De laatste dag in het leven van de grote componist Richard Wagner, waarin hij tussen leven en dood verzeild raakt in zijn eigen onvoltooide Boeddhistische opera Die Sieger.

Wagner Dream

De Nederlandse Opera

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Nu alle grote opera’s van Wagner bij De Nederlandse Opera zijn opgevoerd, is het tijd voor een opera over de Duitse componist zelf. Componist Jonathan Harvey en librettist Jean-Claude Carrière herschreven samen de geschiede¬nis van Die Sieger, een onvoltooide opera van Wagner, en verwerkten de laatste uren voor zijn dood in het verhaal van de opera. Die Sieger is een drama over de liefde tussen Prakriti en de bedelmonnik Anan¬da, gebaseerd op het boeddhisme. Twee culturen ontmoeten elkaar: de westerse, rationele opvatting dat kennis door emotionele ervaring moet worden verworven, en de oosterse gedachte dat verlossing alleen gevonden kan worden door zich van vreugde én leed te bevrij¬den. De verschillen tussen beide werelden worden op contrastrijke wijze op het toneel gebracht.

Achtergrondinformatie

Wagner Dream

In 1854 las Wagner voor het eerst Schopenhauers Die Welt als Wille und Vorstellung. Volgens eigen zeggen opende dit boek zijn ogen. ‘Nu pas begreep ik mijn eigen Wotan’, schreef hij later in zijn biografie. Gestimuleerd door Schopenhauers visie begon Wagner aan een intensieve studie van India, en in het bijzonder de legendes en leringen van de Boeddha. De volgende winter verdiepte Wagner zich in Eugène Burnoufs Introduction à l'Histoire du Buddhisme Indien. De verhalen in dit boek inspireerden hem tot het schrijven van een nieuw muziekdrama. In 1956, tussen het componeren van Siegfried en Die Walküre, begon Wagner aan een opzet van Die Sieger, een drama over de liefde tussen Prakriti en de bedelmonnik Ananda. Verder dan een eerste opzet kwam Wagner niet, hoewel hij een aantal elementen van Die Sieger integreerde in Parsifal.

Jonathan Harvey en Jean-Claude Carrière herschreven samen de geschiedenis van Die Sieger. In hun Wagner Dream probeert Wagner aan het eind van zijn leven alsnog zijn opera over Prakriti af te maken. Tijdens het componeren krijgt Wagner echter een hartaanval, en verliest het bewustzijn. Het gerinkel van het belletje, bedoeld om de bediening te waarschuwen, transformeert in de diepe dreun van een gong. In het schemergebied tussen leven en dood wordt Wagner bijgestaan door Vairochana, een boeddhistische monnik, die hem gerust probeert te stellen. Wagner wil echter voor hij sterft zijn opera afmaken. Hierop neemt Vairochana hem mee naar een armoedige herberg, de plaats waar Ananda en Prakriti elkaar voor het eerst zien. De twee worden verliefd, maar omdat Ananda een volgeling van Boeddha is, kunnen zij niet als man en vrouw samenleven. Na enig wikken en wegen besluit Prakriti als eerste vrouw toe te treden tot de orde van de Boeddha, om zo toch dicht bij haar geliefde te kunnen zijn. Nadat Wagner zijn werk heeft gezien komt hij nog even bij, draagt de grotendeels ongeschreven opera op aan Cosima en sterft.

Het verhaal van Wagner Dream, met de scherpe contrasten tussen de Westerse en Boeddhistische elementen, was Jonathan Harvey op het lijf geschreven. Hij bestudeerde vele stijlperioden uit de Westerse muziek, van de vroege polyfonie tot aan de negentiende- en twintigste-eeuwse muziek. Ook maakte Harvey een grondige studie van Wagners gedachten over het Boeddhisme. Het verhaal van Prakriti is dan ook, hoewel uitgebreid, trouw gebleven aan de oorspronkelijke opzet van Wagner.

Na het visioen van Prakriti gaan alle acteurs uit Die Sieger af. Alleen de Boeddha en Vairochana blijven in de kamer, onzichtbaar voor Wagners familieleden. Zij vragen Wagner of hij nu klaar is om zijn laatste keuze te maken. Wagner gaat nog één keer tekeer, stellend dat het werk dat hij zag niet van hem is, omdat zijn Prakriti sterker zou zijn geweest. In een onbeheerst moment gooit hij een glas water om, over de half afgemaakte partituur van Die Sieger. Dan bedaart hij, draagt met zijn laatste adem zijn werk op aan Cosima, en volgt Vairochana naar het licht.

Naast deze opera brengen het Asko Ensemble en het Schönberg Ensemble onder leiding van Ed Spanjaard zes werken van Jonathan Harvey ten gehore. Muziekgebouw aan 't IJ, do 14 juni 2007, aanvang 20.30 uur.

 

Synopsis

In het Venetiaanse Palazzo Vendramin maken Richard en Cosima Wagner ruzie. De componist verwacht bezoek van de zangeres Carrie Pringle en zijn echtgenote is jaloers. Wagner zet zich aan het componeren, maar wordt onwel en verliest het bewustzijn. De grens tussen droom en werkelijkheid vervaagt. Een boeddhistische monnik, Vairochana, vertelt hem dat hij weldra het licht zal zien en niet bang voor de dood moet zijn: die is slechts een overgang naar een nieuw leven. Maar Wagner wil eerst zijn nieuwe opera over Pakriti afmaken. Vairochana toont hem een armoedige Indiase herberg, waar hij zelf als klant zit. Pakriti bedient hem en hij bestelt thee. Een bedelmonnik, Ananda, vraagt om een glas water. Als hij vertrekt, kijkt Pakriti hem dromerig na. Cosima heeft de dokter laten halen, die bij Wagner een hartaanval constateert. Vairochana toont nu het huis van Pakriti, waar haar moeder eten aan het
bereiden is voor een gast: een neef van prins Siddartha. Pakriti denkt alleen nog aan Ananda, die echter de bewuste gast blijkt te zijn. Hij vertelt haar over de ideeën van Boeddha/Siddartha. Ze worden verliefd op elkaar. Intussen komt Carrie Pringle Wagners kamer binnen. Zij is als enige in staat om iets waar te nemen van wat Wagner ziet: Boeddha onder een boom, omringd door monniken en volgelingen, onder wie Ananda. Pakriti vertelt Boeddha over haar liefde voor Ananda. Ondanks de protesten van een oude brahmaan mag Pakriti toetreden tot de orde. Boeddha vraagt Wagner een definitieve keuze te maken; Vairochana legt hem uit dat hij zijn eigen werk heeft gezien, het verhaal van Pakriti. Alleen Carrie heeft het gehoord. Wagner draagt zijn opera op aan Cosima en sterft. Nu kan hij Vairochana volgen terwijl de achterblijvenden naar zijn (lege) stoel blijven kijken.

Biografieën

Jonathan Harvey

‘Het is belangrijk om te proberen iets voor mensen te doen met je muziek, om ze zich iets te laten realiseren wat ze zich voorheen niet realiseerden,’ zei Jonathan Harvey tijdens een interview. Deze opmerking vormt een sleutel tot Harveys muziek. Met alle middelen die hem ter beschikking staan schept hij een sfeer van spiritueel zoeken en begrip, dat doorklinkt in vrijwel al zijn werken.

Harvey studeerde aan de universiteiten van Glasgow en Cambridge, maar nam op aanraden van Benjamin Britten privé-lessen bij Erwin Stein en, na diens dood, Hans Keller. In de jaren tachtig werkte Harvey op uitnodiging van Pierre Boulez bij IRCAM, wat resulteerde in een aantal elektronische composities. Sindsdien heeft hij voor vrijwel alle klassieke genres gecomponeerd. Vocale composities en koorwerken beslaan een groot deel van Harveys oeuvre. Zijn twee opera’s, Passion and Resurrection (1981) en Inquest of love (1993) waren beide een succes. Afgezien van geregelde compositieopdrachten van verschillende internationale organisaties is Harvey sinds 2005 ‘composer in residence’ bij het BBC Scottish Symphony Orchestra, en heeft hij een aantal ereprofessoraten aan universiteiten als Stanford University, Sussex University en St. John’s College.

 

Jean-Claude Carrière

Hoewel geboren uit een familie van wijnbouwers, verruilde Jean-Claude Carrière zowel zijn métier van zijn familie als zijn aanvankelijke roeping van historicus voor de roep van de pen. Hij werkte als cartoonist, schrijver, acteur en regisseur, maar maakte vooral naam als een van de vooraanstaande Franse scriptschrijvers. Hij begon zijn filmcarrière bij de regisseurs Pierre Etaix en Jacques Tati, met wie hij korte en lange speelfilms schreef. Vervolgens werkte Carrière samen met onder anderen Milos Forman, Jacques Deray, Jean-Luc Godard, Phillipe de Broca en Bernard Tavernier. Ook schreef hij de scripts voor Luis Buñuels The discrete charm of the bourgeoisie (1972) en That obscure object of desire (1977), wat hem een Acadamy Award Nomination opleverde. Carrières script voor The unbearable lightness of being leverde hem in 1989 een Oscarnominatie en een BAFTA-award op. In 1994 publiceerde Carrière zijn autobiografie The secret language of film.

 

Artistiek Team:

Martyn Brabbins, muzikale leiding
‘De genialiteit van Stravinsky’s muziek, en het inzicht van Brabbins' dirigeren maken deze avond zo lonend,’ schreef de muziekcriticus Tom Service in The Guardian. Ook andere critici waren lyrisch na het zien van The rakes progress tijdens de opening van het Aldeburgh Festival in juni 2006. De lovende kritieken over Brabbins’ dirigeerkunsten zijn nauwelijks een verassing; de Schot wordt alom gerespecteerd vanwege zijn muzikale en artistieke integriteit. Hij studeerde compositie in Londen en orkestdirectie in Leningrad bij Ilya Musin. Sinds hij in 1988 de Leeds Conducters’ Competition won, heeft hij voor de meeste symfonieorkesten en ensembles in Groot Brittanië gestaan. Zijn faam breidt zich inmiddels ook uit tot het Europese vasteland. Zo dirigeerde Brabbins tijdens het Holland Festival in 2006 het Residentie Orkest en Capella Amsterdam, en maakt hij in maart 2007 zijn debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest.
Brabbins heeft, naast zijn concertervaring, ook een ruime ervaring met muziektheater. Hij dirigeerde onder andere L’enfantet les Sortilèges bij de Montpellier Opera, bij de Deutsche Oper Berlin Der Prinz von Homburg, en de wereldpremière van Knaifels Alice in Wonderland bij de Nederlandse Opera. Daarnaast is Brabbins een veelgevraagd dirigent voor de productie van muziekopnamen.

 

Pierre Audi, regie
Pierre Audi was twaalf jaar oud toen hij voor het eerst een opera van Wagner hoorde. Zijn vader was verbaasd over de intensiteit waarmee zijn jonge zoon de opera volgde. In 1997, negen jaar nadat hij was aangesteld als artistiek directeur van de Nederlandse Opera, regisseerde Audi voor het eerst Wagners Ring der Niebelungen, wat hem de Prix d’Amis opleverde. Daarvoor had hij al naam gemaakt met zijn veelgeprezen Monteverdi-cyclus.
Voor zijn aanstelling bij de Nederlandse Opera was Audi artistiek directeur bij het door hem zelf opgerichte Almeida Theatre in Londen. Daar regisseerde hij diverse theater- en operaproducties van hedendaagse schrijvers en componisten. In Nederland zette hij deze lijn voort door naast de Nederlandse Opera ook Toneelgroep Amsterdam en het Zuidelijk Toneel te regisseren.
Buiten Nederland debuteerde Audi onder andere bij de Bayerische Staatsoper München met Henzes Venus und Adonis, bij het Théâtre de Champs-Élysées met Cimarosa’s Il matrimonio segreto en in de Japanse Suntory Hall met de wereldpremière van Tan Duns Tea. In Drottingholm werd hem een eremedaille uitgereikt voor zijn Händel-produkties. In 2003 werd Audi benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Sinds 2005 is Audi artistiek directeur van het Holland Festival.

 

Jean Kalman, decor/licht
Jean Kalman is een veelgevraagd lichtontwerper bij theater- en operagezelschappen. Hij werkte samen met Peter Brook aan diens legendarische ensceneringen van onder andere De Kersentuin en Mahabharata. Ook creëerde hij muziektheaterproducties als Schwarz auf Weiss samen met Heiner Goebbels. Het trio Kalman, Goebbels en beeldend kunstenaar Christian Boltanski maakte diverse installaties, zoals Bienvenue in Dijon.
In 1995 debuteerde Kalman bij het Zuidelijk Toneel, als decorontwerper van Shakespeares Maat voor maat. Met de regisseur van deze productie, Pierre Audi, had Kalman al diverse keren samengewerkt bij het Londense Almeida Theatre.
In 1991 ontving Jean Kalman de Oliver Award ‘Best Lighting Design’ voor Richard III met het Royal National Theatre te Londen. In 1997 werd hij genomineerd voor de Drama Desk Award ‘Outstanding Lighting Design’ voor Waste Land.

 

Robbie Duiveman, kostuums
Robby Duiveman studeerde decor- en kostuumontwerp aan de Akademie der Bildende Künste te München. Tussen 1985 en 1990 was hij assistent kostuumproducent bij de Hamburgische Staatsoper. Daarna werd hij hoofd van de kostuumafdeling bij de Brusselse Muntschouwburg. Ook was hij tot 1999 hoofd van de kap- en grimeafdeling bij de Salzburger Festspiele, en was hij docent aan het Mozarteum te Salzburg. Duiveman ontwierp kostuums voor onder andere het ballet De vier jaargetijden van de Hamburgische Staatsoper, toneelstukken als Torquato Tasso (Goethe) en Amphitryon (Molière) bij de Salzburger Festspiele, en vele opera’s, waaronder Offenbachs L’île de Tulipatan voor de Nationale Reisopera, Händels Jephtha voor de Musikhochschule München en Robin de Raaffs Raaff, voor De Nederlandse Opera (Holland Festival 2004). Als ‘associate costume designer’ werkte hij samen met Robert Wilson aan Puccini’s Madame Butterfly voor de Los Angeles Opera, en William Burroughs’/Tom Wait’s The Black Rider. Sinds 1999 is Robby Duiveman hoofd van de kostuum-, kap- en grimeafdeling in Het Muziektheater.

Ictus Ensemble

De samenstelling van het Ictus Ensemble is sinds de oprichting in 1994 nauwelijks veranderd. Het ensemble bestaat uit een hechte groep bevriende musici onder leiding van dirigent Georges-Elie Octors, met als missie het aanboren van nieuw publiek voor de hedendaagse muziek. Per jaar creëert het ensemble gemiddeld drie nieuwe concertprogramma’s, waaronder thematische concerten, portretconcerten en scenische producties, zoals opera’s, video- en dansproducties. Deze producties beslaan een breed stilistisch spectrum. Werken van Reich tot Aperghis worden zonder onderscheid des persoons uitgevoerd. Ictus was te gast in de meeste gerenommeerde zalen en festivals in Europa, zoals Musica Strassbourg, Witten, Festival d’Automne à Paris, Ars Musica en Wien-Modern. Sinds 2004 resideert het Ictus Ensemble in de heropgerichte Opéra de Lille. Wagner Dream is niet de eerste kennismaking met Jonathan Harvey; in 2001 gaf het Ictus Ensemble reeds een portretconcert en een seminar rond deze componist.

CREDITS

muziek
Jonathan Harvey
libretto
Jean-Claude Carrière
muzikale leiding
Martyn Brabbins
regie
Pierre Audi
decor/licht
Jean Kalman
kostuums
Robby Duiveman
sound design
IRCAM, Parijs: Carl Faia en Gilbert Nuono
uitvoering
Ictus Ensemble
zangers
Prakriti
Claire Booth
Ananda
Gordon Gietz
Vairochana
Matthew Best
Buddha
Dale Duesing
mother
Rebecca de Pont Davies
old Brahim
Richard Angas
acteurs
Wagner
Johan Leysen
Cosima
Catherine ten Bruggencate
Carrie Pringle
Bracha van Doesburgh
Doctor Keppler
Charles van Tassel
Vajrayogini
Basja Chanowski
opdracht en coproductie
De Nederlandse Opera, het Grand Théâtre de Luxembourg, Holland Festival en Ircam-Centre Pompidou, Parijs