De absurde, beangstigende werkelijkheid van het leven onder staatsterreur ten tijde van de opera De Neus.

Telegrams from the Nose

William Kentridge, François Sarhan, Ictus

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Telegrams from the Nose speelt in de Sovjet-Unie van de jaren twintig, toen Sjostakovitsj zijn opera De Neus, gebaseerd op het beroemde verhaal van Gogol, componeerde. Het is een bijzondere, beeldende voorstelling van de Zuid-Afrikaanse kunstenaar William Kentridge, met muziek van de Franse componist François Sarhan, over deze woelige tijd waarin de avantgarde nog alles verwacht van de revolutie. Totdat de paranoia van Stalin toeslaat en een hele generatie kunstenaars wordt weggezuiverd. De combinatie van een kleine bezetting met onder meer strohviool en -cello, de geprojecteerde videoanimaties van Kentridge en de modernistische muziek van Sarhan roept een krachtig beeld op van een absurde, beangstigende werkelijkheid waarin voor het individu geen plaats meer is.

Achtergrondinformatie

Telegrams from the Nose (oorspronkelijke titel ‘I am not me, the horse is not mine’) is een kleine ‘beeldende voorstelling’ van 40 minuten van de Zuidafrikaanse kunstenaar William Kentridge op muziek van de Franse componist François Sarhan. De muziek wordt uitgevoerd door leden van het Brusselse Ictus onder leiding van dirigent Georges-Elie Octors, te weten François Deppe op ‘Stroh-cello’, Tom Pauwels op gitaar, Jean-Luc Plouvier op keyboard en Igor Semenoff op ‘Stroh-viool; de tekst wordt voorgedragen door Bertran Raynaud en François Sarhan. Het stuk houdt het midden tussen muziektheater en een video met animatiebeelden, en dient tegelijk als voorbereidende studie voor Kentridges enscenering van Sjostakovitsj' De neus bij de Metropolitan Opera in New York in 2010; de titel verwijst vooruit naar die productie, een bewerking van het klassieke verhaal van Gogol. Kentridge maakte zelf de projecties, ontwierp het decor en beschilderde een aantal van de instrumenten, zoals de Stroh-cello en Stroh-viool die speciaal voor het project zijn gebouwd. Deze instrumenten, in het Nederlands ook wel ‘violofoon’ geheten, maken geen gebruik van een houten klankkast maar van een grote metalen klankconus; zij ontlenen hun naam aan de Duitse ontwerper Stroh, die zijn idee in 1899 patenteerde. De verteller declameert zijn teksten bovendien door een ouderwetse (akoestische) megafoon, wat nog bijdraagt aan het vervreemdende klankbeeld.
Het stuk is gesitueerd in de Sovjet-Unie in de jaren 30, wanneer Stalins paranoïde angst voor complotten die tegen hem gesmeed zouden worden leidt tot grootscheepse zuiveringen en groteske showprocessen. Gedurende de jaren 20 gedijden het futurisme en het constructivisme uitstekend in de Sovjet-Unie en verlichte kunstenaars en intellectuelen verwachtten veel van de artistieke en sociale revolutie; de verwarring is dan ook totaal als de genadeloze vervolgingen van start gaan en een hele generatie kunstenaars buitenspel wordt gezet. Er heerst een klimaat van terreur, maar tegelijk ook van bezetenheid en ongebreidelde artistieke verbeeldingskracht. Telegrams from the Nose is geïnspireerd op de getuigenis die Nikolai Bukharin in Moskou in 1932 en 1938 aflegde aan het Centraal Comité van de Communistische Partij, en delen van de tekst in deze muziektheatervoorstelling zijn een letterlijke weergave van de laatste minuten van het proces tegen Bukharin. De oorspronkelijke titel, ‘Ik ben niet ik, het paard is niet van mij,’ komt uit een volksgezegde waarmee Russen betrokkenheid of schuld ontkennen. Behalve uit het verslag van het verhoor van Bukharin hebben de makers ook geput uit het werk van de absurdistische Russische schrijver Daniil Charms, die in 1942 na jarenlange vervolgingen stierf in een krankzinnigengesticht; de wijze waarop die teksten uit zo verschillende bronnen verweven raken toont de absurditeit van de toenmalige werkelijkheid.

De voorstelling werd bedacht voor de vernissage van het tentoonstellingsproject ‘Everyone their own projector’, waarbij ongeveer honderd nieuwe tekeningen van Kentridge werden geëxposeerd (die ook een publicatie in boekvorm krijgen). Als decor voor deze voorstelling ontwierp Kentridge een druk beschilderd canvas van ongeveer 4 bij 3 meter. Op dit doek, dat achter de zes uitvoerders hangt, wordt een collage van schaduwbeelden, animatiefragmenten en uitvergrote tekstflarden geprojecteerd. Deze beelden tonen de rücksichtsloze opmars van de nieuwe mens, begeleid door de modernistische muziek van Sarhan, waarbij muziek en beeld steeds wisselende relatie aangaan. Isolement, bedreiging en onderdrukking worden verhuld door snelheid en dynamiek, door een vlucht in het groteske en de ironie – totdat opeens de censuur ingrijpt en de voorstelling ontspoort. Telegrams from the Nose duurt 40 minuten en wordt tweemaal per avond gebracht.

Biografieën

William Kentridge (1955) is een Zuid-Afrikaanse kunstenaar en theatermaker. Kentridges werk heeft vrijwel altijd een politieke lading. In 1976 studeerde hij af in politicologie en Afrikastudies aan de Universiteit van de Witwatersrand, en tussen 1976 en 1978 studeerde hij aan de Johannesburg Art Foundation, waaraan hij vervolgens twee jaar les gaf. In 1981 en 1982 volgde hij een studie mime en theater aan de École Jacques Lecoq in Parijs. Hij was een van de oprichters van de Junction Avenue Theatre Company en in 1989 maakte hij zijn eerste animatiefilm, met de titel Johannesburg, 2nd Greatest City After Paris. In 1992 produceerde hij zijn eerste theaterproject Woyzeck on the Highveld in samenwerking met de Handspring Puppet Company. Hij regisseerde een goed ontvangen productie van De toverfluit bij BAM, waarvoor hij ook de decors en kostuums ontwierp. Sinds zijn deelname aan Documenta X in Kassel in 1997 is het werk van Kentridge in (solo-)exposities over de hele wereld tentoongesteld. Onder meer in Museum of Contemporary Art in San Diego, Biënnale van Venetië, Palais des Beaux-Arts in Brussel, Museum of Modern Art en Guggenheim Museum in New York en in andere musea en festivals in Europa, Zuid-Afrika, Australië, Canada en de Verenigde Staten. In november 2004 presenteerde het Metropolitan Museum in New York een tentoonstelling van zijn werk uit hun eigen collectie. In 1999 kreeg hij tijdens de Carnegie International de Carnegie Medal, en in 2002 kende het Maryland Institute of Contemporary Art in Baltimore hem een eredoctoraat in de kunsten toe. Voor zijn bijdrage aan de eigentijdse kunst ontving hij in 2003 de Goslar Kaisserring. Kentridge woont nog altijd in zijn geboorteplaats Johannesburg.

François Sarhan (1972) is een Franse componist van hoofdzakelijk muziektheater, kamermuziek en werken voor koor. Sarhan studeerde van 1985 tot 1993 cello bij Xavier Gagnepain aan het Conservatoire National in de Région de Boulogne-Billancourt en van 1992 tot 1994 esthetica en muziekgeschiedenis bij Brigitte François-Sappey aan het Conservatoire National Supérieur de Musique in Parijs, waar hij later tevens analyse studeerde bij Alain Louvier (1996-1999) en compositie bij Guy Reibel (1996-2000). Daarnaast nam hij deel aan de Cursus Annuel de Composition et Informatique Musicale bij het IRCAM in 1997-1998, waar hij onder anderen Brian Ferneyhough, Jonathan Harvey, Magnus Lindberg, Tristan Murail en Marco Stroppa ontmoette. Hij volgde cursussen over poëtica bij Jacques Roubaud aan de École des Hautes Études en Sciences Sociales in Parijs tussen 1997 en 2001. Tot de prijzen die hem zijn toegekend behoren de Prix de la Ville de Bruxelles-Maïs tijdens de RADIOPHONiC klankpoëziewedstrijd in België in 2003. Zijn werk wordt door heel Europa gespeeld, onder meer in Frankrijk, Duitsland, Hongarije, Azerbeidzjan, Finland, Macedonië, Polen, Rusland, Zweden, Oekraïne, Groot-Brittannië en Nederland. Het ensemble Ictus uit België heeft verschillende van zijn werken uitgevoerd, zoals L'Nfer, un point de détail (2006) en Telegrams from the Nose (2009). Hij heeft verschillende artikelen over eigentijdse muziek geschreven en publiceerde in 2002 bij Flammarion zijn muziekgeschiedenis Histoire de la Musique. In 2000 richtte hij het vocaal-instrumentale ensemble CRwTH op, gericht op multimediale projecten, waarvan hij sindsdien artistiek leider is. Tussen 1998 in 2002 doceerde hij onder meer contrapunt, harmonieleer, en de relatie tussen muziek en tekst aan het IRCAM, en sinds 1999 is hij als docent analyse, compositie en nieuwe muziek verbonden aan de Université Marc Bloch in Straatsburg.

Ictus is een Vlaams ensemble voor hedendaagse muziek dat sinds 1994 in de gebouwen van dansgezelschap Rosas in Brussel gevestigd is. De programmering van Ictus richt zich op de muziek van na 1950 en bestrijkt een zeer breed stilistisch spectrum – van Aperghis tot Reich, van Murail tot Waits –, met de nadruk op het hedendaagse repertoire. Binnen elk concert zorgt het ensemble voor coherentie door werken te groeperen rond een thema (bijvoorbeeld ‘de transcriptie’, ‘de gelaagde tijd’, ‘de nocturne’, ‘de ironie’, ‘muziek en film’), door middel van portretconcerten (van onder anderen Jonathan Harvey, Fausto Romitelli, Toshio Hosokawa) en met geënsceneerde producties als opera's en video- en dansproducties. Het feit dat een geluidstechnicus permanent deel uitmaakt van het ensemble wijst erop dat de inzet van elektronica als vanzelfsprekend wordt beschouwd. In samenwerking met de Filharmonische Vereniging van Brussel en het Kaaitheater brengt Ictus elk jaar een reeks concerten, vaak met gesproken commentaar, waarmee een breed en gevarieerd publiek wordt aangesproken. Sinds 2003 resideert Ictus in de opera van Lille. Ictus heeft op de podia gestaan van verschillende grote zalen en gerenommeerde festivals in Europa en de Verenigde Staten, zoals Musica Strasbourg, het Witten Festival, de Brooklyn Academy of Music, het Festival d'Automne à Paris, Ars Musica, Royaumont, Milano Musica, Ultraschall, Villeneuve-lez-Avignon en Wien-Modern. Ictus treedt meerdere keren op tijdens het Holland Festival 2010: in het programma rond Luciano Berio’s Laborintus II, in 3Abschied van dansgezelschap Rosas, en in Telegrams from the Nose.

CREDITS

video
William Kentridge
muziek
François Sarhan
teksten naar gedichten van
Daniil Harms
tekst
Moscow trials: report of court proceedings
muzikale leiding
Georges-Elie Octors
uitgevoerd door
Ictus
strohviool
Igor Semenoff
strohcello/stem
François Deppe
strohgitaar
Tom Pauwels
keyboard
Jean-Luc Plouvier
spreker
François Sarhan
geluid
Alexandre Fostier
coproductie
Holland Festival
coproductie
Stedelijk Museum