Jan Fabre verbeeldt vriendschap en vete tussen Wagner en Nietzsche in nieuw werk.

Tragedy of a Friendship

Jan Fabre, Moritz Eggert, Vlaamse Opera

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Tragisch mag de vriendschap tussen Richard Wagner en Friedrich Nietzsche gerust genoemd worden. Waren de componist van het totaalspektakel en de filosoof met de hamer aanvankelijk vol bewondering voor elkaar, later raakte de jonge Nietzsche hevig teleurgesteld in de oudere Wagner. Vervolgens maakte hij hem met de grond gelijk in twee in vitriool gedrenkte geschriften. Naast dit fascinerende verhaal over de verhouding tussen de denker en de kunstenaar heeft de Vlaamse regisseur Jan Fabre zich laten inspireren door de dertien meesterlijke opera’s die Wagner schreef. In samenwerking met schrijver Stefan Hertmans en de Duitse componist Moritz Eggert heeft hij een nieuw werk gesmeed als hommage aan een van zijn geliefde kunstenaars.

Programmaboek

CREDITS

concept, regie
Jan Fabre
compositie
Moritz Eggert
libretto
Stefan Hertmans
muzikale leiding
Moritz Eggert
dramaturgie
Miet Martens, Luc Joosten
decor
Jan Fabre
assistent scenografie
Bert Heytens
kostuums
Jan Fabre
Andrea Kränzlin
zang
Hans Peter Janssens
Lies Vandeweghe
performer
Gustav Koenings
Nikolaus Barton
Annabelle Chambon
Cédric Charron
Ivana Jozic
Kurt Vandendriessche
lichtontwerp
Jan Dekeyser
Jan Fabre
technische leiding
Arne Lievens
geluid
Tom Buys
stage kostuums
Despina Zacharopoulou
productie
Vlaamse Opera
coproductie
Troubleyn/Jan Fabre
Concertgebouw Brugge
Théâtre de la Ville Paris
Opéra de Lille en Wagner Genèva Festival
Holland Festival

Een inhoudelijk slimme en esthestisch verbluffende productie die geen moment verveelt.

cjp.be over Prometheus Landscape II

Achtergrondinformatie

In 2013 is het tweehonderd jaar geleden dat Richard Wagner geboren werd: een uitgelezen moment om de legendarische totaalkunstenaar in de spotlights te plaatsen. Op verzoek van de Vlaamse Opera bedacht theatermaker Jan Fabre een nieuw werk over Wagner, die een van zijn geliefde kunstenaars is. Fabre liet zich inspireren door Wagners dertien opera’s, maar ook door de fascinerende vriendschapsband tussen de middelbare componist en een ambitieuze jonge filosoof: Friedrich Nietzsche – een band die eindigde in een vete. Uit dat rijke oeuvre en die tragische vriendschap heeft Fabre in samenwerking met schrijver Stefan Hertmans en de Duitse componist Moritz Eggert een spannend muziektheaterwerk gesmeed, geconcipieerd als hommage aan de dikwijls verguisde Wagner.

 

Jan Fabre (1958) maakte sinds zijn regiedebuut in 1980 talloze, vaak spraakmakende voorstellingen, in het grensgebied tussen de verschillende podiumdisciplines. In 2004 regisseerde hij bij de Brusselse Munt Tannhäuser van Richard Wagner. Pianist en componist Moritz Eggert (1965) creëerde verschillende opera's en werken voor ballet en muziektheater; zijn werk is met verscheidene prijzen bekroond. Ook maakte hij de muziek voor de openingsceremonie van het WK voetbal in Duitsland in 2006. Dichter en schrijver Stefan Hertmans (1951) heeft verschillende toneelteksten op zijn naam staan en hield zich in zijn vele essays vaak bezig met het theater – bijvoorbeeld in de bundel Het zwijgen van de tragedie uit 2007. Hij heeft zich bovendien uitgebreid verdiept in het werk van Nietzsche. In zijn tekst voor deze productie ontwikkelt Hertmans het idee dat Nietzsche (1844-1900) en Wagner (1818-1883) in zekere zin elkaars alter ego vormden. Zij bewonderden elkaar, in ieder geval in het begin, en zagen in de ander tegelijkertijd iets terug dat zich moeilijk liet accommoderen. Nietzsche was een denker en schrijver die muziek het allerhoogste vond en die zelf ook componeerde; Wagner was de gevierde componist die graag zelf zijn libretti schreef en vele opstellen publiceerde, soms van bedenkelijke signatuur. Lag het niet voor de hand, oppert Hertmans, dat hun identificatiedwang ten slotte in haat zou eindigen?

 

Want wat begint als een idylle, eindigt als een hel. Aanvankelijk ziet Nietzsche Wagner als degene die een renaissance in de Duitse kunst teweeg kan brengen, waarin het Griekse (maar in feite nietzscheaanse) ideaal zal prevaleren boven het christelijke. Omgekeerd ziet Wagner in de jonge wijsgerige fan de volmaakte legitimatie van zijn intellectuele pretenties. Wanneer Nietzsche bij een bezoek aan Bayreuth de dweperige Wagnercultus ervaart ontstaan er haarscheurtjes in zijn bewondering; en met Wagners zwanenzang, het christelijke verlossingsdrama Parsifal (1882), is voor hem de maat vol. Pas na de dood van Wagner lanceert Nietzsche zijn in vitriool gedrenkte requisitoir tegen de componist: Der Fall Wagner (1888) en Nietzsche contra Wagner (gepubliceerd in 1895) zijn vernietigende geschriften. Het was zijn laatste woord: vlak na het schrijven ervan, in 1889, stortte Nietzsche psychisch in.

 

Het was niet voor het eerst en ook niet voor het laatst dat een kunstenaar en een filosoof met elkaar in de clinch lagen – met elkaar, én met de ander in zichzelf. Het probleem is minstens zo oud als Plato, een begenadigd schrijver die de poëzie vurig bestreed en waarschuwde voor de opruiende kracht van muziek. Gevangen tussen denken en dromen: de tragedie van de vriendschap tussen Wagner en Nietzsche, suggereert deze voorstelling, is wellicht de tragedie van alle kunst.

Biografie

Jan Fabre (Antwerpen, 1958) staat in binnen- en buitenland bekend als een van de meest vernieuwende en veelzijdige kunstenaars van zijn generatie. Hij heeft zich de voorbije 30 jaar geprofileerd als performancekunstenaar, theatermaker, choreograaf, operamaker, theaterauteur en beeldend kunstenaar. In elk genre dat hij bespeelt, verlegt hij grenzen — al die jaren is zijn artistieke parcours constant. Hij studeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en het Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en Ambachten in Antwerpen. Alle werken van beeldend kunstenaar Jan Fabre verwijzen naar een geloof in het kwetsbare lichaam, het verdedigen ervan, kijken naar de mens en daarbij de vraag stellen hoe die in de toekomst kan overleven. Door de jaren heen vormde hij een eigen universum met wetten en regels; terugkerende personages, symbolen en motieven. In 2007 maakte hij de installatie Ik spuw op mijn eigen graf voor de Biënnale van Venetië. In 2008 maakte hij voor het Louvre dertig grote installaties, als weerwoord aan de Vlaamse, Hollandse en Duitse meesters in de Richelieuvleugel. In 2011 was een omvangrijke tentoonstelling van en over Fabre te zien in het Kröller-Müller Museum. Fabres oeuvre is onderscheiden met talloze prijzen, waaronder de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Beeldende Kunst in 1992, de Premio Pino Pascali van het Museo d'Arte Contemporanea Polignano a Mare in Bari in 2008, en de Internationale Kunst prijs van de Stichting Cristóbal Gabarrón in Valladolid in 2009. Datzelfde jaar ontving hij een eredoctoraat van de Universiteit Antwerpen. Fabre werd in 2004 benoemd tot Grootofficier in de Kroonorde en in 2007 tot Commandeur in de Orde van Leopold II.

 

Eind jaren 70 maakt de nog heel jonge Jan Fabre furore als performance kunstenaar; tijdens zijn Money performances steekt hij pakken geld van het publiek in brand om met de as tekeningen te maken. In 1980 regisseerde hij zijn eerste van vele theatervoorstellingen, Theater geschreven met een K is een kater. Hij brak internationaal door met twee marathonvoorstellingen in 1982 en 1984, Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was, en De Macht der theaterlijke dwaasheden, die momenteel in met een nieuwe cast weer op het repertoire staan. Nog immer onderzoekt en breekt hij met de codes van het bestaande theater door er real time performance in te brengen – ‘levende installaties’ noemt men ze soms; dan weer ondervraagt hij het medium dans in een poging om de choreografische mogelijkheden om de dans te verrijken.

DEZE VOORSTELLING IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR