Bertolt Brechts Hitler- parabel in de originele enscenering van Heiner Müller.

Der aufhaltsame Aufstieg des Arturo Ui

Bertolt Brecht, Heiner Müller, Berliner Ensemble

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Heiner Müllers legendarische enscenering van Brechts gitzwarte ‘Hitler-operette’ is al sinds 1995 een van de grootste successtukken van het toonaangevende Berliner Ensemble, met de theater- en filmster Martin Wuttke in een glanzende hoofdrol. Brecht situeerde zijn onvervalst satirische parabel over de machtsgreep van Hitler en zijn trawanten in het gangstermilieu van Chicago in de jaren dertig. In een krankzinnige stoet van nazi-karikaturen is de kontlikkende kruimelcrimineel Arturo Ui het alter ego van Adolf Hitler, een opportunistische straatvechter die hogerop wil en daartoe tot alles bereid is. Door de machtige grootindustrie worden Ui en zijn bende slim gebruikt om de traditionele politiek buitenspel te zetten en in staat gesteld de absolute macht te grijpen.

Programma

CREDITS

regie
Heiner Müller
toneelbeeld/kostuums
Hans Joachim Schlieker
co-regie
Stephan Suschke
met
Martin Wuttke
Martin Schneider
Volker Spengler
Victor Deiß
Stefan Lisewski
Jürgen Holtz
Margarita Broich
Roman Kaminski
Axel Werner
Veit Schubert
Michael Rothmann
Uli Pleßmann
met
Thomas Wendrich
Stephan Schäfer
Jörg Thieme
Heinrich Buttchereit
Michael Kinkel
Stefan Suschke
Uwe Preuss
Claudia Burckhardt
Detlef Lutz
Larissa Fuchs
productie
Berliner Ensemble

Mit jeder Faser, mit Mimik, Gestik, Intonation und Körpersprache macht Wuttke den Wahnsinn des Arturo Ui spürbar

Berliner Morgenpost

Achtergrondinformatie

Der aufhaltsame Aufstieg des Arturo Ui is een satirische allegorie over de opkomst van Hitler, van de machtsgreep in 1933 tot de Anschluss van Oostenrijk in 1938. Het stuk werd door de Duitse toneelschrijver Bertolt Brecht in 1941 in drie weken geschreven tijdens diens ballingschap in Finland. Het is een woedende aanklacht tegen de nazi's en de lafheid, zwakheid en corruptie van de heersende klassen in Duitsland. Het in kreupelrijm geschreven stuk laat met vileine humor zien hoe een kleine, maar meedogenloze crimineel als Hitler de kans kon krijgen om de absolute macht te grijpen.

 

Brecht zag bepaalde parallellen met het gangstermilieu in Amerika en verplaatste de opkomst van de nazi’s naar het Chicago in de jaren twintig en dertig, de tijd dat Al Capone in deze stad heer en meester was. Alle gangsterfiguren, groepen en gebeurtenissen in het stuk hebben hun nazi-pendant. Arturo Ui is Adolf Hitler, Ernesto Roma staat voor Ernst Röhm, Dogsborough is Paul von Hindenburg , Emanuele Giri is Hermann Göring, Giuseppe Givola is Joseph Goebbels, het lot van de stad Cicero staat model voor de Anschluss van Oostenrijk, enz.

 

De nazi-karikaturen worden verder in het belachelijke getrokken door de inzet van de strijd: de handel in bloemkool – veel lulliger kun je het niet maken. Het kartel dat die handel in handen wil krijgen, de bloemkooltrust, staat model voor de Pruisische Jonkers, de machtige, conservatieve Duitse landadel die Hitler in het zadel hielp.

 

Brecht heeft zelf over Der aufhaltsame Aufstieg des Arturo Ui gezegd dat “de grote politieke misdadigers altijd belachelijk gemaakt moeten worden. Vooral omdat zij geen grote politieke misdadigers zijn, maar de daders van grote politieke misdaden, wat iets heel anders is.”

 

Hitler wordt in de persoon van Arturo Ui neergezet als een kruimelgangster die hogerop wil en daartoe tot alles bereid is. Als de bloemkooltrust in de persoon van de uiterst scherp opererende Clark hem voor hun karretje wil spannen om de handel te monopoliseren grijpt Ui zijn kans. Afpersing, geweld, verkrachting, moord – Ui deinst voor niets terug. Als hij erachter komt dat de traditionele, invloedrijke politicus Dogsborough smeergeld heeft aangenomen (een overduidelijke parallel met het Osthilfeskandal, waardoor de positie van de president van de Duitse republiek Paul van Hindenburg sterk werd verzwakt) doet Ui een greep naar de absolute macht.

 

De originele tekst van Brecht bevat tal van stijlelementen die typisch zijn voor zijn epische theater. De personages worden aan het publiek voorgesteld en in de aanwijzingen staat dat er tussen de scènes in teksten geprojecteerd worden waarin de verbanden tussen de gebeurtenissen in Chicago en Nazi-Duitsland worden uitgelegd. Verder wordt er in het stuk ook regelmatig verwezen naar de schurken Richard III en Macbeth in de gelijknamige toneelstukken van Shakespeare, waardoor de boodschap van het kwaad dat Ui vertegenwoordigt extra kracht wordt bijgezet.

 

Brecht schreef het stuk speciaal voor het Amerikaanse toneel, maar het werd pas in 1961 voor het eerst in het Engels uitgevoerd. In 1958 werd het stuk voor het eerst opgevoerd in Duitsland. Dat was in Stuttgart, in een regie van Peter Palitzsch. Van 1959 tot 1980 stond het twintig jaar lang op de planken bij het Berliner Ensemble. Brecht zelf stierf in 1956 en heeft het stuk dus nooit opgevoerd zien worden.

 

De nu legendarische enscenering van Heiner Müller werd in 1995 voor het eerst op het toneel gebracht door het Berliner Ensemble, met toen ook al Martin Wuttke in de hoofdrol. Wuttke is een van de beroemdste Duitse toneelacteurs die ook een succesvolle filmcarrière heeft, onder meer met de rol van Hitler in Tarantino’s Inglourious Basterds en in Cloud Atlas van Tom Tykwer en de ‘Wachowski franchise’.

 

Heiner Müller was diep door Brecht beïnvloed. De Duitse theaterwetenschapper en Müller-kenner Theo Girshausen noemde hem de werkelijke nazaat van Bertolt Brecht, omdat hij Brecht niet geïmiteerd heeft, maar diens sociaal-politieke en esthetische opvattingen verder heeft ontwikkeld en zo een nieuwe vorm van politiek theater heeft gecreëerd, waarin de lineaire verhaallijnen van Brechts theater zijn vervangen door een associatief montage-theater, waarin droom en werkelijkheid door elkaar heen lopen. Zelf zei Müller: “Brecht gebruiken zonder hem te bekritiseren, dat staat gelijk aan verraad”. Müller had niet veel op met de Roomse Brecht, zoals hij de “heldere en vriendelijke” Brecht noemde, maar des te meer met wat hij de Gothische kant van Brecht noemt, de woedende Brecht die inktzwarte verzen in kreupelrijm schrijft, zoals in Der aufhaltsame Aufstieg des Arturo Ui. Een uitstekende keuze dus om als nieuwe intendant van het door Brecht opgezette Berliner Ensemble in 1995 het Brecht-seizoen van het theater aan de Schiffbauerdamm te openen. Het werd tevens Müllers laatste regie. Het stuk ging in juni 1995 in première, in december van dat jaar stierf hij aan slokdarmkanker.

 

Net als Brecht was Müller zeer kritisch over de rol van de Duitse grootindustrie in de Tweede Wereldoorlog. “Alle grote Duitse concerns hebben in Auschwitz dwangarbeiders aan het werk gezet,” aldus Müller. “Ook in andere kampen (…) Het gas voor de gaskamers is niet uitgevonden door de mensen die het hebben gebruikt. De Duitse industrie heeft het geleverd en men wist waarvoor men leverde. Dat gebeurde door mensen die nu van een pensioen genieten, of weer hoge posities bekleden in de Duitse industrie. Maar er wordt meestal gepraat over de beesten in SS-uniformen. En niet over de beesten in de Raad van Commissarissen.” Analoog aan wat Brecht suggereert in Der aufhaltsame Aufstieg des Arturo Ui, namelijk dat het grootkapitaal in de persoon van Clark de wilde honden van het nazisme (Ui en zijn trawanten) de macht liet grijpen, was Müller ervan overtuigd dat de Duitse industrie, maar ook de geallieerden, de nazi's aan een te lange lijn lieten razen om het communisme dood te bijten. “Toen de hond wild werd moest ie dood.” Müller zet deze visie met zijn enscenering kracht bij door Brechts satire indringender en zwartgalliger te maken dan het origineel. De ketelmuziek die klonk in de vroegere versie van het Berliner Ensemble is vervangen door Verdi, Mozart en Wagner; en door Liszts preludes, de muziek die door de nazi’s werd misbruikt voor hun fanfares van overwinningsberichten op de radio. Müller laat ook de proloog van Brechts origineel weg en de verklarende teksten tussen de scènes. Met al deze ingrepen krijgt het stuk een luguberder, onheilspellender karakter. Vanaf de opkomst van de glijdende, likkende en jankende Arturo Ui begint de machinerie van de corruptie direct te lopen, als een gesmeerde, cynische, historische tredmolen die nooit meer ophoudt.

Biografieën

Het Berliner Ensemble is een van de belangrijkste toneelgezelschappen in het Duitse taalgebied. Het gezelschap werd in 1949 in het toenmalige Oost-Berlijn opgericht door de beroemde Duitse toneelschrijver en -regisseur Bertolt Brecht samen met zijn vrouw, de actrice Helene Weigel, na hun terugkeer uit ballingschap in de Verenigde Staten. Het Berliner Ensemble speelde tot 1954 in Wolfgang Langhoffs Deutsches Theater en verhuisde in 1954 naar de huidige locatie, het Theater am Schiffbauerdamm, waar in 1928 Brechts Dreigroschenoper in première ging.

 

Brecht schreef geen nieuwe stukken voor het gezelschap, maar gaf jonge regisseurs als Benno Besson, Egon Monk en de latere intendanten Manfred Wekwerth en Peter Pallitzsch de kans om zijn bestaande stukken te regisseren. Het eerste stuk dat het Berliner Ensemble in 1949 opvoerde was het in 1939 door Brecht geschreven Mutter Courage und ihre Kinder, nog steeds beschouwd als een hoogtepunt van het 20e-eeuwse toneel. Nadat Brecht zelf in 1956 was gestorven nam zijn vrouw Helene Weigel het roer over. Een drietal stukken die Brecht tijdens zijn ballingschap had geschreven, waaronder Der aufhaltsame Aufstieg des Arturo Ui ging pas na zijn dood in première.

 

Na de dood van Wiegel in 1971 werd Ruth Berghaus directeur. Zij breidde het repertoire uit met stukken van andere Europese toneelschrijvers en wilde ook meer experimenteel theater opvoeren. Dit laatste stuitte echter op weerstand bij het gezelschap zelf en het publiek. Na haar vertrek in 1977 nam Manfred Wekwerth de leiding over.

 

Na de Duitse eenwording in 1989 onderging het gezelschap verschillende veranderingen. In 1992 werd een vijftal directeuren aangesteld die samen de scepter moesten zwaaien. Dit liep echter uit op een drama. Het resultaat was dat Heiner Müller in 1995 als enige directeur overbleef. Toen Müller in datzelfde jaar stierf nam de acteur Martin Wuttke het directeurschap voor een jaartje waar, waarna Stephan Suschke tot 1998 directeur was. Hoe hectisch de leiding over het gezelschap ook was, de kwaliteit leed er geenszins onder. In deze periode ging onder meer Heiner Müllers enscenering van Der aufhaltsame Aufstieg des Arturo Ui in première, het meest succesvolle stuk in de geschiedenis van het gezelschap.

 

Pas na de verbouwing eind jaren negentig kwam het gezelschap in rustiger vaarwater onder Claus Peymann. Hij leidt het gezelschap nu met een missie om in navolging van Brecht – maar in bredere zin - politiek theater voor het volk op te voeren.

 

Martin Wuttke is een van de beroemdste Duitse toneelacteurs. Daarnaast heeft Wuttke ook een succesvolle filmcarrière. Recent was hij onder meer te zien in de rol van Hitler in Tarantino's Inglourious Basterds en in Cloud Atlas van Tom Tykwer en de 'Wachowski franchise'. Wuttke geniet in Duitsland ook bekendheid als hoofdcommissaris Andreas Keppler in de politieserie Tatort.

Wuttke begon zijn toneelcarrière in Bochum. Hij heeft sindsdien bij diverse grote Duitse gezelschappen gespeeld, waaronder de Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz in Berlijn, het Berliner Ensemble, de Schaubühne am Lehniner Platz, Schillertheater Berlin, Deutsches Theater Berlin, Deutsches Schauspielhaus in Hamburg, Theater des Westens in Berlijn, Thalia-Theater Hamburg, Staatstheater Stuttgart, Freie Volksbühne Berlin en Schauspiel Frankfurt.

 

Na de dood van Heiner Müller was Wuttke van eind 1995 tot 1996 korte tijd directeur van het Berliner Ensemble. Daar ontstond ook een van zijn grootste rollen in zijn loopbaan aan het toneel, als Arturo Ui in Müllers enscenering van Bertolt Brechts Der aufhaltsame Aufstieg des Arturo Ui. Wuttke speelt deze rol nog regelmatig bij het Berlijnse gezelschap. Het aantal voorstellingen is de vierhonderd al gepasseerd en nog steeds staat men voor volle zalen.

Een andere beroemde toneelrol van Wuttke is als Valmont in Quartett, Heiner Müllers enscenering van het verhaal van Les Liaisons Dangereuses. Wuttke heeft gewerkt met een keur aan Duitse regisseurs, waaronder Heiner Müller, Frank Castorf, Christoph Schlingensief en Christoph Marthaler. Sinds 2009 is Wuttke als acteur verbonden aan het Weense Burgtheater.

 

Wuttke is sinds 1995 aan het toneel ook actief als regisseur. Recentelijk regisseerde hij onder meer bij het Berliner Ensemble, de Münchner Kammerspiele en de Volksbühne Berlin.

 

Heiner Müller (1929-1995) geldt als een van de belangrijkste Duitse toneelschrijvers van de twintigste eeuw. Daarnaast was hij regisseur, dichter, prozaschrijver, essayist en intendant. Het grootste deel van zijn werkzame leven woonde hij in de DDR. In 1946 trad Müller toe tot de sociaal-democratische SPD, die het jaar daarop onder druk van de Sovjetunie opging in de Sozialistische Einheitspartei Deutschlands (SED). Hij schreef literatuurrecensies voor culturele tijdschriften en trad in 1954 toe tot het Deutsche Schriftstellerverband (DSV). In deze periode beleefde Müllers eerste stuk, Zehn Tage, die die Welt erschütterten, zijn première. Zijn toneelstuk Die Umsiedlerin (1961) werd direct na de première verboden en zorgde ervoor dat hij uit het Schriftstellerverband werd gezet, waarin hij pas in 1988 weer werd opgenomen. Het was het begin van een moeizame relatie tussen Müller en de socialistische machthebbers; veel van zijn werk kreeg eerste opvoeringen in West-Duitsland. Vanaf het einde van de jaren 80 profileerde Müller zich ook als regisseur. Zo bracht hij in 1990 in het Deutsche Theater in Berlijn een maar liefst acht uur durende Hamlet-enscenering, waarin hij zijn eigen werk Die Hamletmaschine (1979) geïntegreerd had. In 1984 trad Müller toe tot de Akademie der Künste der DDR en in 1986 werd hij lid van de Akademie der Künste West-Berlin. Van 1990 tot 1993 was hij de laatste President van de Oost-Berlijnse akademie, waarna deze opging in de Akademie der Künste in Berlijn. Bij de grote demonstratie op de Alexanderplatz op 4 november 1989, een week voor de val van de Muur, trad Müller op als spreker. In 1990 werd het festival Experimenta in Frankfurt am Main aan hem gewijd. Müller ontving voor zijn werk verschillende prijzen, waaronder de Heinrich-Mann-Preis in 1959, de Georg-Büchner-Preis in 1985, de Kleist-Preis in 1990 en het jaar daarop de Europese Theaterpreis; in 1996 werd hem postuum de Theaterpreis Berlin toegekend.