Het publiek kijkt in een put waarin twee jonge mensen T.S. Eliot’s Het Barre Land voordragen terwijl het bijna voortdurend regent.

WeerSlechtWeer

Toneelhuis / De Filmfabriek

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

In een omgekeerde piramide kijkt het publiek in een put. Het miezert, het begint te plenzen. In de put twee jonge mensen die verdrinken. Of nee, ze dragen The Waste Land voor, het beroemde gedicht dat T.S. Eliot schreef kort na de Eerste Wereldoorlog, toen van Europa niet veel meer over was dan Het Barre Land, zoals Eliots gedicht ook in de nieuwe vertaling van Paul Claes is gaan heten. Water zuivert en brengt nieuw leven, maar brengt in het klimaat van de Lage Landen toch vooral zompigheid en verrotting. Is er dan helemaal geen hoop meer? ‘Nee’, zegt regisseur Peter Missotten, onder meer bekend van zijn samenwerking met Toneelhuisregisseur Guy Cassiers. ‘Of ja, dat je twee jonge mensen ziet staan, dat geeft altijd hoop.’

Achtergrondinformatie

In Kwartet van Heiner Muller zweefden twee acteurs op een plexiglazen plaat boven het publiek. Als een losgeslagen satelliet, uitkijkend over het einde der tijden in een eeuwigdurende sneeuwbui. Bij WeerSlechtWeer zijn de rollen omgekeerd. Het publiek kijkt in een loden put waarin de acteurs aan alle trieste weerverschijnselen van ons barre land onderworpen worden. Alsof we met zijn allen in een afwasmachine gekropen zijn. Centraal staat The Waste Land, het roemruchte gedicht uit 1922 van T.S. Eliot, in een vertaling van Paul Claes. Het voelt als een rollercoaster op reis doorheen een regenbui. Als we dan eindelijk stilstaan, doemt er een schim op uit de mist. Hij zingt ons toe. En van dan af gaat alles beter.

De Amerikaanse dichter Thomas Stearns Eliot (1888 – 1965) begon vermoedelijk in 1920 aan wat een van de bekendste en meest becommentarieerde gedichten van de twintigste eeuw zou worden. Hij was toen al een vijftal jaar met de labiele en almaar zieker wordende Vivienne Haigh-Wood getrouwd, en kreeg in 1921 zelf een zenuwinzinking. Tijdens een rustkuur in de Engelse badplaats Margate en daarna in het Zwitserse Lausanne werkte hij een eerste versie van The Waste Land af. Hij liet het gedicht – dat toen nog meer dan 800 verzen telde – lezen aan zijn vriend en dichter Ezra Pound, die het redigeerde en inkortte tot 433 verzen. The Waste Land werd voor het eerst gepubliceerd in 1922 in het eerste nummer van het Engelse tijdschrift The Criterion en zou al snel uitgroeien tot een icoon van de moderne Engelse literatuur, samen met James Joyces roman Ulysses, die in hetzelfde jaar verscheen.

Voor regisseur Peter Missottens zijn vooral de verwijzingen naar water en regen in The Waste Land van belang. In korte stukken en flitsen zien we telkens een of twee jonge mannen in een sombere, vochtige ruimte. Eén reciteert het gedicht van Eliot, de andere lijkt verdronken in het water te drijven. Tot ze van plaats wisselen en de verdronkene een lied aanheft. Ook in The Waste Land klinkt trouwens veel muziek: het lied van Ariël, een ragtime, het bruiloftslied van Edmund Spenser, het soldatenlied van Mrs. Porter en haar dochter, een kinderkoor…

De besloten ruimte met water in WeerSlechtWeer heeft iets dreigends en claustrofobisch, de regen is troosteloos. In The Waste Land hebben water en regen, net zoals in de vegetatiemythen, een positieve connotatie: water is zuiverend, en regen brengt de hoop op vruchtbaarheid. Eliot verwijst op verschillende plekken in het gedicht naar verdrinking – een essentieel kwaad: men moet sterven om geboren te worden. Ook in WeerSlechtWeer neemt de verdrinking verschillende gedaantes aan. De twee figuren vallen in het water, drijven erin, stoppen met ademen, staan plots weer recht… De relatie tussen de twee is niet duidelijk, de een lijkt wel de schaduw van de ander.

The Waste Land geeft impressies van dorheid en vruchtbaarheid, van dood en leven. De maatschappelijke crisis is groot, het besef van de zinloosheid van het leven verstikkend, en toch klinkt er in het vijfde deel een sprankeltje hoop: met een bliksemflits kondigt de donder de herleving van de natuur aan. Eliot eindigt zijn gedicht met een spreuk in het Sanskriet: “Datta. Dayadhvam. Damyata./ Shantih shantih shantih”, of: “Geef, voel mee, beheers. / Vrede, vrede, vrede.”  Of WeerSlechtWeer even hoopvol eindigt, is nog maar de vraag. Peter Missotten: “Nee, hoop, daar doen we niet aan. Alhoewel, weet je wat er hoopvol is? Dat je twee jonge mensen ziet staan. Dat geeft altijd hoop. Hoopvoller hoeft het voor mij niet te zijn.”

Biografieën

De Filmfabriek, waarvan Peter Missotten (1963) de spil is, gooit het hele spectrum van film, theater, installaties en digitale media open. Dat levert een intrigerend parcours op, waarin niet alleen de grenzen tussen disciplines, maar ook die tussen beeld en acteur, aanwezigheid en vervreemding, technologie en ontroering bevraagd worden. De Filmfabriek, een open werkplaats voor digitale performance, is anno 2008 een los-vast collectief rond Peter Missotten, Kurt d’Haeseleer en Peter Vandemeulebroucke. De samenstelling van het collectief wisselt naargelang de projecten. De voorbije dertien jaar heeft De Filmfabriek een heel eigen metier ontwikkeld in het gebruik van video en digitale media voor culturele projecten: het vormconcept stuurt inhoud en performance. Ongewoon maar verrassend raak. Getuige daarvan zijn Kwartet (op de zolder van de Bourla Schouwburg in Antwerpen) en Serre – het begin (in het Antwerpse Koning Albertpark), waarin Missotten zijn fascinatie voor de theaterruimte als machine dwingend vormgeeft. Vorig seizoen tekende hij voor de scenografie van Gurrelieder (De Munt) en eerder deed hij ook de scenografie voor onder andere Bezonken Rood (Guy Cassiers, ro theater).

 

Teun Luijkx (1986) is laatstejaarsstudent aan de Toneelacademie van Maastricht, waar hij de opleiding tot ‘theatraal performer’ volgt. Hij werkte in zijn eerste jaar onder andere met Peter Missotten en speelde in diens regie in de installatie/performance Not I van Samuel Beckett. Zijn tweede samenwerking met Missotten was Pleinmuseum: een installatie die op verschillende Nederlandse pleinen te zien was. Daarnaast speelde hij de titelrol in Wij, Narcissus onder leiding van Tom de Ket, maakte hij samen met klasgenoot Joost Steltenpool One for the Road (Harold Pinter) waarmee hij vorig seizoen tijdens het festival Klein Werk in ‘t Groot in de Bourlaschouwburg te gast was. Met Joost Steltenpool was hij ook te zien in Het Verdwijnen van Ik, in een regie van Jetse Batelaan. Dit seizoen speelt Teun Luijkx ook mee in mightysociety5, in een regie van Eric de Vroedt.

 

Joost Steltenpool (1985) is laatstejaarsstudent in de Theatraal Performance-opleiding van de Toneelacademie van Maastricht. In 2005 werkte hij er voor het eerst samen met Peter Missotten in de interactieve performance-installatie Not I. Datzelfde jaar maakte hij samen met zijn klasgenoot Teun Luijkx de voorstelling One for the Road, die vorig seizoen in Toneelhuis te zien was tijdens het festival Klein Werk in ’t Groot. In 2006 werkte hij opnieuw samen met Peter Missotten in de installatievoorstelling Red is Dead 2 en Red is Dead 3, waarvoor hij ook de klankband ontwierp. In 2007 was hij op de Toneelacademie te zien in Het Verdwijnen van Ik o.l.v. Jetse Batelaan, en liep hij stage als acteur bij het Ro Theater in Hoofd, eveneens in een regie van Jetse Batelaan. WeerSlechtWeer is zijn derde samenwerking met Peter Missotten.

CREDITS

tekst
T.S. Eliot – The Waste Land in een vertaling van translated by Paul Claes
concept en regie
Peter Missotten – De Filmfabriek
spel
Teun Luijkx, Joost Steltenpool
regie-assistent
Thomas Schoots
techniek
Henk Vandecaveye
decor
Decoratelier Toneelhuis: Bruno Bressanutti, Philippe Homblé, Patrick Jacobs, Karl Schneider
productieleiding
Stefaan Deldaele
productie
Toneelhuis
muziekfragmenten
Thee Silver Mt. Zion Orchestra & Tra-La-La-Band: God Bless Our Dead Marines (When the world is sick... en Angels in the electric chair), Mountains Made Of Steam (Angels in your palm...), Ring Them Bells (Freedom Has Come And Gone)
met dank aan
Victoria, An-Marie Lambrechts, Reiner Van Hove & Wies Hermans