Mariss Jansons eerste ‘Turangalîla’, Messiaens ritmische orkestwerk over de liefde, compleet met visuele component.

Turangalîla-symfonie

Koninklijk Concertgebouworkest

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Mariss Jansons, chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest, dirigeert voor het eerst in zijn carrière de Turangalîla-symfonie (1946-1948), het bekendste orkestwerk van Olivier Messiaen. Voor de muziek bestudeerde Messiaen grondig de oude ritmische formules uit de Indiase muziek, de tala’s, waarmee hij zocht naar ‘onomkeerbare ritmes’ die zijn muziek als het ware ‘buiten de tijd’ zouden plaatsen. Al voor de eerste Europese uitvoering in 1950 had hij het idee om aan de symfonie een visueel aspect toe te voegen in de vorm van een ballet. In 1968 werd dit idee gerealiseerd voor de Opéra de Paris, met decors van Max Ernst.

Achtergrondinformatie

“Veronderstel één enkele klap in het hele universum. Eén klap: daarvoor en daarna de eeuwigheid.  Het voorafgaande en het volgende, dat is de geboorte van de Tijd. Veronderstel meteen daarop een tweede klap. Daar elke klap wordt voortgezet in de stilte, zal de tweede klap langer zijn dan de eerste. Een ander getal, een andere duur, dat is de geboorte van het Ritme.” (Messiaen, Conférence de Bruxelles, 1958)

In zijn rede van 1958 voor de wereldtentoonstelling in Brussel verklaarde Messiaen het ontstaan van de muziek vanuit de eeuwigheid. Van groot belang voor zijn tijdsconcept was de kennismaking met niet-westerse muziek. Op de Parijse Exposition Coloniale van 1931 leerde hij de Balinese gamelan kennen. Hij bestudeerde ook grondig de oude ritmische formules uit de Indiase muziek – de tala’s -  die de basis zouden vormen voor de door hemzelf ontwikkelde theorie van ‘onomkeerbare ritmes’. Deze maakte het hem mogelijk om zijn muziek als het ware ‘buiten de tijd’ te plaatsen. De Turangalîla-symfonie zou Messiaens bekendste werk worden. De titel werd door Messiaen als volgt verklaard: “turanga heeft een betekenis analoog aan ons gebruik van tempo, terwijl lîla refereert aan de ‘levenskracht, het spel van creatie, rite en beweging’.” Het thema is  de allesverterende liefde zoals Tristan en Isolde die ondervonden na het drinken van een fatale liefdesdrank.

Biografie

Olivier Messiaen (1908-1992) was een Franse componist en organist die een sleutelrol vervulde in de ontwikkeling van de Europese avant-garde. Hij begon op zeer jonge leeftijd met componeren en studeerde vanaf zijn elfde aan het Parijse conservatorium. Vanaf 1931 tot zijn dood bekleedde hij de functie van organist-titulair van de Sainte-Trinité in Parijs. In 1942 werd hij aangesteld als docent compositie aan het conservatorium van Parijs. Hij groeide daar uit tot een geliefde en zeer invloedrijke leraar die onder meer Boulez, Stockhausen, Xenakis, Takemitsu en Ton de Leeuw onder zijn hoede had. Via hem kwam de in die tijd totaal onbekende Anton Webern onder de aandacht van de naoorlogse generatie componisten, en zijn uitbreiding van de twaalftoonsprincipes van Schönberg naar andere muzikale parameters in het pianowerk Mode de valeurs et d'intensités was van grote invloed op de ontwikkeling van het serialisme.

Messiaen was overtuigd rooms-katholiek en zag de schoonheid van Gods schepping als zijn belangrijkste inspiratiebron. Hij ging er regelmatig op uit om vogelzang te noteren, waarvoor hij een geheel eigen methode ontwikkelde; die vogelzang is terug te horen in veel van zijn composities. In Techniques de mon langage musical (1944) heeft hij geschreven over zijn hoogstpersoonlijke en eclectische muzikale systeem. Daarnaast was hij vurig pleitbezorger van de Ondes-Martenot, een soort voorloper van de synthesizer waarvoor hij regelmatig componeerde. In 1971 kreeg hij de Erasmusprijs.

CREDITS

muziek
Olivier Messiaen
muzikale leiding
Mariss Jansons
uitgevoerd door
Koninklijk Concertgebouworkest
productie
Koninklijk Concertgebouworkest
visuele component
Holland Festival