Elektronicaduos brengen eerbetoon aan het werk van Karlheinz Stockhausen.

Karlheinz Stockhausen: a Tribute

Matmos / Midaircondo

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

De onlangs overleden Duitse componist Karlheinz Stockhausen gold als een van de belangrijkste pioniers op het gebied van elektronische muziek. Het Zweedse elektronicaduo Midaircondo en Björks favoriete Amerikaanse dj-duo Matmos brengen nu een eerbetoon aan zijn werk. Gesang der Jünglinge (1955-56) geldt als meesterwerk van de elektronische muziek. In deze compositie is Stockhausen er als eerste in geslaagd om gesynthetiseerd geluid en de menselijke stem – in dit geval de stem van een twaalfjarig jongetje – op een overtuigende manier bij elkaar te brengen. De dj’s van Matmos gaan de strijd aan met Mikrophonie I, een in 1964-1965 geschreven werk voor tamtam, twee microfoons en twee filters. De microfoon wordt ingezet als een akoestische microscoop om normaal gesproken onhoorbare trillingen op te sporen en hoorbaar te maken.

Achtergrondinformatie

Gesang der Jünglinge werd in 1955-1956 door Stockhausen gemaakt in de studio van de Westdeutscher Rundfunk in Keulen en geldt als het eerste meesterwerk van de elektronische muziek. In deze compositie is Stockhausen er als eerste in geslaagd om gesynthetiseerd geluid en de menselijke stem (in dit geval de stem van een twaalfjarig jongetje dat alle benodigde klanken had ingezongen) op een overtuigende manier bij elkaar te brengen. Daarmee sloeg hij een brug tussen de twee min of meer tegengestelde pioniersbewegingen op het gebied van muziek en elektronica, te weten de Duitse, puur op elektronische klanksynthese gerichte ‘elektronische Musik’, en de Franse ‘musique concrète’, waarin men zich juist bezighield met het elektronisch bewerken van ‘gevonden’ akoestische geluiden die eerst waren opgenomen. Het is bovendien het eerste werk dat gebruik maakt van een quadrofoon geluidssysteem: door in de vier hoeken van de zaal luidsprekers te plaatsen kon Stockhausen het geluid in de ruimte om zijn toehoorders heen laten bewegen.

 

Mikrophonie I is een in 1964-1965 geschreven werk voor tamtam, twee microfoons, twee filters, en – oorspronkelijk – zes bespelers/bedieners. Het is een revolutionaire compositie, omdat hierin de microfoon voor het eerst wordt gebruikt als een instrument, en niet om zo getrouw mogelijk een akoestische geluidsbron te reproduceren. De microfoon wordt ingezet als een soort chirurgisch instrument om normaliter onhoorbare trillingen op te sporen en hoorbaar te maken – vandaar ook de titel, Mikrophonie, door Stockhausen bedacht als auditieve analogie van ‘microscopie’.

Biografieën

Karlheinz Stockhausen

Karlheinz Stockhausen (1928-2007) studeerde aanvankelijk zowel piano als musicologie, filosofie en Duitse taalkunde. Hij overwoog eind jaren veertig serieus een carrière als schrijver en ontving zelfs aanmoedigingsbrieven van Hermann Hesse. Pas in 1950 nam hij zijn eerste compositielessen bij de Zwitserse componist Frank Martin en in de zomer van 1951 volgde hij cursussen nieuwe muziek in Darmstadt. Daar werd hij gegrepen door het serialisme; het jaar daarop studeerde hij in Parijs bij Messiaen en wist hij zichzelf met enkele baanbrekende werken in de voorhoede van de nieuwe muziek te plaatsen.
Vanaf de tweede helft van de jaren vijftig behaalde hij grote artistieke successen met een vrijere benadering van de seriële uitgangspunten. In de WDR-studio in Keulen (waarvan hij in de jaren zestig de directeur was) experimenteerde hij met elektronica, en daarbuiten met de plaatsing van orkest en publiek, met extreme tempi, met muziek van over de hele wereld. In 1964 werd een ensemble opgericht dat zich exclusief bezighield met de uitvoering van zijn werk, en in 1970 ontstond zijn eigen muziekuitgeverij.
In de jaren zeventig nam zijn benadering van muziek een uitgesproken kosmische wending: hij wilde uitdrukking geven aan zijn verbondenheid met de kosmos, de natuur en zijn medemens. Met Licht (1977-2003), een cyclus van zeven grootse muziektheaterstukken over de dagen van de week, creëerde hij een werk dat zijn hele leven moest omvatten. Vanaf 2003 tot zijn dood, december vorig jaar, werkte hij aan Klang, een vergelijkbare cyclus over de uren van de dag.

Midaircondo

Midaircondo werd in 2002 in Göteborg opgericht door de drie Zweedse dames Lisa Nordström, Lisen Rylander en Malin Dahlström. De muziek van Midaircondo bestaat uit bezwerende, dromerige klankvelden, grotendeels geïmproviseerd, waarin zowel elektronica als akoestische instrumenten een plaats hebben. De groep wordt vooral geroemd om haar optredens, waarbij de muziek wordt ondersteund en aangevuld met visuele effecten. Het debuutalbum Shopping for images uit 2006 werd goed ontvangen; de opnames geven een goed beeld van de muzikale reikwijdte van Midaircondo, hoewel de dynamiek en vitaliteit van de live-optredens moeilijk vast te leggen zijn.
De dames van Midaircondo ontwikkelden hun typische geluid tijdens lange improvisatiesessies, vanuit een gedeelde drang tot experimenteren, waarbij ze gebruik maakten van zeer diverse geluidsbronnen. Na het vertrek van Dahlström vorig jaar zijn Nordström en Rylander doorgegaan als duo. Nordström maakt geluid met behulp van fluit, zang, kalimba, melodica, elektronica en ‘verschillende stukjes glas en metaal’ (volgens de website), en Rylander met saxofoon, zang, kalimba en elektronica. Momenteel werken ze aan hun tweede album.

 

Matmos
In 1995 begonnen M. C. Schmidt and Drew Daniel onder de naam Matmos samen muziek te maken. Het Amerikaanse DJ-duo legde zich van meet af aan toe op experimentele elektronische muziek met ambient- en techno-invloeden. Hun grote doorbraak kwam in 1998, toen zij een remix maakten van het album Alarm Call van de IJslandse zangeres Björk; dat beviel zo goed dat die samenwerking een vervolg kreeg op haar albums Vespertine (2001) en Medúlla (2004). Ook Matmos zelf werkt op zowel albums als bij optredens veelvuldig samen met andere musici. Recente albums van Matmos zijn The Civil War (2003), The Rose Has Teeth in the Mouth of a Beast (2006) en Supreme Balloon (2008). Vanwege hun experimentele benadering van geluid wordt het werk van Matmos wel de popvariant van musique concrète genoemd.
sOok buiten de muziek zijn de leden van Matmos zeer actief: Schmidt werkt op de afdeling ‘Nieuwe Genres’ van het San Francisco Art Institute; Daniel is gepromoveerd op een onderzoek naar melancholie als literaire cultus en doceert aan de John Hopkins University. Daarnaast is Daniel actief in de houseformatie The Soft Pink Truth. Behalve professioneel vormen zij ook in het dagelijks leven een stel. De naam Matmos verwijst naar het gelijknamige meer van kwaadaardig slijm uit de cultfilm Barbarella uit 1968.