Muzikale melancholie in een avond vol premières van Dusapin, Janssen, Dowland en Vleggaar.

De anatomie van de melancholie

Pascal Dusapin

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

De Franse componist Pascal Dusapin (1955) verzamelde voor zijn ‘operatorio’ La Melancholia teksten over melancholie van schrijvers als Shakespeare, Homerus en Chaucer en vatte deze in muziek die soms beschouwend en meditatief, soms ook explosief dramatisch is. Voor de pauze klinkt een door Guus Janssen georkestreerde suite van werken van John Dowland (1562-1626), een notoir verkenner van de melancholie als muzikale sfeer, en een nieuw werk van de jonge Nederlandse componist Giel Vleggaar, wiens idioom sterk aanleunt tegen jazz en pop. Tot slot horen we nog Galim – ‘requies plena oblectationis’ (‘Rust vol van vreugde’, Cicero) voor fl uit en strijkorkest dat Dusapin schreef naar aanleiding van een persoonlijk rouwproces.

Achtergrondinformatie

Op vrijdag 19 juni 2009 presenteren NPS klassiek en het Holland Festival in het Muziekgebouw aan ‘t IJ het programma De anatomie van de melancholie. Het programma wordt uitgevoerd door het Radio Kamer Filharmonie onder leiding van Pascal Rophé, in samenwerking met Cappella Amsterdam en de solisten Keren Motseri, sopraan; Helena Rasker, alt; Tim Mead, countertenor; Marcel Beekman, tenor; en Juliette Hurel, fluit.

Het programma is opgebouwd rond La Melancholia van de toonaangevende Franse componist Pascal Dusapin (Nancy, 1955), die het werk zelf omschrijft als een ‘opératorio’, een oratorium dat oorspronkelijk bedoeld was om geënsceneerd te worden. Dusapin raakte geïntrigeerd door wat er in de loop der tijden gedacht en geschreven is over melancholie, het temperament van ‘zwartgalligheid’ uit de antieke humeurenleer, en besloot deze zeer diverse kennis te verzamelen. De componist bracht voor zijn doel een scala aan teksten bijeen, ontleend aan de meest uiteenlopende schrijvers zoals Homerus, Hildegard von Bingen, William Shakespeare, Geoffrey Chaucer, naast vele anonieme teksten. Volgens Dusapin geeft zijn onderwerp aanleiding tot zowel contemplatie als drama; in zijn muziek exploreert hij beide mogelijkheden en stuurt hij aan op confrontaties, bijvoorbeeld tussen passages van afstandelijke koorzang en emotioneel intense uitspattingen van de solisten. Deze uitvoering van La Melancholia is een Nederlandse première.

In het programma voor de pauze wordt het zwaartepunt gevormd door een voorganger en inspiratiebron van Dusapin, de Engelse Laatrenaissance-componist en luitspeler John Dowland (ca.1562-ca.1626). Deze ongekroonde ‘koning van de melancholie’ wordt wel beschouwd als de meest avant-gardistische Engelse componist van zijn tijd, omdat hij als geen ander uiting wist te geven aan de roerselen van zijn binnenwereld. Het concert opent met een suite in doorlopende vorm van een aantal van Dowlands werken, waaronderShall I sue en een van de op het bekende lied Flow my tears gebaseerde zeven Lachrimae Tristes, ‘Flow not so fast, ye fountains’. Op verzoek van de NPS heeft de Nederlandse componist en pianist Guus Janssen deze werken voorzien van een nieuwe en zeer verrassende instrumentatie, die de traditie in een nieuw daglicht stelt.

Ook het nieuwe werk van jonge Nederlandse componist Giel Vleggaar is een eerbetoon aan de muzikale taal van de Dowland. De NPS vroeg hem, samen met het Fonds voor de Podiumkunsten, een compositie te schrijven met als vertrekpunt het door Dowland veelgebruikte tetrachord, maar vanuit zijn eigen stilistisch brede, sterk bij de jazz en pop aanleunende idioom. Tussen deze twee wereldpremières van eigen bodem biedt het programma voor de pauze met een tweede werk van Pascal Dusapin nog een Nederlandse première. Hij schreef Galim – ‘requies plena oblectationis’ (1998) voor fluit en strijkorkest naar aanleiding van de dood van zijn vrouw, en voegde een citaat van Cicero toe aan de titel: rust vol van vreugde.

Biografieën

Pascal Dusapin werd in 1955 geboren in Nancy en wordt inmiddels gerekend tot de belangrijkste levende componisten van Frankrijk. Net als zijn leermeester Iannis Xenakis heeft hij een grote belangstelling voor techniek en exacte wetenschap, en in de jaren 70 studeerde hij aan de Sorbonne niet alleen kunst en esthetica, maar ook natuurwetenschap. Op aanraden van de Italiaanse componist Franco Donatoni volgde hij van 1974 tot 1978 de cursussen die Xenakis verzorgde aan diezelfde universiteit. Zijn vroege werken schreef Dusapin sterk onder de invloed van Donatoni en Xenakis, maar op den duur ontwikkelde hij een geheel eigen stijl, die zich kenmerkt door een voorliefde voor microtonaliteit, het opeenstapelen van atonale complexen, en variaties van Griekse tetrachorden. Dusapin heeft een uitgesproken voorkeur voor instrumenten die de menselijke stem kunnen imiteren, zoals blazers en strijkers, en hij heeft opvallend weinig geschreven voor piano.

Dusapin heeft in drie decennia een groot oeuvre opgebouwd en is actief in vele genres, zoals opera, kamermuziek, koormuziek en orkestmuziek. Vanaf het moment dat hij eind jaren 70 zijn eerste werken publiceerde werd hij door de kritiek omarmd. Inmiddels heeft hij een groot aantal prijzen op zijn naam staan, waaronder een studieverblijf in de Villa Medici in Rome (1981-1983), de Prijs van de Académie des Beaux-Arts (1993), de Grand Prix National de Musique (1995), en de Victoire de la Musique in 1998 voor de Montaigne-opname van onder meer zijn ‘operatorio’ La Melancholia. In 2002 werd hij uitgeroepen tot Componist van het Jaar.

 

De Engelse componist, luitist en zanger John Dowland werd in 1562 geboren in Dalkey, bij Dublin, of in Westminster, bij Londen. In 1588 behaalde hij zijn baccalaureaat in de muziek aan de universiteit van Oxford, en in 1597 aan de universiteit van Cambridge; vanaf 1623 voerde hij, al dan niet terecht, een doctorstitel. Hij was in dienst van de Engelse gezant in Parijs en werd uitgenodigd aan de hoven van Wolfenbüttel en Kassel en reisde naar Florence en Venetië. Van 1598 tot 1607 was hij luitspeler aan het hof van koning Christiaan IV van Denemarken, waarna hij terugkeerde naar Londen. Vanaf 1612 was hij een van de zes koninklijke luitspelers aan het Engelse hof. In 1626 werd hij in Londen begraven.

Dowland heeft veel muziek voor luit en zuiver instrumentale pavanen voor verschillende instrumenten gecomponeerd, maar dankt zijn faam tegenwoordig hoofdzakelijk aan zijn liederen. Deze publiceerde hij in vier boeken Ayres (1597, 1600, 1603, 1605), die allemaal vele herdrukken beleefden. Het weemoedige karakter van zijn muziek komt veelal naar voren uit de titels, zoals Sorrow, sorrow stay of Flow my teares. Van veel van zijn 87 liederen bestaan twee versies, één voor stem met luitbegeleiding en één vierstemmig arrangement, waarin de harmonieën van de luit zijn verdeeld over drie partijen onder de bovenstem. Dowland is een zeer belangrijke figuur in de ontwikkeling van het kunstlied; zijn Ayres zijn in feite de eerste kunstliederen met een uitgewerkte instrumentale begeleiding die meer is dan alleen harmonische ondersteuning.

 

De muziek van Guus Janssen (1951) laat zich moeilijk categoriseren. Het kan een gecomponeerde improvisatie zijn (Brake voor pianosolo) of een geïmproviseerde compositie (delen uit zijn Vioolconcert en zijn opera Noach). Muziek vraagt net als het leven zelf nu eens om snelle beslissingen en dan weer om een lange bedenktijd. 
Als pianist, klavecinist trad hij op in verschillende bezettingen met musici van John Zorn tot Gidon Kremer. Sinds begin jaren tachtig leidt hij zijn eigen ensembles, van (piano) trio tot 11-tet en (opera) orkest. Als solist was hij te horen,vooral in eigen composities en als improvisator op diverse internationale festivals. 
Janssen’s composities reiken van pianomuziek en kamermuziek tot symfonisch werk en opera. Zij werden uitgevoerd door vooraanstaande Nederlandse en buitenlandse orkesten en ensembles. Twee opera’s gingen in première bij de Nederlandse Operastichting.

 

Giel Vleggaar werd geboren in Amsterdam in 1974. Hij studeerde Arrangeren en Compositie Jazz bij Jurre Haanstra aan het Hilversums Conservatorium, en Compositie Klassiek aan het Conservatorium van Amsterdam bij Daan Manneke en Theo Verbey. Hij volgde gastlessen bij onder andere George Crumb.

Na zijn studie ontving Giel Vleggaar in 2002 de NOG Stimuleringsprijs van het Nederlands Balletorkest (Holland Symfonia), voor zijn orkest-

werk Fast Lane Woodpecker. Sindsdien volgde een gestage stroom opdrachten en uitvoeringen in binnen- en buitenland, en schreef hij werken voor Orkest de Volharding, het Nieuw Ensemble, het Nederlands Strijkers Gilde, het Nederlands Vocaal Laboratorium, het Doelenkwartet, Asko|Schönberg en de Radio Kamer Filharmonie. Zijn pianoconcert dat in 2009 door Ralph van Raat in de Zaterdagmatinee in première is gebracht werd alom met gloedvolle recencies ontvangen.

Muziekjournalist Anthony Fiumara schreef over Giel Vleggaar: “De muziek van Giel Vleggaar kenmerkt zich door een grote toegankelijkheid en welluidendheid. Vleggaar vermengt met speels gemak de meest uiteenlopende stijlen uit de muziekgeschiedenis, waarbij de pop- en jazzachtergrond in al zijn werken sterk naar voren komt. In Appalachia uit 2004 voor het Nieuw Ensemble gaan bluegrass, bebop en avant-gardemuziek een explosief huwelijk aan; in zijn orkestwerk Dead as Disco uit 2006 voor de Radio Kamer Filharmonie beschrijft Vleggaar de langzame ondergang van het disco-genre, gezien in het licht van jaren 80-elektropop. Zijn muziek klinkt vaak lyrisch en heeft een aanstekelijke, soms obstinate ritmische drive. Daarbij, hij schrijft net zo makkelijk voor percussieduo en ensemble met elektrisch gitaar als voor blaas- of symfonieorkest.”

CREDITS

muziek
Pascal Dusapin
muziek
John Dowland
muziek
Guus Janssen
muziek
Giel Vleggaar
uitgevoerd door
Radio Kamer Filharmonie
uitgevoerd door
Cappella Amsterdam
dirigent
Pascal Rophé
sopraan
Keren Motseri
alt
Helena Rasker
countertenor
Tim Mead
tenor
Marcel Beekman
zang
Inga Schneider
zang
Åsa Olsson
zang
Sabine van der Heyden
zang
Marijke van der Harst
fluit
Juliette Hurel
coproductie
NPS
coproductie
NPS
coproductie
Holland Festival
met steun van
Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties