Onvervuld verlangen en hartverscheurend verdriet in double bill van Harrison Birtwistle.

The Corridor

Sir Harrison Birtwistle, Asko|Schönberg

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Asko|Schönberg brengt samen met sopraan Elizabeth Atherton en tenor John Graham Hall een voorstelling vol onvervuld verlangen en hartverscheurend verdriet, met twee recente werken van de Engelse componist Sir Harrison Birtwistle in een mise-en-espace van Pierre Audi. Semper Dowland, semper dolens is een cyclus van melancholische meditaties over liefdesverdriet voor stem en ensemble, gearrangeerd op de muziek en liederen van de renaissancecomponist John Downland (zijn bijnaam was de Engelse Orfeus). Dit stuk wordt gevolgd door The Corridor, een korte kameropera rond het verhaal van Orfeus en Eurydice. Birtwistle concentreert zich hierin volledig op het fatale moment dat Orfeus omkijkt naar Eurydice en zij voor eeuwig van elkaar gescheiden zullen zijn.

Achtergrondinformatie

The Corridor is een programma van Asko|Schönberg, volledig gewijd aan het recente werk van Engelsman Harrison Birtwistle, een van de meest vooraanstaande hedendaagse componisten. Beide geprogrammeerde werken gaan over verloren liefde en de twee stukken vormen samen een theatrale representatie van melancholie, een gemoedstoestand van droefgeestigheid en onvervuld verlangen die volgens de componist kenmerkend is voor veel Engelse muziek. Het eerste deel van het programma wordt gevormd door de liederencyclus Semper Dowland, semper dolens (2009), met als ondertitel ‘theatre of melancholy’, een reeks bewerkingen van muziek van de renaissancecomponist John Dowland, die wel de Koning van de Melancholie wordt genoemd. Het tweede werk op het programma is The Corridor (2008), ‘a scena for soprano, tenor & six instruments’, een kameropera van ongeveer drie kwartier die zich concentreert op het moment in de mythe van Orfeus dat hij fataal omkijkt naar zijn geliefde Eurydice. Beide stukken worden uitgevoerd door leden van Asko|Schönberg onder leiding van Reinbert de Leeuw en gezongen door tenor John Graham Hall en sopraan Elizabeth Atherton. Pierre Audi verzorgt de mise-en-espace.

De woordspelige titel Semper Dowland, semper dolens (‘Altijd Dowland, altijd smartelijk’) is afkomstig van Dowland zelf – een ironische verwijzing naar zijn staat van constante melancholie. Birtwistles werk bestaat uit reeks arrangementen van een aantal van Dowlands instrumentale stukken, gecombineerd met zes van zijn prachtigste songs. Birtwistle heeft die zes oorspronkelijk door luit begeleide liederen bewerkt tot een cyclus van melancholische meditaties over liefdesverdriet voor stem en harp; ze worden afgewisseld met arrangementen voor klein ensemble van Dowlands Seven Teares in Seven Passionate Pavanes, een verzameling pavanes die op hun beurt gebaseerd werden op zijn beroemdste lied, Flow my Tears. Met zijn duistere behandeling van thema's als trouw en verraad werkt Semper Dowland, semper dolens in het programma als een voorafschaduwing van het centrale drama van The Corridor.

De korte kameropera The Corridor beleefde op 12 juni 2008 zijn wereldpremière tijdens het Aldeburgh Festival, en ging daarna op tour naar het Southbank Centre in Londen en het Oostenrijkse Bregenz Festival. Voor dit nieuwe muziektheaterwerk opereerde Birtwistle wederom in een samenwerkingsverband met dichter David Harsent, met wie hij eerder samenwerkte aan zijn opera's Gawain en The Minotaur. Mythologie vormt een van de belangrijkste thematische inspiratiebronnen van het werk van Birtwistle en in The Corridor keert hij terug naar de mythe die hem in zijn lange carrière het meest heeft gefascineerd: de muziekmythe bij uitstek, die van Orfeus. Deze hele kameropera is in feite een studie naar het focale punt van de mythe, het moment waarop Orfeus terugkijkt naar Eurydice, wat hem uitdrukkelijk verboden was, en daarmee haar lot bezegelt. Het perspectief van Eurydice krijgt in deze bewerking het meeste gewicht. ‘The Corridor opent met dat moment,’ zegt librettist Harsent. ‘Eurydice staat op de breuklijn tussen leven en dood; de ruimte waarin zij zich bevindt is weliswaar saai en karakterloos – een corridor, een gang, een pad –, maar zal haar desalniettemin terugvoeren naar de Onderwereld. De liefde heeft haar onttrokken aan de Hades, en nu stuurt de liefde haar terug.’ Birtwistle componeerde het werk voor sopraan en tenor en een ensemble van fluit, klarinet, viool, altviool en cello, met bovendien een harp die functioneert als orfische lier.

Biografieën

Sir Harrison Paul Birtwistle wordt beschouwd als een van de vijf grote – nog levende – componisten en als een van de belangrijkste componisten van Groot-Brittannië. Hij werd geboren op 15 juli 1934 te Accrington en studeerde klarinet en compositie aan het Royal Manchester College of Music. Samen met enkele studiegenoten richtte hij daar de modernistische groep New Music Manchester op. In 1965 kreeg hij een tweejarige beurs aan de Princeton University in de Verenigde Staten waarna hij zijn klarinet verkocht en zich volledig op compositie besloot te richten. Zijn belangrijkste werk uit deze periode is de opera Punch and Judy. Van 1975 tot 1988 was Birtwistle muzikaal leider van het nieuw opgerichte Royal National Theatre in Londen. In de jaren 1995 tot 2001 was hij werkzaam als muziekprofessor aan het King’s College in Londen en sinds 1997 is hij in deze stad directeur compositie aan de Royal Academy of Music. Liet hij zich aanvankelijk nog beïnvloeden door het werk van Igor Stravinsky en Olivier Messiaen, later ontwikkelde hij een eigenzinnige stijl met een sterke interesse voor ritme en muziektheater. Birtwistle heeft voor zijn muziek vele prestigieuze prijzen ontvangen en samengewerkt met internationale orkesten en grote dirigenten als Pierre Boulez, Daniel Barenboim en Sir Simon Rattle.

Vanaf de oprichting in 1974 is Reinbert de Leeuw vaste dirigent van het Schönberg Ensemble, tegenwoordig Asko|Schönberg. Daarnaast dirigeert hij ook een groot aantal andere ensembles en symfonieorkesten in binnen- en buitenland, o.a. het Koninklijk Concertgebouworkest en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. In het seizoen 1995/96 wijdde het Concertgebouw de Carte Blanche-serie geheel aan hem. Hij dirigeerde diverse producties bij De Nederlandse Opera en de Nationale Reisopera. Producties die onder zijn leiding hebben plaatsgevonden zijn o.a. Strawinsky (Rake’s Progress), Andriessen (Rosa, a Horse Drama, Writing to Vermeer en La Commedia), Ligeti (Le Grand Macabre) en Vivier (Rêves d’un Marco Polo).
Reinbert de Leeuw was gedurende drie seizoenen verbonden aan het Sydney Symphony Orchestra als artistiek adviseur voor de series moderne en hedendaagse muziek. In 1992 was hij artistiek directeur van het Aldeburgh Festival en van 1994 tot 1998 was hij in die functie verbonden aan het Tanglewood Festival voor hedendaagse muziek in de Verenigde Staten. Hij ontving diverse prijzen en onderscheidingen voor zijn baanbrekende werk. In 1994 werd hem een eredoctoraat van de Universiteit Utrecht uitgereikt en in augustus 2004 werd hij aangesteld als hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Reinbert de Leeuw ontving diverse Edisons, waaronder in 2007 voor de ‘Schönberg Ensemble Edition’, een uitgave van 25 cd’s en dvd’s ter gelegenheid van het 30-jarig jubileum van het Schönberg Ensemble, en in 2008 voor de cd Im wunderschönen Monat Mai met Barbaba Sukowa en het Schönberg Ensemble. Hij is tevens artistiek leider van het Nationaal Jeugd Orkest.

Asko|Schönberg, het verenigde Asko Ensemble en Schönberg Ensemble, is geen ensemble, geen orkest, maar een flexibele groep musici die in elke gewenste grootte alle muziek van de twintigste en eenentwintigste eeuw kan spelen. Muziek van de grote gevestigde namen zoals György Ligeti, György Kurtág, Karlheinz Stockhausen, Mauricio Kagel, Louis Andriessen die uit de muziekgeschiedenis niet meer zijn weg te denken. Maar ook muziek van de jongere generatie zoals Michel van der Aa, Martijn Padding, Julian Anderson en van de allerjongste componisten muziek waarvan de inkt nog nat is.
Dit alles in de eigen series Tijdgenoten in Het Concertgebouw en de PROMS-DonderdagAvondserie in het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam, als gast in een gerenommeerde serie als de ZaterdagMatinee, bij het Holland Festival of de Nederlandse Opera. Naast dirigent Reinbert de Leeuw werkt Asko|Schönberg geregeld met gastdirigenten als Oliver Knussen, Stefan Asbury, Emilio Pomárico, Peter Eótvös en Peter Rundel. Het ensemble is ook buiten Nederland veel te horen. In 2008 was het te gast bij het Melbourne International Arts Festival en zal het komende tijd afreizen naar onder andere Polen, Frankrijk, Groot Brittannië en de VS. 
Ook het jongste publiek wordt niet vergeten: educatieve projecten voor zevenjarigen, compositieprojecten voor middelbare scholieren in de eindexamenklas en samenwerking met de compositieafdelingen van conservatoria. En sinds kort de György Ligeti Academy voor masterstudenten van de conservatoria die zich in het eigentijdse repertoire willen bekwamen.
Dit alles met een gedreven groep veelzijdige musici en vele gastdirigenten en solisten uit binnen- en buitenland.

CREDITS

muziek
Sir Harrison Birtwistle
muzikale leiding
Reinbert de Leeuw
mise-en-espace
Pierre Audi
licht
Peter van Praet
sopraan
Elizabeth Atherton
tenor
John Graham Hall
uitgevoerd door
Asko|Schönberg
productie
Asko|Schönberg
productie
Holland Festival