Tragische komedie in vier bedrijven

Laika

De Nationale Opera, Martijn Padding,
P.F. Thomése

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Robbert is een gevierd televisie-presentator, maar hij is de oppervlakkigheid van het wereldje waarin hij zich beweegt meer dan zat. Als zijn moeder hem herinnert aan zijn jongensdroom van een leven tussen de sterren, neemt hij contact op met kosmonaut Joeri Gagarin en de hond Laika, die nog steeds door de ruimte zweven. Robbert besluit zich bij hen te voegen in het heelal en dit aardse bestaan te verruilen voor de eeuwigheid. In vier zeer afwisselende akten laten componist Martijn Padding, librettist P.F. Thomése en regisseur Aernout Mik op een pakkende, spottende en prikkelende manier zien dat de wereld ook zonder televisie wel zal blijven doordraaien.

VERHOOGDE ENTREEPRIJS

De Nationale Opera hanteert een dynamic-pricing systeem, waarbij de entreeprijs hoger wordt naarmate er minder kaarten beschikbaar zijn.

BEKIJK DE VOORSTELLING VANUIT WISSELEND PERSPECTIEF

Na de pauze wisselt het publiek van stoel.

Ik streef naar muziek die luchtig en serieus is.

Martijn Padding

Achtergrondinformatie

Martijn Padding schreef in december 2012 aan de zangers: ‘De vier akten van de opera zullen heel verschillend worden. De eerste en de derde zijn extatisch en schieten alle kanten op, want ze spelen in de vulgaire wereld van de televisiestudio. De tweede akte is donker van kleur en heeft een Psycho-achtige kant. De laatste akte wordt transparant, spaceachtig en buitenaards.’ Na het uitwerken van de eerste grove schetsen ging Padding met elke zanger afzonderlijk aan het werk, rekening houdend met ieders specifieke vocale ‘eigenaardigheden’.

Op prikkelende wijze drijven Padding en librettist P.F. Thomése de spot met de oppervlakkigheid van op kijkcijfers gefixeerde tv-shows. De bejubelde presentator Robbert kan er niet meer tegen: iedereen kent hem, maar hij weet zelf niet meer wie hij werkelijk is. Hij woont bovendien bij zijn dominante moeder, die het gebalsemde lijk van zijn vader in de woonkamer opgebaard heeft staan. Sinds zijn vroege jeugd verdiept Robbert zich in de kosmos; daar zal hij ook zijn bevrijding vinden.

Voor de enscenering heeft DNO de veelzijdige beeldend kunstenaar Aernout Mik geëngageerd. Hij regisseert zijn eerste opera (samen met Marjoleine Boonstra), ontwerpt tevens de decors (samen met Else de Bruijn) en de kostuums (samen met Elisabetta Pian). Robbert wordt gezongen door de geliefde bariton Thomas Oliemans (eerder Papageno in Die Zauberflöte), zijn moeder door de alt Helena Rasker (Legende, Guillaume Tell). De titelrol wordt vertolkt door een jongenssopraan, Gagarin door de bas Dennis Wilgenhof (Legende).

Het verhaal

I
In een televisiestudio wordt de zoveelste aflevering van een talkshow voorbereid. De tv-kok Ricardo probeert met schunnige praatjes de grimeuse Grimelda te versieren. Zij heeft echter alleen maar oog voor Robbert, de presentator. Ook Trix Dominatrix, de 'kijkcijferkoningin', is verliefd op Robbert. Deze praat zichzelf moed in. Iedereen weet wie hij is, alleen hijzelf weet dat niet meer. Hij verlangt terug naar de tijd dat hij nog dromen had. De show begint.

II
Ook Robberts moeder vindt dat hij iemand speelt die hij niet is, en dat hij zich niet gedraagt zoals zij hem had opgevoed. In de woonkamer staat een doodskist met daarin het gebalsemde lijk van Robberts vader. Zijn moeder wil dat hij de dode kust. Ze mist haar jongen die altijd bezig was met de sterrenhemel. In zijn kamer zoekt Robbert via een zendapparaat contact met de kosmonaut Joeri Gagarin en de ruimtehond Laika, die voor eeuwig door het heelal zweven. Gagarin nodigt Robbert uit zich bij hen te voegen.

III
Trix Dominatrix en Grimelda kibbelen over Robbert. De kijkcijfers zijn dramatisch gedaald. Robbert is met zijn gedachten elders. Hij houdt zich niet aan zijn tekst en schopt het publiek scheldend en tierend de studio uit. Dan trapt hij de camera om en rent weg. Ricardo zit al klaar om hem op te volgen.

IV
Gagarin en Laika komen Robbert halen. Het koor en de hele crew van de talkshow komen hem plechtig uitgeleide doen. Wanneer het aftellen voorbij is, blijft de tijd stilstaan, legt Gagarin uit. Robbert hoeft alleen maar los te laten. Het koor bezingt de finale ontsnapping van de helden.

Biografieën

Martijn Padding (Amsterdam, 1956) studeerde compositie bij Louis Andriessen aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, piano bij Fania Chapiro en muziekwetenschap aan de Universiteit van Utrecht. Zijn oeuvre varieert van korte solostukken tot grootschalige symfonische werken en muziektheater. In zijn recente werk staan zijn kenmerkende hoekigheid en kernachtige harmonisch gestructureerde taal minder op de voorgrond. Hoewel Paddings stukken vaak een muzikaal technisch uitgangspunt hebben, is in toenemende mate een theatraal element in zijn werk aanwezig. In zijn esthetiek bestaat geen hiërarchie tussen bijvoorbeeld modernistische elementen, invloeden uit de popcultuur of historische klassieke uitgangspunten. Paddings composities worden met grote regelmaat in binnen- en buitenland uitgevoerd door belangrijke ensembles, solisten en orkesten. Zijn composities komen tot stand in nauwe samenwerking met een vaste groep van musici en ensembles zoals Gerard Bouwhuis, het Asko|Schönberg, MAE ensemble, NAP, LOOS en de Veenfabriek.
In 2009 won Padding de Unesco prijs (International Rostrum of Composers) voor First Harmonium Concerto. Voor een uitvoering van de volledige reeks van Beethoven's negen symfonieën in het Holland Festival 2010 met Jos van Immerseel en Anima Eterna schreef Padding een nieuwe ouverture, Glimpse, met dezelfde bezetting als Beethovens Die Geschöpfe des Prometheus. In 2011 won Padding voor zijn cd Three Concerti de Edison Klassiek in de nieuwe categorie De Ontdekking. In maart 2012 ging Paddings compositie In Memoriam Hector Berlioz in première bij Het Gelders Orkest, waar hij een seizoen lang 'composer in residence' was. In het najaar beleven zijn kamermuziekstuk Things that fall apart, Gesprek (een duo-compositie met Louis Andriessen) en HOP hun premières. Vanaf 2012 werkt Padding aan zijn nieuwe opera Laika, die in juni 2014 in het Holland Festival in première gaat. Naast zijn werkzaamheden als componist is Padding hoofd van de compositieafdeling van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

P.F. Thomése (1958) studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en werkte een tijdlang als redacteur en verslaggever bij het Eindhovens Dagblad. Tegenwoordig woont hij in Haarlem. Hij debuteerde in 1990 met Zuidland, de bundel waarmee hij prompt de AKO Literatuurprijs won. Sindsdien schreef hij alom geprezen romans, verhalen, essays en novellen. Zijn grote internationale doorbraak kwam met Schaduwkind (2003), dat in 20 landen werd uitgebracht. Schaduwkind stond wekenlang in de top-tien en werd genomineerd voor de NS Publieksprijs en stond op de longlist van de Libris Prijs. Hij baarde in 2007 opzien met zijn roman Vladiwostok! die genomineerd werd voor de AKO Literatuurprijs en de Gouden Uil. Zijn boek Nergensman. Autobiografieën was genomineerd voor De Gouden Uil Literatuurprijs 2009. In 2010 verscheen De weldoener dat overladen werd met lovende besprekingen, en in de zomer van 2011 Grillroom Jeruzalem.

Aernout Mik studeerde aan de Academie Minerva en aan de alternatieve kunstopleiding de Ateliers. Eerste solotentoonstelling: in het Van Abbemuseum onder de titel Primal gestures, minor roles (2000) Hij ontving de Sandbergprijs voor zijn video's Lick en Fluff en de Dr. A.H. Heinekenprijs voor kunst. Aernout Mik werd uitgekozen om in 2007 voor Nederland deel te nemen aan de Biënnale van Venetië. Het werk Organic Escalator is opgenomen in de kunstverzameling Fondation Pinault en was te zien te Lille op de tentoonstelling Passage du temps. Andere werken van Mik zijn o.a. Middlemen, Park, Osmosis and Excess, Raw Footage, Schoolyard en Shifting Sitting. Enkele tentoonstellingen van zijn hand zijn een overzichtstentoonstelling in het Museum of Modern Art in New York (2009), Communitas in Galerie nationale du Jeu de Paume Parijs (2011), The Art of Deceleration in Kunstmuseum Wolfsburg (2011- 2012) en overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam (2013). |

De Nationale Opera staat bekend om haar diverse programmering van zowel klassieke als moderne opera’s en het constant hoge niveau van haar voorstellingen. Met vernieuwende producties, speciaal voor De Nationale Opera gecomponeerde werken en een frisse blik op bekend repertoire wordt deze prachtige kunstvorm levendig gehouden en een plek in de toekomst gegeven. Met Pierre Audi eerst als artistiek directeur en nu, na de fusie als directeur van De Nationale Opera, heeft De Nationale Opera een enorme bekendheid verworven in de internationale operawereld en wordt er met grote belangstelling gekeken naar alle nieuwe producties. In 2013 won DNO de internationale Opera Award voor de beste productie van het jaar.
Het gezelschap werd vlak na de Tweede Wereldoorlog opgericht en maakte een ontwikkeling door van repertoiregezelschap naar stagionegezelschap. Dat betekent dat De Nationale Opera geen vast ensemble heeft en dat er gemiddeld één opera per maand te zien is. Hiervoor worden gastsolisten en afzonderlijke artistieke teams aangetrokken. De Nationale Opera heeft wel een eigen koor, het Koor van De Nationale Opera, bestaand uit 56 leden. Het Koor wordt gerekend tot de beste van Europa en werd in 2013 genomineerd voor de beste koorprestatie van het jaar. Voor het merendeel van de producties werkt DNO samen met het Nederlands Philharmonisch Orkest|Nederlands Kamerorkest. Chef-dirigent is Marc Albrecht.
De meeste producties van DNO zijn te zien in Nationale Opera & Ballet maar er zijn ook voorstellingen in de Stadsschouwburg Amsterdam, Koninklijk Theater Carré, de Westergasfabriek of het Muziekgebouw aan ’t IJ. Steeds meer worden de met veel internationale interesse bekeken opera’s van DNO uitgenodigd naar belangrijke buitenlandse operahuizen en festivals. Geregeld komen coproducties tot stand met gerenommeerde gezelschappen als de Metropolitan Opera in New York, de Opéra in Parijs of het Teatro alla Scala in Milaan.

CREDITS

muziek
Martijn Padding
libretto
P.F. Thomése
muzikale leiding
Etienne Siebens
regie
Aernout Mik
cast
Thomas Oliemans (Robbert)
Claron McFadden (Trix Dominatrix)
Marcel Beekman (Ricardo)
Helena Rasker (Moeder)
Marieke Steenhoek (Grimelda)
Dennis Wilgenhof (Joeri Gagarin)
Mattijs van de Woerd (Leporello)
jongenssopraan n.n.b. (Laika)
orkest
Asko|Schönberg
koor
VOCAALLAB
productie
De Nationale Opera
coproductie
De Nationale Opera, Holland Festival
opdracht van
De Nationale Opera
met steun van
Fonds Podiumkunsten, Mondriaan Fonds
deze productie is mede mogelijk gemaakt met bijdrage van
Johannes Vermeer Prijs 2009 Pierre Audi

DEZE VOORSTELLING IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR