Double bill van Rob Zuidam vol hoop, weemoed en devotie

Troparion & Suster Bertken

Rob Zuidam

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Componist Rob Zuidam heeft altijd al een fascinatie voor getroubleerde vrouwfiguren gehad. In deze eerste samenwerking met Pierre Audi worden er twee opgevoerd. Suster Bertken verhaalt over het wonderlijke leven van de kluizenares Berta Jacobs, die zich inmetselde in de Utrechtse Buurkerk om zich aan God te wijden. Dit werk uit 2010 wordt nu voor het eerst geënsceneerd, in combinatie met het gloednieuwe Troparion, dat Zuidam schreef voor de alt Helena Rasker, de jonge violiste Liza Ferschtman en een klein instrumentaal ensemble. Het stuk gaat over een vrouw die haar tranen op een dode tak laat vloeien in de hoop dat God er nieuw leven in blaast. Volgens Zuidam vertelt het over ‘hoop en weemoed en het onvermogen om een brug te slaan tussen verleden en toekomst’.

Programma

CREDITS

muziek
Rob Zuidam
regie
Pierre Audi
toneelbeeld
Christof Hetzer
dirigent
Reinbert de Leeuw
alt
Helena Rasker
sopraan
Katrien Baerts
bariton
Hubert Claessens
viool
Liza Ferschtman
bariton saxofoon
Hubert Claessens
uitvoering
Asko|Schönberg
coproductie
Holland Festival
Delft Chamber Music Festival (Troparion)
met steun van
Fonds Podiumkunsten

Muzikaal is Zuidam op zijn best als hij Bertkens religieus verhevigde gemoedstoestanden uitdrukt.

NRC Handelsblad

Achtergrondinformatie

Dit double bill-programma van componist Rob Zuidam (1964) biedt twee originele muziektheaterwerken vol hoop, weemoed en devotie. Suster Bertken (2010), over het wonderlijke leven van de kluizenares Berta Jacobs, wordt voor het eerst geënsceneerd uitgevoerd. Daarnaast is er de wereldpremière van Troparion, dat Zuidam schreef voor de alt Helena Rasker, de violiste Liza Ferschtman en een klein instrumentaal ensemble. Zuidams muziek was al verschillende keren in het Holland Festival te beluisteren, maar hij werkte nog niet eerder direct samen met Pierre Audi. Die wederzijds gekoesterde wens komt nu eindelijk uit: beide werken worden door Audi geregisseerd.

 

Afgaande op zijn opera’s heeft Rob Zuidam een fascinatie voor onorthodoxe vrouwen. Freeze (1994) ging over Patricia Hearst, de krantenerfgenaam die gekidnapt werd en vervolgens samen met haar ontvoerders een bank beroofde; in Rage d’amours (2005)  voerde hij Johanna de Waanzinnige ten tonele, die het lichaam van haar man Philips de Schone na diens dood nog jaren bij zich hield. Ook in de beide stukken in deze double bill spelen bijzondere dames de hoofdrol.

 

Troparion gaat over een vrouw die haar tranen op een dode tak laat vloeien, in de hoop dat God hem nieuw leven zal inblazen en er nieuwe bladeren, bloemen en vruchten aan zullen verschijnen. Ze vertelt verhalen uit de middeleeuwse Legenda aurea en uit kronieken van Byzantijnse heiligenlevens, waarin dode takken op wonderbaarlijke wijze opnieuw tot leven komen en hele streken voorzien worden van het meest copieuze fruit. Het is, aldus Zuidam, “een verhaal over hoop en weemoed, over gevangen zitten in het heden, en het onvermogen om een brug te kunnen slaan tussen het verleden en de toekomst.” Zuidam heeft Troparion geschreven op de stem van alt Helena Rasker, en met violiste Liza Ferschtman in gedachten, die een prominente rol speelt in het instrumentale ensemble. De partituur biedt de mogelijkheid om het ensemble in de regie te betrekken.

 

Suster Bertken (2010), een eenakter in zeven delen, is gebaseerd op het historische verhaal van de kluizenares Berta Jacobs (ca. 1426-1514), die zich rond haar dertigste liet inmetselen in een nis van de Utrechtse Buurkerk. Haar ‘kluis’ had twee vensters: één naar binnen, om de mis te volgen, en één naar buiten, om leeftocht in ontvangst te nemen en passanten van goede raad te voorzien. Op die luttele vierkante meters bereikte Suster Bertken de gezegende leeftijd van 87 jaar. Behalve met bidden hield zij zich bezig met schrijven, wat ongebruikelijk was voor een vrouw. Dat haar werk populair was blijkt uit de verschillende herdrukken, en Zuidam heeft uit haar geschriften geput om het libretto samen te stellen.

 

De opera heeft slechts twee personages: Bertken zelf en prior Dirck van Malsen, die in het derde deel de requiemmis voor haar opdraagt, zoals gebruikelijk was bij een inkluizing – vanaf dat moment was zij immers dood voor de wereld. Vanaf het vijfde deel gebruikt Zuidam de tekst van Bertkens Kersttractaet, over de geboorte van Jezus vanuit het perspectief van Maria, waarin in steeds extatischere bewoordingen een proces van vereenzelviging op gang komt. Zozeer dat in het zesde deel het gevoel je bekruipt, aldus Zuidam, “dat het toch eerder Suster Bertkens borsten zijn waaraan de Heiland zich laaft.” De geboorte van Jezus valt samen met het overlijden van Suster Bertken; in de gedaante van twee jongenssopranen zingt Hij Zijn moeder toe in een voorafschaduwing van Zijn eigen kruisdood.

 

Net als bij de concertante première in de ZaterdagMatinee wordt Suster Bertken uitgevoerd door Asko|Schönberg onder leiding van Reinbert de Leeuw met in de hoofdrollen sopraan Katrien Baerts en bariton Hubert Claessens.

Biografieën

Rob Zuidam (1964) is een Nederlandse componist. Hij studeerde van 1984 tot 1989 compositie aan het Rotterdams Conservatorium bij Philippe Boesmans en Klaas de Vries. Hij vervolgde zijn studie aan het Tanglewood Music Center bij Lukas Foss en Oliver Knussen. Daar ontving Zuidam de Koussevitzky Composition Prize voor Fishbone en een Leonard Bernstein Scholarship. Verschillende van zijn werken werden uitgevoerd tijdens het Festival for Contemporary Music in Tanglewood, en in 1999 keerde hij er terug als artist in residence. In 2010 was hij gastdocent aan de universiteit van Harvard. Zuidam wordt wereldwijd geroemd om zijn behandeling van de zangstem, en vaak heeft ook zijn instrumentale muziek een vocale kwaliteit. Hij componeerde onder meer de opera's Freeze (1993-1994), Rage d'amours (2002-2003), waarvan de Europese première in 2005 plaatsvond tijdens het Holland Festival, Adam in ballingschap (2009), die tijdens het Holland Festival in première ging, en Suster Bertken (2010); het vierluik Trance Symphonies (1991-1998); en de liederencycli McGonagall-Lieder (1997-2000) voor coloratuursopraan en ensemble en Canciones del alma (2012). Ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Messiaen componeerde hij in 2008 Adam-Interludes in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest. Zuidams werk werd uitgevoerd door het Koninklijk Concertgebouworkest, het Residentie Orkest, het Ensemble Modern, London Sinfonietta, Asko|Schönberg, het Nederlands Kamerkoor en Boston Symphony Orchestra, geleid door dirigenten als Reinbert de Leeuw, Oliver Knussen, Ingo Metzmacher, Peter Ruzicka, Stefan Asbury, Brad Lubman, Markus Stenz en Richard Dufallo. Zuidams artikelen over muziek verschenen onder meer in NRC Handelsblad. Klaus Umbach, criticus van Der Spiegel, noemde Zuidam in 1994 naar aanleiding van de opera Freeze “ein genialischer Hund”.

 

Helena Rasker is een Nederlandse alt. Zij studeerde in 1994 cum laude af aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en vervolgde haar studie aan het Tanglewood Music Center. Daarna studeerde ze bij Diane Forlano in Londen; tegenwoordig is Margreet Honig haar zangcoach. Rasker heeft een uitgebreid repertoire dat zich uitstrekt van barok tot modern, en van kamermuziek tot oratorium en opera. Ze heeft gezongen in grote werken als de Hohe Messe van Bach, de Kindertotenlieder van Mahler en oratoria van Vivaldi, Haydn en Dvořák. Zij heeft opgetreden met gezelschappen als het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Radio Filharmonisch Orkest, London Sinfonietta, het Scottish Chamber Orchestra, Les Musiciens du Louvre, Europa Galante, het Orchestre Philharmonique de Radio France, het Orchestre de la Suisse Romande, de Bamberger Symphoniker, het SWR Sinfonieorchester Baden Baden und Freiburg en Asko|Schönberg. Daarbij werkte ze met dirigenten als Marc Minkowski, Fabio Biondi, Michel Corboz, Reinbert de Leeuw, Ingo Metzmacher, Oliver Knussen, Yannick Nézet-Séguin, Marc Albrecht, Jaap van Zweden, Otto Tausk, Peter Neumann en Stefan Asbury. Rasker zong rollen in verschillende operaproducties, zoals Claude Viviers Rêves d’un Marco Polo in het Holland Festival in 2004, Lola in Cavalleria rusticana van Mascagni bij Opera Zuid, de Dritte Dame in Mozarts Zauberflöte bij Opera Alden Biesen, en de 2. Solostimme aus dem brennenden Dornbusch in Schönbergs Moses und Aron o.l.v. Pierre Boulez bij De Nederlandse Opera. Ook zong zij in de premières van Michel van der Aas After Life (Bryna Pulmann) en Rob Zuidams Adam in ballingschap (Michaël), beide tijdens het Holland Festival. Daarnaast heeft Rasker meegewerkt aan verschillende cd-opnames.

 

Katrien Baerts is een jonge Belgische sopraan. Ze studeerde muziektheorie, viool en zang aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel, bij onder anderen Beatrijs De Vos en Dina Grossberger. In 2008 behaalde ze met grote onderscheiding haar diploma en vervolgde haar studie bij Valérie Guillorit aan de Dutch National Opera Academy, waaraan ze in 2010 afstudeerde. Daar vertolkte ze rollen als Annio in Mozarts La clemenza di Tito, Miss Wordsworth in Brittens Albert Herring, Despina in Mozarts Così fan tutte, en Amore en Valletto in L'incoronazione di Poppea van Monteverdi. In 2010 maakte ze haar debuut in het Amsterdamse Concertgebouw in de titelrol van Rob Zuidams Suster Bertken o.l.v. Reinbert de Leeuw, en zong ze Johanna II in Zuidams Rage d'amours bijhet Residentie Orkest, naast o.a. Claron McFadden. Als concertzangeres omvat haar repertoire zowel klassieke oratoria, zoals het Weihnachtsoratorium van Bach, als hedendaagse muziek. In 2012 zong ze op het Festival de Saintes in Frankrijk de Sieben frühe Lieder van Alban Berg met het kamermuziekensemble Het Collectief o.l.v. Reinbert de Leeuw. In het Concertgebouw Amsterdam zong ze de wereldpremière van Zuidams Canciones del alma en in het Muziekgebouw aan 't IJ bracht ze diens McGonagall Lieder o.l.v. dirigent Oliver Knussen. Baerts geeft ook regelmatig recitals met pianist Bart Verheyen. In 2011 behaalde ze de halve finale tijdens de prestigieuze Koningin Elisabethwedstrijd.

 

Hubert Claessens studeerde solozang bij Mya Besselink aan het Conservatorium van Maastricht en volgde daarnaast de opleidingen muziekdrama en saxofoon. In 1986 sloot hij zijn zangstudie en zijn klassieke saxofoonstudie tegelijkertijd af, beide met onderscheiding. Bij de Koningin Elisabethwedstrijd voor zang behaalde Claessens in 1988 de derde plaats en kreeg hij een speciale onderscheiding voor liedinterpretatie. In 1984 debuteerde hij bij De Nederlandse Opera met een rol in I vespri Siciliani van Verdi o.l.v. Edo de Waart. In de seizoenen daarop zong hij onder andere in Parsifal en Die Meistersinger van Wagner, Mozarts Così fan tutte, in La bohème van Puccini en Pelléas et Mélisande van Debussy. Tijdens de Salzburger Festspiele van 1986 nam Claessens deel aan de wereldpremière van Penderecki's Die schwarze Maske. Ook zong hij de hoofdrol in Leonard Bernsteins laatste opera A quiet place en Erminio in Il trionfo dell'onore van Scarlatti. Bij de Nationale Reisopera was Claessens te horen in onder meer Orfeo van Monteverdi, Un ballo in maschera van Verdi, Rob Zuidams Adam in ballingschap en Legende van Peter-Jan Wagemans. Naast zijn opera-activiteiten is Claessens ook in concerten en oratoria te beluisteren en zingt hij regelmatig liedrecitals. Als saxofonist begeleidde hij samen met pianist Hans Eijsackers mezzosopraan Xenia Meijer op haar tournee langs de grote concertzalen van Europa. Claessens is ook als dirigent actief bij onder meer het Noordhollands Philharmonisch Orkest, de Beethoven Academie en de Grande Ecurie et Chambre du Roy. Hij werkte regelmatig met La Petite Bande o.l.v. Sigiswald Kuijken en maakte met hen verscheidene cd-opnames en tournees door Japan en Europa.

 

Liza Ferschtman (1979) is een Nederlandse violiste. Zij is de dochter van cellist Dmitri Ferschtman en pianiste Mila Baslawskaja. Ferschtman begon haar vioolstudie als vijfjarige bij Philip Hirschhorn. Ze volgde masterclasses bij Yvry Gitlis, Igor Oistrach en Aaron Rosand en studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Qui van Woerdekom en in Amsterdam bij Herman Krebbers. Ze sloot haar studie af bij Ida Kavafian aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia en bij David Takeno aan de Guildhall School of Music in Londen. De afgelopen seizoenen trad zij in binnen- en buitenland op met orkesten als het Koninklijk Concertgebouworkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Yomiuri Nippon Symphony Orchestra, het Orchestre d’Auvergne, La Orquesta Sinfonia del Pricipado de Asturias, het Sloveens Radio Orkest en het European Union Youth Orchestra. Ze werkte daarbij samen met dirigenten als Gianandrea Noseda, Tatsuya Shimono, Leonard Slatkin, Lev Markiz, Jaap van Zweden, Christoph von Dohnányi, Frans Brüggen en Shlomo Mintz. Ferschtman is ook actief als kamermusicus en treedt in die hoedanigheid op op belangrijke podia in Europa en de Verenigde Staten. Vorig jaar maakte zij een succesvolle recitaltournee met pianist Enrico Pace, en in mei 2013 voerde Ferschtman in het Muziekgebouw aan 't IJ de complete werken voor soloviool van Bach uit. Ook is ze sinds 2007 artistiek leider van het Delft Chamber Music Festival. Ferschtman heeft verschillende cd’s uitgebracht. Haar dubbel-cd met pianist Bas Verheijden uit 2004 werd in muziektijdschrift Luister met een 10 beoordeeld. Samen met haar vader, cellist Dimtri Ferschtman, maakte ze een cd met werken van Kodaly, Schulhoff en Ravel. In november 2006 ontving Liza Ferschtman de Nederlandse Muziekprijs, de hoogste muziekonderscheiding die door het Ministerie van OCW wordt toegekend.

 

Asko|Schönberg, toonaangevend ensemble voor nieuwe muziek, voert in verschillende bezettingen muziek uit de 20e- en 21e-eeuw uit. Deze muziek is niet alleen van grote, gevestigde namen als Andriessen, Goebaidoelina, Kagel, Kurtág, Ligeti, Rihm en Stockhausen, maar ook van jongere componisten als Van der Aa, Padding, Widmann en Zuidam, en van de jongste generatie, van wier muziek de inkt nog nat is. Maar ook de grondleggers van de twintigste-eeuwse muziek komen ruimschoots aan bod: van Weill tot Schönberg en van Stravinsky tot Messiaen. Dit alles vindt plaats in series als de Donderdagavondserie-PROMS in Muziekgebouw aan 't IJ en Tijdgenoten in het Concertgebouw in Amsterdam, in gastoptredens in de NTR ZaterdagMatinee, het Holland Festival, De Nederlandse Opera en in co-producties met het Nationale Toneel, de Veenfabriek en Muziektheater Transparant. Het ensemble treedt op in een keur aan concertzalen in binnen- en buitenland en speelt regelmatig in festivals in o.a. Keulen, Krakau en Parijs. De afgelopen seizoenen waren er optredens in Melbourne, Londen (Barbican Centre), Parijs (Cité de la Musique), Los Angeles (Walt Disney Concert Hall) en New York (Carnegie Hall). Ook het jongere publiek wordt niet vergeten: educatieve projecten voor zevenjarigen, compositieprojecten voor middelbare scholieren en samenwerking met de compositieafdelingen van conservatoria. Naast dirigent Reinbert de Leeuw en vaste gastdirigent Etienne Siebens werkt Asko|Schönberg geregeld met gastdirigenten als Oliver Knussen, Stefan Asbury, Emilio Pomárico en Peter Eótvös. Dit alles met een gedreven groep veelzijdige musici en vele gastdirigenten en solisten uit binnen- en buitenland. Asko|Schönberg is ensemble in residence bij Muziekgebouw aan ’t IJ. 

DEZE VOORSTELLING IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR