Toni Morrisons antwoord op Shakespeares Othello behandelt racisme, oorlog en onderdrukking.

Desdemona

Toni Morrison, Rokia Traoré, Peter Sellars

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Nobelprijswinnaar Toni Morrison schreef Desdemona na een discussie over Othello met regisseur Peter Sellars. In haar tekst geeft zij Desdemona, die bij Shakespeare een bescheiden rol heeft, een stem. Vanuit een hiernamaals vult ze de leemtes in haar geschiedenis in via een intieme dialoog met Barbary, het Afrikaanse kindermeisje dat haar grootbracht. De wereldberoemde Malinese singer-songwriter Rokia Traoré vertolkt met haar betoverende stem op virtuoze wijze de rol van Barbary en tekende ook voor de compositie, uitgevoerd met twee musici en twee zangeressen uit Mali. Gaandeweg ontdekken we een Desdemona van vlees en bloed die spreekt over racisme, oorlog en onderdrukking – en de transformerende kracht van de liefde.

Programmaboek

CREDITS

tekst
Toni Morrison
muziek
Rokia Traoré
regie
Peter Sellars
lichtontwerp
James F. Ingalls
geluidsontwerp
Alexis Giraud
cast
Rokia Traoré (Barbary)
Tina Benko
ngoni
Mamah Diabate,
zang
Fatim Kouyate
Bintou Soumbounou
kora
Mamadyba Camara
stage manager
Anne Dechene
assistent stage manager
Janet Y. Takami
productie
Diane J. Malecki
in opdracht van
Wiener Festwochen
Theatre Nanterre-Amandiers
Cal Performances, Berkeley, California
Lincoln Center for the Performing Arts, New York
spielzeit’europa | Berliner Festspiele
Barbican, London
Arts Council London
London 2012 Festival

Een zeldzame en fijngevoelige voorstelling die nieuw licht werpt op Shakespeares tragedie.

La Croix

Achtergrondinformatie

Desdemona is het gezamenlijke werk van drie prominente kunstenaars uit verschillende domeinen: de Amerikaanse schrijfster en winnaar van de Nobelprijs voor de literatuur Toni Morrison, de Malinese singer-songwriter Rokia Traoré en de Amerikaanse regisseur Peter Sellars. Het verhaal van Desdemona, de geliefde van Othello uit het gelijknamige toneelstuk van Shakespeare uit 1603-1604, wordt in deze voorstelling op een kritische en poëtische manier verbeeld. Desdemona ging in mei 2011 in Wenen in première en werd met succes herhaald in onder meer Londen, New York en Berkeley.

 

Het idee voor het project is voortgekomen uit een langlopende dialoog over Othello tussen Peter Sellars (die het stuk in 2009 ensceneerde) en Toni Morrison. Shakespeares toneelstuk gaat over een machtsspel waarbij de liefde tussen de Moorse prins Othello en de Venetiaanse koopmansdochter Desdemona wordt gebruikt om Othello klein te krijgen. Door de inmenging van de machtsbeluste intrigant Iago eindigt de relatie met de moord op Desdemona door Othello, waarna hij zijn vergissing inziet en zelfmoord pleegt. De thematiek van bedrog en jaloezie is onverminderd actueel, maar Sellars en Morrison waren eveneens geïnteresseerd in de latente thematiek van racisme en onderdrukking van vrouwen. Het idee ontstond om een antwoord op Othello te formuleren, vanuit het perspectief van zijn dode geliefde. Morrison laat Desdemona in het hiernamaals aan het woord, waar ze de leemtes in haar persoonlijke geschiedenis invult. Haar gespreksgenoot in de dood is ‘Barbary’ (Barbara in het origineel), het dienstmeisje van Desdemona’s moeder dat bij Shakespeare slechts in enkele regels voorkomt, tegen het einde van de vierde akte, wanneer Desdemona zich een lied herinnert dat de meid altijd zong; ze is gestorven aan een gebroken hart, met dat lied, de beroemd geworden ‘Willow Song’, op haar lippen.

 

Vanuit deze summiere informatie is Morrisons briljante herschrijving begonnen. ‘Barbary’ stond in het Engeland van Shakespeare voor Afrika. In Desdemona is Barbary de Afrikaanse min die Desdemona heeft grootgebracht en haar heeft leren zingen. Door Barbary – bij Shakespeare in feite een ‘ontbrekende vrouw’ – een stem te geven, geeft Morrison ook Afrika een stem. Niet voor niets wordt Barbary vertolkt door de van oorsprong Malinese Rokia Traoré. De Amerikaanse actrice Tina Benko speelt Desdemona. In een toelichting bij het werk schrijft Sellars: “In Shakespeares late tragedies hield de ideale vrouw – Desdemona, Virgilia, Cordelia – zich hoofdzakelijk stil. Voor Toni Morrison blijft de ideale vrouw niet zwijgen. Eindelijk spreekt ze zich uit. En terwijl ze spreekt, onthult ze geheimen, hoop, dromen, maar ook haar eigen onvolkomenheden. Shakespeares Desdemona is goddelijke perfectie, maar Toni Morrison staat haar toe menselijk te zijn, fouten te maken en, uiteindelijk, wanneer de eeuwigheid zich voor haar uitstrekt, te leren, en vervolgens te begrijpen.”

 

Singer-songwriter en gitariste Rokia Traoré is opgegroeid met de Malinese traditie van de griots, een soort troubadours die met hun liederen zorgdragen voor de overlevering van de geschiedenis. Puttend uit die traditie en uit haar eigen zeer rijke variant van wereldmuziek heeft Traoré muziek gecomponeerd voor zichzelf en twee musici (op de snaarinstrumenten ngoni en kora) en twee zangeressen. Allen zijn afkomstig uit Mali. De dialoog tussen Barbary en Desdemona wordt gespiegeld in de verhouding tussen muziek en tekst. De muziek is akoestisch en het gesprek is buitengewoon intiem; uit de eeuwen van racisme en onderdrukking treedt een ongehoorde geschiedenis op de voorgrond. Desdemona is niet langer een tiener, maar een volwassen vrouw die haar illusies onder ogen durft te komen, en ze los kan laten.

 

In zijn toelichting schrijft Sellars: “In de eerste akte laat Shakespeare Othello de Venetiaanse Senaat vertellen dat hij en Desdemona verliefd op elkaar werden terwijl hij haar verhalen vertelde – verhalen over zijn jeugd als kindsoldaat, verhalen over lijden, omkeringen, gebrek, verlossing, transformatie en menselijke generositeit. Verhalen over ‘andere werelden’. Toni Morrison wilde die verhalen schrijven.” Het voortbestaan van het verleden in het heden, door liederen, herinnering en gewoontes, is een constant thema in het werk van Morrison. Evenzo zijn in Afrikaanse tradities de doden niet volledig dood, zolang hun verhalen nog verteld worden. In Desdemona biedt de dood een veilige ruimte waar de dingen die bij leven ongezegd moesten blijven eindelijk kunnen worden uitgesproken. Door Othello op zijn kop te zetten en aan te vullen vanuit vrouwelijk en Afrikaans perspectief hebben Morrison en Traoré een verrassend gelaagd, betoverend muziektheaterwerk gecreëerd.

Biografieën

Peter Sellars (1957) is een Amerikaans theater- en operaregisseur. Hij bekleedt een leerstoel aan de University of California in Los Angeles. Sellars behaalde in 1981 zijn diploma aan de universiteit van Harvard. In zijn laatste studiejaar verzorgde hij een productie van Händels Orlando bij het American Repertory Theatre in Cambridge, waarmee hij nationale bekendheid verwierf. In 1983 ontving hij een MacArthur Foundation Award. Dat jaar begon Sellars als regisseur bij de Boston Shakespeare Company, en van 1984 tot 1986 was hij regisseur van het American National Theater in Washington D.C. Hij maakte naam met eigentijdse producties van onder meer De graaf van Monte Cristo en van een reeks Mozart-opera’s. In 1991 maakte hij zijn speelfilmdebuut met de stomme film The Cabinet of Dr. Ramirez. In de festivals van Salzburg en Glyndebourne heeft Sellars diverse hedendaagse opera’s geregisseerd, zoals St. François d'Assise van Messiaen, Mathis der Maler van Hindemith en Le Grand Macabre van Ligeti. Sellars heeft veelvuldig samengewerkt met componist John Adams. Hij regisseerde de première van Adams’ Nixon in China (1987) en The Death of Klinghoffer (1991); voor Doctor Atomic (2005) schreef hij bovendien het libretto; en voor Adams’ meest recente opera, A flowering tree (2006), schreef hij het libretto in samenwerking met de componist. In 2011 regisseerde Sellars bij de Metropolitan Opera in New York een productie van Nixon in China die in bioscopen over de hele wereld live te zien was. Ook regisseerde hij de premières van de opera’s L'amour de loin (2000) en Adriana Mater (2006) van Kaija Saariaho. In 1999 ontving Sellars de Erasmusprijs en in 2005 de Dorothy and Lillian Gish Prize. In 2009 regisseerde hij Othello bij het New York City’s Public Theater, met in de hoofdrol Philip Seymour Hoffman als Iago.

 

Toni Morrison (1931) is een Amerikaanse schrijfster. In 1993 ontving ze de Nobelprijs voor de literatuur voor haar oeuvre; zij is de laatste Amerikaan die die eer ten deel viel. Morisson werd geboren als Chloe Anthony Wofford en groeide op in Ohio. Van 1949-1953 studeerde ze letteren aan Howard University in Washington D.C., en in 1955 behaalde ze haar master aan Cornell University in Ithaca, New York. Vervolgens doceerde ze Engels aan verschillende universiteiten. Van 1958 tot 1964 was ze getrouwd met Harold Morrison, met wie ze twee kinderen kreeg. Na haar scheiding werd Morrison redacteur bij Random House, waar ze een belangrijke rol speelde bij het onder de aandacht brengen van Afro-Amerikaanse literatuur. Als schrijfster debuteerde ze in 1970 met The bluest eye. Haar derde roman, Song of Solomon (1977), werd bekroond met de National Books Critics Circle Award, en met Beloved won zij in 1988 de Pulitzerprijs en de American Book Award. Zwarte vrouwen spelen vaak een grote rol in haar werk. Behalve romans heeft Morrison ook non-fictie, toneelstukken, kinderboeken en een operalibretto geschreven. Daarnaast doceerde ze aan de State University of New York en bekleedde ze van 1989 tot 2006 een leerstoel aan Princeton University. Ze kreeg verschillende eredoctoraten toegekend, onder meer van Oxford University in 2005 en van Rutgers University in 2011. In 2012 werd haar de hoogste civiele Amerikaanse onderscheiding toegekend, de Presidential Medal of Freedom. Sinds 2012 is ze writer in residence aan Oberlin College. Ook maakt ze deel uit van de redactieraad van het tijdschrift The Nation.

 

Rokia Traoré (1974) is een Malinese zangeres, songwriter en multi-instrumentaliste. Haar voorkeursinstrument is de gitaar. Traoré maakt deel uit van de Bambara-bevolkingsgroep en groeide op als dochter van een diplomaat. Het is ongebruikelijk dat leden van de adel, waartoe Traoré behoort, als musicus optreden; niettemin begon ze in de jaren ‘90 in het openbaar op te treden en in 1997 ging ze een succesvolle samenwerking aan met de bekende Malinese musicus Ali Farka Touré, wat haar veel bekendheid opleverde. Traoré’s debuutalbum Mouneissa verscheen in 1998 en werd lovend ontvangen; de kritiek roemde haar frisse insteek en de ongewone combinatie van Malinese muziektradities en instrumenten, zoals de ngoni en de balafon. Van het album werden in Europa meer dan 40.000 exemplaren verkocht. Haar tweede album, het geheel door Traoré zelf gecomponeerde en gearrangeerde Wanita (2000), werd door de New York Times een van de albums van het jaar genoemd. Op Bowmboï (2003) werkte ze samen met onder meer het Kronos Quartet. Het album werd bekroond met de prestigieuze BBC 3 World Music Award. In 2004 speelde Traoré op het WOMAD festival en voltooide ze haar eerste concerttour door Noord-Amerika. In 2005 trad ze op tijdens het concert van Youssou N'dour and Friends in Genève en in 2006 maakte ze in het festival New Crowned Hope van regisseur Peter Sellars (onderdeel van de festiviteiten rondom de 250e geboortedag van Mozart in Wenen) de performance Wati. Haar meest recente album, Tchamantche (2008), is meer westers georiënteerd. Tijdens de eerste Songlines Music Awards in 2009 won Traoré in de categorie Best Artist. In april 2013 komt haar nieuwe album uit, Beautiful Africa.

DEZE VOORSTELLING IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR