Marathonuitvoering van het magnum opus van de Schotse componist James Dillon, een unieke belevenis.

Nine Rivers

James Dillon, Asko|Schönberg, Slagwerk Den Haag, Cappella Amsterdam

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Drie van Nederlands beste ensembles en de virtuoze Amerikaanse slagwerker en dirigent Steven Schick wagen zich aan een marathonuitvoering van het magnum opus van de Schotse componist James Dillon. Nine Rivers bestaat uit negen delen voor uiteenlopende bezettingen, variërend van slagwerksolo en a capellazang tot strijkers en elektronica. Het stuk thematiseert de rivier als metafoor voor tijd en herinnering en speelt met het geheugen van de luisteraar. Voor Nine Rivers putte Dillon inspiratie uit Rimbauds gedicht Le Bateau Ivre. Zoals de losgeslagen boot zich in dit beroemde gedicht over de rivier naar zee stort, zo beweegt de muziek van Dillon zich in één doorlopend ritueel van gewichtsloze hyperactiviteit via onheilspellende horror naar Wagneriaanse grandeur.
Programmaboek

Tickets

Deel 2– La Coupure vindt plaats in het Bimhuis. U heeft de keuze om dit deel van het concert bij te wonen van 18.30 - 19.30 uur, of van 20.00 - 21.00 uur. Indien u online kaarten wenst te bestellen, kiest u hiernaast voor de bovenste optie (start 17.00) als u het vroege concert in het Bimhuis wilt bezoeken; als u het latere concert wilt bezoeken, kiest u voor de onderste optie (start 17.01 uur).

Het is ook mogelijk de drie delen van dit concert apart te bezoeken. Voor ieder deel zijn losse kaarten a € 10,- verkrijgbaar aan de kassa van het Muziekgebouw aan 't IJ (open van 15.30 - 21.30 uur).

The cumulative power of it all is massive, the range of musical experience vast.

The Guardian

CREDITS

muziek
James Dillon
dirigent, slagwerk
Steven Schick
dirigent (VIRIDITAS)
Daniel Reuss
klankontwerp
Jaime Oliver, William Brent
video design
Ross Karre
uitvoering
Asko|Schönberg
Cappella Amsterdam
Slagwerk Den Haag
productie
Holland Festival

Achtergrondinformatie

De Schotse componist James Dillon (1950) houdt van grote structuren die meerdere afzonderlijke composities bijeenhouden. Zijn magnum opus is Nine Rivers, een omvangrijke cyclus van negen werken die onderling verbonden zijn door een reeks thema's en ‘tropen’, zoals transformatie en de rivier als metafoor voor de tijd. De totale duur is drieënhalf uur. Een van de redenen om het enorme karwei aan te vangen was Dillons frustratie over de versnippering in het concertformat, waarin vaak ongerelateerde composities bijeen worden gebracht. Het was zijn wens om een concertavond als geheel te concipiëren. Net als bij de wereldpremière in Glasgow in 2010 wordt Nine Rivers in het Holland Festival op één avond uitgevoerd. Deel 1 en deel 3, die beide weer uit meerdere korte delen bestaan, klinken in het Muziekgebouw aan ’t IJ en deel 2, dat wordt gevormd door de lange slagwerksolo La coupure, in het Bimhuis.



Dillon componeerde het eerste werk van Nine Rivers in 1982 en voltooide de cyclus in 1999. De losse delen gingen meestal als zelfstandig werk in première. Tot in 2010 het tegendeel bewezen werd, gold een integrale uitvoering van de cyclus als praktisch onhaalbaar. De bezetting van Nine Rivers, bekroond met de Large-Scale Composition Prize van de Royal Philharmonic Society, vraagt om een groot ensemble van hout- en koperblazers, percussie, toetseninstrumenten, harp, strijkers en elektronica. De uitvoerenden in het Holland Festival zijn Asko|Schönberg, Slagwerk Den Haag en Cappella Amsterdam, onder leiding van dirigent/slagwerker Steven Schick, die ook de solo La coupure voor zijn rekening neemt.



Nine Rivers is een fabel over verzonnen wateren, over feeën en slangengoden, een melancholie van de stroom, een requiem voor vergiftigde rivieren, een odyssee, een geheugentheater…” Deze wilde omschrijving uit Dillons oorspronkelijke synopsis van de cyclus maakt duidelijk dat Nine Rivers muziek is die buiten haar oevers treedt. Maar ook, afgaande op de vloeibare metaforen, dat de thematische organisatie ervan hecht is. Dillon begon aan Nine Rivers te werken vanuit een aantal losjes gerelateerde thema's en ideeën: allereerst dat van de rivier als een metafoor voor de tijd. Een beroemde verwoording van die metafoor is het epigram van de antieke Griekse filosoof Herakleitos: “niemand stapt twee keer in dezelfde rivier.” In een ander, minder bekend epigram vergelijkt Herakleitos de tijd met “een kind dat het damspel speelt”. Waar het eerste aforisme wijst op constante verandering, suggereert het tweede dat toeval een belangrijke rol speelt in de kosmos; beide ideeën liggen ten grondslag aan Nine Rivers. Een derde uitgangspunt voor Dillon vormde het gedicht Le bateau ivre van Rimbaud, waarin een losgeslagen boot over een wilde rivier op de oceaan afstevent.



De cyclus is onderverdeeld in drie delen van ongeveer gelijke duur, die geassocieerd worden met de drie hoofdstadia in de alchemistische transformatie van materie: ‘leukosis’ (wit worden), ‘iosis’ (rood worden) en ‘melanosis’ (zwart worden). In de alchemie is iosis het laatste stadium: de kleur rood werd zowel met goud als met de steen der wijzen geassocieerd. De drie delen van Nine Rivers representeren verschillende stadia in de transformatie van klankkleur die in het werk worden doorlopen. Daarnaast zijn er parallelle transformaties van muzikale figuren en van de ruimte, beginnend in de roosterachtige organisatie van East 11th St NY 10003 (1982) voor zes slagwerkers en uitmondend in de ogenschijnlijke chaos van Oceanos (1985-1996) voor zestien zangers, kamerensemble en elektronica.



Het vijfde werk, La coupure (dat in zijn eentje het tweede deel, ‘Iosis’, vormt), werd als laatste voltooid. Met een duur van ongeveer een uur is het veruit de langste individuele compositie van de cyclus, waarin het de centrale plaats inneemt en het enige werk dat voor één enkele uitvoerende is geschreven, te weten een slagwerker. Daarnaast doet in La coupure live elektronica haar intrede – het werk ‘snijdt in,’ aldus Dillon, in de akoestische klankwereld van het eerste deel. De cyclus vindt zijn apotheose heel toepasselijk in Oceanos, dat zijn naam ontleent aan de rivier der rivieren die volgens de Griekse mythologie rond de aarde stroomt.

Biografieën

James Dillon (1950) is een Schotse componist. Hij volgde enige tijd een kunstopleiding, maar als componist is hij autodidact. In de vroege jaren 70 studeerde Dillon Indiase muziek, en Indiase ritmische technieken keren terug in verschillende van zijn composities. Als gastdocent geeft hij les over de hele wereld en sinds 2007 is hij verbonden aan de School of Music van de University of Minnesota in Minneapolis. Halverwege de jaren 80 begon hij zijn German Triptych, waartoe onder andere helle Nacht (1987) behoort, zijn eerste werk van groot orkest. Dillon heeft verschillende op zichzelf staande werken bijeengebracht onder dergelijke grotere noemers, met als belangrijkste voorbeeld Nine Rivers (1982-1999). Dillon ontving compositieopdrachten van de BBC, het IRCAM, het Ensemble InterContemporain, de Société Philharmonique de Bruxelles, Oslo Sinfonietta en ‘Glasgow 1990 European City of Culture’.


Zijn werk wordt uitgevoerd door het BBC Scottish Symphony Orchestra, het Orchestre de Paris, het Ictus Ensemble, het Arditti Quartet en het Talea Ensemble. Zijn werk is bekroond met verschillende prijzen, waaronder de eerste prijs van het Huddersfield Contemporary Music Festival in 1978 en de Kranichsteiner Musikpreis tijdens de Ferienkurse für Neue Musik in Darmstadt in 1982, waarna hij regelmatig werd uitgenodigd om in Darmstadt nieuw werk te presenteren. Vier maal won hij compositieprijzen van de Royal Philharmonic Society: voor Traumwerk in 1997, het vijfde boek van The Book of Elements voor solo piano in 2003, voor zijn Vierde Strijkkwartet in 2005 en voor Nine Rivers in 2011. Daarmee is Dillon de meest gelauwerde winnaar in de geschiedenis van de Royal Philharmonic Society. In 2003 ontving hij een eredoctoraat van de University of Huddersfield. Dillons opera Philomela, waarvoor hij zelf het libretto schreef, ging in 2004 in première in Porto. De cd-opname ervan werd bekroond met de Grand Prix du Disque.

 

Asko|Schönberg, toonaangevend ensemble voor nieuwe muziek, voert in verschillende bezettingen muziek uit de 20e- en 21e-eeuw uit. Deze muziek is niet alleen van grote, gevestigde namen als Andriessen, Goebaidoelina, Kagel, Kurtág, Ligeti, Rihm en Stockhausen, maar ook van jongere componisten als Van der Aa, Padding, Widmann en Zuidam, en van de jongste generatie, van wier muziek de inkt nog nat is. Maar ook de grondleggers van de twintigste-eeuwse muziek komen ruimschoots aan bod: van Weill tot Schönberg en van Stravinsky tot Messiaen. Dit alles vindt plaats in series als de Donderdagavondserie-PROMS in Muziekgebouw aan 't IJ en Tijdgenoten in het Concertgebouw in Amsterdam, in gastoptredens in de NTR ZaterdagMatinee, het Holland Festival, De Nederlandse Opera en in co-producties met het Nationale Toneel, de Veenfabriek en Muziektheater Transparant.


Het ensemble treedt op in een keur aan concertzalen in binnen- en buitenland en speelt regelmatig in festivals in o.a. Keulen, Krakau en Parijs. De afgelopen seizoenen waren er optredens in Melbourne, Londen (Barbican Centre), Parijs (Cité de la Musique), Los Angeles (Walt Disney Concert Hall) en New York (Carnegie Hall). Ook het jongere publiek wordt niet vergeten: educatieve projecten voor zevenjarigen, compositieprojecten voor middelbare scholieren en samenwerking met de compositieafdelingen van conservatoria. Naast dirigent Reinbert de Leeuw en vaste gastdirigent Etienne Siebens werkt Asko|Schönberg geregeld met gastdirigenten als Oliver Knussen, Stefan Asbury, Emilio Pomárico en Peter Eótvös. Dit alles met een gedreven groep veelzijdige musici en vele gastdirigenten en solisten uit binnen- en buitenland. Asko|Schönberg is ensemble in residence bij Muziekgebouw aan ’t IJ.

 

Met een rijkdom aan stemkleuren bereikt kamerkoor Cappella Amsterdam zijn specifieke homogene klank. Sinds 1990 staat het koor onder artistieke leiding van chef-dirigent Daniel Reuss. Al vanaf de oprichting in 1970 door Jan Boeke vormt de liefde voor muziek de leidraad voor Cappella Amsterdam. Om elke compositie te laten spreken, heeft het koor zich zowel op moderne als op oude, authentieke zangtechnieken toegelegd. De nadruk in het repertoire ligt op die twee uitersten: oude meesters en moderne muziek. Speciale aandacht schenkt het koor aan werken van Nederlandse componisten, variërend van Sweelinck tot Andriessen en Ton de Leeuw. Componisten als Robert Heppener en Jan van Vlijmen hebben diverse werken speciaal voor Cappella Amsterdam gecomponeerd. Samenwerking Cappella Amsterdam werkt geregeld samen met uiteenlopende gezelschappen, ook uit andere disciplines. Zo levert het koor geregeld bijdragen aan operaproducties, zoals in 2011 met Karlheinz Stockhausens Sonntag aus Licht met de Opera van Keulen, en Dionysos van Wolfgang Rihm tijdens het Holland Festival (2010).


Naast samenwerking met Nederlandse topensembles en –orkesten, zoals het Orkest van de Achttiende Eeuw, het Koninklijk Concertgebouworkest en Asko|Schönberg, werkt het koor met de fine fleur van internationale gezelschappen zoals de Akademie für Alte Musik Berlin, het RIAS Kammerchor, musikFabrik, Il Gardellino en het Ests Philharmonisch Kamerkoor. Om kennis, repertoire en ervaring te delen, is Cappella Amsterdam mede-initiatiefnemer van Tenso, het Europees netwerk van professionele kamerkoren. Bij harmonia mundi verschijnen jaarlijks cd’s van het kamerkoor. In 2010 verscheen een opname van Golgotha van Frank Martin, in datzelfde jaar genomineerd voor een Grammy. De meest recent verschenen cd, met koorwerken van Leoš Janáček (januari 2012), is internationaal zeer goed ontvangen. Cappella Amsterdam ontving in 2009 de VSCD Klassieke Muziekprijs voor meest indrukwekkende prestatie van een klein (kamermuziek)ensemble. In 2010 werd het koor genomineerd voor de Amsterdamprijs voor de Kunst en voor de Edison Klassiek Luister Publieksprijs.

 

Sinds zijn oprichting in 1977 richten de musici van Slagwerk Den Haag zich op het spelen en ontwikkelen van hedendaagse slagwerkmuziek in de meest uiteenlopende vormen: van bestaand repertoire, via nieuwe opdrachten en samenwerking met componisten, tot onderzoek naar de grenzen en mogelijkheden van georganiseerd geluid. Als gespecialiseerd ensemble heeft Slagwerk Den Haag op dit terrein een toonaangevende positie opgebouwd in binnen- en buitenland, wat hen in de loop der jaren dan ook naar vrijwel alle landen van Europa, de Verenigde Staten, het Midden-Oosten, Japan en Korea bracht.


Het instrumentarium en de klankbronnen van Slagwerk Den Haag onderscheiden zich door een ongekende diversiteit. Net zo gevarieerd is de programmering: van specialistische laboratorium­projecten tot breed toegankelijke programma’s, van jeugdconcerten tot grootschalige (inter)nationale coproducties. Daarnaast gaat Slagwerk Den Haag graag de samenwerking aan met andere ensembles en met andere kunstdisciplines (dans, theater, beeldende kunst). Doordat de samenstelling van Slagwerk Den Haag regelmatig is vernieuwd en verjongd, heeft het ensemble niet alleen zijn grote ervaring maar ook een open karakter weten te behouden. Deze openheid kenmerkt ook de communicatiewijze waarop de musici hun concerten presenteren en waarmee ze heel diverse publieksgroepen weten aan te spreken.

DEZE VOORSTELLING IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR