Topcast in hilarische satire op het 18e-eeuwse roddelcircuit en kritische blik op onze hedendaagse oppervlakkige cultuur.

The School for Scandal

Deborah Warner

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Roddel en achterklap worden tot kunst verheven in Richard Sheridans The School for Scandal, een klassieker in de canon van de Engelse komedie en volgens velen nog steeds ongeëvenaard in zijn soort. Met een pen zo scherp als die van Molière en humor zo lenig als die van Oscar Wilde schotelt Sheridan (1751-1816) ons een hilarische satire voor op de hypocrisie en de sociale mores in de hogere Londense kringen van zijn tijd. De gerenommeerde Britse regisseur Deborah Warner slaat na Readings (Holland Festival 2007) en Happy Days (Holland Festival 2008) met dit stuk een heel andere weg in. Volgens Warner biedt The School for Scandal geweldige mogelijkheden en is de tijd rijp voor een revival in het klimaat van onze eigen hedendaagse, oppervlakkige cultuur.

"Een bruisend feest van volleerd Engels acteren in een flitsende en vooral brutale regie van Warner die hiermee de Engelse theatertradities een flinke schop onder z'n conservatieve kont geeft." - de Volkskrant

Achtergrondinformatie

The School for Scandal geldt als een klassieker in de canon van de Engelse komedie. Het toneelstuk werd geschreven door de van oorsprong Ierse toneelschrijver Richard Brinley Sheridan (1751-1816). Sheridans stuk is een zogenaamde ‘comedy of manners’, een genre dat de draak steekt met de mores en affectaties van vooral de hogere sociale klassen. Sheridan en zijn tijdgenoot Oliver Goldsmith, bekend van She Stoops to Conquer, grepen in hun komedies terug op de gewaagde en pikante Restoration comedy, zoals die honderd jaar eerder, eind 17e eeuw, werd ontwikkeld tijdens de Engelse Restauratie (1660-1710) door schrijvers als William Congreve en William Wycherley.

The School for Scandal was in zijn eigen tijd al een overweldigend succes en is door de eeuwen heen overladen met lofuitingen om het uitgekiende plot, het treffende taalgebruik, de verrukkelijke karakters en de vrolijke sfeer die het oproept bij het publiek. Zoals de beroemde criticus William Hazlitt opmerkte: ‘[The School for Scandal] … is meer dan een spitse en vernuftige satire. Het stuk ademt een aangename sfeer van openheid en welwillendheid, die het hart lichter en de longen vrij maakt. Het stuk belijdt met open vizier een vertrouwen in de natuurlijke goedheid alsook de bij wijlen morele verdorvenheid van de menselijke natuur.’

Centraal in het verhaal staan de broers Joseph en Charles Surface. Joseph Surface wil trouwen met Maria, een mooi, jong meisje dat onder voogdijschap staat van hun eigen weldoener Sir Peter Teazle en als ze meerderjarig wordt een fortuin zal erven. Maar Maria is verliefd op Charles, Josephs vrijbuitende broer die in razend tempo zijn deel van de nalatenschap van hun vader erdoorheen draait met drank, gokken en plezier maken. Nu wil het geval dat de rijke weduwe en notoire roddeltante Lady Sneerwell ook een oogje heeft op Charles. Joseph en Lady Sneerwell bundelen hun krachten en verspreiden het valse gerucht dat Charles een geheime affaire heeft met Lady Teazle, de jonge vrouw die pas getrouwd is met de veel oudere Sir Peter Teazle. Het konkelende duo schrikt er zelfs niet voor terug om in hun intriges gebruik te maken van regelrechte leugens en valsheid in geschrifte. Maar de komst van de rijke oom van Joseph en Charles, Sir Oliver, brengt zaken in een stroomversnelling en zorgt uiteindelijk dat het recht zegeviert en Joseph ontmaskerd wordt als de hypocriete intrigant die hij is.

The School for Scandal kent vijf acts, een proloog en een epiloog. De proloog werd geschreven door de beroemde theaterdirecteur en politicus David Garrick, voorganger van Sheridan zelf als directeur en eigenaar van het Royal Theatre Drury Lane, waar The School for Scandal in 1777 zijn première beleefde. Een gedeelte van de epiloog, gesproken door Lady Teazle, is een komische pastiche op de ‘farewell’ speech van Shakespeares Othello, derde akte, sène III. Deze epiloog is geschreven door George Colam the Elder, vriend van Garrick en acting manager van Covent Garden.
Een van de bekendste opvoeringen van het stuk was die uit 1937 met John Gielgud in de rol van Charles Surface.
Na Readings, met teksten van Shakespeare, T.S. Eliot, W.B. Yeats, Lewis Carroll, Emily Dickinson en Anton Tsjechov (Holland Festival 2007) en Happy Days van Samuel Beckett (opening Holland Festival 2008) lijkt de gerenommeerde Britse regisseuse Deborah Warner met The School for Scandal een heel andere weg in te slaan. Volgens Warner biedt The School for Scandal geweldige mogelijkheden, en is het rijp voor een revival in het klimaat van onze hedendaagse, oppervlakkige celebrity-cultuur.

Biografieën

Richard Brinsley Sheridan (1751-1816) was een van oorsprong Iers toneelschrijver en politicus. Sheridans vader Thomas was enige tijd manager en acteur bij het Theatre Royal in Dublin. Zijn moeder Frances was schrijfster. Zij stierf toen Richard vijftien jaar was. Het gezin Sheridan verhuisde naar Engeland toen Richard zeven was. Sheridan ontving zijn opleiding op de beroemde privéschool Harrow. 21 jaar oud trouwde hij met Elizabeth Linley, dochter van de componist Thomas Linley, en ging in Londen wonen. Twee jaar later ging zijn eerste stuk The Rivals in première in Covent Garden. Na een desastreuze openingsavond werd het, dankzij een nieuwe hoofdrolspeler, alsnog een groot success. Sheridans naam in Londen was gevestigd.
Sheridans beroemdste en meest succesvolle werk is The School for Scandal (1777), een stuk dat wordt beschouwd als een van de grootste Engelstalige komedies. In zijn stukken grijpt Sheridan terug op de gewaagde en pikante Restoration comedy, zoals die honderd jaar eerder, eind 17e eeuw, werd ontwikkeld tijdens de Engelse Restauratie (1660-1710). Sheridans zogenaamde ‘comedies of manners’ steken de draak met de mores en affectaties van vooral de hogere sociale klassen.
Sheridan was ook een politicus en deed in 1780 zijn intrede in het parlement. Hij werd een van de leidsmannen van de liberale partij, de Whigs, en had zitting in het parlement tot 1812. In 1776 kocht Sheridan samen met zijn schoonvader David Garricks aandeel in het Royal Theatre Drury Lane. Twee jaar later kon hij de overige aandelen kopen. Zijn stukken werden vanaf die tijd altijd in dit theater opgevoerd. Op 24 februari 1809 brandde het theater echter af. Toen Sheridan werd gevraagd wat hij daar deed bij de brand met een glas wijn in zijn hand, antwoordde hij: “Een man mag toch wel een glaasje wijn drinken bij zijn eigen haardvuur."

De Engelse regisseuse Deborah Warner staat bekend om haar vernieuwende interpretaties van klassieke werken van Shakespeare, Sophocles, Bach, Berg, Beckett en Ibsen en om haar langdurige samenwerking met de actrice Fiona Shaw. Dit tweetal heeft de traditionele aanpak van spel, vertelling, karakters en ruimte radicaal omgegooid en Warner slaagt er steeds in om verborgen betekenissen en actuele kwesties uit het klassieke repertoire naar boven te brengen, vrij van elke conventie of cliché. Op 21-jarige leeftijd zette Warner haar eigen theatergezelschap KICK op. In 1987 werd ze regisseur bij de Royal Shakespeare Company, waar ze onder meer werd verkozen tot Beste Regisseur bij de Olivier en de Evening Standard Awards voor haar productie van Titus Andronicus (1987).
In 1990 werd Warner artistiek leider van The Royal National Theatre, waar ze haar controversiële bewerking van Richard II op de planken zette met Fiona Shaw in de hoofdrol; en waar ze stof deed opwaaien met haar gewraakte productie van Footfalls van Samuel Beckett - de opvoeringen werden stopgezet door de erven Beckett en Warner werd verboden nog een stuk van Beckett te regisseren (later kreeg ze respijt en mocht ze Happy Days toch opvoeren). Enkele van haar lovend ontvangen werken zijn Electra, Hedda Gabler, The Turn of the Screw, Medea en Julius Caesar, met Fiona Shaw, Ralph Fiennes en Simon Russell Beale in de hoofdrollen.
Warner heeft zich ook op het gebied van opera en klassieke muziek verdienstelijk gemaakt met onder meer Diary of One Who Vanished van Janáček, een controversiële productie van Mozarts Don Giovanni in Glyndebourne en Alan Bergs Wozzeck bij Opera North.
Warner heeft ook films geregisseerd, waaronder The Waste Land en The Last September, met Michael Gambon en Maggie Smith.
Warner is een Officier des Arts et des Lettres en ze werd gedecoreerd in de orde van Commander of the British Empire (CBE).                           

CREDITS

regie
Deborah Warner
toneelbeeld en video-ontwerp
Jeremy Herbert
licht
Jean Kalman
kostuums
Kandis Cook
muziek
Mel Mercier
geluid
Christopher Shutt
cast
Anthony Mark Barrow
cast
Leo Bill
cast
Laura Caldow
cast
Adam Gillen
cast
Jonathan Delaney Tynan
cast
Alan Howard
cast
Cara Horgan
cast
Will Joseph Irvine
cast
Stephen Kennedy
cast
Joseph Kloska
cast
Aidan McArdle
cast
John McEnery
cast
Harry Melling
cast
Katherine Parkinson
cast
Vicki Pepperdine
cast
Gary Sefton
cast
John Shrapnel
cast
Miles Yekinni
cast
Matilda Ziegler
productie
Barbican, London
coproductie
Holland Festival