Tumult en intimiteit in Cages herinterpretaties van de Europese operatraditie.

Europera 3 & 4

Internationales Opernstudio Köln

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

In historische kostuums uitgedoste operazangers zingen door elkaar aria’s uit het historische Europese repertoire. Tegelijk worden op een piano opera-uittreksels gespeeld terwijl ook van langspeelplaten klassieke opera klinkt. Dat is in een notendop Europera 3 en 4, de middelste delen uit de reeks die Cage in de laatste jaren van zijn leven maakte. In het Holland Festival worden ze uitgevoerd in een regie van de jonge Grieks/Duitse regisseuse Elena Tzavara. Europera 3 is een veelgelaagd, tumultueus werk, terwijl Europera 4 een subliem intieme ervaring is. De twee Europeras zijn elkaars tegenpolen, en Cage stond erop dat ze nooit los van elkaar opgevoerd mogen worden. Hij zei over de reeks: ‘For two hundred years the Europeans have been sending us their operas. Now I’m sending them back.’

Programmaboek

Achtergrondinformatie

Honderd jaar na de geboorte van de Amerikaanse componist John Cage (1912-1992) organiseert het Holland Festival een weekend om deze grote muziekpionier te eren. Cage, beroemd om zijn introductie van de stilte (of nooit-echt-stilte) en het toeval in de hedendaagse compositiepraktijk, is de schepper van een groot en divers oeuvre, waaruit gedurende dit weekend in het Muziekgebouw aan ’t IJ onder de noemer The Theatre of John Cage enkele hoogtepunten en verborgen pareltjes zullen worden uitgevoerd.

Op zondagmiddag 10 juni staat een hoofdwerk van Cage op het programma, of eigenlijk een duo hoofdwerken, Europera 3 & 4 (1990). De Internationales Opernstudio Köln voert Europera 3 & 4 uit in een regie van Elena Tzavara. De Europera's zijn een serie van vijf opera’s die Cage in de laatste jaren van zijn leven maakte. Europera 1 & 2 gingen in 1987 in première in de Frankfurter Opera; Europera 3 & 4 werden in 1990 voor het eerst opgevoerd tjdens het Almeida Festival in Londen. De cyclus werd in 1991 afgesloten metEuropera 5, voor het eerst opgevoerd op het North American New Music Festival in Buffalo, New York. InEuropera 3 & 4 spelen grammofoonplaten een belangrijke rol, evenals de belichting, maar qua karakter verschillen de werken sterk. Europera 3 is tumultueus en gelaagd, terwijl Europera 4 juist heel intiem is. De beide Europera's zijn tegenpolen en Cage stond erop dat ze nooit los van elkaar opgevoerd zouden worden. Bij de première van de eerste Europera's zei Cage over de woordspelige titel: ‘For two hundred years the Europeans have been sending us their operas. Now I'm sending them back.'

Biografieën

John Cage (1912-1992) was een Amerikaanse avant-gardecomponist. Hij geldt als een van de grootste vernieuwers van de klassieke muziek in de twintigste eeuw. Aanvankelijk wilde hij schrijver worden. Aan de universiteit betoonde hij zich een getalenteerde student, maar in 1930 brak hij zijn studie af voor een reis van uiteindelijk achttien maanden naar Europa. Daar hield hij zich met allerlei vormen van kunst bezig; hij verdiepte zich in Griekse en gotische architectuur en begon te schilderen. Ook kwam hij in aanraking met de nieuwe muziek van Stravinsky en Hindemith en met de oude muziek van Bach, en begon hij te componeren. In 1933 studeerde hij in New York compositie bij Henry Cowell en Adolph Weiss, als voorbereiding op een studie bij Arnold Schönberg. Cage studeerde in Californië vervolgens twee jaar bij Schönberg, die hem later de enige interessante van zijn Amerikaanse studenten noemde: ‘Of course he’s not a composer, but he’s an inventor – of genius.’

Cage raakte gegrepen door moderne dans en doceerde aan dansopleidingen in Los Angeles en in Seattle, waar hij zijn latere levenspartner Merce Cunningham ontmoette. In zijn componeren werden ritmiek en klankkleur steeds belangrijker, en in 1940 vond hij de ‘prepared piano’ uit: hij stopte allerlei voorwerpen tussen de snaren van de piano om meer percussieve geluiden te kunnen voortbrengen. Een van zijn eerste werken voor dit instrument, Sonatas and interludes for prepared piano (1946-1948), werd goed ontvangen. Halverwege de jaren 40 maakte Cage een persoonlijke en professionele crisis door. Hij begon zich te verdiepen in Indiase muziek en filosofie en in het zenboeddhisme. In 1951 leerde hij de I Tjing of het ‘Boek der veranderingen’ kennen, een klassieke Chinese tekst die onder meer wordt gebruikt om voorspellingen mee te doen. Voor Cage werd de I Tjing zijn voornaamste gereedschap om toevalsoperaties en kansprocessen toe te passen bij het componeren. Een van de eerste resultaten van deze nieuwe methode was Music of Changes voor piano solo uit 1951. Het jaar daarop schreef hij het beroemde 4’33”, een werk waarin de uitvoerende gedurende de voorgeschreven tijd niets hoeft te doen en dat helemaal bestaat uit omgevingsgeluid. Ook maakte hij in deze periode een aantal van de vroegste elektroakoestische composities. De Europese tournee die hij halverwege de jaren 50 maakte zorgde voor een sensatie, omdat zijn ‘aleatorische’ (Lat. alea, ‘dobbelsteen’) benadering haaks op het in Europa heersende serialisme stond.

Vanaf de jaren 60 groeide Cages roem. Hij gaf talloze lezingen en publiceerde in 1961 Silence, het eerste van zijn zes boeken. Veel van zijn composities uit deze periode waren in feite happenings, die voor een belangrijk deel uit instructies voor de uitvoerenden bestonden. In de jaren 70 keerde hij terug naar volledig uitgeschreven partituren voor traditionele instrumenten en pikte de draad als beeldend kunstenaar weer op; ook ging hij zich bezighouden met improvisatie, onder andere in Child of Tree (1975). In de jaren 80 richtte Cage, wiens toevalsmuziek vrijwel altijd een theatrale kwaliteit had gehad, zich bovendien op opera, en uiteindelijk voltooide hij een serie van vijf Europera's. Cage stierf op 12 augustus 1992 nadat hij een dag eerder getroffen was door een beroerte.

De Internationales Opernstudio Köln werd opgericht in 1961 en is daarmee de oudste operastudio in het Duitse taalgebied. Zeven zeer getalenteerde jonge zangers en zangeressen krijgen hier de mogelijheid om onder professionele omstandigheden naast ervaren professionals van de Oper Köln zowel op het podium van de Kinderopera als op het hoofdtoneel solistisch op te treden. In samenwerking met de Musikhochschule Köln worden zij intensief scenisch en muzikaal begeleid en in het operabedrijf geïntegreerd. Vele solisten van de Oper Köln en internationaal gerenommerde zangers beleefden in de Kölner Opernstudio het begin van hun carrière. De Opernstudio is lid van de internationale bond EurOpera-Studio. 
Het werk van de Opernstudio Köln wordt mogelijk gemaakt door de Vrienden van de Kölner Oper, die vijf zangeressen en zangers met een beurs ondersteunen. Ook de Dr. Zieseniß-Krambo Stiftung stelt jaarlijks een beurs beschikbaar. De Opera Foundation Australia maakt het met een subsidie mogelijk dat regelmatig Australische zangers bij de Kölner Opernstudio aan de slag kunnen.

CREDITS

muziek
John Cage
uitvoering
Internationales Opernstudio Köln
zang
Ji-Hyun An
Gloria Rehm
Rachel Bate
Sandra Janke
Gustavo Quaresma
Sévag Tachdjian
Yong-Doo Park
piano
Siro Battaglin
Raimund Laufen
regie
Elena Tzavara
geluid
Paul Jeukendrup
licht
Valentin Gallé
kostuums
Elisabeth Vogetseder
technisch advies
Volker Rhein
samenwerking
ACHT BRÜCKEN | Musik für Köln
Oper Köln
Holland Festiva