Hedendaagse bewerking van toneelklassieker A Streetcar Named Desire

Un Tramway

Krzysztof Warlikowski, Isabelle Huppert, Odéon-Théâtre de l'Europe

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Isabelle Huppert is Blanche DuBois in Un Tramway, een nieuwe bewerking van de Amerikaanse toneelklassieker
A Streetcar Named Desire van Tennessee Williams. Regisseur Krzysztof Warlikowski, één van de voortrekkers van het Poolse theater, plaatst het drama rigoureus in een hypermoderne setting en onderzoekt wat Williams’ thematiek van verlangen, seks, dood en krankzinnigheid vandaag de dag betekent. De Blanche van Warlikowski is een moderne vrouw die een passie heeft voor kunst, maar die gefaald heeft in de kunst van het leven. Op geniale wijze schakelt de frêle Huppert in haar vertolking tussen werkelijkheid en waanzin, tussen hysterische uitbarstingen en huiveringwekkende momenten van stilte, en maakt zij het publiek deelgenoot van haar ondraaglijke pijn en verlangen.

Achtergrondinformatie

Un Tramway is een nieuwe bewerking van A Streetcar Named Desire (1947), het befaamde toneelstuk van de grote Amerikaanse schrijver Tennessee Williams. De verfilming uit 1951 met Marlon Brando en Vivien Leigh in de hoofdrollen wordt gerekend tot één van de klassiekers in de filmgeschiedenis. Het originele stuk werd in het Frans vertaald door de Frans-Canadese schrijver-regisseur Wajdi Mouawad en geregisseerd en geënsceneerd door Krzysztof Warlikowski, één van de belangrijkste regisseurs van het huidige Poolse theater.

Synopsis
Blanche DuBois, telg van een oude plantersfamilie in het Zuiden van de Verenigde Staten heeft veel van haar geld en aanzien verloren. Tegenover de buitenwereld, en tegenover zichzelf, presenteert zij zich nog steeds als een dame van stand. Maar in werkelijkheid is zij financiëel failliet en moreel gemankeerd, en moet haar hautaine houding haar alcoholisme en seksuele lust maskeren. Op een dag staat Blanche onverwachts op de stoep bij haar zus Stella in New Orleans. Stella is getrouwd met de stoere, brute Stanley Kowalski. Hun relatie is puur gebaseerd op fysieke aantrekkingskracht. Stanley is de zoon van Poolse immigranten en vertegenwoordigt het nieuwe Amerikaanse Zuiden, waarin de romantiek van beschaving en goede manieren plaats heeft gemaakt voor het meedogenloos nastreven van het eigen belang en financiëel gewin.
Blanche biecht tegenover Stella op dat de oude plantage van hun familie, Belle Rève, verloren is gegaan. De directeur van de school waar ze les geeft heeft haar verlof gegeven om tot rust te komen. Daarom wil ze een tijdje bij Stella blijven logeren. Maar Stanley, die zich sowieso ergert aan de hautaine houding, de ‘dure’ kleren en de mooie verhalen van Blanche, gelooft haar niet en is erop gebrand haar te ontmaskeren. Hoewel blijkt dat Blanche over Belle Rève eerlijk is geweest, ontdekt Stanley dat Blanche nogal wat andere lijken in de kast heeft hangen. Haar man heeft zelfmoord gepleegd omdat hij niet kon leven met zijn homoseksuele neigingen. Ze is ontslagen, omdat ze een relatie had met één van haar leerlingen, en uiteindelijk is ze de prostitutie ingegaan om zichzelf te kunnen onderhouden. De verbetenheid en wreedheid waarmee Stanley het verborgen leven van Blanche blootlegt dwingen haar steeds meer om zich terug te trekken in haar fantasieën en illusies. Als Stella naar het ziekenhuis moet om te bevallen komt het tot een beslissende confrontatie. Stanley verkracht Blanche, die daarna volledig instort. Stella ziet geen andere uitweg dan voor haar man te kiezen en stemt erin toe dat Blanche wordt opgenomen in een kliniek. Onder het voorwendsel dat ze een cruise gaat maken met een rijke gentleman wordt Blanche afgevoerd.

De Poolse regisseur Krzysztof Warlikowski heeft het stuk van Williams verplaatst naar onze eigen tijd. Het toneel is ingericht als bowlingbaan (naast pokeren is bowlen het favoriete tijdverdrijf van ‘working class man’ Stanley), met daarboven een badkamer en ervoor een woonkamer. Op de achtergrond worden live close-ups geprojecteerd, verdubbelingen van de acteurs op de planken. Warlikowski onderzoekt in zijn bewerking wat William’s thematiek van verlangen, seks, dood en krankzinnigheid ruim zestig jaar later nog aan zeggingskracht heeft. Hij concentreert zich hierin voornamelijk op het personage van Blanche DuBois, gespeeld door de veelgeprezen Franse filmdiva Isabelle Huppert. Haar Blanche is een moderne vrouw, gestoken in haute couture van Christian Dior en Yves Saint Laurent, die een passie heeft voor kunst, maar die gefaald heeft in de kunst van het leven. Warlikowski geeft de wanen van Blanche veel ruimte door het stuk te laten beginnen met een introducerende monoloog die Blanche brengt als een morfineverslaafde. Steeds verder wendt ze zich af van de realiteit en zoekt haar toevlucht in een schijnwereld, tot ze uiteindelijk krankzinnig wordt. Op onnavolgbare wijze schakelt Huppert tussen hysterische uitbarstingen en huiveringwekkende momenten van stilte, en maakt zij het publiek deelgenoot van haar ondraaglijke pijn en verlangen.

Biografieën

Tennessee Williams was een van de grootste toneelschrijvers in de geschiedenis van de Verenigde Staten. Zijn toneelstukken staan bekend om hun dwingende dialogen, de voor die tijd gewaagde thema’s en het altijd sluimerende conflict tussen realiteit en verlangen. Door middel van wat hij zelf ‘poëtisch realisme’ noemde gaf Williams alledaagse objecten en handelingen een sterk poëtische, symbolische lading. Williams wist de onderdrukte seksualiteit en de frustraties van zijn getergde hoofdpersonen meesterlijk uit te werken in treffende scènes en beeldend taalgebruik. Zijn stukken handelen over opgekropte agressie, de ondraaglijkheid van de werkelijkheid, eenzaamheid, melancholie, seksuele repressie, perversiteit en homoseksualiteit. Tennessee Williams werd geboren als Thomas Lanier Williams in Columbus, Mississippi, op 26 maart 1911. Zijn vader en moeder kwamen beiden uit de gegoede burgerij, maar thuis hadden ze het niet breed. Zijn vader was een handelsreiziger en volgens zijn moeder ‘a man’s man’, wat wilde zeggen dat hij van drank en gokken hield en zelden thuis was. Williams groeide op in het comfortabele huis van zijn grootvader van moeders kant. Toen zijn vader een baan kreeg bij een schoenenfabriek, verhuisde het gezin noordwaarts naar St. Louis. Williams zou zich nooit thuis voelen in de kleine flat waar ze woonden en de school waar hij werd uitgelachen om zijn zuidelijke accent. Hij hield wel de bijnaam die hij als ‘zuiderling’ in Missouri kreeg: Tennessee. Na een tijdje in de schoenenfabriek van zijn vader te hebben gewerkt haalde hij in 1938 zijn Bachelors-graad aan de University of Iowa en publiceerde zijn eerste verhaal. In 1940 werd zijn eerste toneelstuk opgevoerd, Battle of Angels. Het werd een flop. In de jaren daarna moest hij zichzelf onderhouden met een baantje als acterend ober in New York en probeerde hij filmscripts te schrijven voor Hollywood. In 1945 kwam eindelijk de grote doorbraak met de productie van The Glass Menagerie. Twee jaar later won Williams de Pulitzer-prijs voor A Streetcar Named Desire en was zijn naam als groot Amerikaans toneelschrijver gevestigd. Van het einde van de jaren veertig tot eind jaren vijftig waren Williams’ beste en meest productieve jaren, met stukken als The Rose Tattoo, Cat on a Hot Tin Roof, waarvoor hij zijn tweede Pulitzer won, en The Night of the Iguana (1961), dat in 1964 werd verfilmd met Richard Burton, Ava Gardner en Deborah Kerr in de hoofdrollen. Na de plotselinge dood van zijn ex-partner Frank Merlo in 1963, raakte Williams steeds meer verslaafd aan alcohol en pillen, en raakte in een depressie. Ondanks zijn verslaving bleef Williams ook in de jaren zeventig schrijven en publiceren. In 1977 publiceerde hij Vieux Carré, een sterk autobiografisch toneelstuk dat hij was begonnen eind jaren dertig, terwijl hij in een soortgelijk armoedig pension woonde als dat van Mrs Wire in het stuk. Williams werkte het om als een memory play, waarin de verteller tegelijk de hoofdrolspeler in zijn jongere jaren is. Op 25 februari 1983 werd Tennessee Williams dood gevonden in een hotelkamer in New York City, te midden van halflege flessen wijn en pillen.

Krzysztof Warlikowski is samen met Jan Klata en Grzegorz Jarzyna (Holland Festival 2010, Giovanni) een van de voortrekkers van een sterke generatie Poolse theatermakers die sinds midden jaren negentig het Poolse theater op de wereldkaart hebben gezet met innovatieve, gedurfde producties van klassieke stukken. Warlikowski werd in 1962 geboren in Szczecin (Polen). Hij studeerde filosofie, Frans en (theater)geschiedenis aan de universiteit van Krakow en aan de Sorbonne in Parijs. Op zijn 29ste begon hij aan een studie regie aan de theateracademie van Krakow, met als belangrijkste leermeester Krystian Lupa. Tijdens en direct na zijn studie werkte hij met vooraanstaande Europese regisseurs als Giorgio Strehler, Ingmar Bergman en Peter Brook. In zijn voorstellingen wil Warlikowski een dialoog met de werkelijkheid aangaan, vastgeroeste gewoonten ontwrichten en zijn publiek aanzetten tot kritisch nadenken. Warlikowski heeft een voorliefde voor het werk van Shakespeare. In Oost-Europa wordt hij gezien als een van de meest gerenommeerde Shakespeare-regisseurs van dit moment. Hij regisseerde onder andere De Koopman van Venetië (1994), Het temmen van de feeks (1998) en Hamlet (2001). Warlikowski maakte theaterproducties en operavoorstellingen in onder andere Parijs, Tel Aviv, Zagreb, Bonn en Stuttgart. Hij werkte van 1999 tot 2007 bij Teatr Warszawa, waar ook Jarzyna zijn huis vond. In die periode kwam zijn grote doorbraak met Bacchanten (2001), Cleansed van Sarah Kane (2001), Dybbuk naar Hannah Krall (2004) en Krum van Hanoch Levin (2007). Nu is hij artistiek directeur van Nowy Teatr, een nieuw cultureel centrum in Warschau. Een aantal van Warlikowski’s voorstellingen was in Nederland te zien: met Hamlet was hij te gast op het Holland Festival in 2001 en met Dybuk (onderdeel van Paradise Regained, een serie eigentijdse theaterproducties uit een nieuw Europa) maakte hij in 2004 een tournee door Nederland. Bij Toneelgroep Amsterdam regisseerde hij Madame de Sade (2006). Un Tramway ging in 2010 in première in het Odéon-Théâtre de l’Europe in Parijs.

Isabelle Huppert is een van de grootste Europese filmactrices van haar generatie. Sinds haar debuut in 1972 schitterde ze in bijna honderd speelfilms. Huppert groeide op in een vrijzinnige familie uit de gevestigde burgerij. Ze ging naar het conservatorium van Versailles, studeerde Russisch aan de Faculté de Clichy en volgde dramalessen aan het Conservatoire National d’Art Dramatique. Huppert maakte haar filmdebuut in Faustine et le bel été in 1972. Haar meest besproken rol uit de periode 1972-1976 was in Les Valseuses van Bertrand Blier, tegenover Gérard Depardieu, Patrick Dewaere, Miou-Miou en Jeanne Moreau. Huppert brak internationaal door in 1977 met de Zwitsers/Franse film La Dentellière. Ze werd al snel één van de drukste en meeste gevraagde actrices in Europa. Huppert vestigde een reputatie voor rollen met een onderkoelde, mysterieuze afstandelijkheid, met name in Loulou (1980) van Maurice Pialat, Godard's Sauve qui peut (la vie) (1980), en Coup de foudre (1983) van Diane Kurys. Na een relatief rustige periode maakte ze in 1988 Une Affaire de Femmes van Claude Chabrol, waarvoor ze de Volpi Cup voor beste hoofdrolspeelster op het Filmfestival van Venetië won. De samenwerking met Chabrol kreeg een vervolg in Madame Bovary (1991), La Cérémonie (1995) en Rien ne va plus (1997). Voor haar rol in La Cérémonie won Isabelle haar eerste César, na zeven nominaties in de voorbije twintig jaren. In 2001 bereikte de filmcarrière van Isabelle Hupert een nieuw hoogtepunt met haar rol in La Pianiste van Michael Haneke. Voor haar acteerprestatie ontving ze haar tweede prijs voor beste vrouwelijke actrice in Cannes. Isabelle Huppert was jurylid en ceremoniemeester van het Internationale Filmfestival Cannes, en President van de Jury tijdens de 62ste editie in 2009. Voor haar filmwerk ontving Huppert onder meer één keer de César (zij werd twaalf keer genonimeerd), twee keer de Volpi Cup in Venetië en twee keer Beste Actrice in Cannes. Isabelle Huppert begon al op jonge leeftijd aan het toneel. Vóór haar debuut in de film was ze al een veelbelovend jong toneelactrice. In 1988 maakte ze haar terugkeer naar het theater met Un mois à la campagne, waarvoor ze een Molière nominatie won. In 1993 volgde Orlando van Virgina Woolf en in 1996 stond ze in Londen in het National Theatre met een productie van Mary Stuart. Daarna volgden Hedda Gabler van Ibsen, 4:48 Psychosis van Sarah Kane en Quartet van Heiner Müller. Voor haar theaterwerk ontving Huppert vijf nominaties voor de Molières en won ze de Stanislawski Prijs. Isabelle Huppert is Officier in de Franse Ordre National de Mérite en Officier in het Franse Légion d’Honneur.                           

CREDITS

naar
A Streetcar Named Desire
van
Tennessee Williams
regie
Krzysztof Warlikowski
franse tekst
Wajdi Mouawad
bewerking
Krzysztof Warlikowski
in samenwerking met
Piotr Gruszczyński
in samenwerking met
Wajdi Mouawad
dramaturgie
Piotr Gruszczyński
licht
Felice Ross
toneelbeeld en kostuumontwerp
Małgorzata Szczęńiak
muziek
Paweł Mykietyn
video
Denis Guéguin
cast
Isabelle Huppert
cast
Andrzej Chyra
cast
Yann Collette
cast
RenateJett
cast
Cristián Soto
cast
Florence Thomassin
cast
Christophe Sermet
coproductie
Odéon-Théâtre de l'Europe
coproductie
Nowy Teatr Warschau
coproductie
Grand Théâtre de Luxembourg
coproductie
Koninklijke Schouwburg Den Haag
coproductie
Holland Festival
coproductie
La Comédie de Genève
coproductie
Emilia Romagna Teatro Fondazione
coproductie
spielzeit’europa | Berliner Festpiele
coproductie
MC2: Grenoble
coproductie
Athens Festival