Paneldiscussie met componisten

Is muziektheater de kunstvorm van de 21e eeuw?

met o.a. Michel van der Aa, Luca Francesconi

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

De rode draad in het festival­programma wordt dit jaar gevormd door muziektheater in al zijn verschijningsvormen: van 3d-film­opera (Sunken Garden) tot concertant oratorium (The Gospel According to the Other Mary), van tweemanskameropera (Quartett, Suster Bertken) tot veertigkoppig vocaal theater (When the mountain changed its clothing) en van muzikale graphic novel (Brooklyn Babylon) tot meta-opera (Tragedy of a Friendship). Het lijkt erop dat het muziektheater in de 21e-eeuw uitbundiger en diverser bloeit dan ooit tevoren. Hoe komt dat? Sluit deze van nature multidisciplinaire kunstvorm het beste aan bij de multimediale wereld van vandaag? En hebben de traditionele ‘pure’ vormen zoals concertmuziek en teksttheater aan kracht verloren?

CREDITS

moderator
Lex Bohlmeijer
deelnemers
Michel van der Aa
Luca Francesconi
James Dillon
inleiding
Peter Sellars

Biografieën

Luca Francesconi (1956) studeerde piano aan het Conservatorium van Milaan en compositie bij Azio Corghi en Karlheinz Stockhausen (in Rome) en bij Luciano Berio (in Tanglewood). Daarnaast studeerde hij een jaar lang jazz aan het Berklee College of Music. In 1990 richtte hij in Milaan het Agon Acustica Informatica Musica op, een onderzoekscentrum voor muziektechnologie. Francesconi componeert in vrijwel alle genres en maakt vaak gebruik van elektronica. Hij heeft vijf radio-opera’s voor de RAI geschreven en verschillende opera’s voor het theater. Hij heeft compositieopdrachten ontvangen van het Nieuw Ensemble, STEIM Amsterdam, IRCAM, Asko|Schönberg en het Nederlandse Blazers Ensemble. Tot zijn grote orkestwerken behoren Wanderer voor de Filarmonica della Scala o.l.v. Riccardo Muti en Cobalt, Scarlet voor het Oslo Filharmoniske Orkester o.l.v. Mariss Jansons. Zijn werk wordt uitgevoerd door het Los Angeles Philharmonic, het San Francisco Symphony Orchestra, het Gewandhausorchester Leipzig, het BBC Symphony Orchestra, het Orchestre Philharmonique de Radio France en de Götenborg Symphoniker.

 

Hij heeft twee strijkkwartetten geschreven voor het Arditti Quartet en twee vioolconcerten voor Irvine Arditti. Francesconi’s koormuziek is uitgevoerd door het Vokalensemble Stuttgart o.l.v. Peter Eötvös, het Zweedse Radiokoor en het New London Chamber Choir. Zijn werk is bekroond met onder meer de Kranichsteiner Musikpreis (1990), de Förderpreis der Ernst-von-Siemens-Musikstiftung (1994) en de Prix Italia (1994). Behalve als componist is Francesconi ook actief als dirigent. Hij doceerde aan verschillende Italiaanse conservatoria en geeft over de hele wereld masterclasseses. Ook was hij gastdocent in Rotterdam en is hij hoofd van de compositieafdeling van het conservatorium in Malmö. Sinds 2008 is hij artistiek leider van de Biënnale in Venetië, en sinds 2012 geeft hij leiding aan het Ultima Festival in Oslo. Vanaf 2013 is hij componist in residence bij het Casa de Música in Porto.

 

Michel van der Aa (1970) studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag muziekregistratie en vervolgens compositie bij Diderik Wagenaar, Gilius van Bergeijk en Louis Andriessen. In 2002 studeerde hij filmregie aan de New York Film Academy en in 2007 nam hij deel aan het Lincoln Center Theater Director’s Lab, een intensieve cursus toneelregie. Zijn werk kenmerkt zich door interdisciplinariteit en nauwe samenwerking met andere musici, zoals Sol Gabetta, Barbara Hannigan, Janine Jansen en Christianne Stotijn, maar ook met acteurs als Klaus Maria Brandauer en schrijvers als David Mitchell. De muziek van Van der Aa wordt wereldwijd gespeeld door gerenommeerde ensembles en orkesten, en in festivals als de Berliner Festspiele, de Donaueschinger Musiktage, het Huddersfield Festival, de Herfst van Warschau en de Biënnale van Venetië. Van der Aa’s muziektheaterwerken zijn in meer dan tien landen uitgevoerd, en After life (2006/2009) en The book of disquiet (2008) werden verschillende keren hernomen. Ook zijn composities voor het concertpodium zijn vaak multimediaal, zoals de liedcyclus voor mezzo-sopraan, orkest en tape Spaces of blank (2007) en Up-Close voor cello, strijkensemble en video (2010). In 1999 won Van der Aa de Gaudeamusprijs. Zijn werk werd voorts bekroond met de Matthijs Vermeulenprijs (2004) voor de kameropera One, de Ernst von Siemens Muziekprijs (2005), de Charlotte Köhler Prijs (2005) en de Paul Hindemith Prijs (2006). In 2013 ontving hij de prestigieuze Grawemeyer Award for Music Composition voor Up-Close. Sinds 2011 is Van der Aa huiscomponist van het Koninklijk Concertgebouworkest. Daarnaast heeft hij hechte banden met het Barbican Centre in Londen. In 2013 ontving hij de prestigieuze Grawemeyer Award for Music Composition voor Up-Close en in april krijgt hij de Mauricio Kagel Musikpreis 2013 uitgereikt.

 

Lex Bohlmeijer (1959) is een Nederlands radio- en televisiepresentator. Na zijn studie Nederlands en Algemene Literatuurwetenschap in Leiden, werkte hij vier jaar als danser bij het Franse gezelschap Compagnie de danse l’Esquisse.

Sinds 1988 heeft hij zich met name bij de NCRV ontwikkeld tot veelzijdige radiomaker. Hij regisseerde, hij maakte documentaires en hoorspelen en hij presenteerde vijf jaar lang een live-magazine over klassieke muziek op radio 4. Verder bekleedde hij de functie van tekstschrijver & dramaturg in het theater, bijvoorbeeld bij Hollandia en Bonheur Theaterbedrijf Rotterdam. Tegenwoordig presenteert Lex Bohlmeijer diverse radioprogramma’s bij de NCRV , waaronder het dagelijkse Radio 4-programma Amoroso. Verder is hij de stem van Woord op zondag en Te Deum laudamus, maakt hij deel uit van presentatorenteam van Casa Luna en is hij presentator van het digitale themakanaal Spirit 24. Lex werkt sinds 1988 voor de NCRV. 

 

James Dillon (1950) is een Schotse componist. Hij volgde enige tijd een kunstopleiding, maar als componist is hij autodidact. In de vroege jaren 70 studeerde Dillon Indiase muziek, en Indiase ritmische technieken keren terug in verschillende van zijn composities. Als gastdocent geeft hij les over de hele wereld en sinds 2007 is hij verbonden aan de School of Music van de University of Minnesota in Minneapolis. Halverwege de jaren 80 begon hij zijn German Triptych, waartoe onder andere helle Nacht (1987) behoort, zijn eerste werk van groot orkest. Dillon heeft verschillende op zichzelf staande werken bijeengebracht onder dergelijke grotere noemers, met als belangrijkste voorbeeld Nine Rivers (1982-1999). Dillon ontving compositieopdrachten van de BBC, het IRCAM, het Ensemble InterContemporain, de Société Philharmonique de Bruxelles, Oslo Sinfonietta en ‘Glasgow 1990 European City of Culture’. Zijn werk wordt uitgevoerd door het BBC Scottish Symphony Orchestra, het Orchestre de Paris, het Ictus Ensemble, het Arditti Quartet en het Talea Ensemble. Zijn werk is bekroond met verschillende prijzen, waaronder de eerste prijs van het Huddersfield Contemporary Music Festival in 1978 en de Kranichsteiner Musikpreis tijdens de Ferienkurse für Neue Musik in Darmstadt in 1982, waarna hij regelmatig werd uitgenodigd om in Darmstadt nieuw werk te presenteren. Vier maal won hij compositieprijzen van de Royal Philharmonic Society: voor Traumwerk in 1997, het vijfde boek van The Book of Elements voor solo piano in 2003, voor zijn Vierde Strijkkwartet in 2005 en voor Nine Rivers in 2011. Daarmee is Dillon de meest gelauwerde winnaar in de geschiedenis van de Royal Philharmonic Society. In 2003 ontving hij een eredoctoraat van de University of Huddersfield. Dillons opera Philomela, waarvoor hij zelf het libretto schreef, ging in 2004 in première in Porto. De cd-opname ervan werd bekroond met de Grand Prix du Disque.