Twee popiconen schrijven voor orkest.

The music of Jonny Greenwood & Bryce Dessner

Bryce Dessner, Aaron Dessner, Amsterdam Sinfonietta

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Gitaarhelden Bryce Dessner van The National en Jonny Greenwood van Radiohead schrijven de laatste jaren beiden met succes composities voor klassieke ensembles. Greenwood maakte onder meer furore met zijn filmmuziek voor Paul Thomas Andersons There Will Be Blood, waarvan de suite vanavond in wereldpremière gaat, naast een uitvoering van Popcorn Superhet Receiver. Bryce Dessner schreef een werk voor strijkorkest dat zijn wereldpremière beleeft, en brengt samen met zijn broer Aaron zijn ‘micro minimalism’ op de bühne met Raphael en het dubbelconcert voor gitaar St. Caroline by the Sea. Een buitenkans om kennis te maken met klassiek werk van twee popiconen, uitgevoerd door Amsterdam Sinfonietta onder leiding van André de Ridder.

programmaboek

Achtergrondinformatie

In dit programma staan twee jonge componisten centraal die vooral bekend zijn als popmuzikanten. Bryce Dessner is gitarist in de Amerikaanse band The National. Jonny Greenwood speelt gitaar in de Britse formatie Radiohead. Beiden hebben de laatste jaren met succes muziek voor klassieke ensembles geschreven. Amsterdam Sinfonietta speelt onder leiding van André de Ridder recente werken van Dessner en Greenwood, met de broers Bryce en Aaron Dessner van The National op gitaar als speciale gasten. Op het programma staan Greenwoods Popcorn Superhet Receiver (2005) en There will be blood Suite (2007) en Dessners Raphael (2007), het dubbelconcert voor gitaar St. Carolyn by the Sea (2011) en de wereldpremière van een werk voor strijkorkest dat Dessner componeerde in opdracht van Amsterdam Sinfonietta, het Scottish Ensemble en het Norwegian Chamber Orchestra. Het programma is een coproductie van het Holland Festival met Muziekgebouw Eindhoven en het American Composers Orchestra.

Jonny Greenwood heeft reeds vanaf jeugdige leeftijd belangstelling voor klassieke muziek en is een verklaard liefhebber van de Franse componist Olivier Messiaen. Zo bekwaamde hij zich in het bespelen van de ondes-Martenot, een in de jaren 20 van de vorige eeuw ontwikkeld elektronisch instrument dat veelvuldig werd gebruikt door Messiaen en dat op verschillende Radiohead-albums te horen is. In 2004 werd Greenwood composer-in-residence bij de BBC. Daar ging datzelfde jaar Smear voor orkest en ondes-Martenot in première, in 2005 gevolgd door Popcorn Superhet Receiver voor strijkorkest. Delen van dat laatste werk werden gebruikt in de film There will be blood uit 2007 van de Amerikaanse regisseur Paul Thomas Anderson, waarvoor Greenwood de complete soundtrack componeerde. De There will be blood Suite is samengesteld met muziek uit deze film. Greenwoods Popcorn Superhet Receiver is een Nederlandse première.

Bryce Dessner behaalde zijn diploma klassiek gitaar aan Yale University. Samen met zijn broer Aaron speelt hij gitaar in rockband The National, een groep die sinds zijn oprichting in 1999 hoge ogen gooit bij zowel critici als publiek. Vorig jaar waren de broers in het Holland Festival te bewonderen met hun productie The Long Count. Dit theatrale concert voor klein orkest en verschillende gastzangers is gebaseerd op de Maya-scheppingsmythe Popul Vuh. Dessner werkte de afgelopen jaren samen met toonaangevende musici uit de nieuwe muziek, zoals Philip Glass, Steve Reich en het Kronos Quartet. Zijn muziek, die hij zelf omschrijft als ‘micro minimalism’, kenmerkt zich door gelaagde weefsels van herhaalde patronen, maar verraadt ook invloeden uit de folk en van componisten als Bartók en Messiaen.

Raphael (2007) van Bryce Dessner is een kamermuziekwerk voor een ensemble met onder meer vier gitaren. Het ging op 13 maart 2008 in première in The Kitchen in New York. Het dubbelconcert voor gitaar St. Carolyn by the Sea (2011) schreef Dessner voor zichzelf en zijn broer Aaron in opdracht van het American Composers Orchestra, het Holland Festival en het Muziekgebouw Eindhoven. Met het componeren voor een uitgebreide orkestrale bezetting betreedt Dessner met dit werk nieuw terrein, iets waarover hij in interviews zijn opwinding heeft kenbaar gemaakt. St. Carolyn by the Sea werd geïnspireerd door de roman Big Sur (1962) van Jack Kerouac. Het werk ging op 22 oktober 2011 in première tijdens het SONiC Festival van het American Composers Orchestra in New York. Raphael beleeft in dit concert zijn Nederlandse première; de uitvoering van St. Carolyn by the Sea is een Europese première.

Biografieën

De tweelingbroers Aaron en Bryce Dessner (1976) zijn het meest bekend als gitaristen van de Amerikaanse rockband The National. Met deze band maakten zij de albums The National (2001), Sad Songs for Dirty Lovers (2003), Alligator (2005), Boxer (2007) en High Violet (2010). Aaron Dessner schrijft de meeste muziek voor deze band. Daarnaast heeft hij samengewerkt met muzikanten als David Byrne, Clogs, Doveman, Final Fantasy, Feist, Grizzly Bear, Hayden, Justin Vernon en My Brightest Diamond. Bryce Dessner studeerde klassieke gitaar aan Yale University. Hij componeert muziek in opdracht van onder anderen het New York Guitar Festival, The Kitchen NYC, het 21st Century Abe Project, de Bang on a Can All-Stars, het Brooklyn Youth Chorus en cellist Zachary Miskin. Hij schreef ook verschillende werken in opdracht van het Kronos Quartet, zoals Aheym ter ere van de 75e verjaardag van Steve Reich in 2009, en Tenebre voor het Reich-festival van het Barbican Centre in Londen in 2011. Bryce Dessner werkt veelvuldig samen met andere musici, onder wie Philip Glass, de Bang on a Can All-Stars en Glenn Kotche. Hij is oprichter en artistiek leider van het jaarlijkse MusicNOW Festival voor eigentijdse muziek in Cincinnati, Ohio. Hij is tevens oprichter van het improvisatiekwartet Clogs. In januari 2012 speelde hij de wereldpremière van David Langs Death Speaks, samen met Nico Muhly, Shara Worden en Owen Pallett. Voor het BAM Next Wave Festival maakten Aaron en Bryce Dessner samen met beeldend kunstenaar Matthew Ritchie de productie The Long Count, die in 2009 in première ging en in 2011 te zien was in het Holland Festival. De broers zijn medeoprichters van het label Brassland Records.

Jonny Greenwood (1971) is een Britse musicus, het meest bekend als gitarist van de band Radiohead. Hij studeerde aan Oxford Brookes University toen Radiohead in 1991 een platencontract tekende bij EMI, en kort daarna stopte hij met zijn studie. Greenwood is een multi-instrumentalist en naast zijn hoofdinstrumenten gitaar en toetsen speelt hij altviool, harmonica, glockenspiel, ondes-Martenot en banjo, en houdt hij zich bezig met elektronica. Naast zanger Thom Yorke wordt hij gezien als de tweede drijvende kracht achter de band, waarvoor hij door de jaren heen verschillende nummers heeft geschreven. In 2003 kwam zijn eerste soloalbum uit, Bodysong, de soundtrack van de gelijknamige film van cineast Simon Pummel. Sindsdien heeft hij de muziek gecomponeerd voor de films There will be blood (2007), Norwegian wood (2010) en We need to talk about Kevin (2011). In mei 2004 werd Greenwood aangesteld als huiscomponist van het BBC Concert Orchestra, waarvoor hij onder meer de orkestwerken smear (2004) en Popcorn Superhet Receiver (2005) schreef. Met dat laatste werk won hij in 2006 de Radio 3 Listeners' Award tijdens de BBC British Composer Awards. smear is op cd uitgebracht door London Sinfonietta onder leiding van Martyn Brabbins. In de lente van 2012 verscheen op het label Nonesuch een cd met Polymorphia (1961) van de Poolse componist Krzysztof Penderecki en Greenwoods hommage 48 Responses to Polymorphia voor strijkorkest, evenals Popcorn Superhet Receiver. In november 2011 stond Greenwood op plaats 48 in de ‘100 Greatest Guitarists of All Time’-lijst van Rolling Stone Magazine. Hij is getrouwd met de Israëlische beeldend kunstenares Sharona Katan.

André de Ridder is een Duitse dirigent. Hij studeerde in Wenen bij Leopold Hager en in Londen bij Sir Colin Davis. Nog tijdens zijn studietijd kreeg hij een positie als assistent bij het Bournemouth Symphony Orchestra. In het seizoen 2005-2006 was hij assistent-dirigent bij het Hallé Orchestra Manchester. De Ridder staat bekend om zijn grensvervagende programmering en projecten, waarbij hij samenwerkt met hedendaagse-muziekspecialisten als musikFabrik, maar ook met de band Gorillaz of jazzmusicus Uri Caine. Ook werkt hij samen met het Duitse elektronicaduo Mouse on Mars, waarmee hij in januari 2011 gezamenlijk heeft opgetreden met het Chicago Symphony Orchestra. De Ridder is veelvuldig actief in Groot-Brittannië, waar hij te gast was bij onder andere het BBC Symphony Orchestra, London Sinfonietta, de BBC Philharmonic, Britten Sinfonia en het Ulster Orchestra. In 2007 werd hij genomineerd voor de Young Artist Award van de Royal Philharmonic Society en sinds het seizoen 2007-2008 is hij chef-dirigent van Sinfonia ViVA. Daarnaast was hij te gast bij onder meer het Royal Stockholm Philharmonic Orchestra, Tapiola Sinfonietta, het SWR Sinfonieorchester Baden Baden und Freiburg en de Camerata Salzburg. Als operadirigent leidde De Ridder onder meer producties met werken van Mozart, Janacek en Henze. Hij dirigeerde de Engelse première van Gerald Barry's The Bitter Tears of Petra von Kant bij de English National Opera in 2005 en de wereldpremière van Wolfgang Rihms Drei Frauen bij het Theater Basel in 2009. In 2010 dirigeerde hij in het Southbank Centre in Londen de wereldpremière van Anna Merediths Concerto for Beatboxer and Orchestra. Dit seizoen is De Ridder conductor-in-residence bij het Muziekgebouw Eindhoven, waar hij optreedt met onder meer het Noord Nederlands Orkest en Amsterdam Sinfonietta.

Amsterdam Sinfonietta is een Nederlands strijkorkest met als thuisbasis Amsterdam. Het ensemble werd in 1988 onder de naam Nieuw Sinfonietta Amsterdam opgericht door een groep jonge musici die symfonisch repertoire wilden spelen vanuit een kamermuziekbenadering, met ensemblespel van het hoogste niveau. Het ensemble bestaat uit 22 strijkers en wordt sinds 2004 geleid door violiste en artistiek leider Candida Thompson, die al sinds 1995 concertmeester is. Door zonder dirigent te spelen onderscheidt Amsterdam Sinfonietta zich van gangbare orkesten. Amsterdam Sinfonietta treedt op over de hele wereld, in concertzalen als Barbican Hall in Londen, de Cité de la Musique in Parijs, het National Centre of Performing Arts in Beijing en het Konzerthaus in Berlijn. Het orkest werkte samen met gerenommeerde musici zoals Sergei Khachatryan, Barbara Hannigan, Sol Gabetta, David Fray, Janine Jansen, Dejan Lazic, Isabelle van Keulen, Jean-Guihen Queyras, Christianne Stotijn en Bobby McFerrin. Het repertoire van Amsterdam Sinfonietta omvat stijlen van barok tot hedendaags. Naast de uitvoeringen van bekende werken breekt het orkest ook een lans voor onbekend of nieuw repertoire. Zo speelde Amsterdam Sinfonietta recentelijk premières van Sofia Goebaidoelina, Michel van der Aa en Arthur Aharonian. Met de educatieve voorstelling ‘Kleutersinfonietta’ bereikt Amsterdam Sinfonietta jaarlijks duizenden kinderen in Nederland. Daarnaast organiseert het orkest de Sinfonietta Strijkersdagen, waarin jonge strijkers deelnemen aan workshops en in speciaal geformeerde strijkorkesten optreden voor publiek. Amsterdam Sinfonietta heeft een reeks cd’s uitgebracht in samenwerking met het label Channel Classics, met muziek van onder anderen Brahms, Schönberg en Mahler. Momenteel zijn cd’s in voorbereiding met werken van Britten en Sjostakovitsj. Amsterdam Sinfonietta organiseert aan het begin van het jaar een nieuwjaarsconcert met niet-klassieke artiesten als Karin Bloemen, Wende Snijders en Ellen ten Damme.                           

CREDITS

muziek
Bryce Dessner
Jonny Greenwood
muzikale leiding
André de Ridder
gitaar
Aaron Dessner
Bryce Dessner
uitvoering
Amsterdam Sinfonietta
concertmeester
Candida Thompson
in opdracht van
Muziekgebouw Eindhoven
American Composers Orchestra
Holland Festival