Unieke gelegenheid om het Pakistaanse, islamitische wai-ritueel bij te wonen, op basis van het 18e-eeuwse poëtische meesterwerk van Shah Abdul Latif.

Fakirs uit Sindh

Shah Jo Raag Fakirs

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

De islamitische heilige Shah Abdul Latif stierf in 1752 en ligt begraven in Bhitshah in de zuidelijke Pakistaanse provincie Sindh. Shah Abdul Latif is vooral bekend door zijn poëzie, neergeschreven in de Risalo jo Shah (‘tractaat van de Shah’). Sinds zijn dood zingen zeven soefi’s dagelijks tussen zonsondergang en zonsopkomst de dertig hoofdstukken uit dit poëtische, religieus geïnspireerde meesterwerk. De zangers zitten in een kring in het heiligdom rond de tombe en beroeren in gestaag ritme, zonder onderbreken, de dambur, een langhalsluit. Dit zogeheten wai-ritueel trekt jaarlijks honderdduizenden bedevaartgangers. De Sha Jo Raag Fakirs onder leiding van Fakir Syed Juman Shah bieden nu de bijzondere gelegenheid om Nederlandse belangstellenden kennis te laten maken met dit heilige ritueel.

Achtergrondinformatie

In Bhitshah, een kleine plaats ten noorden van de stad Hyderabad in de Pakistaanse zuidelijke provincie Sindh worden dagelijks tussen zonsondergang en zonsopkomst de verzen gezongen van de heilige Shah Abdul Latif (1690-1752) bij diens tombe.
Een groep van meestal zeven ingewijde soefi’s zingt in extase de poëzie die door hun meester Shah abdul Latif zijn neergeschreven in de Risalo jo Shah, letterlijk ‘tractaat van de Shah’.
Dit vocale eerbetoon – het zogenaamde wai-titueel – vormt de muzikaal-religieuze kern van de massale volksdevotie die de heilige ten deel valt. De Risalo is opgedeeld in dertig hoofdstukken die sur heten. ‘Sur’ is tevens de benaming voor een muzikale compositie én de daarmee verbonden modus (vgl. de raga in de klassieke muziek).
De wekelijkse cyclus vindt zijn jaarlijkse climax in een driedaagse urs, de viering van Shah Abdul Latifs sterfdag, wanneer honderdduizenden volgelingen de tombe bezoeken om hun spirituele meester eer te bewijzen en zijn hulp aan te roepen.
De zangers zitten in een kring in het heiligdom en beroeren in gestaag ritme, zonder onderbreken, de dambur, een langhalsluit. De instrumenten worden niet als melodie-instrumenten gebruikt, maar als bourdoninstrumenten én als metrische basis voor de gezongen verzen. Volgens de overlevering is Shah Abdul Latif persoonlijk verantwoordelijk voor het toevoegen van een vijfde snaar. Bij de recitatie van de poëzie maken de zangers zowel gebruik van het lage borstregister als van het falsetregister, wat de muziek een onaardse sfeer geeft.
In de 18e eeuw was de hoofse Perzische ghazal de belangrijkste poëzievorm in de oostelijke islamitische wereld. Shah Abdul Latif daarentegen greep terug op oude volksverhalen die hij van een specifieke mystieke lading voorzag: de helden en minnaars uit de orale geschiedenis werden vereeuwigd in een religieuze context.

Sha jo Raag Fakirs o.l.v. Fakir Syed Juman Shah komt de eer toe om bij de tombe van hun spirituele meester de wekelijkse vrijdag-wai te mogen uitvoeren, de belangrijkste dag van de islamitische week.

Shah Abdul Latif Bhitai (beter bekend als Shah, of als Latif, 1689-1752) was een mystieke dichter en heilige uit Sindh (Zuid-Pakistan) en wordt gezien als de allergrootste dichter van de Sindhitaal. In zijn poëzie drukt hij de harmonie uit tussen wat hij buiten zag met het blote oog en wat hij observeerde met zijn innerlijk oog. Hij verlangt daarbij naar een eenheid met het goddelijke.
De verzameling van zijn poëzie heet Shah-Jo-Rissalo: de boodschap van Shah. Zijn poëzie wordt enkel voorgedragen door zijn volgelingen, de Shah-Ja-Fakir. Het was Shah Latif zelf die de muzikale traditie startte en ontwikkelde. De muziek wordt daarom Shah-Jo-Raag (de muziek van Shah) genoemd. Zijn poëzie en muziek zijn van generatie op generatie door de fakirs doorgegeven. Shah componeerde niet alleen de muziek, maar vond ook het instrument uit dat in het middelpunt van de muzikale traditie staat. Dit instrument heet Dambooro en is een vijfsnarige luit die verwant is aan de sitar.

Het stoffelijk overschot van Shah ligt nu in een majestueus mausoleum in Sindh en wordt elk jaar door duizenden Pakistaners bezocht. De fakirs van Shah-Jo-Raag zingen bij de schrijn.

 

CREDITS

uitgevoerd door
Sha Jo Raag Fakirs
onder leiding van
Fakir Syed Juman Shah
productie
Holland Festival