or en Choc du Monde de la Musique. Daniel Reuss werkt geregeld samen met ensembles en orkesten uit heel Europa, zoals Akademie für Alte Musik Berlin, MusikFabrik, Vocal Consort Berlin en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Van 2008 tot 2013 combineerde Daniel Reuss zijn werkzaamheden als artistiek leider van Cappella Amsterdam met het chef-dirigentschap van het Estonian Philharmonic Chamber Choir. Daniel Reuss voert repertoire uit dat reikt van het jaar 1200 tot heden en toont zich daarmee ‘overtuigd niet-specialist’.

André Richard is een Zwitserse dirigent, componist en vertolker van elektronische livemuziek. Hij studeerde zang, muziektheorie en compositie in Genève, en vervolgens compositie bij Klaus Huber en Brian Ferneyhough in Freiburg. Aansluitend verdiepte hij zich in de elektronische muziek bij Hans Peter Haller en de Experimentalstudio van de SWR in Freiburg, en bij het IRCAM in Parijs. Zijn werk werd binnen en buiten Europa uitgevoerd op de festivals van onder meer Boedapest, Frankfurt, Oslo en Essen. Naast zijn docentschappen in Genève en Freiburg was Richard lange tijd hoofd van het Institut für Neue Musik van de Hochschule für Musik in Freiburg en organisator van de concertserie Horizonte. Van 1984 tot 2005 was hij artistiek leider van het Solistenchor Freiburg. In de jaren tachtig werkte Richard als dirigent en klankregisseur nauw samen met Luigi Nono aan de uitvoering van diens latere werk. Als dirigent trad Richard aan op festivals als de Salzburger Festspiele, het Festival d’Avignon en het Holland Festival. Van 1989 tot 2005 was hij verbonden aan de Heinrich-Strobel-Stiftung van de SWR in Freiburg; als artistiek leider stond hij daar aan het hoofd van de Experimentalstudio. In het kader van de Salzburger Festspiele heeft Richard meegewerkt aan een groot aantal gedenkwaardige uitvoeringen. Zo realiseerde hij in 1993 het ruimtelijk klankconcept en de klankregie voor de opvoeringen van Nono’s Prometeo. Latere producties waaraan hij artistieke medewerking verleende waren Das Mädchen mit den Schwefelhölzern van Lachenmann (2002) en twee werken van Stockhausen. Samen met het Arditti Quartet opende hij in oktober 2013 de Biënnale van Venetië met het Helikopter-Streichquartett van Stockhausen. André Richard werd onderscheiden met diverse prijzen.

Susanne Otto is een Duitse alt, geboren in Ansbach, in het hart van Beieren. Na haar eindexamen studeerde ze dwarsfluit en zang aan de Musikhochschule in Freiburg, en nog tijdens haar studietijd begon ze haar loopbaan als zangeres van oratoria en recitals. Daarnaast hield ze zich intensief bezig met eigentijdse muziek; in 1983 leerde ze de componist Luigi Nono kennen, die een aantal van zijn laatste werken speciaal schreef voor haar diepe alt, zoals Caminantes... Ayacucho en Prometeo. Als soliste werkte ze mee aan talrijke uitvoeringen, waaronder ook veel premières, van composities van onder anderen Wolfgang Rihm, Klaus Huber en Pierre Boulez, onder leiding van gerenommeerde dirigenten als Claudio Abbado, Michael Gielen en Ingo Metzmacher. Daarbij stond ze op de podia van onder meer het Konzerthaus Wien, La Scala in Milaan, het Festival d’Automne in Parijs, de Berliner Festwochen en de Biënnale van Venetië. In 1995 en 1997 trad ze op bij de Salzburger Festspiele en in 1999 maakte ze met de Berliner Philharmoniker onder leiding van Abbado haar debuut in Carnegie Hall. Otto’s repertoire als zangeres van recitals omvat vele muziekrichtingen en tijdperken: ze zingt behalve eigentijdse muziek ook werken uit de middeleeuwen en de renaissance, en werken van Bach tot Verdi. Ook maakt ze soms een uitstapje naar de jazz en de popmuziek. Sinds enige jaren werkt ze geregeld samen met zowel ensembles die gespecialiseerd zijn in oude muziek (het Balthasar-Neumann-Chor, het Freiburger Barockorchester) als ensembles voor nieuwe muziek (Ensemble Recherche, Ensemble Modern).

 

De Italiaanse fluitist Roberto Fabbriciani is een van de grote hedendaagse virtuozen op zijn instrument. Hij werd in 1949 geboren in Arezzo en maakte al op jonge leeftijd deel uit van de orkesten van de Maggio Musicale Fiorentino en van het Teatro alla Scala in Milaan. Fabbriciani staat bekend als een creatieve vernieuwer, die de mogelijkheden van zijn instrument aanzienlijk heeft verruimd. In de jaren zeventig behoorde hij tot de kring van musici rond de componist Luigi Nono, met wie hij nieuwe muzikale wegen baande, onder meer in de Experimentalstudio van de SWR in Freiburg. Als bevlogen uitvoerder van nieuwe muziek heeft Fabbriciani sindsdien op vergelijkbaar intensieve wijze met talloze andere componisten samengewerkt, onder wie Berio, Boulez, Cage, Kurtág, Ligeti, Messiaen, Stockhausen en Takemitsu. Zij hebben werken aan hem opgedragen die behoren tot de belangrijkste uit het hedendaagse fluitrepertoire. Gedurende zijn carrière heeft Fabbriciani op vrijwel alle grote internationale festivals gespeeld, zoals die van Venetië, Donaueschingen, Berlijn, Luzern, Salzburg, Edinburgh, Wenen en Tokio. Als solist heeft hij opgetreden met gerenommeerde orkesten, waaronder het Orchestra Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome, het RAI Orkest, London Sinfonietta, het London Symphony Orchestra, het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, en de Münchner Philharmoniker onder leiding van dirigenten als Claudio Abbado, Luciano Berio, Ernest Bour, Riccardo Chailly, Peter Eötvös, Bruno Maderna, Diego Masson, Ingo Metzmacher en Riccardo Muti. Fabbriciani was docent aan het Mozarteum in Salzburg. Zijn spel is te beluisteren op talloze cd’s.

 

Het vocaal ensemble Schola Heidelberg onder leiding van Walter Nußbaum slaat sinds zijn oprichting een brug tussen oude muziek en nieuwe vocale composities. De maximaal zestien solisten van het ensemble beheersen een verscheidenheid aan stijlen en vocale technieken, van stem- en ademgeruis tot aan microtonale intonatie, en laten – altijd buiten het gangbare repertoire – werken uit de zestiende en zeventiende en uit de twintigste en eenentwintigste eeuw elkaar beïnvloeden. Zo ontstaat uit de intense relatie tussen de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk en de hedendaagse muziek een nieuwe interpretatiecultuur. Het ensemble staat in nauw contact met vooraanstaande hedendaagse componisten, onder wie Heinz Holliger, Helmut Lachenmann, Caspar Johannes Walter, Jan Kopp, Hans Zender, Carola Bauckholt en Erik Oña, en heeft mede daardoor een groot repertoire. Ook verstrekken de musici geregeld compositieopdrachten. Sinds 1993 werkt Schola Heidelberg nauw samen met Ensemble Aisthesis. Schola Heidelberg verzorgt een eigen concertreeks in Heidelberg, en is daarnaast met regelmaat te vinden op festivals als het Lucerne Festival, de Biënnale van Venetië, de Wittener Tagen für Neue Kammermusik en het Tongyeong International Music Festival in Korea. Het ensemble werkt samen met onder meer het WDR-Sinfonieorchester Köln, de Bamberger Symphoniker, de Deutsche Radio Philharmonie en het Ensemble Modern. Verscheidene cd’s die het ensemble opnam, zijn in de prijzen gevallen, onder andere uitgaven met werken van Helmut Lachenmann. Tot de recente cd’s behoren Gérard Griseys Les chants de l’amour op KAIROS en NUN van Lachenmann op Ensemble Modern Media. In 2009 verscheen Lachenmanns Les Consolations op KAIROS. Een cd met werken van René Leibowitz is sinds begin 2013 op de markt.

 

Met een rijkdom aan stemkleuren bereikt kamerkoor Cappella Amsterdam zijn specifieke homogene klank. Sinds 1990 staat het koor onder artistieke leiding van chef-dirigent Daniel Reuss.

Al vanaf de oprichting in 1970 door Jan Boeke vormt de liefde voor muziek de leidraad voor Cappella Amsterdam. Om elke compositie te laten spreken, heeft het koor zich zowel op moderne als op oude, authentieke zangtechnieken toegelegd. De nadruk in het repertoire ligt op die twee uitersten: oude meesters en moderne muziek. Speciale aandacht schenkt het koor aan werken van Nederlandse componisten, variërend van Sweelinck tot Andriessen en Ton de Leeuw.

Componisten als Robert Heppener en Jan van Vlijmen hebben diverse werken speciaal voor Cappella Amsterdam gecomponeerd. Samenwerking Cappella Amsterdam werkt geregeld samen met uiteenlopende gezelschappen, ook uit andere disciplines. Zo levert het koor geregeld bijdragen aan operaproducties, zoals in 2011 met Karlheinz Stockhausens Sonntag aus Licht met de Opera van Keulen, en Dionysos van Wolfgang Rihm tijdens het Holland Festival 2010. Naast samenwerking met Nederlandse topensembles en –orkesten, zoals het Orkest van de Achttiende Eeuw, het Koninklijk Concertgebouworkest en Asko|Schönberg, werkt het koor met de fine fleur van internationale gezelschappen zoals de Akademie für Alte Musik Berlin, het RIAS Kammerchor, musikFabrik, Il Gardellino en het Ests Philharmonisch Kamerkoor.

Om kennis, repertoire en ervaring te delen, is Cappella Amsterdam mede-initiatiefnemer van Tenso, het Europees netwerk van professionele kamerkoren. Bij harmonia mundi verschijnen jaarlijks cd’s van het kamerkoor. In 2010 verscheen een opname van Golgotha van Frank Martin, in datzelfde jaar genomineerd voor een Grammy. De meest recent verschenen cd, met koorwerken van Leoš Janáček (januari 2012), is internationaal zeer goed ontvangen. Cappella Amsterdam ontving in 2009 de VSCD Klassieke Muziekprijs voor meest indrukwekkende prestatie van een klein (kamermuziek)ensemble. In 2010 werd het koor genomineerd voor de Amsterdamprijs voor de Kunst en voor de Edison Klassiek Luister Publieksprijs

 

Het SWR Sinfonieorchester Baden-Baden en Freiburg geeft permanent ruimte aan nieuwe bewegingen, gasten en muziekstukken, in de eigen omgeving, maar ook in steden als Berlijn, Luzern en Madrid. In 2012 maakte het orkest een bejubelde tournee door Japan onder leiding van François-Xavier Roth. Het slotconcert van de Donaueschinger Musiktage 2011 vormde het startschot voor diens chef-dirigentschap. Sinds de oprichting van de Donaueschinger Musiktage in 1950 is dit evenement onlosmakelijk verbonden met het SWR Sinfonieorchester. Zo’n vierhonderd composities werden er door het orkest in première gebracht; de musici schreven muziekgeschiedenis met werken van componisten als Hans Werner Henze, Bernd Alois Zimmermann, Helmut Lachenmann en Wolfgang Rihm. Toch zet het gezelschap zich niet alleen in voor hedendaagse muziek; het orkest heeft meer dan zeshonderd werken uit drie eeuwen opgenomen. Vanaf de oprichting in 1946 werkt het SWR Sinfonieorchester met internationale dirigenten en solisten. De motor achter de diverse activiteiten waren en zijn de markante chef-dirigenten Hans Rosbaud, Ernest Bour, Michael Gielen en Sylvain Cambreling. Zij leidden en vormden een orkest dat, door bijzondere uitdagingen gedurende zes decennia, flexibiliteit bereikt heeft die elders zelden gevonden wordt. Tot deze bijzondere uitdagingen behoren ook talrijke kinder- en jeugdprojecten. In de zomer van 2013 stond een muziektheaterproductie in het middelpunt die het slot en het hoogtepunt betekende van een driejarige samenwerking met drie Freiburgse scholen. Voor zijn verdienste voor ‘een levendige hedendaagse muziekcultuur’ ontving het SWR Sinfonieorchester de Ehrenpreis 2013 der Deutschen Schallplattenkritik. Ook kreeg het gezelschap de prijs voor ‘het beste concertprogramma 2013/2014’ van het Deutscher Musikverlegerverband.

 

De in 1971 opgerichte Experimentalstudio van de SWR (Südwestrundfunk) in Freiburg valt niet meer weg te denken uit het hedendaagse muzieklandschap. Het doel van de studio is het verenigen van kunst en technologie in een voortdurende wisselwerking, zodat elektronische composities tot stand komen uit de samenwerking tussen componisten en technici. De Experimentalstudio wordt daarom volledig bemand door een team van vaste technische specialisten, terwijl het Heinrich Strobel Fonds stipendia verstrekt aan componisten, die in het algemeen hun artistieke en technologische horizon willen verbreden of een specifiek compositieproject willen ondernemen. De Experimentalstudio heeft een eigen ensemble, dat geregeld concerten verzorgt op toonaangevende festivals als de Berliner Festwochen, de Wiener Festwochen, de Salzburger Festspiele, het Festival d’Automne in Parijs en de Biënnale van Venetië, en in bekende muziektheaters als het Teatro alla Scala in Milaan, Carnegie Hall in New York en De Munt in Brussel. Baanbrekende werken uit de geschiedenis van de elektronische muziek werden in de Experimentalstudio gerealiseerd door componisten als Boulez, Stockhausen, Ferneyhough, Globokar en Nono. Een jongere generatie componisten wordt vertegenwoordigd door onder meer Mark Andre, Chaya Czernowin, José María Sánchez-Verdú en Johannes Maria Staud. Tot de musici die voor langere tijd verbonden waren aan de Experimentalstudio behoren Maurizio Pollini, Claudio Abbado, Gidon Kremer, Irvine Arditti en Roberto Fabbriciani. In 1999 werd een cd-box uitgebracht om het vijfentwintigjarig bestaan van de Experimentalstudio te eren, met een overzicht van de belangrijkste werken, oud en nieuw, die er zijn gerealiseerd.

DEZE VOORSTELLING IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR

Credits

muziek
Luigi Nono
dirigent
Ingo Metzmacher
ruimtelijk klankontwerp, hoofd geluidsregie
André Richard
alt
Suzanne Otto
basfluit
Roberto Fabbriciani
koor
Schola Heidelberg (instudering: Walter Nußbaum)
Cappella Amsterdam (instudering: Daniel Reuss)
uitvoering muziek
SWR Sinfonieorchester Baden-Baden und Freiburg
Experimentalstudio des SWR
productie
SWR Sinfonieorchester Baden-Baden und Freiburg
Experimentalstudio des SWR