Martin Kušej regisseert Rainer Werner Fassbinders klassieker over macht, geld en liefde.

Die bitteren Tränen der Petra von Kant

Nederlandse première

Rainer Werner Fassbinder, Martin Kušej, Residenztheater

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Wat betekent het om macht over de gevoelens van een ander te hebben? Dat is de vraag in Martin Kušejs bekroonde enscenering van Rainer Werner Fassbinders klassieker. In de kille, witte ruimte van een luxe appartement ontspint zich een emotionele bitch fight op het scherpst van de snede. Centraal staat de liefdesverhouding van de succesvolle modeontwerpster Petra von Kant met de jonge Karin Thimm, die slim gebruik maakt van Petra’s passie voor haar. Vanaf de zijlijn proberen Petra’s moeder en dochter invloed uit te oefenen op haar nieuwe relatie, terwijl op de achtergrond haar trouwe, zwijgzame dienstmeid Marlene als enige consequenties trekt uit de ontwikkelingen.
Programma Icoon

WACHTLIJST

Op dit moment zijn er geen kaarten beschikbaar voor deze voorstelling. Wel kunt u zich intekenen op de wachtlijst. Zodra er weer kaarten beschikbaar komen, wordt u per e-mail op de hoogte gesteld.

Stuur een e-mail (met als onderwerp 'wachtijst Bitteren Tranen') naar [email protected] met uw naam en adres, dan wordt u op de wachtijst geplaatst. 

‘Es ist … eine Art Schauprozess über den Kapitalismus unserer modernen Gefühlswelt, hart, eindringlich, frostig kalt.’

Süddeutsche Zeitung

Achtergrondinformatie

De Duitse schrijver en regisseur Rainer Werner Fassbinder schreef Die bitteren Tränen der Petra von Kant in 1971. Fassbinders werk was in die periode geïnspireerd door de Amerikaanse melodrama’s uit de jaren 50 van zijn vlak voor de oorlog geëmigreerde landgenoot en filmregisseur Hans Detlef Sierck, beter bekend onder zijn Amerikaanse naam Douglas Sirk. In 1972 verfilmde Fassbinder het toneelstuk zelf, met in de hoofdrollen Margit Carstensen, Hanna Schygulla en Irm Hermann. Die bitteren Tränen der Petra von Kant handelt over de machtspolitiek die bewust of onbewust door mensen in hun persoonlijke verhoudingen wordt uitgeoefend, een thema dat als een rode draad door het werk van Fassbinder loopt. Macht is bij Fassbinder een bepalende factor in menselijke relaties. Bang om alleen te zijn, smachten zijn karakters naar liefde, maar deze ontaardt vaak in geweld, onderdrukking en terreur. In Die bitteren Tränen der Petra von Kant wordt dit thema uitgewerkt in een lesbisch liefdesdrama dat zich afspeelt in de glamourwereld van de haute couture. 

Petra von Kant is de ongekroonde koningin van de Duitse modewereld. Ze is een ontwerpster met veel invloed en aanzien, die met haar mode-imperium steenrijk is geworden. Maar zo goed als het gaat met de zaken, zo slecht is het gesteld met haar privéleven. Onlangs is ze gescheiden van haar tweede man. Ze woont nu alleen in haar luxe appartement, waar ze elke dag van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat de beschikking heeft over haar trouwe dienstmeid Marlene, die ze als vuil behandelt en voortdurend vernedert. Petra is de meesteres in deze machtsverhouding, die steeds absurdere eisen stelt; Marlene is haar gedienstige en zwijgzame slavin, die alles slikt. Niet alleen Marlene, maar ook de andere vrouwen in Petra’s leven, waaronder haar moeder en haar dochter, zitten gevangen in haar web van geld, macht en glamour.

Dan leert Petra via haar nicht Sidonie de mooie, jonge Karin Thimm kennen, die net van haar man is weggegaan. Petra valt als een blok voor de sexy Karin en biedt haar aan om model te worden. Karin, die geen echte gevoelens heeft voor Petra, maar haar hulp goed kan gebruiken, weet de situatie handig uit te buiten. De zwijgzame Marlene moet machteloos toezien hoe ‘haar’ Petra van haar wordt afgepakt. Tegelijkertijd is zij als een onheilspellend voorteken altijd aanwezig op de achtergrond. Want al snel wordt duidelijk dat Karin de troeven in handen heeft en dat Petra nu door haar gebruikt wordt zoals Petra zelf Marlene gebruikte. Als Karin uiteindelijk genoeg heeft van het jaloerse, bezitterige gedrag van Petra, gaat ze terug naar haar man. Op zichzelf teruggeworpen is het aan Petra om haar leven een nieuwe wending te geven. 

Regisseur Martin Kušejs enscenering voor het Residenztheater in München ging in 2012 in première. Kušej, die in 2009 met Woyzeck in het Holland Festival stond, situeert de actie in een helverlichte, kraakwitte ruimte, aan vier kanten omgeven door een glazen wand. Voor de personages is het als een steriele gevangenis die hen scheidt van het echte leven. Voor de toeschouwers voelt het als een peepshow van de ziel – langzaam zien ze hoe de karakters in het felle licht gedwongen worden zich bloot te geven -, een gevoel dat nog versterkt wordt door de veelvuldige black-outs, waarin het publiek met de reflectie van zichzelf geconfronteerd wordt, als voyeurs die er snel een muntje in moeten gooien om weer verder te mogen kijken. De witte podiumvloer staat vol met rijen precies en symmetrisch geordende, lege glazen flessen, een monocultuur van schone schijn, zo leeg, hol en fragiel als het luxe leven van Petra von Kant zelf. Het is slechts een kwestie van tijd tot deze breekbare droomwereld die ze voor zichzelf heeft geschapen onherroepelijk aan diggelen gaat. 

Kušej won voor zijn regie van Die bitteren Tränen der Petra von Kant de prestigieuze Faust-prijs in 2012. Ook hoofdrolspeelsters Bibiana Beglau en Andrea Wenzl sleepten een prijs in de wacht voor hun rol. Beglau zet in een strakke designerjurk en gevaarlijk hoge hakken een magnetische rol als de grillige Petra van Kant neer, schakelend tussen tussen sadisme en tederheid, tussen hooghartige arrogantie en kwetsbare afhankelijkheid. Femme fatale Karin Thimm wordt door Andrea Wenzl gespeeld met een verleidelijke mix van meisjesachtige ondeugd en onweerstaanbaar sexappeal. Sophie von Kessel speelt de zwijgzame Marlene. Met jongensachtig kort haar en zwartomrande ogen die geen moment knipperen beweegt zij zich als een onheilspellende schim over het podium.

Biografieën

Martin Kušej werd geboren in 1961 in Wolfsberg, in Oostenrijk. Hij studeerde Germanistiek en Sportwetenschappen en aansluitend Regie aan de Hogeschool voor Muziek en Opvoeringskunsten in Graz.

Hij begon als regieassistent bij het Salzburger Landestheater en het Nationale Sloveense Theater in Ljubljana. In 1987 deed hij zijn eerste regie met Es van Karl Schönherr. In 1990 begon hij met Martin Zehetgruber en Sylvia Brandl het gezelschap my friend martin en bracht hij in drie transportcontainers zijn eigen stuk Tode in première. In 1992 ensceneerde hij zijn eerste stuk voor het Residenztheater: Irrlichter-Schrittmacher van Thomas Strittmatter.

Vanaf 1993 was Kušej enige jaren als vaste regisseur verbonden aan Schauspiel Stuttgart. Zijn Cleansed van Sarah Kane werd uitgenodigd voor het Festival Theaterformen in Hannover, evenals zijn eerste opera King Arthur van Purcell in 1996. Kušej regisseerde vervolgens onder meer bij het Thalia Theater in Hamburg en het Burgtheater in Wenen en opera bij het Opernhaus Zürich, de Staatsoper in Berlijn en De Nederlandse Opera, waar hij in 2006 een legendarische Lady Macbeth van Mtsensk van Sjostakovitsj ensceneerde.

In het seizoen 2005/2006 was Kušej verantwoordelijk voor de toneelprogrammering van de Salzburger Festspiele. In 2009 ensceneerde hij bij Theater am Neumarkt in Zürich een toneelversie van Theo van Goghs uit 2003 stammende speelfilm Interview. Datzelfde jaar was zijn enscenering van Woyzeck voor het Residenztheater een hoogtepunt in het Holland Festival.

Kušej werd driemaal uitgenodigd voor het beroemde Berliner Theatertreffen, in 2008 won hij er de Nestroyprijs voor beste regie. Sinds 2011 is Martin Kušej intendant bij het Residenztheater.

 

Het Residenztheater is zowel de naam voor een verzameling theatergebouwen in de oude Residentie van de Keurvorst van Beieren in München, als de naam die het Beierse Staatstoneel (Bayerisches Staatsschauspiel) in de volksmond en sinds een aantal jaren ook weer in al zijn officiële uitingen heeft.

Het theater werd oorspronkelijk tussen 1751 en 1753 gebouwd onder de Keurvorst en Hertog van Beieren Maximiliaan III Jozef. Op het grondgebied van de Residentie van München, het paleis van de Beierse keurvorsten, hertogen en koningen, liet de in België geboren hofbouwmeester François de Cuvilliés een theater met 560 zitplaatsten in rococostijl optrekken. In de begintijd deed het theater dienst als operapodium, waar vooral Italiaanse opera’s opgevoerd werden.

In de Tweede Wereldoorlog werd het Residenztheater verwoest. In 1951 werd op de funderingen van het oude theater het nieuwe Residenztheater gebouwd, met 1000 zitplaatsen dit keer. Het rococo-interieur van het oude theater was gespaard gebleven en werd in een vleugel van de residentie geplaatst, die werd omgedoopt tot Cuvilliés-Theater.

Sinds 1833 worden het Residenztheater en het Cuvilliés-Theater bespeeld door Das Bayerische Staatsschauspiel. De Staatsschauspiel is tot op de dag van vandaag een van de belangrijkste en meest toonaangevende toneelgezelschappen in de Duitstalige wereld. Het gezelschap heeft een reeks aan prominente regisseurs en acteurs aan zich weten te binden, waaronder Andrea Breth, Frank Castorf, Stephan Rottkamp, Johan Simons, Herbert Fritsch en natuurlijk de huidige intendant Martin Kušej.

CREDITS

tekst
Rainer Werner Fassbinder
regie
Martin Kušej
toneelbeeld
Annette Murschetz
kostuums
Heidi Hackl
muziek
Jan Faszbender
licht
Tobias Löffler
dramaturgie
Andreas Karlaganis
met
Bibiana Beglau (Petra von Kant)
Elisabeth Schwarz (Valerie von Kant, haar moeder)
Elisa Plüss (Gabriele von Kant, haar dochter)
Michaela Steiger (Sidonie von Grasenabb, haar vriendin)
Andrea Wenzl (Karin Thimm, haar geliefde)
Sophie von Kessel (Marlene, haar dienstmeid)
productie
Residenztheater