De wereldberoemde ballerina Sylvie Guillem en kathakdanser Akram Khan samen in een uitdagend duet over (schijnbare) tegenstellingen tussen traditie en experiment, Oost en West, taal en beweging, heiligen en monsters.

Sacred Monsters

Akram Khan & Sylvie Guillem

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

In Sacred Monsters ontmoeten twee topsterren uit de danswereld elkaar. Akram Khan oogst veel succes met zijn eigen dansstijl gebaseerd op de traditionele Indiase dansvorm Kathak. Sylvie Guillem is één van de meest succesvolle Europese bal¬lerina’s van de laatste decennia. Na een glansrijke carrière als étoile bij het ballet van de Opéra national de Paris en het Royal Ballet, excelleert zij de laatste jaren in de moderne dans. Sacred Monsters is een duet met vele (schijnbare) tegenstel¬lingen: traditie en experiment, Oost en West, taal en beweging, het lange ranke lichaam van Guillem en het atletische lichaam van Khan, heiligen en monsters. Gauri Sharma Tripathi creëerde een traditionele kathak solo voor Khan en Lin Hwai Min maakte een solo voor Guillem. De voorstelling wordt muzikaal live begeleid.

Achtergrondinformatie

‘Ik ben een klassiek danser. Ik ben opgeleid als klassiek danser, maar ik kan niet zeggen dat mijn “religie” een stijl, een techniek of een traditie is. Wat ik wel kan zeggen, is dat de plek waar ik optreedt, in welke stijl dan ook, sterk voelt als een heilig oord. Het toneel ... een monster ... mijn heilig monster.’

(Sylvie Guillem)

 

‘Monstres Sacrés’ - een term die voor het eerst werd gebruikt in Frankrijk in de negentiende eeuw, als bijnaam voor toneelsterren als Sarah Bernhardt - markeert het begin van ons eigentijdse sterrendom, waarin de iconen van de kunst- en sportwereld door het publiek en de media een goddelijke status wordt toegeschreven.

 

Sacred Monsters is op de eerste plaats een ontmoeting en een uitwisseling tussen twee van zulke ‘sterren’ uit de huidige danswereld: Sylvie Guillem en Akram Khan.

Maar het sterrendom heeft ook een keerzijde. Als je moet voldoen aan de verwachtingen van je publiek, altijd perfect moet zijn en altijd moet uitblinken... is er geen plaats voor falen, onvolkomenheden of voor het laten zien van je gevoelens en je emoties. De goddelijke status wordt monsterlijk en onmenselijk.

Dit laatste is een ervaring die we allemaal kennen van de tijd dat we als kinderen moesten voldoen aan de verwachtingen van de volwassenen om ons heen: onze ouders, onze leraren... In zekere zin zijn alle kinderen dus ‘sacred monsters'.

Een van de bronnen voor Sacred Monsters was dan ook de uitwisseling van herinneringen uit de kindertijd tussen Sylvie Guillem en Akram Khan. Beide zijn hun professionele carrière op zeer jonge leeftijd begonnen, en zij hebben wat dat betreft soortgelijke ervaringen. Er is echter meer dat dit project bijeenbrengt dan de overeenkomsten in hun professionele verleden en hun jeugd. Hoewel beiden duidelijk gevormd zijn binnen en gevoed zijn door een klassieke traditie waar zij nog steeds trots op zijn, hebben zij ook beiden het verlangen om te experimenteren, hun kennis te vernieuwen en een meer persoonlijke stem te vinden, namelijk hun eigen.

‘Het is de spanning tussen tegendelen. Een plek - in dit geval de klassieke wereld - biedt je een traditie, een geschiedenis. Het biedt je discipline, iets zeer heiligs, en ook iets spiritueels. Maar die andere plek - de eigentijdse - biedt je een wetenschappelijk laboratorium. Het biedt je een stem die gehoord wordt. Het biedt je talloze ontdekkingen en mogelijkheden. Maar een plek vanwaar ik naar beide kan uitreiken, dat is voor mij de beste plek. Ik wil niet te lang op dezelfde stek blijven hangen. Ik ben altijd in beweging. Als een tennisbal vlieg ik van de ene kant naar de andere, en mijn favoriete moment is in het midden, precies boven het net. Dat is de plek waar ik het meest gelukkig ben.’ (Akram Khan)

Binnen het Indiase denken wordt de strengheid van het klassieke idioom gerepresenteerd door Shiva, die de (mannelijke) autoriteit of de geest vertegenwoordigt en in rechte lijnen wordt gedanst, terwijl Krishna, de meest menselijke van alle Indiase goden, een meer onderzoekende en opstandige aard heeft, leeft vanuit het hartcentrum en er de voorkeur aan geeft in cirkelvormige bewegingen aanwezig te zijn.

Zowel de carrières van Sylvie Guillem en Akram Khan als de risico’s die zij als kunstenaars graag nemen, sluiten aan bij de speelsheid van Krishna. Zij kunnen zich echter ook vinden in het karakter van ‘Sally', het kleine zusje van Charlie Brown dat soms plotseling het gewicht van de volwassenheid ervaart; of in het tegenovergestelde: hoe we als volwassenen worden uitgedaagd de kinderlijke staat van verwondering te behouden.

Voor de totstandkoming van Sacred Monsters heeft Akram Khan met zijn internationaal team de kennis van het Oost en West bijeengebracht.

De Indiase Gauri Sharma Tripathi, choreograaf van Akram Khans traditionele kathak solo.

De Taiwanese choreograaf Lin Hwai Min (van Cloud Gate Dance Theatre) schreef voor Sylvie Guillem de solo Sally, waarin zij het Aziatische streven naar perfectie verkende en kracht vond in haar eigen kwetsbaarheid.

De Slowaakse danseres Nikoleta Rafaelisova, die meer is dan de understudy van Sylvie Guillem en in het hele proces een creatieve partner is.

De Britse componist Philip Sheppard leidde de veelzijdig getalenteerde groep musici door een divers muzikaal universum: de Belgische Juliette Van Peteghem, de Duitse Coordt Linke, de Pakistaanse Faheem Mazhar en de Australische Alies Sluiter.

De Japanse decorontwerper Shizuka Hariu, kostuumontwerper Kei Ito en de Finse lichtontwerper Mikki Kunttu werkten samen aan het visuele aspect.

En wat mijzelf betreft, is dit na zero degrees de tweede polyfone dialoog tussen Akram Khan en een ‘ster’ uit de danswereld die ik begeleid. Het versterkt mijn eigen overtuiging en geloof in het toneel als een unieke plaats om jezelf tot uitdrukking te brengen, zowel het ‘heilige’ als het ‘monster’.

 

‘Wat ik niet kan zeggen, zal ik dansen

Wat ik niet kan dansen, zal ik zingen

Wat ik niet kan zingen, zal ik je vertellen.’

(vrij naar Sidi Larbi Cherkaoui)

 

Guy Cools, dramaturg

Biografieën

Akram Khan

De Britse choreograaf en danser Akram Khan werd geboren in 1974 in Londen als kind van immigranten uit Bangladesh. Op zeer jonge leeftijd leerde hij Kathak, een traditionele Indische dansvorm, uitvoeren. Die dans vormt, samen met de moderne Westerse dans de dubbele voedingsbodem voor zijn werk.

Als adolescent heeft hij samengewerkt met Pandit Ravi Shankar in The Jungle Book en met Peter Brook in Mahabharata. Hij studeerde af aan de Nothern School of Contemporary Dance in Leeds, waar hij de hoogste quotering ooit kreeg voor een Performing Arts diploma. Hij werkte samen met Jonathan Burrows en nam deel aan het X-Group project van P.A.R.T.S. (dansschool van Anne-Teresa De Keersmaeker), een ondersteuningsprogramma voor jonge choreografen.

Op het einde van dit project in 2000 richtte hij samen met Farooq Chaudry de Akram Khan Company op.

Sindsdien is zijn gezelschap één van de jongste dansgezelschappen. Op het repertoire staan ondermeer Polaroid Feed en Ronin, twee Kathak solos, Related Rocks, in samenwerking met het London Sinfonietta op de muziek van Magnus Lindburg, en Kaash, de succesvolle samenwerking tussen Anish Kapoor en Nitin Sawhney. In mei 2004 ging Khans choreografie ma in première, zijn grootste en meest ambitieuze project tot op heden. Ma is een dansstuk voor zeven dansers, drie muzikanten met tekstfragmenten van de bekende schrijver Hanif Kureishi, dat wereldwijd zal toeren tot de zomer van 2006.

Het gezelschap is overal te zien op belangrijke dansfestivals en in theaters. In april 2001 werd Akram Khan ‘choreograaf in residentie’ in het South Bank Centre, in 2003 schopte hij het zelfs tot ‘Associate Artist’, als eerste niet-muzikant in de rij. In het South Bank Centre ontwikkelde hij ‘Eye Con’, een educatieproject met jongeren, een recital met Guru Maharaj en zijn eigen guru Sri Pratap Pawar, en A God of Small Tales, een stuk voor rijpere vrouwen waarvoor hij samenwerkte met de schrijver Hanif Kureishi.

Een televisiedocumentaire voor ITV’s South Bank Show werd volledig aan Akram Khan gewijd. Verder ontving Khan vele prijzen, waaronder die van Outstanding Newcomer (2000) door zowel de Dance Critics’ Circle en de Time Out Magazine, de Jerwood Foundation Choreography Award, de Best Modern Choreography 2003 door de Dance Critics’ Circle en de International Movimentos Tanzpreis 2004 (Berlijn) voor Most Promising Newcomer in Dance. Hij was genomineerd voor de Nijinsky Award bij het Monaco Dance Forum en Kaash werd bekroond als beste dansvoorstelling in Frankrijk van 2002 door het Franse Tijdschrift ‘Les Inrockuptibles’. Akram Khan was tot april 2005 ‘Associate Artist’ bij het Londense South Bank Centre, in januari 2005 ontving hij de South Bank Show Award for Dance voor zijn choreografie Ma.

In juli 2004 ontving hij een eredoctoraat in de kunsten van de Montfort University voor zijn bijdrage aan het culturele leven in Groot-Brittannië, en in juni 2005 werd hij MBE voor zijn verdiensten in dans.

Het gezelschap wordt sinds 2004 op een continue basis gesteund door de Arts Council, England.

Dit jaar is hij samen met Sylvie Guillem te zien in de dansvoorstelling Sacred Monsters. Daarnaast werkt Khan alweer aan een nieuw duet, ditmaal met de Franse actrice Juliette Binoche.

 

 

Sylvie Guillem

Sylvie Guillem werd in 1965 geboren in Parijs en koesterde als gymnaste Olympische dromen. Toen zij echter op elfjarige leeftijd samen met de andere leden van haar groep bij de balletschool van de Parijse Opera trainde om de bewegingen bij te schaven, veranderde zij van gedachte en richtte zij haar ambitie op het ballet. Reeds als studente trok zij, dansend in de voorstellingen van de balletopleiding, de aandacht van David Lichine, Albert Aveline en Attilio Labis. Toen zij op zestienjarige leeftijd toetrad tot het Parijse gezelschap, kwam ze razendsnel hoger in de hiërarchie, door keer op keer in de jaarlijkse competitie een promotie te verdienen.

Rudolf Noerejev, die werd benoemd tot artistiek leider van het gezelschap toen zij aan haar derde jaar begon, gaf haar in zijn debuutproductie Raymonda een kleine rol, die, toen zijn repertoire steeds diverser werd, al snel werd gevolgd door andere rollen. Nog opmerkelijker is dat zij iedereen van het toneel danste in Niemandsland van Rudi van Dantzig, door met haar krachtige gevoel voor drama een overtuigend portret te schilderen van spanning en tederheid, angst en vastberaden onafhankelijkheid. In december 1984, op negentienjarige leeftijd, benoemde Noerejev haar tot ‘étoile’ (sterdanser) en kwam hij aan het eind van haar eerste Zwanenmeer het toneel op om dit publiekelijk bekend te maken.

In de daaropvolgende jaren hebben vele gastchoreografen voor haar een rol in hun balletten geschreven. William Forsythe opende de rij met France Danse, Maurice Béjart volgde met Mouvements Rythmes Etudes en Arépo. Zij danste in GV10 van Karole Armitage en in Magnificat van John Neumeier, die daarin voor haar een briljante solo schreef. Ook in andere werken, van onder meer Balanchine, Béjart, Robbins, Wilson en Lifar, danste zij grote rollen. Natuurlijk danste zij ook de grote klassieke rollen, en Noerejev zag haar met name bijzonder graag in zijn Don Quixote.

Omdat de Opéra haar contract echter niet wilde veranderen, werd het voor haar aantrekkelijker uitnodigingen uit het buitenland te accepteren. Zo nam ze in 1988 ontslag en werd Londen haar thuisbasis, met een gastcontract bij het Royal Ballet waar zij behalve in de klassieke rollen ook danste in de balletten van Ashton en MacMillan. Het was haar behoefte aan een groter spectrum die ten grondslag lag aan de Royal Ballet producties Carmen van Mats Ek en Steptext van Forsythe, evenals aan het nieuwe Firsttext, en op die manier zijn verscheidene prachtige balletten door haar toedoen tot stand gekomen.

Terwijl zij de wereld rondreisde voor optredens met vele gezelschappen (inclusief gastoptredens bij de Opéra) nam zij de gelegenheid te baat om haar repertoire te verbreden en danste bijvoorbeeld in De Fontein van Bachtsjisaray van Rostislav Zacharov voor het Kirov Ballet en in Fall River Legend van Agnes de Mille met het American Ballet Theatre. Béjart schreef nog eens drie balletten voor haar en castte haar in twee van zijn meest beroemde werken: Bolero en Le Sacre du Printemps. Mats Ek maakte voor haar Wet Woman en Rök (‘Rook’ ), twee gefilmde balletten met special effects voor televisie. In samenwerkingsprojecten met filmmaakster Francoise Va Han zijn episodes uit haar carrière gedocumenteerd, inclusief haar eigen improvisaties en de voor haar geschreven vreemde walking‑around solo Blue Yellow.

Haar belangstelling voor modern‑dance choreografie bracht Guillem tot haar eigen nieuwe en experimentele productie van Giselle - een van de oudste klassieke balletten. Het was haar bedoeling, zo zei zij, om de logica in de vertelling terug te brengen en het in een meer plausibele dorpscontext te plaatsen. Het interessante resultaat werd uitgevoerd door het Finse gezelschap in Helsinki en Parijs, vervolgens bewerkt voor het Ballet van La Scala in Milaan, dat het ook opvoerde in de New York Met, Covent Garden, Los Angeles en tijdens een tournee door Spanje en Italië.

Dit had een indicatie kunnen zijn voor haar toekomstige activiteiten, maar op dit moment lijkt Guillem het traditionele klassieke ballet te laten voor wat het is en zich weer te richten op moderne choreografie. Met haar huidige activiteiten begon zij in december 2003, toen zij het initiatief nam voor de samenwerking met dansers Michael Nunn en William Trevitt en choreograaf/danser Russell Maliphant. Dat resulteerde in Broken Fall, dat in Covent Garden Opera House in première ging in een samenwerkingsprogramma met het Royal Ballet.

Dit leidde, opnieuw met Nunn en Trevitt, tot een programma gewijd aan Maliphant met een nieuwe solo voor haarzelf, dat twee seizoenen lang werd uitgevoerd in het Londense theater Sadler's Wells, en tevens in Frankrijk, Japan, Italië, Zwitserland en Duitsland. Dit heeft op zijn beurt geleid tot een tweede Maliphant-avond met opnieuw twee premières, en opnieuw een solo voor haar en een duet voor Guillem en Maliphant. Daarna, wie zal het zeggen ... maar het is niet waarschijnlijk dat de danswereld het zal moeten stellen zonder de sterke input - in wat voor vorm dan ook - van de unieke (en vaak onderscheiden - Chevalier de la Légion d'Honneur, Officier dans l'Ordre National du Mérite, Officier des Arts et Lettres, en in Groot-Brittannië een honorary CBE) Sylvie Guillem.

 

Philip Sheppard, cellist/componist

Philip Sheppard is docent Cello aan de Royal Academy of Music in Londen, en daarnaast hoofddocent in Principles of Education. Voorts is hij als gastdocent verbonden aan het Royal College of Music in Londen en heeft hij de leiding over de educatieve projecten van de Academy of St Martin in the Fields en het Harlem centre voor jonge musici in New York.

Philip treedt al dertig jaar op als professioneel cellist. Hij maakte zijn debuut op driejarige leeftijd, en toen hij nog maar negen jaar was, maakte hij als solist al concerttournees door de VS en Europa. Hij verscheen op uiteenlopende podia als de BBC Proms en het Glastonbury Festival, en heeft vele opnames gemaakt met zowel klassieke als jazzcomponisten, zoals Oliver Knussen, Keith Tippett en John Adams.

Philip is op radio en televisie regelmatig te horen en te zien als solist, dirigent en commentator, en is als cellosolist te zien in vele films. Voor zijn twee soloalbums The Glass Cathedral en The Diver in the Crypt heeft hij met zijn gebruik van elektrische cellotechniek en multitracking technologie baanbrekend werk verricht.

Hij is zeer betrokken bij eigentijdse muziek, en heeft recentelijk samengewerkt met Scott Walker, Oasis en David Bowie. Philip heeft meegeschreven aan Devil in My Life, het nieuwe album van Grace Jones, en recentelijk ook geschreven samen met Jamelia, Hal, Sia, Pulp en Unkle.

Philip heeft kort geleden een groot solo- en orkestwerk geschreven en opgenomen met Ant Genn, Damien Hirst en John Malkovitch. Zijn muziek wordt gebruikt in vele theaterproducties, waaronder The Elephant Vanishes voor Complicite en A Christmas Carol. Van zijn toekomstige opdrachten noemen we twee orkestalbums voor BMG en een solo pianoalbum voor Chappell. Hij heeft solo’s geïmproviseerd voor de soundtrack van Harry Potter and The Goblet of Fire in samenwerking met Jarvis Cocker, is als solist te zien in Hotel Rwanda en speelt de solo’s in alle afleveringen van de BBC-serie Silent Witness.

Philip heeft een boek geschreven over de relatie tussen intelligentie en muzikale ervaringen in de kindertijd.

CREDITS

artistieke leiding en choreografie
Akram Khan
dansers
Akram Khan & Sylvie Guillem
aanvullende choreografie (Sylvie's solo)
Lin Hwai Min
aanvullende choreografie (Akram's solo)
Gauri Sharma Tripathi
muziek
Philip Sheppard
aanvullende muziek
bewerkingen van liederen van Iva Bittova, Nando Acquaviva and Toni Casalonga
lichtontwerp
Mikki Kunttu
decorontwerp
Shizuka Hariu
kostuumontwerp
Kei Ito
dramaturgie
Guy Cools
choreografisch assistent
Nikoleta Rafaelisova
producer
Farooq Chaudhry
productieleider
Fabiana Piccioli
geluidstechnicus
Manu Corazzini
musici
viool
Alies Sluiter
slagwerk
Coordt Linke
mannestem
Faheem Mazhar
vrouwenstem
Juliette Van Peteghem
cello
Philip Sheppard
coproductie
Sadler’s Wells, Grand Théâtre de la Ville Luxembourg, Les Nuits de Fourvière (Lyon).