Spui25 discussie-avonden in kader van IN FLUX

IN FLUX: het belang van vooruitgang in de kunst

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

IN FLUX. Deze term impliceert continuïteit, transformatie, wedergeboorte. Betekent het ook vooruitgang? Is vooruitgang, vernieuwing, nog van belang in de waardering voor de kunsten? Of is de vraag naar vooruitgang irrelevant nu het draagvlak voor (financiële) ondersteuning sowieso lijkt af te nemen?
In Spui25 een discussie over repertoire en vernieuwing, over populisme versus elitarisme, over theater en kunst in het tweede decennium van de nieuwe eeuw onder leiding van Maarten Doorman, bijzonder hoogleraar Journalistieke Kritiek van Kunst en Cultuur. Met medewerking van Erwin Jans, publicist en dramaturg bij Toneelhuis Antwerpen en Susanne Kennedy, regisseur bij o.a. Het Nationale Toneel. 

Reserveren verplicht via [email protected]

Programma:

Op 27 mei: IN FLUX: Cultuur en identiteit

Traditie als een inspirerende bron voor vernieuwing is een rode draad in de 63ste editie van het Holland Festival. Zo is het verlies van identiteitsbepalende cultuuruitingen een onderliggend onderwerp van een aantal voorstellingen, zoals Radio Muezzin en Shukshin's Stories. Een aantal dagen voor de officiële opening van het festival wordt in dit kader in SPUI25, het academisch-cultureel centrum van de Universiteit van Amsterdam, een bijeenkomst gehouden over de waarde van tradities, cultuur en identiteit. Voor deze bijeenkomst is de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) partner van het Holland Festival.

(Culturele) tradities staan onder druk door globalisering en modernisering. De vorming van een Europese eenheid, de wereldeconomie en arbeidsmobiliteit, de toegang tot nieuwe media, maar ook het tempo van berichtgeving door de media zorgen voor gevoelens van onzekerheid. Ontwikkelingen volgen elkaar steeds sneller op, en lijken steeds minder voorspelbaar. Al deze bewegingen vragen nogal wat van mensen: de wereld is groot en onoverzichtelijk geworden, de zekerheden die een mens in zijn leven kan hebben zijn niet vanzelfsprekend meer. Hoewel velen internationalisering en modernisering als een verrijking zien, zijn er ook negatieve effecten te benoemen. Het vasthouden aan culturele tradities, als ijkpunten en vaste ankers in het leven, als ‘token’ voor een nationale identiteit, is een onderwerp dat weer vaker op de agenda verschijnt om een tegenwicht te bieden aan allerlei onzekerheden. Maar ook die beweging is niet onomstreden: betekent het vasthouden aan tradities niet een stilstand, een vals houvast uit heimwee naar betere tijden, een conservatisme dat Nederland buiten de wereld plaatst?

Frans Timmermans, voormalig staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, zal de aftrap geven voor een discussie over het pro en contra van internationale ontwikkelingen voor een culturele identiteit. Daarna reageren drie wetenschappers vanuit hun verschillende vakgebieden op zijn verhaal: Irene Stengs, Diederik Oostdijk en Ronald Kroeze. Een gesprek over globalisering en localisering, over snelheid en stilstand, winnaars en verliezers, onder leiding van Harm Ede Botje.

Achtergrondinformatie

27 mei

Frans Timmermans
(1961) was staatssecretaris voor Europese Zaken van februari 2007 tot februari 2010 in het kabinet Balkende IV. Hij studeerde Franse letterkunde en Europees recht in Nijmegen en Nancy. Na zijn militaire dienstplicht werkte hij bij het ministerie van Buitenlandse Zaken en bij de Nederlandse ambassade te Moskou. Tevens heeft hij gewerkt voor Eurocommissaris Hans van den Broek en voor Max van der Stoel, Hoge Commissaris voor de nationale minderheden van de OVSE als adviseur en particulier secretaris. Van 1998 tot 2007 was hij lid van de Tweede Kamer voor de Partij van de Arbeid, belast met o.a. Europese zaken en defensie.

Irene Stengs (1959) is antropoloog en werkt als senior onderzoeker feest en ritueel bij de onderzoeksgroep Etnologie van het Meertens Instituut. Haar onderzoek richt zich in het bijzonder op nieuwe publieke rituelen (stille tochten, bermmonumenten, publieke begrafenissen),de relatie feest en lokale identiteit, de dynamiek van levensloopvieringen, en BNers en media in feestcultuur/ritueel. Hiervoor deed zij onderzoek naar Thaise cultuur en de verering rond het Thaise koningshuis. De handelseditie van haar proefschrift, getiteld Worshipping the Great Modernizer. King Chulalongkorn, Patron Saint of the Thai Middle Class verscheen in 2009 bij Singparore University Press/University Press of Washington.

Diederik Oostdijk is universitair hoofddocent Engelstalige letterkunde en directeur onderzoek van de Faculteit Letteren op de Vrije Universiteit. Hij heeft zich gespecialiseerd in Amerikaanse literatuur en vooral poëzie. Volgend jaar verschijnt zijn boek Among the Nightmare Fighters: American Poets of World War II. Een nieuw onderzoeksproject dat hij binnenkort start gaat over hoe naoorlogse Amerikaanse dichters hebben geschreven over en gekeken naar Europa.

Ronald Kroeze (1983) studeerde Geschiedenis en Internationale Organisaties/ Internationale Betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit van Leiden. Sinds 2007 is hij als promovendus en docent verbonden aan de Sectie Politieke Geschiedenis van de VU. In de periode april-augustus 2007 maakte hij samen met Sjoerd Keulen en Marc Hannemann een onderzoeksreis door Oost-Europa en Rusland waarin een zoektocht naar de Europese identiteit centraal stond. De neerslag van deze reis vormde een artikelenreeks in nrc.next (zie ook www.nrc.nl/grenspaal) en het boek Vals plat in de Oeral. Een zoektocht naar de oostgrens van Europa (Aspekt Soesterberg).

Harm Ede Botje (1965) studeerde Rechten aan de UvA en volgde de Postdoctorale Opleiding voor Journalistiek aan de Erasmus Universiteit. Hij schrijft sinds 1995 voor Vrij Nederland, waar hij algemeen redacteur is met als speciale aandachtsgebieden buitenlandverslaggeving en ontwikkelings-samenwerking. Voordat hij bij VN kwam werken, was hij redacteur bij het VPRO-radioprogramma Argos, verslaggever bij het Radio 1 Journaal en freelancer bij de Vara-radio. Botje maakte reportages in onder meer Darfur, Afghanistan, Mexico, Argentinië, Turkije, Rwanda, Indonesië, Zuid-Afrika, Tanzania, Pakistan, Peru, Guatemala, Irak, Marokko, Egypte, Israël en de bezette gebieden. Voor VPRO-radioprogramma Het Gebouw maakte hij Standplaats Sri Lanka. Harm Ede Botje schreef twee boeken: Standplaats Sri Lanka (1992) en Apenhachee en Jachttroffee (2004).


-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
3 juni

Het Holland Festival heeft dit jaar geen thema gekozen, maar een term die verwijst naar ontwikkeling: IN FLUX. Deze term impliceert continuïteit, transformatie, wedergeboorte. Betekent het ook vooruitgang? Is vooruitgang, vernieuwing, nog van belang in de waardering voor de kunsten? Of is de vraag naar vooruitgang irrelevant nu het draagvlak voor (financiële) ondersteuning sowieso lijkt af te nemen?
Het is geen nieuwe constatering dat er een flinke financiële crisis heerst en dat bezuinigen een belangrijk thema in de verkiezingscampagne vormt. Het is onwaarschijnlijk dat er één terrein buiten beschouwing zal worden gelaten. Ook de kunstensector, met 0,56 % van de Rijksbegroting niet de grootste kostenpost, zal moeten inleveren. Er is een partij die zelfs alle kunstsubsidies wil afschaffen, omdat het hier een linkse hobby zou betreffen.  Ondanks dat vooruitzicht worden er nu ook investeringen in kunst & cultuur gedaan, zoals in de bouw van een Nationaal Historisch Museum en grote verbouwingen als die van Het Stedelijk Museum en het Rijksmuseum in Amsterdam. Ook het theater is in beweging.

Deze combinatie van feiten geeft te denken over de waardering voor met name hedendaagse kunst. Is er alleen nog plaats voor geschiedenis en nostalgie? Kunnen we alleen achteromkijkend kunst waarderen en is er geen plaats meer voor hedendaags werk?
Festivaldirecteur Pierre Audi schreef in zijn Staat van het Theater (september 2009) dat het voortbestaan van het toneel in Nederland wordt bedreigd omdat men vergeet dat theater in een traditie staat. In zijn optiek is er in Nederland weinig aandacht voor het klassieke repertoire. In de reacties op zijn stuk werd dat niet alleen weerlegd, ook kwam regelmatig de vraag naar boven wat toneel (of dans, of kunst in het algemeen) nu dan zou moeten zijn. Is Audi’s pleidooi voor repertoire een pleidooi voor conservatisme, analoog aan sentimenten in de samenleving? Is repertoiretoneel conservatief? Hoe zeer is het publiek op de hoogte van zoiets als een canon? Hebben de kunsten zich van de samenleving afgewend?

In Spui25 een discussie over repertoire en vernieuwing, over populisme versus elitarisme, over theater en kunst in het tweede decennium van de nieuwe eeuw onder leiding van Maarten Doorman. Met medewerking van Erwin Jans, publicist en dramaturg bij Toneelhuis Antwerpen en Susanne Kennedy, regisseur bij o.a. Het Nationale Toneel.

Prof. dr. F.M. (Maarten) Doorman is bijzonder hoogleraar Journalistieke Kritiek van Kunst en Cultuur vanwege de Stichting De Volkskrant aan de UvA en doceert cultuurfilosofie aan de Universiteit Maastricht. Daarnaast is hij dichter en essayist, criticus bij NRC Handelsblad en sinds 2006 medewerker van de Volkskrant. Zijn meest recente boek is Paralipomena. Opstellen over kunst, filosofie en literatuur (2007).

Erwin Jans studeerde Germaanse Filologie en Theaterwetenschappen aan de KULeuven. Van 1999 tot 2005 werkte hij bij het ro theater te Rotterdam, waar hij met Guy Cassiers o.a. samenwerkte aan de vierdelige theatercyclus rond het werk van Marcel Proust. Hij doceert over theater aan de afdeling Culturele Studies van de KULeuven en de Hogeschool Antwerpen. Hij is redacteur van het culturele tijdschrift Nieuwzuid en publiceert uitgebreid over theater, cultuur, literatuur en maatschappelijke onderwerpen, waaronder de multiculturele samenleving. Zijn boek ‘Interculturele intoxicaties’ is een vrijwillige intoxicatie met begrippen als globalisering, identiteit, cultuurrelativisme, en hybriditeit.

Regisseur Susanne Kennedy, geboren in Zuid-Duitsland, kwam in 2000 naar Nederland en studeerde in 2005 af aan de Regieopleiding in Amsterdam met Maria Stuart van Schiller - bekroond met de Top Naeff prijs. Naar aanleiding van deze voorstelling en haar eerdere werk werd zij door het Nationale Toneel gevraagd om zich bij dit gezelschap verder te ontwikkelen. Ze is nu één van de vaste regisseurs van het gezelschap en heeft voorstellingen op haar naam staan zoals Hedda Gabler,The New Electric Ballroom en Over Dieren (geselecteerd voor theaterfestival 2010). Volgend seizoen gaat ze op uitnodiging van Johan Simons werken bij de Münchner Kammerspiele.