Driedelige theatermarathon naar het beroemde boek van Robert Musil.

Musil Marathon

De man zonder eigenschappen I, II, III

Guy Cassiers, Robert Musil, Toneelhuis

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Met De man zonder eigenschappen van Robert Musil regisseert Guy Cassiers een van de grote panoramische romans van de 20e eeuw. Musils verhaal is een kritische, ironische en groteske schildering van het grote Oostenrijks-Hongaarse Rijk in 1913, een jaar voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Even humoristisch als genadeloos worden de roerselen van de menselijke ziel en het raderwerk van het politieke en sociale leven blootgelegd. Samen tonen de drie delen van deze theatermarathon een maatschappij in crisis die door de onderliggende thema’s als identiteit en soevereiniteit, seksualiteit en moraal en de strijd tussen symboolpolitiek en reaalpolitiek sterk doet denken aan het huidige Europa. 

bekijk de video

Programma

14.00 - 17.00 uur: deel 1 De parallelactie 
18.45 - 20.30 uur: deel 2 Het mystieke huwelijk
21.15 - 22.50 uur: deel 3 De misdaad

Programma

Marathon De man zonder eigenschappen 
za 23.6 en zo 24.6 

14.00 u – 17.00 u (incl. een pauze) 
De parallelactie (deel 1) 

17.00 u – 18.45 u pauze 

18.45 u – 20.30 u (zonder pauze) 
Het mystieke huwelijk (deel 2) 

20.30 u – 21.15 u pauze 

21.15 u – 22.45 u (zonder pauze) 
De misdaad (deel 3) 

Achtergrondinformatie

De man zonder eigenschappen is een theatermarathon waarin de Belgische regisseur Guy Cassiers de gelijknamige, monumentale roman van de Oostenrijkse schrijver Robert Musil (1880-1942) op het toneel zet. Dit panoramische werk werd door de Duitse schrijvers en critici verkozen tot de belangrijkste Duitstalige roman van de 20e eeuw. Het is een kritische, ironische en soms groteske schildering van een maatschappij – het grote Oostenrijks-Hongaarse Rijk – die danst op een vulkaan, maar zich niet bewust is van de nakende uitbarsting. 

Het grote, overkoepelend thema van De man zonder eigenschappen is de strijd tussen het individu en de massa tegen de achtergrond van de maatschappelijke revolutie die zich voltrekt in de eerste helft van de twintigste eeuw. Musil toont zich in zijn werk een scherp analyticus van de menselijke ziel en het menselijk tekort; tegelijk legt hij ook heel subtiel het raderwerk van het politieke en sociale leven bloot. Door middel van zijn hoofdpersoon Ulrich vraagt de schrijver hoe de ziel een plek kan vinden in de maatschappij, hoe de rationaliteit en de mystiek, de politiek en het individuele belang verenigd kunnen worden.

Cassiers heeft voor zijn bewerking veel van de essayistische uitweidingen van Musil geschrapt. De drie delen van de marathon komen niet exact overeen met de drie delen van de roman. Het laatste deel is geheel geschreven door de Vlaamse auteur Yves Petry, en deels gebaseerd op Musils biografie. Cassiers heeft net als in zijn voorgaande werken veel aandacht voor de aankleding van het stuk, in kostuums, decors en video.

Het verhaal speelt zich af in 1913, één jaar voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, die een brutaal einde maakt aan het Oude Europa, en de overgang van de grootburgerlijke samenleving naar de massamaatschappij markeert. 
Ulrich is een wiskundige die met een soort analytische afstandelijkheid de wereld om hem heen bekijkt. Als buitenstaander komt hij terecht in een comité dat het zeventigjarige jubileum van het keizerschap van Frans Jozef voorbereidt en daarbij de Duitsers de loef wil afsteken bij de viering van het dertigjarig jubileum van hun Keizer Wilhelm.
Dat beide jubilea gepland zijn voor 1918, het jaar waarin beide monarchieën definitief ineenstorten, is tekenend voor de satire die deze hele roman doordrenkt. Ironie is ook terug te vinden in de constellaties van de personen die Musil ten tonele voert: van de mooie ambitieuze Diotima tot de met Nietzsche dwepende Clarisse, van de sluwe geldmagnaat Arnheim tot de brave generaal Stumm von Bordwehr, van Ulrichs jeugdvriend Walter, de ‘doorsneemens’, tot de krankzinnige vrouwenmoordenaar Moosbrugger.

Tekenend voor de adel en hoge sociale klasse waaruit het comité bestaat is dat ze blind zijn voor wat er werkelijk gaande is in de wereld. Zij zien de realiteit slechts door de bril van een nostalgische, voorbije grootsheid, zonder te zien dat hun rijk tot op het bot verdeeld is. Terwijl de straten van Wenen zijn overgeleverd aan de paardendiarree, spiegelen zij hun rijk voor als een baken van menselijkheid, vooruitgang, traditie en geluk.

In deel twee verlaten we in eerste instantie de politieke arena van het comité, en belanden in de huiselijke intimiteit van Ulrich en zijn zus Agathe. 
Na het overlijden van hun vader ontmoeten broer en zus elkaar weer na lange tijd. Al snel ontstaat tussen hen een intense band die zowel mystieke als incestueuze kanten heeft. Alsof ze door de dood van hun vader de ketenen af kunnen werpen gaan zij in hun vertrouwde intieme band op zoek naar een authentieker leven. Maar de vader mag dan van het toneel zijn, hun wankele evenwichtsoefening wordt desondanks ruw verstoord door de personages van de Weense beau monde die we uit het eerste deel van de Musilcyclus al kennen. Uiteindelijk houdt ook de utopische wereld van Ulrich en Agathe geen stand.

Het derde en laatste deel van Guy Cassiers Musil-trilogie is geschreven door de Vlaamse auteur Yves Petry, die zich heeft laten inspireren door de roman zelf, maar ook door de biografie van Musil. De roman en de biografie zijn de twee bronnen voor twee verhalen die in het stuk door elkaar heen lopen, namelijk de moordenaar Moosbrugger die wordt geconfronteerd met de geestverschijning van een anonieme prostituee die hij heeft vermoord; en Musil zelf, de schrijver, die zich moet verantwoorden tegenover zijn voormalige geliefde Herma, die ook dood is. Beide mannen overdenken hun daden en misdaden en confronteren ons zo met de amorele kant van de maatschappij, het geweld dat verborgen ligt onder het dunne laagje vernis dat wij beschaving noemen.

Biografieën

De Vlaamse regisseur Guy Cassiers (1960) behoort tot de top van de Europese theatermakers. Zijn eigenzinnige theatertaal waarin visuele technologie een geslaagd huwelijk aangaat met passie voor literatuur, wordt internationaal gewaardeerd. 
Cassiers studeerde aanvankelijk grafiek aan de Akademie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Nog tijdens zijn studie verlegde hij zijn interesse naar het theater, maar zijn beeldende vorming zal cruciaal blijken voor zijn ontwikkeling als theatermaker.
Na aanvankelijk een aantal theaterprojecten voor kinderen en jongeren te hebben gemaakt als artistiek leider van Oud Huis Stekelbees in Gent en een tijd te hebben gefreelanced, werd Cassiers in 1998 artistiek leider van het Rotterdamse RO Theater. Daar begon hij met zijn verkenning van multimediatechnieken in het theater. Met voorstellingen als Lava Lounge en de opera The Woman Who Walked into Doors voert hij de integratie van multimedia in het theater telkens een stap verder. Het hoogtepunt van Cassiers zoektocht naar een nieuwe toneeltaal waarin gebruik van videoprojectie een grote rol speelt is zijn Proust-cyclus (Holland Festival 2005), waarvoor hij in 2005 de Amsterdamprijs voor de Kunsten wint. Cassiers regisseerde voor het RO Theater niet alleen dit lijvige werk van Proust, maar ook vele andere romans, waaronder Anna KareninaBezonken Rood en Hersenschimmen.
In 2006 verlaat Cassiers Rotterdam en neemt de scepter over van het Antwerpse Toneelhuis. Daar concentreert hij zich op de complexe relaties tussen kunst, politiek en macht, in zijn Triptiek van de macht en nu met zijn drieluik rond De man zonder eigenschappen, de grote roman van Robert Musil.
Naast zijn belangstelling voor het visuele in het theater is bij Cassiers ook muziek een grotere rol gaan spelen, getuige zijn twee recente operacreaties House of the Sleeping Beauties en Adam in ballingschap en zijn enscenering van Wagners Ring in Berlijn en Milaan).
Guy Cassiers’ groeiende aandacht voor de Europese politieke geschiedenis blijkt behalve uit zijn enscenering van De man zonder eigenschappen eveneens uit zijn recente projecten Bloed & rozenHet lied van Jeanne en Gilles, over de macht en de manipulaties van de Kerk, en Duister hart (naar Heart of Darkness van Joseph Conrad) over het koloniale verleden. Wie daarnaast SWCHWRM gaat zien, weet dat Guy Cassiers in zijn werk ook een lichtere toets durft aan te slaan.

Robert Musil werd in 1880 geboren, in de herfst van het grote Habsburgse keizerrijk. Hij diende in de bloedige slachting die wij als de Eerste Wereldoorlog kennen en stierf halverwege de nog bloedigere Tweede Wereldoorlog. Hij zag het tijdsgewricht waarin hij leefde als een 'vervloekt tijdperk'; hij besteedde zijn beste jaren om te begrijpen wat Europa zichzelf aandeed. De weerslag hiervan vinden we behalve in essays en zijn dagboek vooral in zijn grote, onvoltooide roman De man zonder eigenschappen.
Musil was een telg van de Oostenrijkse hogere klasse. Zijn vader was ingenieur en professor in de machinebouw. Robert werd niet naar het Gymnasium gestuurd maar naar militaire kostscholen. Aan de universiteit studeerde hij eerst voor ingenieur, daarna psychologie en filosofie, waarin hij in 1908 zijn bul haalde.
Tijdens zijn studie publiceerde hij zijn eerste roman Die Verwirrungen des Zöglings Törless. In 1911 volgden een paar novellen onder de titel Vereinigungen. In datzelfde jaar trouwde hij met de schilderes Martha Marcovaldi. Tot de Eerste Wereldoorlog bleef Musil in Berlijn wonen, waar hij als bibliothecaris werkte. Tijdens de oorlog diende hij in Zuid-Tirol, waar hij tot kapitein werd bevorderd.
Na de oorlog en de val van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk nam Musil zijn literaire carrière weer op, eerst in Wenen, daarna in Berlijn. Na 1923 leefde hij uitsluitend van de pen, wat hem dikwijls zwaar viel. Musil leefde grotendeels van giften, onder andere van de uitgeverij Rowohlt. In 1924 publiceerde hij een collectie korte verhalen onder de titel Drei Frauen. In 1930 en 1933 werden de twee volumes van zijn magnum opus De man zonder eigenschappen gepubliceerd.
Na de Anschluss in 1938 werden Musils boeken onder de nazi's verboden, en hij emigreerde. Hij stierf in 1942 in ballingschap in Zwitserland, arm en onbekend. De hernieuwde publicatie in 1952 van De man zonder eigenschappen maakte hem postuum wereldberoemd.

 

CREDITS

regie
Guy Cassiers
tekst
Robert Musil
bewerking
Filip Vanluchene
Guy Cassiers
Yves Petry
dramaturgie
Erwin Jans
spel
Dirk Buyse
Katelijne Damen
Gilda De Bal
Vic De Wachter
Tom Dewispelaere
Johan Leysen
Johan Van Assche
Liesa Van der Aa
Wim Van Der Grijn
Marc Van Eeghem
Dries Vanhegen
muziekbewerking en live piano
Johan Bossers
toneelbeeld
Guy Cassiers
Enrico Bagnoli
licht
Enrico Bagnoli
geluid
Diederik de Cock
kostuums
Belgat (Valentine Kempynck met Johanna Trudzinski
beeldmontage
Frederik Jassogne
productie
Toneelhuis
coproductie
Holland Festival
les Théâtres de la Ville de Luxembourg
Maison de la Culture d’Amiens
CDN Orléans
deSingel, Antwerpen
De Tijd
Centro Dramatico Nacional

DEZE VOORSTELLING IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR