Een nieuwe visie op één van de kroonjuwelen van de Franse barokmuziek.

Pygmalion

Jean-Philippe Rameau, William Christie, Trisha Brown, Les Arts Florissants

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Het Holland Festival presenteert in een coproductie met Festival d’Aix-en-Provence de wereldpremière van een nieuw programma rond de fameuze dansopera Pygmalion van de 18e eeuwse Franse componist Jean-Philippe Rameau (1683-1764). Het is de eerste samenwerking tussen het dansgezelschap van de legendarische New Yorkse choreografe Trisha Brown en het koor en orkest van Les Arts Florissants onder leiding van William Christie. Samen met vier topsolisten brengen zij een verrassende nieuwe visie op dit hoogtepunt uit de Franse barokmuziek. Het programma opent met fragmenten uit Rameaus Hippolyte et Aricie, na de pauze gevolgd door Pygmalion, het verhaal van de beeldhouwer die verliefd wordt op zijn eigen ivoren schepping en aan de godin Venus vraagt haar tot leven te wekken.

Achtergrondinformatie

Op 13 juni 2010 vindt in Theater Carré de wereldpremière plaats van het programma rond de dansopera Pygmalion van Rameau, met herhalingen op 15 en 16 juni op dezelfde locatie en in de zomer van 2010 in Athene en Aix-en-Provence. Deze spectaculaire muziektheaterproductie, compleet met vliegende dansers, wordt uitgevoerd door de Trisha Brown Dance Company uit New York, koor en orkest van Les Arts Florissants onder leiding van William Christie, en vier solisten, te weten de sopranen Sophie Karthauser en Emmanuelle de Negri, mezzosopraan Karolina Blixt en tenor Ed Lyon. Dit programma is een coproductie van het Holland Festival met het Festival d'Aix-en-Provence en het Athens Festival en duurt ongeveer twee keer drie kwartier, met voor de pauze fragmenten uit Hippolyte et Aricie, een andere 'dansopera' van Jean-Philippe Rameau. Als een eerste fase in dit project rond Rameau is deze choreografie in 2009 in New York al uitgeprobeerd onder de titel L'Amour au théâtre.
De dansopera Pygmalion van Jean-Philippe Rameau (1683-1764) is een juweel van de Franse barok. Les Arts Florissants onder leiding van William Christie hebben het werk in 1992 al eens opgenomen en koesteren sindsdien de droom om een geënsceneerde uitvoering van de beroemde ‘acte de ballet’ te verzorgen. Deze productie, die de eerste samenwerking betekent tussen Christie, sinds lang bewonderaar van Rameau, en Trisha Brown, de radicale choreograaf die graag in dialoog treedt met het klassieke repertoire, ontwerpt een nieuwe visie op Rameau's veelzijdige kunstwerk, met een belangrijke rol voor de vaak onderbelichte moderniteit ervan.
Rameau genoot aanvankelijk beperkte bekendheid als organist en als zeer kundig theoreticus, zoals hij bewezen had met zijn invloedrijke Traité de l'harmonie (1722). Zijn reputatie als componist vestigde hij met zijn eerste opera, de ‘tragédie lyrique’ Hippolyte et Aricie, die op 1 oktober 1733 in première ging in de hal van het Palais-Royal, de toenmalige thuisbasis van de Académie royale de musique. Het libretto was een gedicht van Pellegrin dat zijn onderwerp ontleende aan de tragedie Phèdre van Racine, die zich op zijn beurt gebaseerd had op Euripides. Het werk was een onmiddellijk succes en oefende grote invloed uit op de ontwikkeling van de Franse muziek in de 18e eeuw.
Rameau's balletmuziek weerspiegelt de zwierige gratie van het tijdperk van koning Lodewijk de Vijftiende, maar heeft tegelijkertijd een grotere dramatische functie en is minder decoratief dan bijvoorbeeld bij Lully het geval is. Zijn latere balletten, waar Pygmalion een voorbeeld van is, kenmerken zich door een vrijere vorm met veel ruimte voor dramatische verbeelding, hoewel hij de traditionele dansvormen nooit helemaal los heeft gelaten. Direct bij zijn première, die op 27 augustus 1748 plaatsvond aan het Château de Fontainebleau, werd Pygmalion herkend als een meesterwerk van Franse kunst en de opera groeide bij het uitbreken van de Querelle des bouffons in 1752, het dispuut over de aanwezigheid van Italiaanse opera in Parijs, uit tot de strijdkreet van de Fransgezinden. Pygmalion, naar een libretto van Ballot de Sauvot, wordt algemeen beschouwd als de beste ‘acte de ballet’ die Rameau heeft geschreven.

Biografieën


Jean-Philippe Rameau (1683-1764) was een Franse componist, muziektheoreticus, klavecimbelspeler en organist, die algemeen beschouwd wordt als de belangrijkste Franse meester van de achttiende eeuw. Met muziektheaterstukken als Les Indes Galantes (1735), Castor et Pollux (1737) en Pygmalion (1748) vormt hij de schakel tussen Lully en de negentiende-eeuwse opera van Parijs. Zijn enige formele muziekonderricht ontving hij van zijn vader, die organist was aan de Notre Dame. In 1702 werd Rameau zelf organist aan de kathedraal van Clermont-Ferrand en daar, na een weinig succesvolle tussenperiode in Parijs, schreef hij zijn eerste grote composities en ontwikkelde zich tot een uitmuntend improvisator. Daarnaast werkte hij aan zijn Traité de l'harmonie, het geschrift dat in 1722 in Parijs verscheen en gerekend wordt tot de belangrijkste muziektheoretische geschriften van de geschiedenis. Hierin legde Rameau de grondslag voor de functionele harmonieleer, de theorievorming rond de samenhang tussen akkoorden.
In 1723 vestigde Rameau zich voor de rest van zijn leven in Parijs en werd in 1730 aangesteld als dirigent, organist en klavecimbelspeler in dienst van de grote mecenas La Pouplinière. De aanvankelijke scepsis van het publiek over de musische gave van een theoreticus nam Rameau weg met de première van zijn opera Hippolyte et Aricie in 1733; de opschudding die het werk veroorzaakte betekende wel het begin van een jarenlange artistieke strijd tussen de orthodoxen (aanhangers van Lully) en de modernen (aanhangers van Rameau). Merkwaardigerwijs werd Rameaus muziek tegen het einde van zijn leven samen met die van Lully verdedigd tegen de invloed van Italiaanse opera in Parijs. In 1745 werd Rameau geëerd met de prestigieuze benoeming tot ‘Compositeur de la Musique de la Chambre du Roy’.

William Christie (1944) is een Frans-Amerikaanse klavecinist, dirigent, musicoloog en docent. Hij studeerde aan de universiteiten van Harvard en Yale en vestigde zich in 1971 in Frankrijk, waar hij sindsdien woont. In 1995 verkreeg hij het Franse staatsburgerschap. Het belangrijkste keerpunt in zijn carrière kwam toen hij in 1979 Les Arts Florissants oprichtte, het vocale en instrumentale ensemble waarmee hij vanaf de jaren 80 zijn stempel heeft gedrukt op de internationale uitvoeringspraktijk van barokmuziek. Hoewel het zwaartepunt bij de Franse barok ligt, staan ook componisten uit andere tijden en windstreken op zijn repertoire, zoals Monteverdi, Mozart en Purcell. Tussen 1982 en 1995 verzorgde Christie een cursus Oude Muziek aan het Conservatoire van Parijs. Regelmatig wordt hij uitgenodigd om masterclasses te geven of om academies zoals die van Aix-en-Provence en Ambronay te leiden.
Christies discografie beslaat meer dan 70 opnames, uitgebracht door Harmonia Mundi en Warner Classics/Erato. Bij operaproducties werkt hij vaak samen met gerenommeerde regisseurs als Jean-Marie Villégier, Robert Carsen, Alfredo Arias, Jorge Lavelli, Graham Vick, Adrian Noble, Andrei Serban en Luc Bondy. Hij treedt als gastdirigent op bij onder meer het operafestival van Glyndebourne, de Opera van Zürich, de Opéra national de Lyon en de Berliner Filharmoniker. Christie is zowel Officier dans l'Ordre de la Légion d'Honneur als Officier dans l'Ordre des Arts et des Lettres. In 2004 kreeg hij de Prix de chant choral Liliane Bettencourt van de Académie des Beaux-Arts en in 2005 de Prix Georges Pompidou. In november 2008 werd hij in de Académie des Beaux-Arts gekozen.

Trisha Brown is een Amerikaanse choreograaf, danseres en regisseur. In 1958 behaalde ze haar bachelordiploma in dans aan Mills College, waarna ze verder studeerde bij Louis Horst en bij Anna Halprin in New York. Ze was betrokken bij de oprichting van het avant-gardistische Judson Dance Theater in 1962, waarmee ze haar eerste successen boekte en bekendheid verwierf. In 1970 hielp ze met het opzetten van het experimentele danscollectief The Grand Union en richtte ze haar eigen gezelschap op, The Trisha Brown Dance  Company, dat sindsdien is uitgegroeid tot een van de toonaangevende hedendaagse dansgezelschappen. In de jaren 90 begon Brown met het choreograferen van klassieke-muziekuitvoeringen, zoals M.O. (1995), gebaseerd op het Musikalisches Opfer van J.S. Bach, Orfeo (1998) van Monteverdi, en een versie van Schuberts liederencyclus Winterreise voor bariton en drie dansers (2002, Holland Festival 2003). In 2006 regisseerde ze met veel succes de kameropera Da Gelo a Gelo van Salvatore Sciarrino. Voor haar werk ontving Brown talloze prijzen, waaronder een MacArthur Foundation Fellowship, twee Guggenheim Fellowships, en de Amerikaanse National Medal of Arts. Ze ontving de Benois de la Danse Prize for Lifetime Achievement, de Nijinsky Award, en werd in 2004 door de Franse regering verheven tot Commandeur dans l'Ordre des Arts et des Lettres. Brown is ook actief als beeldend kunstenaar en exposeert regelmatig met haar tekeningen, onder andere tijdens de Documenta 12 in Kassel en als onderdeel van het Year of Trisha, een aan haar oeuvre gewijd project in het Walker Art Center in Minneapolis.

Les Arts Florissants is een gerenommeerd vocaal en instrumentaal ensemble uit Frankrijk dat zich toelegt op het uitvoeren van barokmuziek op originele instrumenten. Les Arts Florissants werd in 1979 opgericht door de Frans-Amerikaanse dirigent William Christie en ontleent zijn naam aan een korte opera van Marc-Antoine Charpentier. Het gezelschap speelde een belangrijke rol bij de opleving van interesse in muziek uit de 17e en 18e eeuw in Frankrijk; dat repertoire was grotendeels vergeten en werd opgedoken in de collecties van de Bibliothèque Nationale de France, om nu weer alom te worden gespeeld en bewonderd. Een groot aantal van die werken is opgenomen en uitgebracht op de labels Harmonia Mundi en Warner Classics/Erato.
Sinds de goed ontvangen productie van Atys van Lully bij de Opéra Comique in Parijs in 1987 heeft het ensemble vooral op het terrein van de opera veel successen geboekt, met werken van onder andere Rameau, Händel, Charpentier, Purcell, Mozart en Monteverdi. Les Arts Florissants werkt daarbij samen met regisseurs als Jean-Marie Villégier, Robert Carsen, Alfredo Arias, Pier Luigi Pizzi, Jorge Lavelli, Adrian Noble, Andrei Serban, Graham Vick en Deborah Warner, en met choreografen als Trisha Brown, Francine Lancelot, Béatrice Massin, Ana Yepes, Shirley Wynne, Maguy Marin, François Raffinot en Jiri Kylian. Daarnaast heeft het ensemble ook in de concertzaal een grote staat van dienst, met bejubelde uitvoeringen van oratoria, religieuze muziek, seculiere kamermuziek en concertante opera. Al meer dan vijftien jaar is Les Arts Florissants in residentie bij het Théâtre de Caen.

De Trisha Brown Dance Company is een toonaangevend dansgezelschap uit New York dat in 1970 werd opgericht door choreograaf en artistiek leider Trisha Brown. Zij verliet in dat jaar het experimentele Judson Dance Theater om met haar eigen groep dansers te gaan werken. De Trisha Brown Dance Company verzorgde zijn eerste optredens op alternatieve plekken (zoals daken van huizen) in SoHo in Manhattan; tegenwoordig treedt het gezelschap van negen dansers regelmatig op in de gerenommeerde operahuizen van New York, Parijs en Londen en in talloze andere theaters over de hele wereld. Sinds de kleinschalige stukken uit de beginperiode is het repertoire van de TBDC sterk uitgebreid en omvat nu tevens avondvullende programma's. In een hoog aangeschreven Education Program biedt de TBDC beginnende dansers en jonge professionals de mogelijkheid zich te laten scholen in postmoderne dans, met cursussen in techniek, repertoire en improvisatie, alsmede workshops met wereldberoemde gastartiesten. Het eigen repertoire wordt in stand gehouden door choreografieën opnieuw op het toneel te brengen in een reeks projecten bij het Lyon Opera Ballet en het Paris Opera Ballet, en in samenwerkingsverbanden met universiteiten als de London Contemporary Dance School, Mills College, University of Illinois-Urbana-Champaign en New York University. Vanaf de jaren 90 richt het gezelschap zich ook op klassieke muziek. In 1998 produceerde de TBDC in samenwerking met het Brusselse operahuis La Monnaie de opera Orfeo van Monteverdi, in 2002 Schuberts Winterreise in samenwerking met het Lincoln Center Festival, en in 2006 de kameropera Da Gelo a Gelo van Salvatore Sciarrino voor het Schwetzingen Festival. Trisha Brown is eerder gast geweest in het Holland Festival. In 2003 zette zij Schuberts liederencyclus Winterreise in scène.

CREDITS

muziek
Jean-Philippe Rameau
libretto Pygmalion
Ballot de Sovot
naar
Houdar de la Motte
libretto Hippolyte et Aricie
Abbe Simon-Joseph Pellegrin
choreografie & regie
Trisha Brown
muzikale leiding
William Christie
regie, choreografie, toneelbeeld
Trisha Brown
koor & orkest
Les Arts Florissants
dans
Trisha Brown Dance Company
kostuums
Elizabeth Cannon
licht
Jennifer Tipton
zang
Karolina Blixt
zang
Sophie Karthäuser
zang
Ed Lyon
zang
Emmanuelle de Negri
coproductie
Festival d’Aix en Provence
coproductie
Holland Festival
coproductie
Athens Festival
coproductie
Teatro Real, Madrid
in samenwerking met
Les Arts Florissants
in samenwerking met
Trisha Brown Dance Company