Voorstelling over een danseres en een jongen die proberen te ontsnappen. aan het verhaal dat voor hen geschreven is.

The Pyre

Gisèle Vienne

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

De Frans-Oostenrijkse theatermaker Gisèle Vienne creëerde met The Pyre een spiegelpaleis waarin niets is wat het lijkt. Waarin het abstracte en het concrete elkaar constant reflecteren. Danseres Anja Röttgerkamp beweegt zich in een pulserend lichtontwerp dat doet denken aan het neon van de nachtelijke metropool, een vervreemdende omgeving die wordt versterkt door een complexe soundscape. Ontdaan van alle realiteit wordt de danseres ver­heven tot een icoon voor de 21e-eeuw. Vanuit deze spannende abstractie beweegt het stuk zich naar een concreet verhaal over een jongen en de danseres. Samen proberen zij te ontsnappen aan het verhaal dat voor hen is geschreven.

Programma

CREDITS

concept, regie, choreografie,scenografie
Gisèle Vienne
muziek, live performance, klankregie
KTL (Stephen O'Malley, Peter Rehberg)
tekst
Dennis Cooper
licht
Patrick Riou
kostuums
José Enrique Ona Selfa
video
Robin Kobrynski
concept toneelbeeld
Designgroup Professional GmbH / LED Lightdesign Producer
Designgroup Professional Germany
uitvoering, gecreëerd in samenwerking met
Anja Röttgerkamp
Lounès Pezet
coproductie
Opéra de Lille
Le Parvis/Scène National de Tarbes
Centre Pompidou
Les Spectacles Vivants
IRCAM
Comédie de Caen
Centre Dramatique National de Normandie
Festival Automne en Normandie
Scène nationale d'Evreux
Bonlieu Scène nationale
coproductie
La Bâtie Genève
Centre de Développement Chorégraphique-Toulouse
Centre Dramatique National Orléans Loiret Centre
CCN d’Orléans
Malta Festival-Poznan
Holland Festival
International Summer Festival-Hamburg
Künstlerhaus Mousonturm
Next Festival
Eurometropolis Lille-Kortrijk-Tournai en Valenciennes
BIT Teatergarasjen
Festival de Otoño a Primavera
IDEOLOGIC ORGAN
Designgroup Professional Gmb
met steun van
Festival Actoral
The Swedish Arts Council
Kaaitheater
La Monnaie/DeMunt
P.O.L.
in het kader van
TRANSFABRIK

One of the most provocative and truly disturbing pieces of theatre you're likely to see.

The Herald (Edinburgh) over The Jerk

Achtergrondinformatie

De Frans-Oostenrijkse beeldend kunstenaar en theatermaker Gisèle Vienne (1976) maakt haar debuut op het Holland Festival met de voorstelling The Pyre (De Brandstapel). De muziek wordt live gespeeld door het duo KTL (Stephen O’Malley en Peter Rehberg) en de voorstelling komt tot stand in samenwerking met performer Anja Röttgerkamp en een jonge medespeler, Lounès Pezet. De compromisloze Amerikaanse schrijver en performancekunstenaar Dennis Cooper is verantwoordelijk voor de tekst.

 

Vienne studeerde filosofie en schoolde zich als poppenspeler op de l’École Supérieure Nationale des Arts de la Marionnette. Tien jaar lang maakte ze performances in theater en expositieruimtes. In haar werk vermengt ze abstracte, figuratieve en verhalende elementen met fascinerend en ontregelend poppen- en objecttheater, vaak gebaseerd op de lugubere teksten van Cooper. Zoals Jerk, solo for a puppeteer (2008), een maniakale serialkiller-monoloog met een kinderlijke handpop, of de radicale productie This is how you will disappear (2010), waarbij ze een bos integraal op het podium liet verschijnen, inclusief echte bomen en levende roofvogels.

 

In The Pyre onderzoekt Vienne, in nauwe samenwerking met Röttgerkamp, Cooper, O’Malley en Rehberg, de dynamische spanning tussen de concrete uitdrukking van het lichaam en de mogelijkheden om het lichaam van zichzelf te bevrijden. The Pyre is een spiegelpaleis waar niets is wat het lijkt. Vienne: “Ons doel is om de intensiteit, die ontstaat door de spanning tussen aanwezigheid en afwezigheid op te bouwen en vervolgens weer af te breken.”

 

Voor The Pyre gebruikten Vienne en consorten twee richtlijnen: de heilige horror en het gebruik van de abstractie. De voorstelling begint als een danssolo van Röttgerkamp tegen de achtergrond van een veelkleurig abstract, computerachtig lichtontwerp van Patrick Riou. De gehele speelruimte is bedekt met lichtgevende panelen. Het doet denken aan de desoriënterende discolampen van een nachtclub, of de architectuur en neonreclames van een nachtelijke metropool. Dit pulserende lichtontwerp dient als verlengstuk van de choreografie, waarbij het lichaam van de danseres ontdaan wordt van alle realistische kleuren en bewegingen. De vervreemding wordt versterkt door duistere soundscape van Rehberg en O’Malley met nagebootste omgevingsgeluiden, elektronica en instrumentatie, en de echte geluiden van de danser. Het lichaam van de danser wordt zo een levend schilderij waarin de specifieke bewegingstaal en gebaren, ontwikkeld door Vienne en Röttgerkamp, tot uitdrukking komen. Door deze abstractie wordt het lichaam verheerlijkt en de sterfelijke danser wordt een soort goddelijke figuur. Een nieuw icoon voor de 21e eeuw, aldus Vienne. Het fysieke lichaam van de danser suggereert zowel de aanwezigheid en afwezigheid van deze fantasie of goddelijke figuur, maar is bij ook vlagen expressieloos, verstild en leeg. Deze ontregelende paradox zorgt voor een gevoel van heilige horror, zoals schrijver Paul Valéry het noemt.

 

Het eerste deel van The Pyre draait om pure abstractie in beweging, beeld en verhaal. De danser, de ruimte en het geluid worden allemaal uit hun context getrokken. Maar tegen het einde van de voorstelling worden deze elementen weer in een nieuwe vorm gereconstrueerd. Dennis Cooper schreef een tekst, die tot op dat punt onverstaanbaar is verwerkt in de soundscape, maar die aan het eind wordt uitgesproken in een dialoog tussen Röttgerkamp en haar tegenspeler. Coopers korte verhaal wordt uitgespeeld en beide personages proberen vervolgens aan het verhaal te ontsnappen, op zoek naar de ware realiteit van hun bestaan. De overkoepelende beweging van pure abstractie naar een concreet verhaal resulteert in een adembenemend, visueel Droste-effect.

 

De voorstelling gaat in mei in première gedurende Festival Manifeste in het Centre Pompidou te Parijs. Het Holland Festival heeft de Nederlandse première. 

Biografieën

De Frans-Oostenrijkse Gisèle Vienne (1976) is choreograaf, regisseur, performer en beeldend kunstenaar. Als afgestudeerd filosoof volgde ze een opleiding voor poppenspeler aan de l’École Supérieure Nationale des Arts de la Marionnette. Tussen 1999 tot 2004 maakte ze haar eerste vier voorstellingen met Étienne Bideau-Rey. Sindsdien werkt ze nauw samen met schrijvers Dennis Cooper en Catherine Robbe-Grillet, muzikanten Peter Rehberg en Stephen O’Malley (het experimentele dark ambient noiseduo KTL), lichtontwerper Patrick Riou en acteur Jonathan Capdevielle. Sinds 2004 produceerde ze als choreograaf en regisseur de voorstellingen I Apologize (2004), Une belle enfant blonde / A young, beautiful blond girl (2005), Kindertotenlieder (2007), Jerk (2008), This is how you will disappear (2010) and LAST SPRING: A Prequel (2011). Sinds 2005 exposeert ze met regelmaat haar foto’s en installatiekunst. In 2012 was ze samen met Dennis Cooper co-curator van een onderdeel van het Un Nouveau Festival in Centre Pompidou, Parijs, getiteld TEENAGE HALLUCINATION. Met onder andere beeldende kunst, film, lezingen, performances, concerten en een installatie van het visuele werk van Cooper & Vienne, uitvoeringen van hun theaterstukken Last Spring, a Prequel (2011) en Jerk (2008) en een heropvoering van de voorstelling Them (1984) van Cooper, choreograaf Ishmael Houston-Jones en componist Chris Cochrane. Vienne woont en werkt in Parijs en Grenoble.

 

Dennis Cooper (1953) is een schrijver, dichter, criticus en performancekunstenaar. Cooper groeide op het zuiden van Californië en begon op 15-jarige leeftijd te schrijven, gefascineerd door het werk van Arthur Rimbaud, Charles Beaudelaire en de Markies de Sade. Hij studeerde poëzie aan Pasadena City College en Pitzer College in Claremont, Californië. In 1976 tot 1982 runde hij Little Caesar Magazine & Press, en van 1980 tot 1983 was hij programmadirecteur van het Beyond Baroque Literary Art Center in Venice. In 1985 verhuisde hij naar Amsterdam, waar hij begon te werken aan een monumentaal, tienjarig literair project, The George Miles Cycle: een onderling verwoven serie van vijf romans. Het eerste deel van de cyclus, Closer, won de eerste Ferro-Grumley Award. Hij schreef voor Art in America, The Advocate, The Village Voice en Artforum. Daarnaast schreef hij onder andere de romans The Sluts en God Jr. beide in 2005, een verzameling van korte verhalen getiteld Ugly Man (2009) en de roman The Marbled Swarm (2011). Hij werkt geregeld samen met theatermaker Gisèle Vienne en leverde teksten voor haar voorstellingen, waaronder I Apologize (2004), Kindertotenlieder (2007), Jerk (2008), This is how you will disappear (2010), LAST SPRING : A Prequel (2011). Het verpletterende Them (1984), een theater/performancekunstwerk van Cooper in samenwerking met choreograaf Ishmael Houston-Jones en componist Chris Cochrane, over de aidsepidemie in het New York van de jaren 80, werd in 2011 heropgevoerd. Het stuk won een Bessie Award en was een jaar later te zien tijdens het Springdance Festival in Utrecht. Cooper woont deels in Los Angeles en Parijs.

 

De band KTL bestaat uit gitarist/producer Stephen O’Malley (Seattle, 1974) en producer/programmeur Peter Rehberg (Londen, 1968). O’Malley is in underground kringen bekend van zijn noise- en droneband Sun O))), de doommetalformaties Burning Witch en Khanate, en als medeoprichter van het experimentele Amerikaanse metallabel Southern Lord. Sinds 1982 maakt Rehberg onder zijn alias Pita zeer radicale, experimentele computermuziek. Tevens runt Rehberg het platenlabel Editions Mego en won hij in 1999 de Prix Ars Electronica Distrinction Award. Hun eerste collaboratie kwam tot stand toen ze door theatermaker Gisèle Vienne en schrijver Dennis Cooper benaderd werden voor een muzikale bijdrage aan de voorstelling Kindertotenlieder (2007). Deze duistere soundtrack smaakte naar meer. Na de productie bleven ze samenwerken onder de naam KTL en produceerden ruim 20 live en studioalbums. De psychedelische dark ambient noise van KTL is vrijwel geheel geïmproviseerd met flarden metal, drone, vervormde samples en elektronica. O’Malley en Rehberg omschrijven hun muziek zelf als een “bedreigende, vernieuwende samenwerking waarin de parallelle werelden van extreme computermuziek en Black Metal samenvloeien.” 

DEZE VOORSTELLING IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR