Een kleine gemeenschap wordt zwaar op de proef gesteld in Jan Lauwers’ caleidoscopische drama.

Marktplaats 76

Jan Lauwers & Needcompany

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Marktplaats 76 is Jan Lauwers' donkerste verhaal voor zijn levenslustige gezelschap. Met hemzelf als verteller en leider van de plaatselijke fanfare zingt en danst Needcompany het verhaal van een dorp. Een dorp dat rouwt om de gevolgen van een tragische ontploffing op de marktplaats. Een uit de hemel gevallen reddingsboot geeft het startschot voor een overvloed aan beelden en muziek in het epische verhaal van de dorpelingen.

Rouw en verdriet, bloedschande en ontvoering, pedofilie en zelfmoord worden door de performers tot leven gebracht in een vurige gemeenschap waarin overdadige liefde, vriendschap en geluk overleven. De vragen die Lauwers in deze voorstelling stelt gaan terug naar het hart van de politiek in de eenentwintigste eeuw. Dat wat ooit een samenleving bijeenhield – traditie, religie, etniciteit, nationaliteit,… - heeft in de geglobaliseerde wereld zijn vanzelfsprekende en bindende kracht verloren. De (on)mogelijkheid van het samenleven is de cruciale inzet van Jan Lauwers’ voorstellingen van het voorbije decennium. De kamer van Isabella (2004), De Lobstershop (2006) en Het Hertenhuis (2008) – samen de Sad Face | Happy Face trilogie – zijn evenveel vertellingen over de krachten die een groep (ont)binden.

In Marktplaats 76 brengt Jan Lauwers het verhaal van de verlossing van een gemeenschap. De markt was en is nog steeds het vertrek- en eindpunt van betogingen en manifestaties, uitingen van de wil van de burger. Het is de plek van het openbare spreken. Wat de gemeenschap aangaat, gebeurt op het marktplein, en omgekeerd: wat op het marktplein gebeurt, gaat de gemeenschap aan. Met deze epische voorstelling geeft Lauwers de kans om het dorp door een soort van psychoanalyse te laten gaan.

Programma

CREDITS

tekst, regie, toneelbeeld
Jan Lauwers
muziek
Rombout Willems
Maarten Seghers
Hans Petter Dahl
kostuums
Lot Lemm
dramaturgie en ondertiteling
Elke Janssens
choreografische assistentie
Misha Downey
geluid
Ditten Lerooij
licht
Ken Hioco
Marjolein Demey
met
Hans Petter Dahl
Catherine Travelletti
Benoît Gob
Anneke Bonnema
Julien Faure
Sung-Im Her
Yumiko Funaya
Grace Ellen Barkey
Romy Louise Lauwers
Emmanuel Schwartz
Maarten Seghers
Jan Lauwers
Elke Janssens
productieleiding
Luc Galle
poppenmaker
Paul Contryn (de Maan)
techniek
Irmgard Mertens
Klaas Trekker
Elke Van Der Kelen
productie
Needcompany
coproductie
Ruhrtriennale
Burgtheater Wien
Holland Festival
met steun van
Vlaamse overheid

Met vrolijke kleuren en machtige tableaux vivants de donkerste emoties verbeelden en kanaliseren: Lauwers blijft er meester in.

Knack

Achtergrondinformatie

Regisseur Jan Lauwers schreef Marktplaats 76 uit ergernis over het gebrek aan solidariteit in onze moderne samenleving, die volgens hem een machine is geworden die op grote schaal uitsluiting, marginaliteit en onzekerheid produceert: van armen, werklozen, daklozen, illegalen, vluchtelingen en migranten.

 

In het dorp in Marktplaats 76 wonen een bakker, een slager en een loodgieter. Maar de idylle zoals we die ons misschien bij zo'n dorp voorstellen is ver te zoeken; een hechte gemeenschap die zich geschraagd weet door gedeelde tradities, religie, etniciteit en nationaliteit, is dit dorp niet meer. De inwoners hebben te maken met kwesties als incest, pedofilie, bloedschande en zelfmoord. Rond de fontein op het marktplein verzamelen zich hopen afval, rottend voedsel, stadsdieren, daklozen, bedelaars en gespuis. Hier worden alle taalregisters met elkaar vermengd: intiem, obsceen, racistisch, seksistisch, xenofoob, plat, ongepast, beledigend, scheldend, hard, agressief: de onverbloemde taal zoals we ze die sinds kort in de riolen van het internet horen spreken. En het toneel wordt naast de geijkte dorpelingen ook bevolkt door een aantal straatvegers, gemarginaliseerden die wij normaal misschien niet zien, maar hier op het toneel in hun oranje hesjes juist zeer zichtbaar zijn.

 

Hoe reageert zo’n moderne samenleving als ze geconfronteerd wordt met een catastrofe? Dat is de centrale vraag die Lauwers en zijn vaste gezelschap Needcompany hier stellen. Het stuk begint met de herdenking van een gasontploffing, waarbij een jaar eerder 24 mensen in het dorp om het leven kwamen, waaronder zeven kinderen. De herdenkingsplechtigheid loopt al snel volledig uit de hand. De rouwenden bieden tegen elkaar op om wie het meeste verdriet heeft. De pijn, zo blijkt, is niet in woorden te vatten. Alleen in de dronkenmanspraat van Anneke, de vrouw van de slager, peilen we de diepte van het verdriet. Beschonken beklaagt zij zich dat haar man Benoit geen seks meer met haar wil sinds de dood van hun dochter en sinds zij zelf door het ongeluk in een rolstoel zit. Zij spreekt hiermee niet alleen voor zichzelf. Het blijkt dat geen van de mannen meer bij hun vrouw slaapt. Alle levenskracht lijkt verdwenen te zijn uit de samenleving. Verlamd door het intense verdriet zit het dorp gevangen in een steriele omgang met elkaar, symbool voor de bredere, maatschappelijke steriliteit waarin het beschaafde, democratische westen dreigt te verzanden.

 

De gespannen sfeer tijdens de herdenkingsplechtigheid wordt nog intenser als diezelfde ochtend Oscar, de zoon van de bakkerin, zelfmoord pleegt. Tot overmaat van ramp wordt tijdens het feest, dat na de plechtigheid volgt, Pauline, de zus van Oscar, ontvoerd door de pedofiele loodgieter Alfred Signoret, met medeweten van zijn vrouw Kim-Ho, die haar eigen dochter Michèle koste wat kost wil beschermen voor haar man (achter Signoret en Kim-Ho gaan duidelijk de figuren van Marc Dutroux en zijn vriendin Michelle Martin schuil). Niets lijkt het dorp en haar inwoners te worden bespaard. Als klapstuk komt aan het eind van de inmiddels volledig ontspoorde herdenking een schip uit de lucht vallen, als een deus ex machina. Maar dit schip met als enige inzittende de bootvluchteling Squinty blijkt uiteindelijk ook geen redding te kunnen brengen.

 

Na 76 dagen wordt Pauline teruggevonden. Signoret zal moeten boeten voor zijn daden. Wraakgevoelens mengen zich nu met het intense verdriet. Wanneer de loodgieter in de fontein valt, kijkt men de andere kant uit en laat men hem verdrinken. Vervolgens wordt hij in de nok van het theater opgehangen. Maar de wraak kan het verdriet niet stillen. Ook de straf die men voor Kim-Ho bedenkt – 76 dagen opsluiting in haar eigen huis - kan de dorpelingen geen rust en liefde bezorgen. De gemeenschap moet nog door een lange winter voordat de ‘redding’ zich onverwacht manifesteert in de figuur van Kim-Ho zelf. Terwijl de mannen niet meer bij de vrouwen slapen, kunnen zij wel terecht bij Kim-Ho, die vrijwillig de hoer speelt voor het hele dorp. De oerkracht van haar seksualiteit doorbreekt uiteindelijk de impasse. De reuzenbaby die zij baart kan van alle mannen in het dorp zijn. De baby staat symbool voor een nieuwe samenleving, die haar identiteit niet baseert op afstamming, verwantschap of herkomst, maar op de kracht van de liefde en de seksualiteit, die ons allen bindt en waardoor het dorp in Marktplaats 76 weer door kan gaan met leven.

 

Jan Lauwers zet het belang van gemeenschap en solidariteit in Marktplaats 76 kracht bij door het gebruik van groepszang en livemuziek gecomponeerd door Maarten Seghers, Hans Petter Dahl en Rombout Willems.
Het is niet de eerste keer dat er live muziek wordt gemaakt en dat de acteurs zingen in zijn stukken, maar dit gebeurde nooit op zo'n uitnodigende manier als hier en nooit was het muzikale en vocale aandeel in zijn stukken zo groot. Volgens Lauwers is de Westerse cultuur vervreemd geraakt van groepszang en van de rituele dimensie hiervan, die een heel andere vorm van uitwisseling van energie genereert dan het gesproken woord. Voor Lauwers heeft gezamenlijk zingen en musiceren in tegenstelling tot het gesproken woord te maken met feest, viering en gemeenschapszin.

Biografieën

Jan Lauwers (Antwerpen, 1957) is een Vlaams kunstenaar die zowat elk medium hanteert. De afgelopen twintig jaar werd hij vooral bekend met zijn baanbrekend theaterwerk met het gezelschap Needcompany, dat in 1986 in Brussel werd opgericht.

 

Lauwers studeerde schilderkunst aan de Kunstacademie van Gent. Eind 1979 verzamelde hij een aantal mensen rond zich in het Epigonenensemble, datin 1981 werd omgevormd tot het Epigonentheater zlv (zonder leiding van). Dit collectief verraste met concreet, direct en sterk visueel theater, waarin muziek en taal de structurerende elementen waren. Hiermee schreef Lauwers zich in de radicale vernieuwingsbeweging in Vlaanderen begin jaren 80 en brak hij ook internationaal door. Jan Lauwers ontbond het collectief in 1985 en richtte samen met Grace Ellen Barkey Needcompany op. Lauwers heeft naast theater in de loop der jaren ook een aanzienlijk oeuvre beeldend werk, films en andere projecten opgebouwd. In het voorjaar van 2006 maakte beeldend werk van hem deel uit van de tentoonstelling DARK in het museum Boijmans van Beuningen te Rotterdam. Lauwers' eerste solo-tentoonstelling was in 2007 in BOZAR (Brussel). In 2011 werd Lauwers' Last Guitar Monster getoond tijdens Time Canvas. Het nieuwste kunstwerk van Lauwers is The House of Our Fathers, een installatie die voor Lauwers de overgang vertegenwoordigt tussen het theater en de beeldende kunst. Lauwers maakte in zijn carrière ook verscheidene films en video's. Voor zijn in 2001 uitgekomen lange speelfilm The Goldfish Games won hij verscheidene internationale prijzen. In 2006 richtte Lauwers Needlapb op als 'een eenmalige ruimte voor ideeën, kanttekeningen, schetsen en losse gedachten'. Hieruit vloeiden onder meer Just for Brussels, Deconstructions en The House of Our Fathers voort, alsmede een aantal projecten van de OHNO COOPERATION, een samenwerkingsverband op het gebied van muziek, beeldend werk en performance met Maarten Seghers. Jan Lauwers werd in 2012 bekroond met het ‘Gouden Ereteken voor Verdienste aan de Republiek Oostenrijk’.

 

Jan Lauwers en Grace Ellen Barkey zijn beiden verantwoordelijk voor de grotere producties van Needcompany. De groep performers die zij de voorbije jaren hebben verzameld is uniek in zijn veelzijdigheid. De 'associated performing artists'zijn MaisonDahlBonnema (Hans Petter Dahl & Anna Sophia Bonnema), Lemm&Barkey (Lot Lemm & Grace Ellen Barkey), OHNO Cooperation (Maarten Seghers & Jan Lauwers) en het NC-ensemble met o.m. Viviane De Muynck. Zij maken allen hun eigen werk onder de vleugels van Needcompany. Sinds de oprichting van Needcompany in 1986 zijn zowel de werking als de groep performers uitgesproken internationaal. Elke productie werd sindsdien in meerdere talen gespeeld. De eerste Needcompany-producties, Need to Know (1987) en Ça va (1989) – waarvoor Needcompany de Mobil Pegasus Preis kreeg – waren nog sterk visueel, maar in volgende producties wonnen de verhaallijn en een centraal thema aan belang, hoewel de fragmentarische opbouw behouden bleef. Jan Lauwers’ opleiding als beeldend kunstenaar is bepalend voor zijn omgang met het medium theater en leidt tot een eigenzinnige, op velerlei manieren grensverleggende theatertaal, die het theater en haar betekenis onderzoekt. Eén van de belangrijkste kenmerken van deze taal is het transparante, ‘denkende’ acteren en de paradox tussen ‘acteren’ en ‘performen’. Geweld, liefde, erotiek en de dood zijn de thema's die Lauwers vanaf het begin bij Needcompany telkens herformuleert en herdefinieert. In 1994 startte Lauwers binnen Needcompany een groot project waarbij hij voor het eerst volledig als auteur naar voor trad: The Snakesong Trilogy, bestaand uit Snakesong/Le Voyeur (1994), Snakesong/Le Pouvoir (1995) en Snakesong/Le Désir (1996). In september 1997 werden Lauwers en Needcompany gevraagd voor het theaterluik van Documenta X (Kassel). Lauwers creëerde er Caligula naar Camus, het eerste deel van de diptiek No beauty for me there, where human life is rare. Met Morning Song (1999), het tweede deel van deze diptiek, wonnen Jan Lauwers en Needcompany een Obie-Award in New York. Op vraag van William Forsythe creëerde Jan Lauwers, in samenwerking met het Ballett Frankfurt de productie  eaDDogsDon’tDance/DjamesDjoyceDeaD (2000). In 2002 volgde Images of Affection, naar aanleiding van het 15-jarig bestaan van Needcompany. Onder de titel No Comment (2003) bracht Jan Lauwers vervolgens drie monologen en een danssolo, met teksten van Josse de Pauw, Charles Mee en Lauwers zelf. In 2004 bracht Needcompany de voorstelling De kamer van Isabella (2004) (Festival d’Avignon), met als centrale figuur de actrice Viviane De Muynck. Deze voorstelling kreeg meerdere prijzen, waaronder de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap Cultuur 2006 in de categorie toneelliteratuur. In 2006 creëerde Jan Lauwers twee voorstellingen voor het Festival van Avignon: De Lobstershop (in Holland Festival 2006), gebaseerd op een nieuwe tekst van zijn hand, en Alles is ijdelheid, een monoloog door Viviane De Muynck, gebaseerd op het gelijknamige boek van Claire Goll. Salzburger Festspiele nodigde Jan Lauwers in de zomer van 2008 uit om een nieuwe voorstelling te maken. Dit werd Het Hertenhuis, na De kamer van Isabella en De Lobstershop het afsluitende deel van de trilogie over menselijkheid Sad Face | Happy Face. Sinds 2009 is Needcompany gezelschap in residentie bij het Weense Burgtheater. Hier ging in 2011 Jan Lauwers' De kunst der vermakelijkheid in première. De meest recente tekst die Jan Lauwers schreef voor het Needcompany ensemble is Marktplaats 76 (voor het eerst opgevoerd tijdens de Ruhrtriënnale 2012).

DEZE VOORSTELLING IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR