De mystieke Satie in muziek en beeld met theatrale première van Uspud.

De esoterische wereld van Erik Satie

Arjen Klerkx, Reinbert de Leeuw

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Reinbert de Leeuw geeft tijdens het Holland Festival een piano-recital met werk van de Franse componist Erik Satie uit de periode tussen 1891 en 1894. Centraal in de voorstelling staat de instrumentale versie van Saties zelden uitgevoerde werk Uspud, een bizar ‘christelijk ballet in drie aktes’ waarin tal van geestverschijningen hun opwachting maken, zoals de Kerk, heiligen, martelaren, demonen en Christus aan het kruis. Het stuk heeft de kruisiging als centraal thema en verbindt op Saties typisch eigenzinnige wijze mystieke en satirische elementen. De voorstelling wordt ondersteund met lichtontwerp en beelden van videokunstenaar Arjen Klerkx. Uspud wordt voor de pauze voorafgegaan door vier andere werken uit Saties esoterische periode.

programma

Programma

Erik Satie (1866 – 1925) 
Prelude de la porte héroique du ciel (1894) 
(Drame ésothérique de Jules Bois) 

Erik Satie (1866 – 1925) 
Le Fils des étoiles (1892) 
(Wagnérie Kaldéenne du Sar Péladan) 

Erik Satie (1866 – 1925) 
Sonnéries de la Rose+Croix (1892) 

Erik Satie (1866 – 1925) 
Danses Gothiques (1893) 

pauze 

Erik Satie (1866 – 1925) 
Uspud (1892) 
Christelijk ballet in drie aktes met een libretto van J.P. Contamine de Latour

Achtergrondinformatie

Reinbert de Leeuw speelt tijdens het Holland Festival het pianorecital De esoterische wereld van Erik Satie. Hierin vestigt hij de aandacht op het werk van de Franse componist Satie uit de periode tussen 1891 en 1894, met als zwaartepunt de instrumentale versie van het zelden uitgevoerde ballet Uspud uit 1892, dat de hele tweede helft van het programma beslaat. In het gedeelte voor de pauze speelt De Leeuw vier andere werken uit de zogenoemde ‘Rozenkruisers-periode’ van Satie: de Prélude de la porte héroique du ciel (1894), muziek bij een ‘Drame ésothérique’ van Jules Bois; Le Fils des étoiles (1892), een ‘Wagnérie Kaldéenne’; deSonnéries de la Rose+Croix (1891); en de Danses Gothiques (1893). De Leeuw maakte zich in de jaren zeventig sterk voor het oeuvre van de in die tijd grotendeels vergeten Satie (1866-1925), en boekte onverwacht grote successen met zijn concertreeksen en plaatopnamen. Met zijn langzame, bedrieglijk eenvoudige vertolkingen zette hij een nieuwe standaard voor de uitvoering van deze vervoerende pianomuziek, die tot op de dag van vandaag respect afdwingt. De Leeuws uitvoering van Uspud wordt voorzien van een licht- en beeldontwerp van videokunstenaar Arjen Klerkx, die zich bij het RO Theater specialiseerde in het verwerken van live videobeelden in een voorstelling. 

Uspud is, aldus de ondertitel, een ‘christelijk ballet in drie aktes’ met een libretto van J.P. Contamine de la Tour en muziek van Satie. Het werd voor het eerst opgevoerd in het Théatre National de l’Opera op 20 december 1892; in de twintigste eeuw verdween het werk vrijwel volledig uit zicht en pas in 2006 verscheen het op cd. De hoofdpersoon, Uspud, is het enige personage dat optreedt in het ballet, maar daarnaast maken tal van ‘geestverschijningen’ hun opwachting, zoals de christelijke Kerk, heiligen, martelaren en martelaressen, Christus aan het kruis, hemelse boodschappers van de zeven orden, en demonen. De klankwereld die de componist in dit ballet oproept vertoont verwantschap met zijn contemporaine vroege pianowerken, zoals de eerste paar van de bekende reeks Gymnopédies. 

Aan het einde van de jaren tachtig van de negentiende eeuw woonde Satie in Montmartre, waar hij de romantische dichter Contamine de la Tour ontmoette, met wie hij een langdurige vriendschap sloot. Rond 1891 fungeerde hij een tijdlang als officiële componist en kapelmeester van de Orde der Rozenkruisers. In de herfst van het daaropvolgende jaar, nadat hij had gebroken met de leider van de Orde, begon hij samen met Contamine de la Tour te werken aan Uspud, waarvoor zij een promotiebrochure maakten die welhaast de geboorte van een esoterische sekte lijkt te verkondigen. Het uiteindelijke, relatief korte stuk, dat de Kruisiging als centraal thema heeft, verenigt zowel mystieke als satirische kenmerken in zich en zit boordevol bevreemdende beelden – bijvoorbeeld van vissen met de koppen en vleugels van vogels, en van mismaakte mensen met dierenkoppen. 

De eerste akte van het ballet speelt zich af op een verlaten strand, waar de heiden Uspud, gehuld in Perzische kledij, terugkeert van de ‘marteling der christenen’. Hij wordt bezocht door de Christelijke Kerk in de gedaante van een beeldschone vrouw in een gouden tuniek; zij steekt een dolk in haar borst, waarop de verbaasde Uspud in woede ontsteekt en haar bekogelt met stenen. In de tweede akte roept Uspud, terug in zijn eigen huis, zijn huisgoden aan, maar wordt bezocht door demonen die hem insluiten en ‘uitknijpen’. De Christelijke Kerk verschijnt opnieuw, ditmaal wit als sneeuw en transparant als kristal, trekt de dolk uit haar borst en steekt het wapen in de borst van Uspud; hij raakt in extase, wordt omwikkeld door een groot licht en is bekeerd. In de slotakte ligt hij, gehuld in een pij, voor een crucifix op de top van een berg. Als hij zijn hoofd opheft, ziet hij hoe Christus zijn rechterarm losmaakt van het kruis, hem zegent en vervolgens verdwijnt. De Heilige Geest daalt neer over Uspud, waarna een lange processie van heiligen aan hem voorbijtrekt. Na een nieuwe bezoeking door demonen verschijnt de christelijke Kerk wederom, neemt de ziel van Uspud in haar armen en voert hem mee omhoog naar Christus, die oplicht in de hemel. 

Biografieën

Erik Satie (1866-1925) was een Frans componist en pianist. Hij studeerde vanaf 1879 aan het Conservatoire national supérieur de musique in Parijs. In 1882 werd hij wegens zwakke prestaties in de pianoklas uitgeschreven, maar bezocht een jaar later als gaststudent colleges over harmonie. In 1885 studeerde hij opnieuw een jaar piano, en staakte toen zijn studie. Van 1905 tot 1908 studeerde hij aan de Schola Cantorum bij Albert Roussel contrapunt. In 1887 vestigde Satie zich in het kunstenaarskwartier Montmartre, waar hij als cabaret- en barpianist in zijn levensonderhoud voorzag. Van 1889 tot 1892 was hij de huiscomponist van de Orde van de Rozenkruisers. Debussy en Ravel, beiden bevriend met Satie, zetten zich vanaf 1911 via de Société Musicale Indépendente in voor het werk van Satie, die zo voor het eerst enige waardering bij het publiek kreeg. Satie werkte onder meer samen met Cocteau en Picasso, en componeerde voor de Ballets Russes van Diaghilev. Satie schreef hoofdzakelijk pianomuziek en muziek voor ballet en toneel; zijn werk is doorgaans eenvoudig van aard en vaak humoristisch. Satie streefde naar een toneelmuziek die niets anders zou zijn dan decor, een sfeer van geluid; zelf sprak hij in 1920 van ‘musique d'ameublement’ (meubileringsmuziek). Op late leeftijd componeerde hij het symfonisch drama Socrate, waarmee hij veel jonge bewonderaars van zich vervreemdde. Met zijn gebruik van herhaling en het vrijelijk combineren van muzikale bouwstenen liep Satie eind negentiende eeuw vooruit op in seriële en aleatorische muziek toegepaste technieken. Hoewel hij muzikaal en maatschappelijk een buitenstaander was oefende Satie invloed uit op verschillende componisten, van tijdgenoten als Debussy, Ravel, Milhaud en Poulenc, tot componisten als Cage en Varèse. In de jaren 70 van de twintigste eeuw werd hij ‘herontdekt’ door Reinbert de Leeuw, die succesvolle opnames van Saties pianowerk maakte.

Reinbert de Leeuw studeerde theorie en piano in Amsterdam en compositie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. In de jaren zeventig maakte hij als pianist furore met de vertolking van de muziek van ‘vergeten’ moderne componisten als Satie. In 1974 richtte De Leeuw met studenten van het Koninklijk Conservatorium het Schönberg Ensemble op, tegenwoordig Asko|Schönberg, waarvan hij sindsdien vaste dirigent is. Daarnaast dirigeert hij een groot aantal andere ensembles en symfonieorkesten in binnen- en buitenland, zoals het Koninklijk Concertgebouworkest en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. In het seizoen 1995/96 wijdde het Concertgebouw de Carte Blanche-serie geheel aan hem. Behalve concerten dirigeerde hij diverse producties bij De Nederlandse Opera en de Nationale Reisopera, van onder anderen Stravinsky, Andriessen, Ligeti en Vivier. De Leeuw was gedurende drie seizoenen verbonden aan het Sydney Symphony Orchestra als artistiek adviseur voor de series moderne en hedendaagse muziek. In 1992 was hij artistiek directeur van het Aldeburgh Festival en van 1994 tot 1998 was hij in die functie verbonden aan het Tanglewood Festival voor hedendaagse muziek in de Verenigde Staten. Hij ontving diverse prijzen en onderscheidingen voor zijn baanbrekende werk. In 1994 werd hem een eredoctoraat van de Universiteit Utrecht uitgereikt en in augustus 2004 werd hij aangesteld als hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Reinbert de Leeuw ontving diverse Edisons, waaronder in 2007 voor de ‘Schönberg Ensemble Edition’, een uitgave van 25 cd’s en dvd’s ter gelegenheid van het 30-jarig jubileum van het Schönberg Ensemble en in 2008 voor de opname van zijn Schubert-adaptatie Im wunderschönen Monat Mai met Barbaba Sukowa en het Schönberg Ensemble. Van 2001 tot 2010 was hij artistiek leider van de Summer Academy van het Nationaal Jeugd Orkest. In 2008 werd hij op zijn zeventigste verjaardag onderscheiden met de Ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw.

Arjen Klerkx (1972) is een Vlaamse theatertechnicus, videokunstenaar en vormgever. Hij volgde een grimeopleiding in Antwerpen en liep in die stad stage bij het Koninklijk Jeugdtheater (Het Paleis). Daarna studeerde hij theatertechniek aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Hij werkte als zelfstandig technicus bij het RO Theater in Rotterdam en specialiseerde zich in het gebruik van video in theatervoorstellingen, onder meer bij de producties De WespenfabriekThe Woman Who Walked Into Doors, de vier delen van Proust, HersenschimmenBezonken Rood en de opera Der fliegende Holländer. Hij deed tevens het video-ontwerp voor Rembrandt De MusicalKuifje De Zonnetempel en Mephisto For Ever. De producties Bezonken Rood en Mephisto For Ever waren afgelopen seizoen te zien op het Festival de Théâtre des Amériques in Montreal en op het Festival d’Avignon. Sinds augustus 2007 maakt Klerkx deel uit van het artistieke team van Guy Cassiers, die sinds 2006 de artistieke leiding voert over het Toneelhuis Antwerpen. Voor zijn video-ontwerp voor de productie Mijn Avonturen door V. Swhwrm werd hij in 2005 genomineerd voor de 1000-Watt prijs. De hele Proust cyclus (Holland Festival 2005) kreeg in 2005 de Prosceniumprijs en won de Werkpreis Spielzeiteuropa van de Berliner Festspiele. In 2008 was hij samen met Coen Bouman genomineerd voor een John Kraaijkamp Musical Award voor Beste Decorontwerp. Dit seizoen verzorgde hij onder meer het stijlconcept en de vormgeving voor de theatervoorstelling Onder de vulkaan.