Een reis door het oeuvre van de Godfather van de postmoderne dans Merce Cunningham.

50 years of dance

Boris Charmatz, Musée de la danse

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Een serie foto’s als uitgangspunt voor een choreografie. Dat is het idee achter 50 years of dance van het wonderkind van de Franse dans Boris Charmatz. Het werk is gebaseerd op de biografie Merce Cunningham: Fifty Years van David Vaughan, waarin leven en werk van de afgelopen zomer gestorven grootmeester van de postmoderne dans met een rijkdom aan foto’s geïllustreerd is. De dansers bewegen van foto naar foto, en brengen zo het verhaal van een levenswerk dat is vervat in een boek, en dat op deze manier door ex Cunningham dansers van verschillende generaties wordt getransformeerd in een voorstelling. Een treffend eerbetoon aan een van de grootste choreografen aller tijden.

Achtergrondinformatie

Voor 50 years of dance gaat het wonderkind van de Franse dans, choreograaf Boris Charmatz, aan de slag met het werk en het leven van Merce Cunningham, de Amerikaanse grootmeester van de postmoderne dans, die vorig jaar zomer stierf. Uitgangspunt is de biografie Merce Cunningham: Fifty Years van David Vaughan, die in vele foto’s van repetities en voorstellingen, en in tekst, een uitgebreid portret schetst van een omvangrijk oeuvre. Het boek dient als storyboard voor de voorstelling die Charmatz heeft gemaakt.
Charmatz: “Alles van Cunningham staat erin, foto’s van alle stukken, en portretten van Merce vanaf zijn vijfde tot zijn vijfenzeventigste jaar. Toen ik dit boek las, realiseerde ik me dat deze verzameling foto’s niet alleen het grootste deel van alle projecten omvatte die hij in zijn leven had gedaan, maar dat de foto’s als verzameling ook een choreografie vormden, op een manier die erg lijkt op de werkwijze die Cunningham gebruikt bij het creëren: dans vindt plaats tussen de poses in, tussen twee posities, en ik denk dat we op basis van deze opeenvolging van foto’s een stuk kunnen creëren, van begin tot eind uitgevoerd. Als we hierin slagen denk ik dat het wel eens een echte kan zijn, een echt Cunningham-stuk, een meta-Cunningham opvoering waarin we tegelijk een idee krijgen van zijn leven en werk.”
Het Cunningham-project is als zodanig typerend voor Charmatz’ interesse voor vraagstukken over geschiedenis, archivering en partituren in de dans, die heeft geleid tot een onderzoek naar de mogelijkheid een 'museum van de dans' te creëren, een ambitie die hij vorig jaar kon waarmaken toen hij directeur werd van het Centre chorégraphique national de Rennes et de Bretagne, en het transformeerde in het Musée de la Danse.
50 years of dance werd begonnen met een groep studenten, daarna werd het uitgevoerd door professionele dansers verbonden aan het Musee de la Danse. Voor een hommage aan Cunningham in Parijs maakte Charmatz een versie met dansers van verschillende generaties die zelf met Merce Cunningham gewerkt hebben.
De cast voor dit project bestaat uit zeven dansers, vier mannen en drie vrouwen: Thomas Caley, Ashley Chen, Foofwa d'Imobilité, Banu Ogan, Valda Setterfield, Gus Solomons en Cheryl Therrien. Vijf van hen dansten bij Cunningham in de jaren negentig. Gus Solomons en Valda Setterfield zijn van een oudere generatie. Charmatz is zeer gecharmeerd van het idee dat deze dansers hun eigen bewegingen zullen herinterpreteren, de bevroren poses weer nieuw leven zullen inblazen. Zo ontstaat er een variatie op de traditionele hommage, die terugverwijst. Een ware en niet ware Cunningham, speels en onstuimig.

Biografie

Danser en choreograaf Boris Charmatz (1973) wordt algemeen beschouwd als het wonderkind van de Franse dans. Hij volgde een dansopleiding aan de prestigieuze École de Danse in Parijs en zette vervolgens zijn vorming voort aan het Conservatoire National Supérieur de Musique et de Danse in Lyon. Daarna ging hij aan de slag als danser, onder andere bij de choreografen Odile Duboc en Régine Chopinot.
In 1992 richtte hij samen met Dimitri Chamblas l'Association Edna op. Met hem maakte hij in 1993 het duet A bras le corps, dat naast hun debuut tevens hun manifest was: "Het lichaam, hebben we dat echt nodig om te kunnen dansen of kunnen we zonder?", was de centrale vraag hierin. Ook in later werk van Boris Charmatz stond het lichaam altijd centraal. Zelfs in werken waarin het wordt ontkent en verborgen gaat het over de hoedanigheid en aanwezigheid van het menselijk lichaam en de relatie tot dans.
Vanaf 1997 ontwikkelde hij heel diverse projecten binnen l'Association Edna: van improvisatieprojecten, installaties en films tot tentoonstellingen en excursies. Hij zette Bocal op, een rondtrekkende, tijdelijke school met vijftien studenten van verschillende nationaliteiten (2003-2004) in het kader van een residentie bij het Centre National de la Danse in Pantin. Als gastdocent aan de Universität der Künste van Berlijn leverde hij bijdragen voor een nieuwe Dance B.A., die in 2007 in gebruik werd genomen. In 2008 werd hij benoemd tot artistiek directeur van het Centre Chorégraphique National de Rennes et de Bretagne (CCNRB) en transformeerde dit tot het Musée de la Danse, een lang gekoesterde wens. Naast zijn werk als choreograaf is hij ook actief als vertolker van het werk van andere choreografen, zoals It's not funny van Meg Stuart. Samen met Isabelle Launay bracht hij in 2003 een boek uit: Entretenir/à propos d'une danse contemporaine. Zijn boek Je suis une école verscheen in 2009.

CREDITS

concept
Boris Charmatz
cast
Thomas Caley
cast
Ashley Chen
cast
Foofwa d'Imobilité
cast
Banu Ogan
cast
Valda Setterfield
cast
Gus Solomons
cast
Cheryl Therrien
licht
Yves Godin
licht
Olivier Renouf
geluid
Olivier Renouf
productie
Musée de la danse
.
Centre chorégraphique national de Rennes et de Bretagne
productie
Théâtre de la Ville (Paris)
productie
Festival d’Automne (Paris)
productie
Tanzquartier Wien
met steun van
ADC Genève
met steun van
La Ménagerie de Verre (Parijs)
met steun van
LiFE (St Nazaire)
met steun van
HZT (Berlijn)
met steun van
Centre de Dévelopment Choréographique (Toulouse)