Het alledaagse wordt bijzonder in hypnotiserende voorstelling.

Everyday

Christian Marclay

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

De Zwitsers-Amerikaanse videokunstenaar/componist/muzikant Christian Marclay maakt intrigerend werk waarin hij de relaties tussen beeld en geluid verkent. Net als in zijn meesterwerk The Clock (Gouden Leeuw Biënnale van Venetië) construeerde hij voor Everyday een montage van honderden filmfragmenten die in dit geval ook dient als ‘visuele partituur’ voor een vijfkoppig ensemble met Marclay zelf op draaitafels en elektronica. De beelden zijn integraal onderdeel van de performance. Het publiek kan meekijken hoe de musici de interpretatievrijheid die de film aan hen geeft benutten, en zich laten meevoeren door een hypnotiserend, spannend en virtuoos geheel waarin het alledaagse en het bijzondere in een nieuw verhaal nieuwe betekenis krijgen.

Programma (inclusief The Bell and The Glass)

CREDITS

Christian Marclay
video operator
Paul Anton Smith
piano
Steve Beresford
saxofoon
John Butcher
percussie
Mark Sanders
trombone
Alan Tomlinson
met medewerking van
Marchingband A.T.M.
productie
Aldeburgh Music
in opdrachtvan
Aldeburgh Music's Faster than Sound
Met steun van
The Henri Moore Foundation
Paul Hamlyn Foundation

With improvisation, I just do it. It might be a total failure but then you just throw the dice again.

Christian Marclay over Everyday in The Telegraph

Achtergrondinformatie

Everyday is een nieuwe muzikale filmperformance van Christian Marclay en zijn ensemble, bestaande uit Steve Beresford op piano, John Butcher op saxofoon, Mark Sanders op percussie, Alan Tomlinson op trombone en Christian Marclay zelf op draaitafels en elektronica. Het werk is in feite een partituur in de vorm van een gemonteerde film, die net als Marclays meesterwerk The Clock (Gouden Leeuw op de Biënnale van Venetië) is samengesteld uit honderden bestaande filmfragmenten. Bij grafische partituren (partituren zonder conventionele notenbalken, maar met een meestal ad-hoc uitgevonden visuele representatie van het beoogde klankresultaat) is het vaak (doelbewust) onduidelijk of het nou om één op één representatie van een muzikaal doel gaat, of dat de partituur eerder een soort leidraad voor improvisatie is. Het grote voordeel van Everyday is dat het publiek in elk geval kan meekijken met de partituur, die op gigantisch formaat op de achterwand wordt geprojecteerd. Er is voor het publiek geen ‘mysterie van de partituur’ zoals bij de meeste andere uitvoeringen van (al dan niet grafisch) genoteerde muziek.

 

Zoals in The Clock vanzelf thematische groeperingen ontstaan (omdat er, pakweg, rond 7 uur ’s ochtends in talloze films wordt opgestaan, of in de avonduren wordt gedineerd), zijn ook in Everyday duidelijke groeperingen aanwezig, al zijn ze in dit geval bewuster geconstrueerd. Denk bijvoorbeeld aan een lange sequentie van shots en scènes waarin een langspeelplaat wordt opgezet: het heeft iets intrigerends, maar tegelijk ook humoristisch om te zien hoe zoiets triviaals in talloze films is vastgelegd. Er zijn ook abstractere ‘combinatiewolken’, bijvoorbeeld scènes waarin wordt aangeklopt, bellen rinkelen en zoemers afgaan. Ook zijn er aaneenschakelingen van mensen en dingen die vallen, reeksen van geweldsuitbarstingen, enzovoorts. De langspeelplaten vormen wel een rode draad in Everyday en sluiten aan bij Marclays eigen aanwezigheid als turntablist. De musici reageren soms heel letterlijk op het beeld, bijvoorbeeld met een lange, verwachtingsvolle stilte als een filmster van weleer met een LP door een huis loopt, gevolgd door een collectieve uitbarsting als hij eindelijk bij de pick-up is aangekomen en de naald het vinyl raakt.

 

Maar er zijn ook abstracte scènes, zoals een close-up van een naald boven draaiend vinyl, die dan weer ruimte geven voor meer vrije improvisatie. Dan is ook goed te horen dat het stuk voor stuk om uitstekende, beheerst spelende improvisatoren gaat. Marclay werkt daarnaast soms ook met kleiner geprojecteerde fragmenten, waarbij de plek op het grote scherm (links, midden, rechts) correspondeert met die van één van de musici op het podium die op dat moment een solo heeft. De geluiden van de originele scènes zijn vaak ook te horen en er zijn ook, niet geheel toevallig, talloze scènes waarin muziek wordt gemaakt en waarop de live-musici weer kunnen reageren, wat soms tot hilarische ‘dialogen’ leidt. De scènes variëren van vioolsolo’s en talloze piano-beelden tot marcherende drumbands. Dat laatste fenomeen komt overigens ook nog op een andere, onverwachte manier terug in de voorstelling. Al deze elementen samen leveren een intrigerende voorstelling op, die een fantastisch, hypnotiserend, grappig en virtuoos in elkaar gezet kunstwerk combineert met de vaak verrassende, improviserende muzikale interpretaties van een aantal topmusici.

Biografie

De Zwitsers-Amerikaanse kunstenaar en componist Christian Marclay maakt baanbrekend werk waarin hij met gebruik van gevonden fragmenten van beeld en geluid onze moderne cultuur onderzoekt. Marclay werd geboren in Californië en groeide op in het Zwitserse Genève. Zijn moeder was Amerikaanse en zijn vader Zwitser. Tussen 1975 en 1977 studeerde hij aan de École Supérieure d'Art Visuel in Genève en tussen 1977 en 1980 aan het Massachusetts College of Art in Boston. In 1978 was hij ook gaststudent aan Cooper Union in New York. Marclay was een ‘turntablist’ avant la lettre; de eerste dj die eind jaren zeventig gelijktijdig met, maar onafhankelijk van, de hiphop-beweging begon te experimenteren met handmatige manipulatie van platenspelers, zoals scratching. Marclay gebruikte de platenspeler om muziek te manipuleren, te deconstrueren en reconstrueren. Zijn LP Encores (1988) bestond uit fysiek losgesneden en aan elkaar geplakt vinyl-materiaal van verschillende LP’s. Dit procédé van het in een nieuwe context zetten van objets trouvés is nog steeds leidend in zijn werk. Behalve met de albums zelf maakte Marclay ook collages van fragmenten van albumhoezen in steeds nieuwe en soms surrealistische composities (Body Mix, 1991-92), waaronder een serie van Deutsche Grammophon-dirigenten met de benen van Tina Turner.

 

Sinds het begin van het millennium maakt Marclay audiovisueel werk dat de relaties tussen (bewegend) beeld en muziek verder uitdiept. In The Bell and the Glass (2003) zet hij twee iconen van de stad Philadelphia, de Liberty Bell en Marcel Duchamps beroemde kunstwerk Het Grote Glasraam tegenover elkaar in beeld en geluid. De film dient tevens als audiovisuele partituur voor een klein ensemble dat op de beelden en geluiden improviseert. Andere zulke videoscores die Marclay de laatste tien jaar heeft gecreëerd zijn Screen Play, Shuffle en zijn laatste werk Everyday. Alledrie deze werken worden tijdens het Holland Festival 2013 uitgevoerd.

 

Marclay's beroemdste werk is The Clock (2010), waarin hij een 24 uur durende audiovisuele compositie heeft gemaakt met bestaande filmfragmenten die een bepaald tijdstip verbeelden, waardoor het kunstwerk zelf als een audiovisuele 24-uursklok gezien kan worden. Dit werk werd in 2010 voor het eerst vertoond in de Londense White Cube Gallery en reist sindsdien de wereld rond. In 2011 won Marclay met dit werk de Gouden Leeuw op de Biënnale van Venetië.

DEZE VOORSTELLING IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR