Muziek van een traditioneel Sardijns vocaal kwintet, een Senegalese zanger en een Amsterdamse cellist bij een film van Werner Herzog.

Requiem for a dying planet

Ernst Reijseger/Mola Sylla/Tenore e Concordu de Orosei

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Requiem for a dying planet is geen vervolg op Al Gore’s klimaatfilm, maar de poëtische titel bij een al even poëtisch project rond cineast Werner Herzog. De onwaarschijn¬lijke combinatie van een traditio-neel Sardijns vocaal kwintet, een Senegalese zanger/fluitist en een Amsterdamse cellist tekende voor een originele filmscore bij delen uit Herzogs films The White Diamond en The Wild Blue Yonder. Cellist Ernst Reijsiger zorgt samen met Tenore e Cuncordu de Orosei en Mola Sylla voor een fijn filigraan-werk van klanken bij Herzogs beeldvertellingen. Muziek speelde altijd al een centrale rol in het werk van Herzog. Zowel in zijn docu¬mentaires als in de fictie vormt de soundtrack een integraal onderdeel in het creatieve proces.

Achtergrondinformatie

Requiem for a dying planet

Klanken bij twee films van Werner Herzog

The White Diamond en The Wild Blue Yonder

Muziek heeft altijd een grote rol gespeeld in het leven van filmregisseur Werner Herzog. Het is nooit bijzaak geweest, maar altijd een integraal onderdeel van elke creatie, of dat nu een speelfilm is of een documentaire.

In 2004 bracht Werner Herzog, op zoek naar zeer specifieke muziek voor de documentaires The Wild Blue Yonder en The White Diamond, een bezoek aan Stefan Winter in München. Stefan Winter liet hem werk horen van kunstenaar Ernst Reijseger, onder meer Colla Parte, Colla Voche, Janna. Werner Herzog had gevonden wat hij zocht: ‘Ik wil beelden en geluid gebruiken op een manier die je nog niet eerder hebt ervaren.’ Dit leidde tot opmerkelijke opnamesessies in Parijs, Ludwigsburg en München. Werner Herzog smeedde daarop samen met de Nederlandse cellist Ernst Reijseger, de Senegalese zangeres Mola Sylla en de Voches de Sardinia, genaamd Tenore e Concordia de Orosei, en een aanvankelijk onwaarschijnlijke assemblage tot een krachtig, uniek en buitengewoon werk. Door dit werk vervolgens samen te voegen met oude opnames van Friedrich Händels Dank Sei dir Gott met de alt Emmy Leisner, ontstond er een zeer origineel resultaat: het album met de AudioFilm (d.i. een film voor gesloten ogen) Requiem For a Dying Planet van Stefan Winter, geïnspireerd door het voor Werner Herzog opgenomen werk.

Na een valse start zo’n twintig jaar geleden, hadden Ernst Reijseger en Stefan Winter elkaar in 1996 in München ontmoet. Dat was het begin van een zeer hechte artistieke samenwerking en vriendschap tussen de cellist, componist en uitvoerend kunstenaar Ernst Reijseger en producent Stefan Winter. Ernst Reijsegers debuutalbum als solist werd opgenomen in de Villa Medici in Briosco, in de buurt van Milano. Tijdens de opnamesessies kwamen vrienden van het Italiaanse Jazz Festival Clusone naar Briosco om Ernst Reijseger te horen spelen. Ze hadden een cassette bij zich van de Voches de Sardinna, en Stefan Winter werd nieuwsgierig en wilde meer weten over deze Sardijnse koormuziek. In de daaropvolgende jaren reisden Ernst Reijseger en Stefan Winter samen naar Venetië, en tijdens een speciale Winter & Winter artist meeting traden Tenore e Concordia de Orosei (Voches de Sardinna) en Ernst Reijseger gezamenlijk op in Caffè Quadri op de Piazza San Marco. Het album Colla Voche, geproduceerd op het eiland Sardinië, was het resultaat van deze wonderbaarlijke eerste samenwerking in Venetië. De muzikale reis ging verder, en Ernst Reijseger nam in Bordeaux (Musiques de Nuit invite Winter & Winter) het album Janna op (opgedragen aan zijn dochter) met de Afrikaanse zanger en slagwerker Serigne C.M. Gueye. Andere werken volgden, met Uri Caine (Goldberg Variations), Fumio Yasuda (Kakyoku), the Graewe, Reijseger, Hemingway Trio (Continuum), Stefan Winters Kastanienball en Vittorio Ghielmi's Full Of Colour (een uitstapje naar de gambaklank). Ernst Reijseger speelde ook een belangrijke rol in de sound story Au Bordel, en niet te vergeten in Stian Carstensens Backwards into the Backwoods en met de bijna non-klassieke nieuwe muziekgroep The Amsterdam String Trio in Winter Theme.

In zijn huidige woonplaats Los Angeles ontdekte Werner Herzog enkele van deze wondere werken, en hij was nieuwsgierig naar meer. In Winter & Winter’s showroom in München luisterde hij urenlang naar Ernst Reijseger. Werner Herzog was bezig met de afronding van de documentaires The White Diamond en The Wild Blue Yonder, en de muziek van Ernst Reijseger klopte precies met wat hij in gedachte had voor de soundtrack bij zijn zeer bijzondere verhalen over ruimtevaarttechnicus Dr. Graham Dorrington in Guyana (The White Diamond) en het verhaal over een uitzonderlijke planeet (The Wild Blue Yonder). Ernst Reijseger, Mola Sylla en de Voches de Sardinna maakten samen de klanken en de liederen voor Werner Herzog, en voerden ze ook samen uit.

Ernst Reijseger en Stefan Winter hermixten vervolgens de voor Werner Herzog opgenomen muziek tot een autonoom album met de titel Requiem For a Dying Planet – de naam van het eerste hoofdstuk in The Wild Blue Yonder. Het merendeel van dit album is beïnvloed door composities die oorspronkelijk waren geschreven voor religieuze rituelen om een goddelijke macht te danken, om uiting te kunnen geven aan de tragedie en de schuld van menselijke wezens en het geloof in God. Maar deze religieuze muziek blijft niet zonder commentaar. Ernst Reijseger en Mola Sylla bewerken de religieuze liederen met nieuwe klanken, ritmes en teksten. Requiem For a Dying Planet is niet het geanticipeerde doodslied voor de aarde; de muziek gaat over die prachtige planeet waar het zo mooi zou kunnen zijn en waar we zo hemels zouden kunnen leven, als er maar geen religies bestonden.

 

Synopsis The Wild Blue Yonder

De film volgt een denkbeeldige onderneming: een groep astronauten cirkelt rond de aarde in een ruimteschip. Zij kunnen niet terugkeren, want onze planeet is onbewoonbaar geworden. Wat daarvan de oorzaak is, blijft open – een totale oorlog, uitbraak van een nieuwe en onbeheersbare ziekte, straling nadat de ozonlaag helemaal verdwenen was, of wat dan ook. De bemanning van het ruimteschip moet op zoek naar een meer gastvrije plek, ergens daar in de ruimte, en lanceert vanuit de laadruimte een verkenner, Galileo. Maar Galileo moet, nadat het uiterst verontrustende data heeft teruggezonden – op een zelfmoordmissie worden gestuurd.

Zonder dat we het wisten, hebben we tientallen jaren lang bezoek gehad van bezoekers uit de ruimte. Die bezoekers waren afkomstig van een planeet die was ondergedompeld in water, The Wild Blue Yonder, en hun pogingen om op aarde een nieuwe gemeenschap te stichten zijn tot nu toe niet erg succesvol geweest. Deze film wordt on‑screen verteld door een van de bezoekers, Brad Dourif. In woorden en sprekende beelden laat hij zien hoe onze pogingen ergens in de ruimte een nieuw thuis te vinden, gedoemd zijn te mislukken. Hij legt uit hoe er in het verleden, toen Aarde met uitsterven werd bedreigd, een bemande verkenner op uit was gestuurd om in de ruimte te zoeken naar een alternatief thuis. Die is daar niet in geslaagd.

Herzog gebruikt voor zijn ruimtefantasie buitengewone muziek en beelden om een denkbeeldig scenario te creëren, met een hartstochtelijke subtekst die ons waarschuwt dat we ons meest kostbare en onvervangbare bezit ­– onze planeet – moeten beschermen.

Statement van Werner Herzog

‘Astronauten verloren in de ruimte, het geheime Roswell-object opnieuw onderzocht, een alien die ons alles vertelt over zijn thuisplaneet de Wild Blue Yonder, waar de atmosfeer bestaat uit vloeibaar helium en de hemel bevroren is – het maakt allemaal deel uit van mijn science‑fiction fantasie.’

Biografieën

Ernst Reijseger

Op zijn achtste begon Ernst Reijseger (Bussum, 1954) met cellospelen.
Hij kreeg les van toenmalig eerste cellist van het Koninklijk Concertgebouw Orkest Anner Bijlsma. Reijseger speelde voornamelijk avant-garde jazz en begon in de vroege jaren '70 met het improviseren waarbij hij samenspeelde met onder anderen Derek Bailey, Martin van Duynhoven en Gerry Hemingway. Hij begon in deze tijd in heel Europa op te treden met, onder anderen, Burton Greene, Sean Bergin en met verschillende theater- en dansgroepen.
In 1985 won hij de Boy Edgar Prijs en de prestigieuze Bird Award ontving hij tien jaren later op het North Sea Jazz Festival. Vanaf de jaren '80 speelde hij bij verscheidene ensembles waaronder het Theo Loevendie Consort, het Amsterdam String Trio, het Guus Janssen Septet en het Arcado String Trio.
Gedurende deze decennia was hij tevens lid van het Instant Composer's Pool orkest. Dit orkest van Misha Mengelberg bracht een verrassende kijk op het oeuvre van onder meer Thelonius Monk, Herbie Nichols en Duke Ellington en verwijst in haar composities zowel naar de jazztraditie als naar de tango en volksmuziek.
Eind jaren '80 richtte Reijseger samen met drummer Han Bennink en saxofonist Michael Moore het Clusone Trio op, genoemd naar het Italiaanse festival waar zij voor het eerst samen optraden. 5 Albums en ruim een decennium van wereldwijde optredens later heffen zij het trio op. Dit is ook het jaar dat Reijseger het ICP orkest verlaat.
Hij schrijft momenteel muziek voor films en documentaires en zijn composities worden uitgevoerd door vermaarde muzikanten als celliste Larissa Groeneveld en pianist Frank van de Laar. Bij gelegenheid geeft Reijseger celloworkshops voor kinderen.

 

Mola Sylla

Mola Sylla, die in 1987 vanuit Dakar (Senegal) naar Amsterdam kwam en sindsdien in Nederland woont, speelt duimpiano en fluiten. Hij zingt meestal in het Wolof, een taal die zich naast het Frans heeft staande gehouden en die door negentig procent van de Senegalezen wordt gesproken. Zijn veelzijdige volgeling Ibra Fall is ook in the picture, evenals de vooraanstaande wetenschapper Anta Diop die zijn naam gaf aan de universiteit van Dakar. Hij kijkt naar de geschiedenis van zijn land, naar de Moslimbroederschappen en naar historische figuren als Sjeik Achmadoe Bamba, die gedurende zijn gedwongen ballingschap een sterke geestkracht ontwikkelde. Hij zingt ook over de inname van de oude hoofdstad Ndar, en over eenzaamheid in Europa, over zekerheden en rouw, over de kleinzoon van profeet Mohammed, en over het hopeloze wachten op vreemdelingen die zich nooit aan hun woord houden. Hij zingt over dat wat is, over hoe dat weer aaneen te smeden en hoe dat in beweging te houden.

 

Tenore e Cuncordu de Orosei

De levendige Sardijnse zang is een van de meest populaire polyfone expressies van het Middellandse Zeegebied. U Concordia e Tenore, voortkomend uit de broederschappen van Santa Croce, del Rosario en Sas Animas de Orosei (die onder elkaar een unieke traditie hoog houden rond de liturgieën van de Goede Week) excelleren in zowel wereldlijke als geestelijke zang en worden algemeen erkend als de meest representatieve Sardijnse groep.

Hun typerende wijze van zingen is op Sicilië alomtegenwoordig, in de liturgie evenzeer als op de boerenfeesten, en beweegt zich vrij tussen het profane en het heilige. Ze roepen de liefde aan, de dood, het lijden van de mensen, de schoonheid van vrouwen, vreugde om een goede oogst of de geboorte van een kind. De emotie die deze polyfonie oproept bij het beluisteren, is simpel en sterk – net als deze mensen die zo goed weten hoe ze die emoties met hun publiek moeten delen – en raakt je tot op de bodem van je ziel.

De stemmen van vijf mannen van de groep lijken met hun rauwe ruwe accenten de ingewanden van de aarde los te scheuren. In deze onvergankelijke zang zingt ‘een tenore’ met een gespannen kelige stem die een vibrerend stempel drukt op beide polen van de harmonie: stem en tegenstem.

Dit Sardinië herbergt dus een onschatbaar waardevolle mondelinge erfenis – deze techniek wordt nergens anders in de wereld beoefend, behalve in Mongolië! – en door deze zang naar andere delen van het land te brengen, probeert de groep de muzikale rijkdom van Sardinië te beschermen en te restaureren.

 

CREDITS

cello
Ernst Reijseger
zang, m'bira, xalam
Mola Sylla
Tenore e Cuncordu de Orosei:
voche, mesuvoche
Piero Pala
voche, mesuvoche
Massimo Roych
cronta
Gianluca Frau
bassu
Mario Siotto
voche, trumba
Patrizio Mura