Historisch concert krijgt reprise in Muziekgebouw aan ’t IJ.

Tabula rasa: Tallinn 30-9-77

Arvo Pärt, Alfred Schnittke, Toivo Tulev

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

35 jaar geleden werden in de Estlandse hoofdstad Tallinn ter gelegenheid van de dertigste verjaardag van violist Gidon Kremer Tabula rasa van Arvo Pärt en Concerto Grosso no. 1 van Alfred Schnittke uitgevoerd. Deze twee mijlpalen uit de hedendaagse muziek worden opnieuw tijdens één concert uitgevoerd. Het historische programma, met als solisten jonge topmusici, wordt aangevuld met een splinternieuw commentaarstuk van de vooraanstaande Est Toivo Tulev, die in 1977 zelf aanwezig was. Pärts Tabula rasa geldt als een hoogtepunt van het ‘holy minimalism’. Schnittkes Concerto is een zinderend geheel van tegenstellingen en paradoxen, dat ons van Vivaldi de totale dissonantie insleurt om vervolgens via de Weense klassieken bij de 20e-eeuwse twaalftoonstechniek te belanden.

programmaboek

Achtergrondinformatie

Op 30 september 1977 ging in de Estlandse hoofdstad Tallinn het werk Tabula rasa van Arvo Pärt in première. Bij die gelegenheid werd ook het Concerto grosso Nr. 1 van Alfred Schnittke uitgevoerd. Beide werken waren geschreven ter gelegenheid van de dertigste verjaardag van Gidon Kremer op 27 februari 1977 en werden uitgevoerd door violisten Gidon Kremer en Tatiana Grindenko met het Estlandse Kamerorkest onder leiding van dirigent/pianist Eri Klas. Programmamaker Robert Nasveld van de NTR kwam op het idee om dat gedenkwaardige concert, met twee mijlpalen van de hedendaagse muziek, bijna vijfendertig jaar na dato te herhalen. De Est Toivo Tulev, nu een vooraanstaande componist, was als negentienjarige jongen aanwezig bij dit historische concert. Het Holland Festival gaf hem de opdracht om voor deze gelegenheid een commentaarstuk te componeren. Het programma wordt op donderdag 14 juni 2012 in het Muziekgebouw aan 't IJ uitgevoerd door de Radio Kamer Filharmonie onder leiding van Martyn Brabbins. De solisten zijn Simone Lamsma en Henning Kraggerud op viool met medewerking van Pascal Meyer op piano/klavecimbel.

Het concert opent met het werk van Pärt. Tabula rasa, Latijn voor ‘schone lei’, is een metafoor die al door de scholastieke filosofen (zoals Thomas van Aquino) gebruikt werd voor de toestand van een geest waarin geen enkele gewaarwording een indruk heeft gemaakt. De term verwijst ook naar het idee van de zeventiende-eeuwse filosoof John Locke dat er geen aangeboren ideeën bestaan. Pärts compositie wordt beschouwd als een hoogtepunt van het ‘holy minimalism’, een in de jaren 70 ontstane stroming binnen de hedendaagse muziek die zich kenmerkt door een aan minimal music gerelateerde esthetiek en een religieuze of mystieke invalshoek. Tabula rasa is een voorbeeld van Pärts ‘tintinnabulatie’-stijl, een simpel samenspel tussen twee eenvoudige stemmen dat een voortdurend verschuivende tonale context geeft. Het werk bestaat uit twee delen, Ludus en Silentium; in het eerste deel bouwt een steeds herhaald thema op naar een climax; in het tweede vindt een omgekeerde ontwikkeling plaats, met een etherische vioolpartij die langzaam wegzinkt in de stilte.

Voor de pauze klinkt vervolgens nog de bijdrage van Tulev, waarin hij net als Pärt en Schnittke in hun geprogrammeerde werken gebruikmaakt van een geprepareerde piano. Dat is een piano waarbij allerlei metalen en andere voorwerpen tussen de snaren zijn gestoken, zodat de toetsen ongebruikelijke en onvoorspelbare klanken oproepen. Tulev was aanwezig bij het concert in Tallinn op 30 september 1977.

De wereldpremière van Schnittkes Concerto grosso No. 1 had enkele maanden voor het concert van 30 september plaatsgevonden, op 21 maart 1977 in Leningrad. Toen werd het uitgevoerd door Kremer en Grindenko en het Leningrad Kamerorkest onder leiding van Eri Klas. Het Concerto grosso is gecomponeerd voor twee violen, klavecimbel, geprepareerde piano en 21 strijkers, en bestaat uit zes delen. Het werk is een voorbeeld van wat Schnittke zijn ‘polystilisme’ noemde: geen vrijblijvend eclecticisme, maar een manier om met zeer uiteenlopende stijlen een omvangrijke muzikale vorm te construeren, met maximaal effect. Zo begint het tweede deel van het Concerto, de Toccata, als een Vivaldi-parafrase, om vervolgens te ontsporen in totale dissonantie en uiteindelijk via de Weense klassieken bij de twintigste-eeuwse twaalftoonstechniek te belanden. Het werk is een zinderend amalgaam van contradicties en paradoxen, dat terecht één van Schnittkes populairste werken is.

Biografieën

Arvo Pärt (1935) is een Estse componist, woonachtig in Berlijn. Van 1957 tot 1963 studeerde hij aan het conservatorium in Tallinn, waar hij compositieles kreeg van Heino Eller. Zijn composities uit die periode laten invloeden horen van Bartók, Prokofjev en Sjostakovitsj, en van de twaalftoonstechniek van Schönberg. Na zijn studie werkte hij bij de radio en experimenteerde met diverse compositietechnieken. Een spirituele en professionele crisis bracht hem ertoe oude muziek te bestuderen, van gregoriaanse zang en vroege meerstemmigheid tot de polyfonie van de Renaissance. Hij trad toe tot de Russisch-orthodoxe Kerk. Eind jaren 60 trok Pärt zich terug, om pas bijna een decennium later weer van zich te doen horen; de grote transformatie die zijn muziek toen had ondergaan maakt dat zijn vroege en latere werk door twee totaal verschillende componisten geschreven lijken te zijn. Pärt heeft voor de muziek van zijn latere periode de term ‘tintinnabulair’ bedacht, van het Latijn tintinnabulum (‘bel’), aangezien zij klinkt als het geluid van belletjes of klokken. Deze muziek wordt gekenmerkt door simpele harmonieën, weinig noten en trage bewegingen. Het eerste werk dat van deze techniek gebruikmaakt is het pianowerk Für Alina (1976). Daarna volgden Fratres, Cantus in memoriam Benjamin Britten en Tabula Rasa, alledrie uit 1977, wat nog steeds zijn bekendste werken zijn. In 1980 emigreerde Pärt naar Wenen, en vervolgens naar West-Berlijn. Sindsdien schrijft hij vooral religieuze werken, vaak in opdracht van koren en kathedralen. Pärt werd in 1996 opgenomen in de American Academy of Arts and Letters. In 2003 ontving hij de Contemporary Music Award tijdens de Classical Brit Awards in de Royal Albert Hall in Londen, en in 2008 ontving hij de Deense Léonie Sonning-prijs.

Toivo Tulev (1958) is een Estse componist. Na het behalen van zijn diploma aan het Conservatorium van Tallinn in 1990, waar hij compositie gestudeerd had bij Eino Tamberg, vervolgde Tulev zijn opleiding bij Sven-David Sandström in Stockholm. In 1996 studeerde hij elektroakoestische muziek in de studio's van de Musikhochschule in Keulen, en volgde tussen 1995 en 1998 een masterprogramma aan de Estse Muziekacademie. Daarnaast heeft hij zich verdiept in gregoriaanse zang en was hij gedurende de jaren 80 zanger in het Ests Filharmonisch Kamerkoor en bij verschillende andere ensembles. Zijn ervaring als uitvoerder van oude muziek rekent hij tot zijn grootste invloeden, hoewel zijn eigen werk hoofdzakelijk gecomponeerd is voor orkest of instrumentale kamerensembles. In 1995 richtte Tulev het ensemble voor liturgische muziek Scandicus op. In het seizoen 2004-2005 was hij composer-in-residence bij het Ests Filharmonisch Kamerkoor, en in het seizoen 2007-2008 bij het Deense vocale ensemble Ars Nova. Sinds 2005 is hij hoofd van de compositieafdeling van de Estse Muziekacademie, waaraan hij sinds 2001 als docent verbonden is. Vier van Tulevs werken, Opus 21 voor kamerorkest (1996), het Concerto voor viool en orkest (2002), het fluitconcert Deux (2006) en I said Who are You? - He said, You (2010) werden geselecteerd door het International Rostrum of Composers in Parijs. Hij heeft compositieopdrachten ontvangen van onder meer het Sydney Spring Festival, het London Baltic Arts Festival, het Gaida Festival, het MärzMusik Festival en het Nieuw Ensemble. Tulevs werk is bekroond met verschillende beurzen en prijzen, waaronder de jaarlijkse prijs van de Estse Muziekraad in 2006.

Alfred Schnittke (1934-1998) was een Russische componist en pianist. Hij werd geboren in Engels, de hoofdstad van de Wolga-Duitse Republiek, uit een joods-Duitse vader en een Wolga-Duitse moeder. Zijn eerste muziekonderricht ontving hij in Wenen, waar de familie van 1946 tot 1948 woonde. Nabij Moskou vervolgde hij zijn opleiding en van 1953 tot 1958 studeerde hij contrapunt, compositie en instrumentatie aan het Conservatorium van Moskou. Tussen 1962 en 1972 doceerde hij zelf instrumentatie aan die instelling. Vanaf de jaren 70 wijdde Schnittke zich volledig aan het componeren, waarbij hij hoofdzakelijk in zijn levensonderhoud voorzag met het schrijven van vele tientallen filmmuziekpartituren. Schnittke componeerde in zeer uiteenlopende stijlen, vaak binnen een enkel werk, en zijn benadering wordt wel ‘polystilistisch’ genoemd. Zijn omvangrijke oeuvre bestaat, naast filmmuziek, uit negen symfonieën, zes concerti grossi, concerten voor onder meer viool, cello en piano, kamermuziek, solowerken, balletten en koormuziek. De eerste van zijn drie opera's, Het leven met een idioot, ging in 1992 in Amsterdam in première onder leiding van Rostropovitsj. Na het succes van Concerto grosso nr. 1 (1977), met Gidon Kremer als pleitbezorger, steeg Schnittkes populariteit in Europa en de Verenigde Staten. Hij ontving talrijke prijzen, waaronder de Oostenrijkse Staatsprijs in 1991, de Bachprijs van de Stad Hamburg in 1992 en de Russische Cultuurprijs in 1993. Zijn muziek is verschenen op meer dan vijftig cd's en wordt over de hele wereld uitgevoerd. Sinds halverwege de jaren 80 kampte Schnittke met een zwakke gezondheid en werd verschillende malen getroffen door een beroerte. Vanaf 1990 woonde hij in Hamburg, waar hij op 3 augustus 1998 overleed.

Martyn Brabbins is een van de meest vooraanstaande en meest veelzijdige dirigeertalenten van Groot-Brittannië. Hij wordt alom gerespecteerd vanwege zijn muzikale en artistieke integriteit en zijn uitstekende programmeringen. Nadat hij in Londen compositie had gestudeerd en vervolgens met Ilya Musin in Leningrad had gedirigeerd, won hij in 1988 de eerste prijs bij de Leeds Conductors’ Competition. Sindsdien heeft hij voor de meest grote symfonieorkesten en ensembles in Groot-Brittannië en op het Europese vasteland gestaan. Hij was assistent-dirigent van het BBC Scottish Symphony Orchestra (1994-2005) en is sinds 1996 verbonden aan de Huddersfield Choral Society, tegenwoordig als eredirigent. Van 2005 tot 2007 was hij artistiek directeur van het prestigieuze Cheltenham International Festival of Music, en sinds 2009 is hij vaste gastdirigent van De Filharmonie in Antwerpen. Brabbins is een gewild operadirigent met een breed repertoire, van Don Giovanni en Die Zauberflöte, via Tsjaikovski’s De Gouden Pantoffeltjes en Poulencs Les Mamelles de Tiresias tot hedendaags repertoire, zoals de wereldpremière van Alexander Knaifels Alice in Wonderland bij de Nederlandse Opera in 2001, en de wereldpremière van Jonathan Harvey’s Wagner Dream in Luxemburg in 2007. In 2006 dirigeerde hij bij de Staatsoper Hamburg Eötvös’ Tri Sestri en op het Aldeburgh Festival The Rake’s Progress van Stravinsky. In het Holland Festival 2010 dirigeerde Brabbins de zeer lovend onthaalde opera A Dog’s Heart van Alexander Raskatov. Hij heeft tot twee keer toe een ‘Beethovenathon’ geleid: de uitvoering van alle negen symfonieën in één dag. In april 2013 treedt Brabbins aan als chef-dirigent van het Nagoya Philharmonisch Orkest in Japan. Brabbins leidde de wereldpremière van Alexander Knaifels Dances of Ascents (Holland Festival 2011).

Simone Lamsma wordt door Jaap van Zweden omschreven als één van de meest toonaangevende violisten ter wereld. In 2009 trad zij live op tijdens het programma Zomergasten op verzoek van Jaap van Zweden. Hoogtepunten voor dit seizoen zijn debuten bij onder meer het Koninklijk Concertgebouw Orkest, Orchestre National de France, Lucerne Symphony, Utah Symphony, Hong Kong Philharmonic, Copenhagen Philharmonic en São Paulo Symphony. Verder zal ze terugkeren bij onder andere het Dallas Symphony, Bournemouth Symphony en the Royal Liverpool Philharmonic. Recente successen waren o.a. concerten met het Orchestre Suisse Romande, St Louis Symphony en Seoul Philharmonic. Simone Lamsma is regelmatig te gast als solist bij alle Nederlandse orkesten. Vorig seizoen gaf Simone Lamsma een zeer succesvol recital in de Grote Zaal van het Concertgebouw met pianist Robert Kulek en trad zij op voor Koningin Beatrix tijdens het Koninginnedagconcert met de Radio KamerFilharmonie. Simone Lamsma won vele prijzen, waaronder de VSCD Klassieke Muziekprijs (2010) en het Nationaal Vioolconcours ‘Oskar Back’(2003). Simone studeerde cum laude af aan de Royal Academy of Music in London op 19-jarige leeftijd bij viooldocent Maurice Hasson, waar ze in 2011 werd benoemd tot ‘Associate of the Royal Academy of Music’. Simone Lamsma bespeelt de ‘ex-Chanot-Chardon’ Stradivarius (label Cremona 1718), die haar genereus ter beschikking is gesteld door een anonieme bruikleengever.

Henning Kraggerud (1973) is een Noorse violist. Hij studeerde bij Camilla Wicks, Emanuel Hurwitz en Stephan Barratt-Due en maakte in 1992 zijn debuut, waarna zijn carrière een vlucht nam. Hij soleerde bij orkesten als het Cincinnati Orchestra, het Vancouver Symphony Orchestra, Britten Sinfonia, het Basel Kamerorkest en het Genève Kamerorkest. In 1998 maakte hij zijn Amerikaanse debuut in Carnegie Hall, en in 2010 debuteerde hij met veel succes bij het London Philharmonic Orchestra onder leiding van Osmo Vänska. Op het gebied van kamermuziek speelt Kraggerud zowel viool als altviool op grote internationale festivals, zoals het Hong Kong International Chamber Music Festival, het Yerevan International Music Festival, het Holland Festival en het Cheltenham Festival. In 2004 was hij artist-in-residence van het Bergen Festival. In de zomer van 2011 volgde Kraggerud Leif Ove Andsnes op als artistiek leider van het Risør Festival voor kamermuziek. Kraggerud is onderscheiden met verschillende prijzen, waaronder de Grieg Prijs in 1998, en de Ole Bull Prijs en de Sibelius Prijs in 2007. Voor het Naxos label heeft hij opnames gemaakt van onder meer de Vioolsonates van Grieg, Schuberts Arpeggionesonate en de Vioolsonates van Eugène Ysaÿe, waarvoor hij de prestigieuze Spellemannprisen 2008 in de categorie klassieke muziek ontving. Hij doceert aan het Barratt Due Muziekinstituut in Oslo. Kraggerud is een begaafd improvisator en schrijft regelmatig zelf arrangementen en cadenza's. Hij speelt op een viool van Guarneri del Gesù uit 1744. Deze viool is verzorgd door Dextra Musica AS. Dit bedrijf wordt ondersteund door Sparebankstiftelsen DnB NOR.

De Radio Kamer Filharmonie is een flexibel orkest dat in verschillende bezettingen kan optreden, variërend van barokensemble tot ensemble voor hedendaagse muziek. Van 2005 tot 2010 was Jaap van Zweden chef-dirigent en artistiek leider van de Radio Kamer Filharmonie. Met ingang van het seizoen 2010-2011 is de Deense dirigent Michael Schønwandt aangetreden als chef-dirigent en voegt James MacMillan zich bij de vaste gastdirigenten van het orkest. De huidige vaste gastdirigenten zijn Frans Brüggen, sinds 2007 tevens eredirigent, en Philippe Herreweghe. De Radio Kamer Filharmonie levert een belangrijk aandeel aan de series de ZaterdagMatinee, het Zondagochtend Concert en de Robeco Zomerconcerten in het Amsterdamse Concertgebouw, De Vrijdag van Vredenburg in Utrecht en de serie NPS maakt hoorbaar in het Muziekgebouw aan ‘t IJ. Al deze concerten worden uitgezonden via Radio 4. Verder is het orkest regelmatig te horen in de educatieve serie De Magische Muziekfabriek in Vredenburg, de Internationale Gaudeamus Muziekweek in Amsterdam en het Holland Festival. Traditiegetrouw wordt het concertseizoen afgesloten met een Mozartfestival en concerten in de Robeco-serie in het Concertgebouw. In het Muziekgebouw aan ‘t IJ verzorgde het orkest onder andere wereldpremières van werken van Pete Harden, Florian Maier, Peter Adriaansz, Bob Zimmerman en Peter Maxwell Davies. Daarnaast speelt de Radio Kamer Filharmonie ook meer traditioneel repertoire, bijvoorbeeld van Haydn, Mozart, Poulenc, Honegger en Bizet. De veelzijdige cd-catalogus van de Radio Kamer Filharmonie omvat werken van onder anderen Beethoven, Tristan Keuris, Haydn, Stravinsky, Henk Badings en Otto Ketting. Tijdens het festival Toonzetters 2008 ontving de Radio Kamer Filharmonie de Muziekgebouwprijs voor de première eerder dat jaar van Richard Rijnvos’ NYConcerto.

CREDITS

muziek
Arvo Pärt
Alfred Schnittke
Toivo Tulev
dirigent
Martyn Brabbins
viool
Simone Lamsma
Henning Kraggerud
uitvoering
Radio Kamer Filharmonie
coproductie
Holland Festival
NTR
in opdracht van
Holland Festival

DEZE VOORSTELLING IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR