Reinbert de Leeuw ontsluit de mystieke wereld van Morton Feldman.

For Bunita Marcus

Morton Feldman, Reinbert de Leeuw

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

De muziek van de Amerikaanse componist Morton Feldman (1926-1987) is een wonder van understatement. Zijn composities kenmerken zich door een bedrieglijke leegte en gedurfd spaarzame instrumentaties. Feldman schreef dit pianowerk voor componiste Bunita Marcus, de laatste jaren van zijn leven zijn onafscheidelijke artistieke metgezel. De compositie speelt een complex en uitgerekt spel met verschillende, overlappende maatsoorten en metra. Door de schaarste aan gebeurtenissen weet Feldman een hypnotiserende werking op de luisteraar uit te oefenen. Er gebeurt bijna niets en toch heel veel, waarmee zijn muziek aan het geheim van de tijd zelf raakt. Mystieke zaken die bij niemand in betere handen zijn dan bij Reinbert de Leeuw, meester van spanning en opperste concentratie.
Programmaboek

CREDITS

muziek
Morton Feldman
piano
Reinbert de Leeuw
productie
Holland Festival

Feldman's slow, methodical composition effectively inspires a meditative contemplation.

Dusted Reviews

Achtergrondinformatie

De muziek van Morton Feldman is een wonder van understatement. Waar andere componisten hun luisteraars overrompelen met contrasten of klankerupties presenteert Feldman een wereld waarin, op het eerste gehoor, nauwelijks iets gebeurt. Dat geldt zeker voor het late werk, zoals For Bunita Marcus voor piano, waarin de afstand tussen de noten minstens zo belangrijk is als die noten zelf.

 

Maar wie zich er rekenschap van geeft dat Feldman (1926-1987) beschouwd wordt als een van de belangrijkste Amerikaanse componisten van de twintigste eeuw begrijpt dat er meer aan de hand is. Niemand kan het geheim van deze eigenzinnige muziek beter ontsluieren dan Reinbert de Leeuw, die het lange For Bunita Marcus zal uitvoeren. In het Holland Festival 2011 speelde De Leeuw een enthousiast onthaald programma met onbekende pianomuziek van Erik Satie, De esoterische wereld van Erik Satie, waarin hij liet horen dat de Franse publiekslieveling een nogal excentrieke, vaak vergeten hang naar muzikale extremen had, in de vorm van het oprekken van tijd en het loslaten van toonrelaties. In het licht van dit nieuwe programma zou men kunnen zeggen: Satie was een vroege geestverwant van Morton Feldman.

 

Hoewel Feldman doorgaans samen met John Cage, Earle Brown en Christian Wolff tot de componisten van de experimentele, multidisciplinaire ‘New York School’ wordt gerekend, ging hij als kunstenaar volledig zijn eigen weg. Schilderkunst, bijvoorbeeld van Pollock of zijn grote vriend Rothko, was voor Feldman net zo vormend en inspirerend als muziek. Zijn ontmoeting met Cage in 1950 was niettemin cruciaal, en beide mannen deelden belangstelling voor onbepaaldheid en grafische notatie. Feldman studeerde bij Stefan Wolpe en Edgard Varèse en zijn vroege werk stond onder invloed van Schönberg en Bartók. Maar van begin af aan kenmerkte zijn muziek zich door een opvallend lage dichtheid van gebeurtenissen en, ook in ensemble- en orkestwerken, gedurfd karige instrumentaties.

 

Vanaf de jaren 70 schreef Feldman steeds langere stukken, sommige van wel vier of vijf uur, waarin hij meer dan voorheen herhaling toepaste en voor zijn doen grote gebaren maakte. For Bunita Marcus (1985) is een van de vele werken die Feldman opdroeg aan vrienden of leraren. Bunita Marcus studeerde vanaf 1976 bij hem aan de State University of New York in Buffalo; zij raakten bevriend en waren de laatste jaren van Feldmans leven zo goed als onafscheidelijk. Met een duur van ongeveer vijf kwartier behoort For Bunita Marcus tot de kortere stukken uit deze periode, en de componist zelf noemde het vanwege de metrische constructie ‘atypisch’. Toch bevat het alle Feldman-karakteristieken en is het, wellicht juist vanwege de behapbare omvang, een geliefd werk geworden.

 

Ten grondslag aan For Bunita Marcus ligt een complex spel met verschillende maatsoorten, die soms tegelijk optreden. “Ritme bestaat voor mij niet,” zei Feldman, maar metrum vond hij interessant en dat gebruikte hij om dit werk vorm te geven. Een kenmerkende passage komt na ongeveer 12 minuten, wanneer onder een hoge, telkens herhaalde noot, die een puls suggereert, drie andere tonen worden afgewisseld op een manier die aan het effect van beierende kerkklokken doet denken: allemaal gehoorzamen ze aan een interne logica, die in hun samenspel tot klinken komt als willekeur. Schijnbare willekeur. Want door de traagheid, die een hypnotiserende werking uitoefent, zijn de gebeurtenissen goed te volgen. De luisterervaring laat zich vergelijken
met een extreme schaalvergroting: de ruimte tussen de aanzetten is immens en trouw aan de economische wet van schaarste wint de komst van een nieuwe toon daardoor geweldig aan gewicht. Er gebeurt bijna niets en er gebeurt heel veel. En zo, tussen stilstand en verstrijken, raakt het geheim van Feldmans muziek aan het geheim van de tijd zelf.

Biografieën

Morton Feldman (1926-1987) was een vooraanstaande Amerikaanse componist, die tot de belangrijkste componisten van de twintigste eeuw wordt gerekend. Feldman studeerde compositie bij de Schönberg-adept Wallingford Riegger en bij Webern-leerling Stefan Wolpe; maar de beslissende ontmoeting in zijn muzikale leven was die met John Cage, die hem aanmoedigde om oude compositiesystemen, zoals de traditionele harmonieleer of seriële techniek, los te laten. Feldman wordt vaak geassocieerd met de experimentele New York School, samen met Cage, Christian Wolff en Earle Brown. Feldman experimenteerde in de jaren 50 onder meer met grafische notatie en met vrijheden voor de uitvoerenden; vanaf de jaren 70 gebruikte hij conventionele notatie. Via Cage kwam Feldman in aanraking met andere prominente figuren uit de kunstwereld van New York, zoals de beeldend kunstenaars Jackson Pollock, Philip Guston en Robert Rauschenberg, de componisten Henry Cowell, Virgil Thomson en George Antheil en schrijver Frank O’Hara. Met name aan de abstract-expressionistische schilderkunst ontleende hij veel inspiratie. Hij betuigde zijn schatplichtigheid met titels als Rothko Chapel (1971) en For Frank O'Hara (1973). In 1977 schreef hij de opera Neither op een tekst van Samuel Beckett. Tot 1973 deed Feldman het componeren naast een voltijdsbaan in het familiebedrijf in de textielindustrie; in dat jaar ging hij compositie doceren aan de State University of New York in Buffalo, een leerstoel die hij tot zijn dood bekleedde. Met name zijn latere kamermuziek, vanaf 1977, is zacht, traag en intiem van karakter. Deze laatste werken zijn vaak extreem lang, zoals For Philip Guston (1984) van 4 uur en het Tweede strijkkwartet (1983) van 6 uur. Kort na zijn huwelijk met de Canadese componist Barbara Monk overleed Feldman aan alvleesklierkanker.

 

Reinbert de Leeuw (1938) studeerde theorie en piano in Amsterdam en compositie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. In de jaren zeventig maakte hij als pianist furore met de vertolking van de muziek van de ‘vergeten’ moderne componist Satie. In 1974 richtte De Leeuw met studenten van het Koninklijk Conservatorium het Schönberg Ensemble op, tegenwoordig Asko|Schönberg, waarvan hij al die tijd vaste dirigent is gebleven. Daarnaast dirigeerde hij een groot aantal andere ensembles en symfonieorkesten in binnen- en buitenland, zoals het Koninklijk Concertgebouworkest, het Residentie Orkest en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. In het seizoen 1995/96 wijdde het Concertgebouw de Carte Blanche-serie geheel aan hem. Behalve concerten dirigeerde hij bij De Nederlandse Opera en de Nationale Reisopera opera’s van onder anderen Stravinsky, Andriessen, Ligeti en Vivier. De Leeuw was gedurende drie seizoenen verbonden aan het Sydney Symphony Orchestra als artistiek adviseur voor de series moderne en hedendaagse muziek. In 1992 was hij artistiek directeur van het Aldeburgh Festival en van 1994 tot 1998 was hij in die functie verbonden aan het Tanglewood Festival voor hedendaagse muziek in de Verenigde Staten. Hij ontving diverse prijzen en onderscheidingen voor zijn baanbrekende werk. In 1994 werd hem een eredoctoraat van de Universiteit Utrecht uitgereikt en in augustus 2004 werd hij aangesteld als hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Reinbert de Leeuw ontving diverse Edisons, waaronder in 2007 voor de ‘Schönberg Ensemble Edition’, een uitgave van 25 cd’s en dvd’s ter gelegenheid van het 30-jarig jubileum van het Schönberg Ensemble, en in 2008 voor de opname van zijn Schubert-adaptatie Im wunderschönen Monat Mai met Barbara Sukowa en het Schönberg Ensemble. Van 2001 tot 2010 was hij artistiek leider van de Summer Academy van het Nationaal Jeugd Orkest. In 2008 werd hij op zijn zeventigste verjaardag benoemd tot Ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw.

DEZE VOORSTELLING IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR