Indrukwekkende productie van Brittens mystieke muziekdrama.

Curlew River

Benjamin Britten

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Curlew River van Benjamin Britten, dat in 1964 op het Holland Festival zijn Nederlandse première beleefde, wordt algemeen beschouwd als één van de grootse religieuze muziekdrama’s uit de twintigste eeuw. Het is een christelijke parabel gebaseerd op een Japans noh-theaterstuk en vertelt het hartverscheurende verhaal van een dwaze moeder die op zoek is naar haar verloren kind en moet ontdekken dat het jongetje bij de Curlew rivier is mishandeld en gestorven. Een gruwelijk lot dat de vrouw uiteindelijk alleen kan aanvaarden door zich tot God te keren. De nieuwe enscenering van de Franse regisseur Olivier Py houdt de toeschouwer van begin tot eind vast in een mystieke wereld van ondraaglijke pijn en goddelijke verlichting.

Achtergrondinformatie

Op 3 en 4 juni 2010 vindt in de Rabozaal van de Stadsschouwburg de Nederlandse première plaats van een nieuwe productie van Benjamin Brittens religieuze operaCurlew River. Deze productie wordt geregisseerd door Olivier Py, met decor en kostuums ontworpen door Pierre-André Weitz, en uitgevoerd door vier solisten en het ensemble en koor van de Opéra de Lyon onder leiding van Alan Woodbridge. Hoewel Curlew River al in 1964 te zien was op het Holland Festival, in de productie waarin het werk eerder dat jaar in Engeland in première was gegaan, is het relatief weinig in Nederland uitgevoerd. In die oorspronkelijke productie, die Britten zelf opzette voor zijn Aldeburgh Festival met The English Opera Group, vertolkte Peter Pears de hoofdrol van de Madwoman. De huidige productie werd door de toonaangevende Franse regisseur Olivier Py (ook directeur van het prestigieuze Odéon in Parijs) gemaakt voor het Edinburgh International Festival, en vorig jaar hernomen door de Opéra National de Lyon, die Curlew River nu opnieuw naar Amsterdam zal brengen. Deze uitvoeringen van Curlew River betekenen tevens de introductie in Nederland van de hier nog tamelijk onbekende regisseur Py.
Curlew River is gebaseerd op een Japans noh-theaterstuk dat Britten tijdens een reis naar Japan in 1956 te zien kreeg en dat diepe indruk op hem maakte. Het indringende verhaal handelt over de zoektocht van een moeder naar haar verloren kind. Librettist William Plomer vertaalde het oorspronkelijke Japanse verhaal in een christelijke parabel, gesitueerd rond het fictieve plaatsje Curlew River gedurende de middeleeuwen. De protagonist is, zoals in veel van Brittens muziektheater (bijvoorbeeld in Peter Grimes, Billy Budd en The Turn of the Screw), een buitenstaander: in dit geval de Madwoman, op zoek naar haar zoontje dat sinds een jaar wordt vermist. Bij het oversteken van de rivier vertelt de Ferryman haar over een jongen die een jaar eerder op die plek is gestorven, en wiens graf nu door de lokale bevolking vereerd wordt als een heilige plaats.
Het werk is de eerste van Brittens zogenaamde kerkparabels, een hedendaagse vorm van de middeleeuwse mysteriespelen. Hij schreef de opera als een relatief kort kamermuziekstuk, met een duur van circa 80 minuten, oorspronkelijk zonder dirigent. De cast van vier solisten en een klein vocaal ensemble bestaat, in de stijl van het traditionele noh-theater, uit alleen mannelijke zangers. Alle spelers zijn verkleed als monniken en betreden het podium aan het begin van het werk, samen met musici, in een statige processie; uit die sinistere, dolende anonimiteit treden de zangers vervolgens beurtelings naar voren om hun rol te spelen. De musici zijn gezeten tussen de pijlers van een stellage achter op het toneel. In de productie van Py worden de duistere kanten van het werk op de voorgrond geplaatst, onder meer door het religieuze vuur van de monniken een dubbelzinnige aura van dreiging mee te geven. De solisten in deze productie zijn tenor Michael Slattery als The Madwoman, bas Konstantin Wolff als The Abbot, bariton William Dazeley als The Ferryman, en bariton Ivan Ludlow als The Traveller. De pelgrims en The Spirit of the Boy krijgen gestalte door het koor, dat wordt gevormd door drie tenoren, drie baritons en twee bassen.

Biografieën

Benjamin Britten(1913-1976) was een Engelse componist, pianist en dirigent. Hij wordt wel eens beschouwd als de grootste Engelse componist sinds Henry Purcell en behoorde tot de meest prominente klassieke componisten van de twintigste eeuw. Britten begon zijn compositiestudie reeds op twaalfjarige leeftijd bij Frank Bridge aan de Gresham's School in Holt, Norfolk. Dankzij een beurs kon hij vervolgens verder studeren aan het Royal College of Music in Londen bij John Ireland (compositie) en Arthur Benjamin (piano); een beurs om in Wenen te studeren bij Webern en Berg werd hem geweigerd. Niettemin oogstte hij al met zijn vroege werken groot succes en kwam zijn doorbraak met de Variations on a theme of Frank Bridge dat zijn première beleven op het Salzburg Festival in 1937. Op grond van zijn volgende composities, met name Sinfonia da Requiem en Serenade, werd hem een leidende rol in de wereld van de Britse klassieke muziek toegedicht. In 1945 volgde de première van zijn tweede opera Peter Grimes, waarvoor hij definitieve erkenning kreeg. Van 1939 tot 1942 woonde Britten in de Verenigde Staten en bij terugkomst vestigde hij zich in het Engelse kustplaatsje Aldeburgh, waar hij in 1948 het inmiddels wereldberoemde Aldeburgh Festival oprichtte. Ook was hij regelmatig te gast in het Holland Festival, ondermeer met de eerste volledige uitvoering van zijn War Requiem. Britten schreef veel werken voor zijn partner de tenor Peter Pears en wordt gezien als een van de grootste componisten van vocale muziek in de muziekgeschiedenis. Voor zijn ontwikkeling op dit vlak was ook de samenwerking met de Engelse dichter W.H. Auden van groot belang. Andere bekende werken van Britten zijn onder andere The Young Person's Guide to the Orchestra, A Midsummer Night's Dreamop tekst van Shakespeare, Death in Venice en het War Requiem. Daarnaast componeerde hij ook veel filmmuziek. In 1976, het jaar van zijn dood, werd hij in de adelstand verheven.

Olivier Py (1965) is een Franse toneelschrijver, acteur en regisseur. Hij studeerde vanaf 1987 aan het Conservatoire national supérieur d'art dramatique en daarnaast ook filosofie en theologie aan het Institut Catholique. In 1988 richtte hij zijn eigen theatercompagnie op, waarmee hij vele van zijn eigen teksten realiseerde. Op 32-jarige leeftijd werd hij benoemd tot directeur van het Centre Dramatique National d'Orléans. Sinds maart 2007 is hij tevens directeur van het gerenommeerde theater l'Odéon. Het grootste gedeelte van Pys oeuvre voor toneel is gepubliceerd bij Actes Sud-Papiers, evenals de roman die hij heeft geschreven, Paradis de tristesse. Zijn werk is vertaald in het Engels, Italiaans, Duits, Sloveens, Spaans, Roemeens en Grieks en ook door andere regisseurs op de bühne gebracht. Tot de belangrijke prijzen die hij heeft ontvangen behoren de Prix Nouveau Talent Théâtre/SACD in 1996 en de Prix Jeune Théâtre de l'Académie française in 2002. Daarnaast is hij laureaat van de Fondation Beaumarchais.
Behalve in het theater is Py ook veelvuldig werkzaam in de opera, waar hij producties regisseerde als Der Freischützvan Weber bij de Opéra de Nancy (1999), Les contes d’Hoffmann van Offenbach (2001) en La Damnation de Faust van Berlioz (2003) bij het Grand Théâtre de Genève, Le Vase de parfums (muziek van Suzanne Giraud, op een libretto van Py) bij de Opéra de Nantes (2004), Tristan und Isolde en Tannhäuser van Wagner bij Grand Théâtre de Genève (2005), Curlew River van Britten in Edinburgh (2005) en Pelléas et Mélisande van Debussy bij Muziektheater Stanislavski en Némirovitch-Dantchenko in Moskou in het kader van het Internationale Tsjechov Festival. Zijn regie van Le soulier de satin van Paul Claudel speelde onder meer in Genève en Edinburgh en ontving de Prix Georges-Lerminier van het Syndicat de la Critique

In 1756 bouwde Lyon zijn eerste operahuis, de Opéra national de Lyon, op een steenworp afstand van de rivier de Rhône. Minder dan een eeuw later werd het gebouw vervangen door een nieuw en groter theater. De beroemde Franse architect Jean Nouvel gebruikte het toenmalige ontwerp als basis voor zijn eigen innovatieve ontwerp en herschiep het theater van weleer in een nieuwe vorm. In 1993 werd het huidige gebouw van Nouvel geopend. Het huis werd jarenlang geleid door Louis Erlo en Jean-Pierre Brossmann. Alain Durel nam na het vertrek van Brossmann zijn plek in en sinds 2003 is Serge Dorny, voormalig directeur van het London Philharmonic Orchestra, de algemeen directeur van het theater. Het operahuis wordt gezien als een avontuurlijke organisatie: Opéra national de Lyon was een van de eerste theaters dat een podium bood aan innovatieve en nieuwe producties, zoals onlangs nog Peter Eötvös’ Tri Sestri, Faustus, the Last Night van Pascal Dusapin en Les Nègres van Michaël Levinas. De Opéra national de Lyon kent een lange traditie van het registreren van opera’s en concerten op cd. In het theater huist ook het Ballet de l’Opéra de Lyon onder leiding van Yorgos Loukos. Het repertoire van het gezelschap is voornamelijk gericht op moderne dans. Tegelijkertijd is het theater ook een platform voor wereld-muziek, jazz, klassieke en hedendaagse muziek, concerten en recitals. Het huis heeft zijn eigen orkest en sinds vier jaar een eigen operastudio voor jonge zangers.

CREDITS

parabel
Benjamin Britten
libretto
William Plomer
naar
Sumidagawa de Juro Motomasa
mise en scene en licht
Olivier Py
decor en kostuums
Pierre-André Weitz
lichtassistent
Bertrand Killy
cast
Tim Mirfin
cast
William Dazeley
cast
Michael Slattery
cast
Ivan Ludlow
orkest & koor
Opéra de Lyon
muzikale leiding
Alan Woodbridge
productie
Edinburgh International Festival
gepresenteerd door
Opéra de Lyon