Kwelling en catharsis in sterk autobiografisch werk van Tennessee Williams.

Vieux Carré

Elizabeth LeCompte, The Wooster Group

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Het befaamde New Yorkse theatercollectief The Wooster Group is weer terug in het Holland Festival, dit jaar met hun versie van Tennessee Williams’ Vieux Carré. In een armoedig pension waar je ‘de eenzaamheid in de muren kunt horen kermen’ worstelt een ambitieuze, jonge schrijver met zijn literaire aspiraties, armoede, eenzaamheid en homoseksualiteit. Langzaam leert hij de andere bewoners van het pension kennen, typisch Williamsiaanse karakters aan de zelfkant van de maatschappij, gekweld door ziekte, verval en onvervuld verlangen. Williams schreef de eerste versie van dit sterk autobiografische werk eind jaren 30, maar voltooide het pas in 1977. Met effectief gebruik van video, sound design en toneeltechniek plaatst de groep Vieux Carré overtuigend in de 21e eeuw.

Achtergrondinformatie

The Wooster Groups versie van Tennesee Williams’ Vieux Carré speelt zich af in een armoedig pension in het Franse kwartier van New Orleans, waar ‘de eenzaamheid zo alom aanwezig is’, zoals de huisbazin Mrs. Wire in het stuk zegt, ‘als je stil bent, kun je het horen: een soort van vreselijk – zacht – kermen in de muren.’  Tennessee Williams legde in de jaren zeventig de laatste hand aan Vieux Carré, maar hij begon het stuk eind jaren dertig, toen hij aan het begin van zijn carrière stond. Net als de schrijver in het stuk woonde Williams in een pension in New Orleans, worstelend met zijn literaire ambities, armoede, eenzaamheid en homoseksualiteit. Het mag dan ook geen verrassing heten dat het stuk een sterk autobiografisch karakter heeftt. Bij de première in New York in 1977 vertrouwde Williams zijn vriend William Burroughs toe dat er weinig verzonnen was aan de personages of de gebeurtenissen in het stuk.

Net als Williams’ eerste grote succes The Glass Menagerie is Vieux Carré een zogenaamd ‘memory play’, waarin de hoofdrolspeler tegelijk de verteller is en terugblikt op zijn verleden. Hij herinnert zich hoe hij hier als jonge schrijver zijn artistieke roeping en homoseksualiteit ontdekte, temidden van zijn typisch Williamsiaanse medebewoners, financieel en spiritueel failliete zielen aan de zelfkant van de samenleving, gekweld door ziekte, verval en dromen die nooit uit zijn gekomen. Zo is er de oude, homoseksuele kunstenaar Nightingale, die niet kan aanvaarden dat hij tuberculose heeft; Jane, een jonge vrouw van goede familie die leukemie heeft en haar heil zoekt in een puur op seks gerichte relatie met Tye, de drugsspuitende en van elke moraal verstoken portier van een stripbar; Mary Maude en Miss Carrie, twee oudere dametjes die letterlijk bijna sterven van de honger; een homoseksuele fotograaf die er regelmatig orgieën houdt; en Mrs. Wire, de dementerende en geniepige huisbazin die haar eigen zoon heeft verloren.

Regisseuse Elizabeth LeCompte heeft zich voor deze productie van Vieux Carré laten inspireren door de voyeuristische video’s van Andy Warhol en Paul Morrissey uit de jaren zeventig en het subversieve werk van de jonge, hedendaagse kunstenaar Ryan Trecartin. Met een fraaie geluidsscore en inventief gebruik van videomonitoren zoals we dat van The Wooster Group gewend zijn, wordt het stuk overtuigend in de 21ste eeuw geplaatst. Live beelden van de acteurs worden op schermen in close up versterkt en op een scherm achter op het toneel ziet de schrijver zijn eigen pornografische fantasieën voorbij komen. De dialogen worden bewerkt met geluidsfilters; de soundscape suggereert doeltreffend de rusteloze, koortsachtige sfeer die gepaard gaat met een artistiek en seksueel ontwaken temidden van dood en kwellende eenzaamheid.

Biografieën

Tennessee Williams was een van de grootste toneelschrijvers die de Verenigde Staten ooit gekend hebben. Zijn toneelstukken staan bekend om hun dwingende dialogen en de voor die tijd gewaagde thema’s. Door middel van wat hij zelf ‘poëtisch realisme’ noemde gaf Williams alledaagse objecten en handelingen een sterke poëtische, symbolische lading. Williams wist de onderdrukte seksualiteit en de frustraties van zijn getergde hoofdpersonen meesterlijk uit te werken in treffende scènes en beeldend taalgebruik. Zijn stukken handelen over opgekropte agressie, de ondraaglijkheid van de werkelijkheid, eenzaamheid, melancholie, seksuele repressie, perversiteit en homoseksualiteit. Tennessee Williams werd geboren als Thomas Lanier Williams in Columbus, Mississippi, op 26 maart 1911. Zijn vader en moeder kwamen beiden uit de gegoede burgerij, maar thuis hadden ze het niet breed. Zijn vader was een handelsreiziger en volgens zijn moeder ‘a man’s man’, wat wilde zeggen dat hij van drank en gokken hield en zelden thuis was. Williams groeide op in het comfortabele huis van zijn grootvader van moeders kant. Toen zijn vader een baan kreeg bij een schoenenfabriek, verhuisde het gezin noordwaarts naar St. Louis. Williams zou zich nooit thuis voelen in de kleine flat waar ze woonden en op de school waar hij werd uitgelachen om zijn zuidelijke accent. Na een tijdje in de schoenenfabriek van zijn vader te hebben gewerkt haalde hij in 1938 zijn Bachelors-graad aan de University of Iowa en publiceerde zijn eerste verhaal. In 1940 werd zijn eerste toneelstuk opgevoerd, Battle of Angels. Het werd een flop. In de jaren daarna moest hij zichzelf onderhouden met een baantje als acterend ober in New York en probeerde hij filmscripts te schrijven voor Hollywood. In 1945 kwam eindelijk de grote doorbraak met de productie van The Glass Menagerie. Twee jaar later won Williams de Pullitzer-prijs voor A Streetcar Named Desire en was zijn naam als groot Amerikaans toneelschrijver gevestigd. Van het einde van de jaren veertig tot eind jaren vijftig waren Williams’ beste en meest productieve jaren, met stukken als The Rose Tattoo en Cat on a Hot Tin Roof, waarvoor hij zijn tweede Pulitzer won. Zijn laatste grote toneelstuk was The Night of the Iguana (1961), dat in 1964 werd verfilmd met Richard Burton, Ava Gardner en Deborah Kerr in de hoofdrollen. Na de plotselinge dood van zijn partner Frank Merlo in 1963, raakte Williams steeds meer verslaafd aan alcohol en pillen, en raakte in een depressie. In 1969 werd hij in een kliniek opgenomen. Na zijn ontslag publiceerde hij nog zijn memoires in de jaren zeventig en een boek over het leven van F. Scott en Zelda Fitzgerald, maar van zijn verslaving kwam hij nooit meer af. Op 25 februari 1983 werd hij dood gevonden in een hotelkamer in New York City, te midden van halflege flessen wijn en pillen.

The Wooster Group
is een collectief van kunstenaars dat sinds 1980 vanuit de Performing Garage in Wooster Street in Soho, New York, nieuw, experimenteel werk maakt op het gebied van theater, dans, radio, film en video. The Wooster Group heeft internationaal een pioniersrol vervuld in het gebruik van moderne technologie in het theater. De groep zoekt steeds naar nieuwe manieren om te reflecteren op de veranderende cultuur, met behulp van geavanceerde toneeltechniek en veelvuldig gebruik van beeld en geluid. Het collectief ontstond midden jaren zeventig uit een kleine groep theatermakers die de trilogie Three Places in Rhode Island maakte, gebaseerd op de autobiografische monologen van Spalding Gray (zie Films Spalding Gray). De oprichters en eerste groepsleden zijn Elizabeth LeCompte, Spalding Gray (1941-2004), Jim Clayburgh, Willem Dafoe, Peyton Smith, Libby Howes, Kate Valk en Ron Vawter (1948-1994). Vanaf het begin voegden zich bij deze kerngroep andere kunstenaars, waardoor The Wooster Group zich continue ontwikkelde als gezelschap. Van de huidige kern zijn Kate Valk en Elizabeth LeCompte degenen met de langste verbondenheid. Ari Fliakos werd vaste acteur in 1996 met de opvoering van Fish Story. Scott Shepherd speelde in 1997 mee als gastacteur in The Hairy Ape (Holland Festival 1998) en sloot zich twee jaar later bij het gezelschap aan. Onder leiding van LeCompte werden negentien theaterstukken, acht film/videoproducties en vijf dansproducties gerealiseerd. The Wooster Group gebruikt zowel theaterstukken rond autobiografisch materiaal, zoals de monologen van Spalding Gray, Poor Theatre en St. Antony (een stuk dat ontstond vanuit de ziekte van Ron Vawter) als ook bestaande toneelteksten, zoals in L.S.D., vrij naar The Crucible van Arthur Miller en in Fish Story, waarin de laatste pagina’s van Tsjechovs Drie Zusters als vertrekpunt is genomen. Ritsaert Ten Cate was degene die The Wooster Group buiten Amerika introduceerde. In 1980 haalde hij het gezelschap naar Amsterdam, waar ze in het Mickery Theater voor het eerst de volledige trilogie Three Places in Rhode Island speelde. Op het Holland Festival was The Wooster Group eerder te zien in 1998 met The Hairy Ape en House/Lights, in 2003 met To You, The Birdie! (Phèdre) en in 2007 met hun archeologische reconstructie van de theatrofilmversie van Richard Burtons Hamlet. The Wooster Group en zijn leden wonnen verscheidene Obie’s, Bessie’s en andere belangrijke onderscheidingen.

CREDITS

tekst
Tennessee Williams
regie
Elizabeth LeCompte
cast
Ari Fliakos
cast
Daniel Jackson
cast
Alan Boyd Kleiman
cast
Daniel Pettrow
cast
Kaneza Schaal
cast
Andrew Schneider
cast
Scott Shepherd
cast
Kate Valk
licht
Jennifer Tipton
geluid
Matt Schloss
geluid
Omar Zubair
video
Andrew Schneider
productieleiding
Bozkurt Karasu
voorstellingsleiding
Teresa Hartmann
toneelmeester, overige video
Aron Deyo
overig camera
Daniel Pettrow
assistent techniek
Daniel Jackson
hoofd elektriciteit
Kent Barrett
kostuums
Enver Chakartash
cineturg
Dennis Dermody
speciaal adviseur
Casey Spooner
productie
The Wooster Group