Xenakis’ enige leerling maakt opera met Monteverdi’s L’Orfeo als inspiratiebron.

Passion

Pascal Dusapin

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

De zesde opera van de Franse componist Pascal Dusapin (1955) heeft Monteverdi’s opera L’Orfeo als inspiratiebron, al heten de twee hoofdpersonen dit keer gewoon Lei en Lui, Zij en Hij. Dusapin is vooral geïnteresseerd in Euridyce, in Lei. Geheel verslingerd aan elkaar, gaan ze op weg. Maar zij weigert de tocht omhoog te gaan uit de onderwereld; zij weet immers al hoe deze geschiedenis afl oopt... De muziek van Dusapin – de enige leerling van Iannis Xenakis – kenmerkt zich door lange, harmonische lijnen, en door het gebruik van ritmische elementen die de grote lijn of de zangpartijen nooit overheersen. Passion ging in de zomer van 2008 in première op het Festival d’Aix-en-Provence, het Holland Festival presenteert een nieuwe versie met een mise-en-espace van Pierre Audi.

Achtergrondinformatie

De Franse componist Pascal Dusapin (1955) voelt zich verwant met Claudio Monteverdi en de tijd waarin hij leefde: eind zestiende en de eerste helft van de zeventiende eeuw. Wat nu vanzelfsprekend is, was rond 1600 nog niet eerder vertoond, althans niet sinds de premières van de Griekse tragedies zo'n tweeduizend jaar daarvoor. Want dát is wat Monteverdi en de zijnen streefden te reproduceren: een integratie van tekst, muziek en beeld, zoals ook ooit de klassieke tragedies moesten zijn opgevoerd. Het genre dat toen ontstond, werd opera genoemd. En de eerste opera uit de westerse muziekgeschiedenis was Monteverdi’s L’Orfeo.

Dusapins zesde opera Passion heeft dezelfde mythe als inspiratiebron, al hebben de twee personages dit keer geen naam; ze heten slechts Lei en Lui, Zij en Hij. Dusapin is vooral geïnteresseerd in Euridyce, in Lei. Zíj is degene die gevangen wordt gehouden, wordt vrijgelaten en dan toch verandert in steen, nadat haar geliefde heeft achterom gekeken.

Het thema van de vrouw die valt, ten onder gaat, is overigens niet nieuw in Dusapins muziektheateroeuvre. Zo richtte hij zich in Medeamaterial (1991) – tijdens dit Holland Festival door Sasha Waltz gebracht onder de titel Medea – vooral op de zelfdestructie van de titelheldin en stond in Faustus, The Last Night (2005) de tragische val van Gretchen centraal.

Muzikaal heeft Passion weinig gemeen met Monteverdi's eerste opera. Het is meer de geest waarin het werk geschreven werd dan de stijlmiddelen van weleer die dienden als inspiratiebron. Zoals Lei en Lui in elkaar versmelten door hun passie voor elkaar, zo zijn in deze opera de muziek en de Italiaanse tekst soms niet van elkaar te onderscheiden. De heftige emoties hechten zich aan elkaar, maken zich weer los en verspreiden zich via verschillende wegen om en rond de hoofdpersonen. De beweging in Passion is die van een overtocht. Maar Zij schreeuwt het uit en weigert de tocht omhoog te gaan, richting zon; zij kent immers het einde van deze geschiedenis.

Volgens muzikaal leider Franck Ollu kenmerkt Dusapin's muziek zich door de lange muzikale lijnen die zijn werk van begin tot eind een dramatische spanning geven. “De samenhang is gegarandeerd door een constante harmonie en het feit dat ritmische elementen nooit de grote lijn of de zangpartijen domineren.”

Pascal Dusapin wordt gerekend tot de belangrijkste levende componisten van Frankrijk. Net als zijn leermeester Iannis Xenakis heeft hij een grote belangstelling voor techniek en wetenschap. Aan de Sorbonne studeerde hij in de jaren zeventig niet alleen kunst en esthetica, maar ook natuurwetenschap. Zijn vroege werken schreef Dusapin nog sterk onder de invloed van Xenakis en de Italiaanse componist Donatoni, maar op den duur ontwikkelde hij een eigen stijl, die zich kenmerkt door een voorliefde voor microtonaliteit, het opeenstapelen van atonale complexen, en variaties van Griekse tetrachorden. Dusapin heeft een uitgesproken voorkeur voor instrumenten die de menselijke stem kunnen imiteren, zoals blazers en strijkers.

Passion werd geproduceerd in opdracht van het Festival d'Aix-en-Provence en ging daar op 29 juni 2008 in première met het Ensemble Modern, sopraan Barbara Hannigan als Lei en bariton Georg Nigl als Lui. Het Holland Festival presenteert een nieuwe versie met dezelfde uitvoerders in een mise-en-espace van festivaldirecteur Pierre Audi.

Biografieën

Pascal Dusapin werd in 1955 geboren in Nancy en wordt inmiddels gerekend tot de belangrijkste levende componisten van Frankrijk. Net als zijn leermeester Iannis Xenakis heeft hij een grote belangstelling voor techniek en exacte wetenschap, en in de jaren 70 studeerde hij aan de Sorbonne niet alleen kunst en esthetica, maar ook natuurwetenschap. Op aanraden van de Italiaanse componist Franco Donatoni volgde hij van 1974 tot 1978 de cursussen die Xenakis verzorgde aan diezelfde universiteit. Zijn vroege werken schreef Dusapin sterk onder de invloed van Donatoni en Xenakis, maar op den duur ontwikkelde hij een geheel eigen stijl, die zich kenmerkt door een voorliefde voor microtonaliteit, het opeenstapelen van atonale complexen, en variaties van Griekse tetrachorden. Dusapin heeft een uitgesproken voorkeur voor instrumenten die de menselijke stem kunnen imiteren, zoals blazers en strijkers, en hij heeft opvallend weinig geschreven voor piano.

Dusapin heeft in drie decennia een groot oeuvre opgebouwd en is actief in vele genres, zoals opera, kamermuziek, koormuziek en orkestmuziek. Vanaf het moment dat hij eind jaren 70 zijn eerste werken publiceerde werd hij door de kritiek omarmd. Inmiddels heeft hij een groot aantal prijzen op zijn naam staan, waaronder een studieverblijf in de Villa Medici in Rome (1981-1983), de Prijs van de Académie des Beaux-Arts (1993), de Grand Prix National de Musique (1995), en de Victoire de la Musique in 1998 voor de Montaigne-opname van onder meer zijn ‘operatorio’ La Melancholia. In 2002 werd hij uitgeroepen tot Componist van het Jaar.

 

De Canadese sopraan Barbara Hannigan ontving haar opleiding aan de Universiteit van Toronto bij Mary Morrison en zette haar studie voort aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Meinard Kraak. Haar operarepertoire omvat rollen in Stravinky’s The Rake’s Progress, Brittens The Rape of Lucretia, Mozarts Così fan tutte en Bastien und Bastienne, Händels Rinaldo en Ariodante, Glucks Orfeo ed Eurydice en Janácek’s Het sluwe vosje. Bij De Nederlandse Opera zong zij in de wereldpremières van Louis Andriessens Writing to Vermeer (Saskia) en Rob Zuidams Rage d’Amours (Juana la Loca), en bij de English National Opera in de wereldpremière van Gerald Barry’s The Bitter Tears of Petra von Kant (Gabrielle), voor het Festival van Aix-en-Provence Dusapin’s Passion. Bij La Monnaie in Brussel onlangs de rollen van Venus en Gepopo in Ligeti’s Le Grand Macabre. Barbara Hannigan trad op met orkesten en ensembles als het Cleveland Orchestra, de Opera National de Paris, l’Orchestre National de France, de Bamberger Symphoniker, het Fins Radio Symfonie Orkest, de Helsinki Philharmonic, de Chamber Music Society of Lincoln Center, het Frankfurter Barockorchester, het Asko Schönberg Ensemble en meermaals met de Berliner Philharmoniker. Zij werkte met dirigenten als Reinbert de Leeuw, Esa-Pekka Salonen, Kurt Masur, Jukka-Pekka Saraste, Sakari Oramo, Peter Eötvös, Pierre Boulez en Sir Simon Rattleen Ingo Metzmacher, en met componisten als György Ligeti, Louis Andriessen, Gerald Barry, Karlheinz Stockhausen, Oliver Knussen en Henri Dutilleux. 

 

Bariton Georg Nigl studeerde bij Hilde Zadek. Hij is zowel een internationaal bekend specialist in Oude Muziek als een hogelijk gewaardeerd vertolker van hedendaagse muziek. Niettemin voert hij ook regelmatig eind achttiende-eeuws en negentiende-eeuws repertoire uit, evenals werken uit het Klassiek Modernisme.

Veel lof heeft Nigl geoogst met zijn vertolking van titelrollen in nieuwe opera’s als Faustus, the last Night van Pascal Dusapin, en in Passie en Jakob Lenz van Wolfgang Rihm. Nigl was te horen in grote operahuizen, onder meer in de Scala in Milaan, Staatsoper Unter den Linden in Berlijn, het Munttheater in Brussel, en op festivals als Festival Aix‑en‑Provence, Salzburg Festival en Wiener Festwochen. Hij werkt regelmatig samen met vooraanstaande dirigenten als Andrea Breth, Frank Castorf, Jürgen Flimm en Peter Mussbach, en zong verder onder Daniel Barenboim, Daniele Gatti, Michael Boder, René Jacobs, Nikolaus Harnoncourt, Jordi Savall, Thomas Hengelbrock en Giovanni Antonini. Nigl heeft talloze radio- en tv-opnames op zijn naam staan en meegewerkt aan vele dvd’s en cd’s, uitgebracht bij labels als ECM, col legno en Naïve labels.

Hoogtepunten in het komende seizoen zijn onder meer een cyclus in het Weense Konzerthaus met uitvoeringen van Bach-cantates samen met Luca Pianca, Wolfgang Mitterer en hun Ensemble Claudiana, en Monteverdi’s L’Orfeo in de Scala in Milaan onder leiding van Rinaldo Alessandrini en in een regie van Robert Wilson.

CREDITS

muziek
Pascal Dusapin
libretto
Pascal Dusapin i.s.m. Rita de Letteriis
dirigent
Franck Ollu
mise-en-espace
Pierre Audi i.s.m. Jean Kalman
zang
Barbara Hannigan
zang
Georg Nigl
uitgevoerd door
Ensemble Modern Frankfurt
clavecimbel solo
Ueli Wiget
uitgevoerd door
VocaalLAB
electro-akoestisch systeem
Thierry Coduys
productie
Holland Festival