Elfdelige liedcyclus die de geschiedenis van de Sefardische joden samenbalt tot één hartenkreet vol smart en poëzie

Ayre

Dawn Upshaw / Brodsky Quartet / The Andalucian Dogs

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Achtergrondinformatie

Vanaf het eerste moment dat Osvaldo Golijov de stem van Dawn Upshaw hoorde, was hij verrukt over haar timbre. Toen zij hem belde met de vraag een stuk voor haar te componeren, zegde hij dan ook onmiddellijk toe. Bij de eerste repetitie van Lúa Descolorida werden Golijovs hooggespannen verwachtingen overtroffen. Hij besloot onmiddellijk nog een werk voor haar te schrijven die recht deed aan alle mogelijkheden en geluiden die Upshaws stem te bieden had.

Voor zijn nieuwe project met Dawn Upshaw liet Golijov zich inspireren door Berio’s Folk Songs, gebaseerd op volksliederen die Luciano Berio speciaal had gecomponeerd voor zijn vrouw en muze Cathy Berberian. Het resultaat, Ayre, wat in het oud-Spaans zowel melodie als lucht betekent, maakt gebruik van dezelfde instrumenten als Berio in diens Folk Songs. Golijov voegt voor Ayre nog onder andere een accordeon en een laptop toe aan het ensemble. De muziek is geschreven voor een rijkgeschakeerd ensemble dat Golijov speciaal voor deze gelegenheid samenstelde onder de poëtische naam The Andalucian Dogs.

Net als Folk Songs is Ayre een elfdelige liederencyclus, met verschillende ‘volkse’ achtergronden. De tekst is in het Ladino, de taal van de Sefardische joden. De cyclus begint met een ballade uit de Sefardische traditie, genaamd St. John’s Day. De tekst is afkomstig uit een Sefardisch balladenboek, de muziek is geïnspireerd op het geschreeuw van de straatventers in Jeruzalem. De ballade dient gezongen te worden alsof de zanger/verteller in de menigte staat en constant de aandacht voor haar verhaal af moet dwingen. De declamatorische melodie, voor zover er van een melodie te spreken is, wordt begeleid (of tegengewerkt) door de volledige groep percussionisten.

Ook het tweede lied A mother roasted her child heeft wortels in de Sefardische muziek. De melodie, een bekend Sefardisch slaapliedje, lijkt de verschrikkelijke tekst nog schrijnender te maken. Het wordt opgevolgd door een protestlied uit Sardinië. Hier transformeert de engelachtige stem van Upshaw plotseling in een ruig, kwaad en bijna primitief geluid. Hoewel Walls are encircling the land zijn oorsprong vindt in een achttiende-eeuws conflict in Sardinië, staat het lied binnen deze cyclus vooral symbool voor de joods-Palestijnse situatie.

Nani is opnieuw een Sefardisch wiegenlied met een dubbele laag. Het daaropvolgende lied, My Love, vormt daarmee een scherp contrast. Het ensemble speelt een Mediterraans danslied, terwijl Upshaws melodie oorspronkelijk een gezang voor Goede Vrijdag is. Ook het zevende lied, My eyes weep, heeft een Arabisch-christelijke achtergrond. Het is een paaslied, dat werd gezongen door een solozanger en een koor. Golijov arrangeerde de koorpartij voor ensemble en liet verder het geheel, op een paar kleine variaties na, in stand.

Het achtste lied, Be a string, water, to my guitar, verhaalt van een persoonlijke exodus. De tekst wordt geheel opgelezen, en sluit aan op het gezongen tiende lied, O God, where shall I find you. Deze drie liederen vormen het meest duistere deel van Ayre. Ze brengen de luisteraar naar diepten die zelfs de componist, naar eigen zeggen, niet had voorzien. De cyclus wordt afgesloten met het langste lied op de kortste tekst. Adriadne in her labyrinth is een razend moeilijke vocalise, geïnspireerd op de joodse muziek waarin de meest intense momenten komen als de woorden verdwijnen.

Als voorproefje voor Ayre brengen Upshaw en de strijkers van het ensemble voor de pauze liederen van Béla Bartók.

Biografieën

Osvaldo Golijov (geboren 1960) groeide op in de regio rond Buenos Aires in een gezin van joodse immigranten uit Oost-Europa. Naar eigen zeggen was hij in zijn jeugd omringd door klassieke kamermuziek, klezmer, joodse liturgische muziek, en de nieuwe tango van Astor Piazzolla. Hij studeerde piano aan het conservatorium en compositie bij Gerardo Gandini. In 1983 vertrok hij naar Israël om te studeren bij Mark Kopytman aan de Rubin Academie in Jeruzalem. Drie jaar later verhuisde hij naar Amerika, waar hij aan de Universiteit van Pennsylvania studeerde bij de componist George Crumb. Sinds 1991 doceert hij aan het College of the Holy Cross in Worcester, Massachusetts.

In 2000 kreeg Golijov samen met Sofia Gubaidulina, Tan Dun en Wolfgang Rihm opdracht van de Internationale Bachakademie Stuttgart om voor de herdenking van de 250e sterfdag van J.S. Bach een nieuw passiewerk te schrijven; met zijn La Pasión según San Marcos werd Golijov in één klap bekend bij een wereldpubliek.

Vanaf begin jaren negentig werkt hij nauw samen met het Kronos Quartet en het St. Lawrence String Quartet, en sinds de eeuwwisseling met de Amerikaanse sopraan Dawn Upshaw. In januari en februari 2006 wijdde het Lincoln Center in New York een festival aan zijn muziek en inspiratiebronnen. Golijov heeft verschillende prijzen gewonnen, waaronder twee Grammy Awards in 2007.

 

Dawn Upshaw (geboren 1960 in Nashville, Tennessee) is een Amerikaanse sopraan. Na het behalen van haar bachelor in 1982 vertrok zij naar New York, waar ze zang studeerde bij Ellen Faull aan de Manhattan School of Music. Daarnaast volgde ze lessen bij Jan DeGaetani. In het jaar dat ze haar graad van master behaalde, 1984, won ze tevens de Young Concert Artists audities en het jaar daarop de Walter M. Naumburg Competition. In 1984 was ze een deelnemer van het Young Artists Development Program van de Metropolitan Opera waar ze sinds dat debuut meer dan driehonderd keer op het podium heeft gestaan. Upshaw is zowel thuis in de opera als in het lied en heeft een breed repertoire, van barok tot hedendaagse muziek.

Internationale faam vergaarde ze in 1993 met de opname van de Derde Symfonie van Górecki, samen met David Zinman, waarvan miljoenen exemplaren verkocht werden. Een aantal componisten heeft werk speciaal voor haar gecomponeerd, waaronder John Adams, John Harbison, Esa-Pekka Salonen, Kaija Saariaho en Osvaldo Golijov. Door de jaren heen heeft zij vier Grammy Awards gewonnen - de laatste in 2006 voor de opname van de kameropera Ainadamar van Golijov - en zijn haar verschillende eredoctoraten verleend. In 2007 kreeg zij een prestigieus ‘Fellowship’ van de MacArthur Foundation toegekend.

CREDITS

muziek
Béla Bartók
muziek
Osvaldo Golijov
sopraan
Dawn Upshaw
arrangement hongaarse volksliederen
Richard Tognetti
uitgevoerd door
Brodsky Quartet: Daniel Rowland, Ian Belton, Paul Cassidy, Jaqueline Thomas
uitgevoerd door
The Andalucian Dogs:
fluit
Kersten McCall
klarinet
Chen Halevi
hoorn
Jamie Sommerville
altviool
Paul Cassidy
cello
Jacqueline Thomas
contrabas
Derrick Hodge
harp
Bridget Kibbey
hyper-accordeon
Michael Ward-Bergeman
gitaar/ronroco
Adrien Brogna
percussie
Marcio Doctor
geluidsontwerp & laptop
Jeremy Flower