Dadaïstische cabaret-, theater- en strijdliederen uit het Duitsland van de jaren twintig en dertig van de 20e eeuw.

Wolpe! Welche Farbe hat der Vogel?

Muziektheater Transparant

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

De laagdrempelige liederen die de Duitse componist Stefan Wolpe (1902-1972) schreef voor het cabaret en communistische theater- en dansgroepen, waren eind jaren twintig, begin jaren dertig enorm populair. In zijn teksten verwerkte hij slogans en pamfletten. In zijn muziek mengde hij onder meer improvisatie met complexe structuren en stemmige koralen en gebeden met vrolijke straatdeuntjes en jazzy fanfares. Postmodern, dadaïstisch en provocerend. Geen wonder dat hij als linkse Joodse avant-garde componist zijn land in de jaren dertig moest ontvluchten naar de vs. Daar raakte hij langzaam in vergetelheid. Muziektheater Transparant graaft zijn sprankelende muziek weer op, met Johan Bossers aan de piano en de onvergelijkelijke Vlaamse actrice Viviane de Muynck als vocaal vertolkster.

 

Achtergrondinformatie

De Duitse componist Stefan Wolpe (Berlijn 1902 - New York 1972) was een van de grote voorvechters van het anti-fascisme en de sociale strijd aan het einde van de Weimar-republiek. In zijn streven het spontane moment op papier te krijgen, maakte Wolpe organische, expressieve stukken die een echte uitdaging blijven voor de meest virtuoze muzikanten. Wolpes veelvormigheid vraagt om een doordachte en actuele aanpak die ver van een klassieke voorstelling blijft en ruimte geeft aan de fysieke aspecten in zijn werk. In tekst, liederen en pianomuziek gaan Johan Bossers, Gunnar Brandt en Viviane De Muynck de lijfelijke confrontatie aan met dit rijke oeuvre.

Wolpe! Welche Farbe hat der Vogel? is geen vingerduidende lezing over het werk van Stefan Wolpe, maar gaat op zoek naar de attitude waarmee hij in zijn tijd stond. Een kunstenaar die creëert, is bezig met een reis, hij volgt een weg zonder te weten waar die uitkomt. Het maakproces van de voorstelling was een sprokkelen van elementen langsheen Wolpes weg; het zijn sleutels die geen concreet antwoord in zich dragen.

De voorstelling vertrekt van Wolpes werk uit de periode ’29-’33 en de structuur van de voorstelling wordt bepaald door de tekst en compositie van de muziekstukken. Het is een exploreren van wat engagement is en hoe identiteit gevormd wordt. Geconfronteerd met de erosie van taal - de betekenis van woorden was toen anders dan ze nu is – ontwikkelt zich een semantische zoektocht die dieper raakt. Het materiaal is gekleurd door de woelige tijd waarin Wolpe leefde, maar overstijgt het anekdotische. Alsof je door een kaleidoscoop naar Wolpes tijdperk kijkt, even met de kaleidoscoop schudt, opnieuw kijkt en nu een ander beeld krijgt; een ander tijdsbeeld, waarvan de elementen nochtans dezelfde zijn.

Er wordt een spanningsveld getrokken van de talige agitprop-liederen tot het woordenloze pianostuk Battle Piece, van eenvoudige muziek – meezingers bijna – tot heel complexe composities. Stefan Wolpe sprak dikwijls in fysieke beelden over muziek. Al wandelend met een student langs een aquarium tikt hij met zijn vinger tegen het glas, de vissen schieten uiteen. Dat is hoe muziek werkt, zegt Wolpe. Er is activiteit in alle richtingen en geen ene vis botst met een andere. Geen ongelukken. Dat is muziek.

Biografieën

Stefan Wolpe werd geboren in 1902 in Berlijn en overleed in 1972 in New York. Hij studeerde muziek aan het Berlijnse conservatorium. Daarna ontmoette hij Ferruccio Busoni, die niet alleen zijn muzikale horizon verbreedde, maar met wie hij ook filosofische vraagstukken besprak. Later belandde hij bij het Bauhaus in Weimar, waar hij in contact kwam met Klee. Zijn affiniteit met het dadaïsme leidde tot een vriendschap met Schwitters.

Vanaf het einde van de twintiger jaren stelt Wolpe zijn artistieke creativiteit ten dienste van de anti-fascistische beweging. In deze context schreef hij liederen voor de arbeidersverenigingen en geëngageerde theatermakers. Toen Hitler aan de macht kwam in 1933 was hij genoodzaakt te vluchten. Hij kwam terecht in Palestina en zocht het gemeenschapsleven op van de kibboets.

Het communistische gedachtegoed was echter niet gewenst in die tijd in Palestina. Trouw aan zijn engagement was hij genoodzaakt opnieuw te vertrekken. Hij trok naar New York. Hij onderwees met voortdurend enthousiasme jonge avant-gardistische componisten en jazz musici.

Zich verbinden aan de avant-garde - wat steeds een tegen de stroom ingaan is - en het openstaan voor jazzinvloeden, waarin het niet te voorziene nu-moment bespeeld wordt, zijn kenmerkend voor Wolpe's fundamentele drijfveren.

 

Muziektheater Transparant is een productiehuis dat de artistieke grenzen van opera- en muziektheater verkent. De creatie van nieuwe muziektheaterstukken, nieuwe kameropera’s en vergeten opera’s uit het verleden staat centraal, met specifieke aandacht voor het vocale. Oude en nieuwe muziek worden gelijktijdig geprogrammeerd en met elkaar geconfronteerd: W.A. Mozart en Wim Henderickx, Franz Schubert en Peter Maxwell Davies, Claudio Monteverdi en Eric Sleichim, Wolfgang Rihm en Jan Van Outryve.

Transparant kadert zijn werk in een internationaal perspectief; naast het reizende stemmenproject Institute for Living Voice met workshops, speelt Transparant reisvoorstellingen tot ver buiten de eigen landsgrenzen en werkt samen met heel wat internationale structuren en festivals zoals de Salzburger Festspiele, het KunstenFESTIVALdesArts, Festival d'Avignon, Hollandfestival, Zürcher Theater Spektakel, Opéra de Lille en diverse Cultuursteden van Europa (Antwerpen, Brugge, Salamanca, Lille). Stavanger Culturele Hoofdstad 2008 bood Transparant gedurende de hele maand februari 2008 een residentie aan om er in samenwerking met de lokale cultuurorganisaties een rijk programma te brengen. 

Transparant werkt ook regelmatig samen met andere Vlaamse huizen als deSingel, De Munt, de Vlaamse Opera, Concertgebouw Brugge, KVS, NTGent en HetPaleis. Terugkerende Nederlandse partners zijn onder meer Toneelgroep Amsterdam, Zeeland Nazomerfestival, Vrede van Utrecht, YO! Opera Festival en de Rotterdamse Schouwburg, de Operadagen Rotterdam e.a.

 

Caroline Petrick(regie) werd geboren te Gent. Zij volgde een acteursopleiding aan het conservatorium van Luik. Na twee jaar behaalde ze een eerste prijs. In die tijd werkte ze met Jacques Delcuvellerie (Groupov). Vervolgens wordt haar parcours gekenmerkt door ontmoetingen en affiniteiten in een zoeken, onderzoeken. Haar voorkeur gaat uit naar creaties waarin verschillende artistieke disciplines worden gebruikt.

 Ze werkte met verschillende regisseurs, in het bijzonder met Thierry Salmon, bij wie ze in zijn Les Amazones in Volterra speelde. Voor deze interpretatie ontving ze de Ubu-prijs. Ze speelde ook in voorstellingen van Ingrid von Wantoch-Rekowski (A-Ronne, van Luciano Berio; In h-moll, een voorstelling waarin tien acteurs delen uit Bachs gelijknamige mis zingen; Métamorphoses d'Avilla). Verder was ze ook te zien in muzikale vertellingen voor kinderen, zoals Mijn hart is een pinguïn (productie Pantalone) en Het verhaal van Babar op muziek van Poulenc (Vlaamse Opera Gent, mei 2004). Caroline Petrick houdt van poëtische vertellingen en neemt graag deel aan literaire festivals, bijvoorbeeld het Groot Beschrijf.

 Vanuit haar achtergrond als actrice gaat Caroline Petrick steevast op zoek naar een fysieke en ruimtelijke confrontatie met muziek. Oorspronkelijk als regie-assistente bij Jean-Claude Berutti (Old Times van Harold Pinter en Dantons Tod van Gottfried von Einem) en Guy Joosten (OEdipus Rex), daarna regisseert ze zelf. Haar voorkeur gaat uit naar vergeten geraakte stukken en hedendaagse composities.

 In 2001 maakte ze haar eerste voorstelling, Golden Vanity, naar de gelijknamige opera van Britten, opgevat als muziektheater. Deze voorstelling ging in première in de Opéra de Wallonie te Luik en werd hernomen in de Munt en in het Concertgebouw Brugge. In 2003 regisseerde ze Weisse Rose van Udo Zimmermann, die na opvoeringen op het Festival de Liège en in De Munt en in coproductie met Transparant op tournee door Europa ging. Haar derde operaproductie Jakob Lenz (Wolfgang Rihm) maakte ze onder Muziektheater Transparant. Vanaf 2006 is ze artiest in residentie bij dit gezelschap. Daar regisseerde ze vorig seizoen LaMort de Sainte-Alméenne (Arthur Honegger) en Reset (Vasco Mendonça). Dit seizoen regisseert ze er twee nieuwe producties: in Wolpe! werkt ze rond de geëngageerde muziek van Stefan Wolpe. Waar is mijn ziel? is een ruimtelijke zoektocht naar de erotische geladenheid in de madrigalen van Claudio Monteverdi.

Viviane De Muynck(spel) studeerde toneel aan het Conservatorium van Brussel en was leerlinge van Jan Decorte. Na haar studies sloot ze zich in 1980 aan bij het collectief Mannen van den Dam, waar ze onder meer acteerde in De Pelikaan (Strindberg). In 1987 ontving ze de Theo d’Or voor haar rol van Martha in Who’s afraid of Virginia Woolf? in regie van Sam Bogaerts bij het gezelschap De Witte Kraai. Daarna sloot ze zich aan bij Maatschappij Discordia en speelde onder andere UBU ROI (Alfred Jarry) en Maat voor Maat (Shakespeare).

In Nederland werkte Viviane De Muynck samen met Gerardjan Rijnders voor Count your Blessings (Toneelgroep Amsterdam), speelde ze in Iphiginea in Taurus (Nationaal Toneel Den Haag) en in Hamlet in een regie van Ivo van Hove. Ze speelde bij het Kaaitheater in Brussel, was gastartieste bij de Wooster Group in New York, tourde in 2006 met Relazione Pubblica (een choreografie van Caterina en Carlotta Sagna) en nam in 2007 deel aan Ein Fest für Boris (Salzburger Festspiele).

Viviane de Muynck is bekend als één van de centrale actrices van Needcompany. Sinds de opera Orfeo (1993) van Walter Hus en Jan Lauwers, acteert ze regelmatig met Needcompany in Lauwers’ producties, onder meer in DeaDDogsDon’tDance/DJamesDJoyceDeaD (2000), waarvoor ze samen met Jan Lauwers de tekst schreef, en onlangs in Alles is ijdelheid, naar het gelijknamige boek van Claire Goll en waarvoor ze zelf de tekst bewerkte.

Muziek vormt een essentieel deel in haar creatieve loopbaan. Ze werkte samen met musici van het Schönberg Ensemble, van Zeitklang, van het Spectra Ensemble en van het Neue Musik Berlin. In 2004 acteerde ze in Men in Tribulation (Muziektheater Transparant) van Erik Sleichim en het Bl!ndman Saxophone Quartet. Onlangs nam ze deel aan de voorstelling Walking in the limits (2006), een samenwerking met Franz Krug & Heiner Reber.

Viviane De Muynck is regelmatig te zien in film- en tv-producties. Ze was te zien in Vinaya (Peter van Kraaij en Josse De Pauw) en in De Avonden (R. Van der Berg). Twee andere opmerkelijke filmrollen vertolkte ze in Vincent en Theo (Robert Altman) en in The Crossing (Nora Hoppe). In 2005 speelde ze mee in Een ander zijn geluk (Fien Troch) en in 2006 in Vidange Perdue (Geoffrey Enthoven).

Viviane de Muynck is actief als actrice, regisseuse en gastspreker. Ze werd gelauwerd met de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap 2006, categorie podiumkunsten. Daarnaast is ze een internationaal veelgevraagde gastdocente in theateropleidingen en –workshops.

 

Gunnar Brandt-Sigurdsson (tenor), geboren in 1969 in Hamburg, is de zoon van kunstenares Sigrid Sigurdsson en leraar Lothar Brandt. Na zijn studies zang en zangleraar aan de Hogeschool voor Kunst in Berlijn bij Maria Kowollik, volgde talrijke masterclasses, waaronder recent bij Georges Aperghis. Hij behaalde het diploma van adem-, spraak- en stemleraar en van professionele geluidstechnicus (School of Audio Engineering, Hamburg).

Als zanger werkt Gunnar Brandt regelmatig samen met hedendaagse componisten en improviserende muzikanten en vocalisten, waaronder Dietrich Eichmann, Alexander Frangenheim, Michael Griener, Lilian von Haussen, Chris Heenan, Alison Isadora, Samir Odeh-Tamimi, Christoph Ogiermann en het Nederlands Vocaal Laboratorium. Hij gaf concerten in Duitsland en de rest van Europa. Op uitnodiging van het Duitse consulaat en het Goethe Instituut trad hij op in San Francisco.

Met de Belgische pianist Johan Bossers begon hij een intens onderzoek naar het gezongen oeuvre van Stefan Wolpe. In maart 2006 resulteerde dit in een concert en live-opname in de Sendesaal van Radio Bremen.

Van 2002 tot 2005 doceerde Gunnar Brandt zang aan de Hogeschool voor Kunst in Bremen. Daarna gaf hij tot 2007 les in mediapraktijk voor muziek aan de universiteit van Bremen.

 

Johan Bossers (piano), geboren in 1961, is een veelgevraagde pianist, gespecialiseerd in hedendaagse muziek. In 1987 ontving hij de Eerste Prijs van de Internationale Orpheus Wedstrijd voor Hedendaagse Muziek. Hij werd assistent bij zijn leraars Frédéric Gevers en Levente Kende aan het Koninklijk Conservatorium in Antwerpen.

Johan Bossers richtte mee het ensemble Champ d’Action op en speelt regelmatig bij hedendaagse ensembles als Ictus, QO-2, Spectra, Collectief en I Fiamminghi, waarmee hij verschillende cd’s opnam. Daarnaast werkt hij ook samen met grote symfonieorkesten in België, waaronder de Brusselse opera De Munt, waar hij verschillende jaren repetitor was.

Meer en meer concentreert Johan Bossers zich op hedendaags en experimenteel muziektheater. Onder talrijke creaties, realiseerde hij ook enkele eerste opnames, zoals van werk van Giacinto Scelsis en liederen van Stefan Wolpe.

CREDITS

muziek
Stefan Wolpe (1902-1972)
regie
Caroline Petrick
visueel concept
Herman Sorgeloos
piano
Johan Bossers
spel
Viviane De Muynck
tenor
Gunnar Brandt
productie
Muziektheater Transparant
coproductie
Beursschouwburg