Liederencycli over de dood van de componisten Grisey en Moessorgski aaneengesmeed door de componist Alexander Raskatov.

Quatre chants pour franchir le seuil

Grisey, Moessorgski en Raskatov

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

De Franse componist Gérard Grisey stierf enkele dagen na het voltooien van Quatre chants pour franchir le seuil (Vier liederen om over de drempel te stappen) in 1998, liederen over sterven, over het overgaan van de drempel naar een andere dimensie. Deze cyclus wordt in dit concert aangevuld met Moessorgski’s Liederen en Dansen van de Dood (1877), eveneens een cyclus van vier liederen over de dood, maar vanuit een totaal ander perspectief. De verbinding tussen de twee cycli wordt gemaakt door de componist Alexander Raskatov, die een nieu¬we sprankelende orkestratie maakte voor Moessorgski’s werk en die ook de interludes met video van Visual Kitchen tussen de liederen verzorgt. De uitvoering is door de Radio Kamer Filharmonie onder leiding van Reinbert de Leeuw.

Achtergrondinformatie

De Zwanezang van Gérard Grisey

De cyclus Quatre chants pour franchir le seuil van Gérard Grisey vormt het vertrekpunt voor de samenstelling van een Holland Festivalprogramma dat over het thema dood zal gaan. Gekozen is om een programmatische combinatie te maken met Moessorgski’s Liederen en Dansen van de Dood.

Één van de belangrijkste liederencycli uit de muziekgeschiedenis is de Liederen en de Dansen van de Dood van Moessorgski. De cyclus bestaat uit vier liederen waarin de Dood in verschillende personificaties optreedt en zijn slachtoffers verleidt om zichzelf aan hem over te geven – het oversteken van de drempel van de dood. Een combinatie van de vier liederen van Grisey met deze vier liederen van Moessorgski is daarom programmatisch interessant en zeker niet willekeurig.

 In de loop der jaren hebben verschillende klassieke en eigentijdse componisten zich aan een instrumentatie gewaagd van de liederen van Moessorgski. Voor dit concert is Alexander Raskatov gevraagd een orkestratie te maken van deze liederen, die oorspronkelijk voor piano en zangstem werden gemaakt. Raskatov instrumenteerde onder meer Tschaikovski’s pianostukken Die Jahreszeiten voor viool solo, strijkers, slagwerk en piano. Raskatov voegde daar met uitgekiende, instrumentale effecten nog eens van alles aan toe waardoor er bijna een nieuwe compositie is ontstaan. Het resultaat is briljant en aanstekelijk. Een dergelijke werkwijze staat Raskatov ook voor ogen bij de Liederen en Dansen van de Dood.

 Grisey maakt in zijn liederencyclus gebruik van drie interludes waarmee een ononderbroken compositie is ontstaan. Daarom zal ook Raskatov drie ‘bruggen’ toevoegen. De ‘brug’ is een interlude tussen elkaar opeenvolgende liederen waarbij het begin van het tussenspel het slot van het voorafgaande lied is en het einde van de interlude het begin van het volgende lied voorbereidt. Hierdoor ontstaat óók een aaneengeregen compositie waardoor er binnen het programma weer een parallel ontstaat. Alle liederen en bruggen gaan zonder onderbreking in elkaar over en zullen vooral in de tussenspelen vergezeld gaan worden door video die met de dood te maken heeft. Hiervoor werkte Raskatov samen met Andrei Derjabin uit St. Petersburg, Russisch grootmeester op het gebied van videokunst.

Momenteel woont Alexander Raskatov op uitnodiging van een mecenas in een kasteel net even buiten Parijs. Een paar maanden geleden is deze mecenas onder verdachte omstandigheden om het leven gekomen. Op verzoek van Raskatov zullen schilderijen van de in Parijs woonachtige gemeenschappelijke vriend André Brasilier als een persoonlijke herdenking in het concert een plaats krijgen. Enkele ervan worden namelijk ‘opgenomen’ in de videofilm die in de zaal, als onderdeel van het concert - tijdens de interludes/bruggen - vertoond zal worden. De stijl van André Brasilier is verwant aan die van Marc Chagall. Onlangs exposeerde hij in de Hermitage. Op veel van zijn schilderijen worden uitvoerende musici afgebeeld.

 

Nog een overeenkomst: de cyclus van Moessorgski begint met een berceuse – Grisey eindigt er mee.

Om de cirkel tussen Moessorgski en Grisey rond te maken, worden de Liederen en Dansen van de Dood zonder onderbreking in- en uitgeleid door Grisey’s Stèle voor twee slagwerkers. Over Stèle zei Grisey dat hem tijdens het componeren het beeld voor ogen kwam van een archeoloog die een grafsteen ontdekt, van stof ontdoet en daarmee een grafschrift aan het licht brengt. Het is een werk voor twee grote trommen dat een enorme beklemming oproept. De muziek van Moessorgski/Raskatov krijgt door die in- en uitleiding een extra spanning. De keuze om dit werk op het programma te plaatsen is dus niet willekeurig.

Dit concert zal live op Radio 4 worden uitgezonden. Alexander Raskatov zal tijdens het concert aanwezig zijn. Met hem zal uitgebreid worden gepraat over de muziek van Grisey en Moessorgski, over de ‘brugcomposities’ van zijn hand en - meer in het algemeen - over zijn eigen werk en de rol van de klankkleur daarin. Uitgebreid aandacht is er, uiteraard, voor Gérard Grisey. Een documentaire zal achtergronden verschaffen van diens werk en de spectrale stijl waarvan hij zich bediende.  Een literair raamwerk van de avond bestaat uit teksten over de dood die door een acteur zullen worden gelezen.

Biografieën

Gérard Grisey

Gérard Grisey werd op 17 juni 1946 geboren in Belfort. Van 1963 tot 1965 studeerde hij aan het Conservatorium van Trossingen in Duitsland, waarna hij zijn studie vervolgde aan het Conservatoire National Supérieur de Musique in Parijs. Hij won prijzen voor pianobegeleiding, harmonie, contrapunt, fuga en compositie (van 1968 tot 1972 maakte hij deel uit van de compositieklas van Olivier Messiaen). In die periode woonde hij ook de lessen bij van Henri Dutilleux aan de École Normale de Musique (1968), en volgde hij zomercursussen aan de Accademia Chigiana in Siena (1969) en in Darmstadt bij Ligeti, Stockhausen en Xenakis (1972).

Met een studiebeurs van de Villa Medici verbleef hij twee jaar in Rome. In 1973 richtte hij samen met Tristan Murail, Roger Tessier en Michael Levinas de groep op met de naam L'Itinéraire, waar later ook Hugues Dufourt bijkwam. Dérives, Périodes en Partiels behoren tot de eerste spectrale muziekwerken (d.i. muziek waarin bewust met boventonen wordt gewerkt). In 1974‑75 studeerde hij geluidsleer bij Emile Leipp aan de Universiteit van Paris VI, en in 1980 werd hij door het IRCAM gerecruteerd. In datzelfde jaar was hij in Berlijn te gast bij de D.A.A.D. Nadien vertrok hij naar Berkeley, waar hij was benoemd als theorie- en compositiedocent aan de University of California (1982‑1986). Bij zijn terugkeer in Europa in 1987 ging hij compositie doceren aan het Parijse Conservatoire National Supérieur de Musique en verzorgde hij talloze compositiecursussen in Frankrijk (Centre Acanthes, Lyon, Parijs) en daarbuiten (Darmstadt, Freiburg, Milaan, Reggio Emilia, Oslo, Helsinki, Malmö, Göteborg, Los Angeles, Stanford, Londen, Moscou, Madrid, enzovoort). Gérard Grisey overleed in Parijs op 11 november 1998.

Van zijn werken, voor het merendeel opdrachten van gerenommerde instituten en internationale ensembles, noemen we Dérives, Jour, contre‑jour, Tempus ex machina, Les Chants de l'Amour, Talea, Le Temps et l'écume, Le Noir de I'Etoile, L'Icône paradoxale, Les Espaces Acoustiques (een cyclus van zes stukken), Vortex Temporum en Quatre chants pour franchir le seuil.

 

Modest Moessorgski

De Russische componist Modest Moessorgski werd in 1839 geboren te Kárevo in Noord-Rusland. Deze zoon van een grootgrondbezitter leek eerst te zijn voorbestemd voor een carrière in het Russische leger. Na een ontmoeting met Balakirev ging hij zich serieus met muziek bezighouden. Modest Moessorgski begon met een aantal opera's. De liederencyclus "Liederen en dansen van de dood" heeft een sterk expressieve kracht. Zijn bekendste werk is ongetwijfeld "De schilderijententoonstelling". Modest Moessorgski componeerde dit stuk voor piano. Doorgaans wordt de uitvoering van Maurice Ravel, die een orkestratie van dit stuk maakte, ten gehore gebracht. "Nacht op de Kale Berg" werd populair dankzij de symfonische bewerking van Rimski-Korsakov. De laatste jaren van deze componist werden overschaduwd door alcoholisme. Desondanks ontstonden nog enkele belangrijke werken. Modest Moessorgski overleed in 1881 te St. Petersburg. Het oeuvre van Modest Moessorgski bestaat uit opera's, orkest- en pianowerken, liederen en koorwerken.

 

Barbara Hannigan

De Canadese sopraan Barbara Hannigan ontving haar opleiding aan de Universiteit van

Toronto bij Mary Morrison en zette haar studie voort aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Meinard Kraak. Haar operarepertoire omvat rollen in Stravinky’s The Rake’s Progress, Brittens The Rape of Lucretia, Mozarts Così fan tutte en Bastien und Bastienne, Händels Rinaldo en Ariodante, Glucks Orfeo ed Eurydice en Janácek’s Het sluwe vosje. Bij De Nederlandse Opera zong zij in de wereldpremières van Louis Andriessens Writing toVermeer (Saskia) en Rob Zuidams Rage d’Amours (Juana la Loca), en bij de English National Opera in de wereldpremière van Gerald Barry’s The Bitter Tears of Petra von Kant (Gabrielle). Barbara Hannigan trad op met orkesten en ensembles als het Cleveland Orchestra, de Opera National de Paris, l’Orchestre National de France, de Bamberger Symphoniker, het Fins Radio Symfonie Orkest, de Helsinki Philharmonic, de Chamber Music Society of Lincoln Center, het Frankfurter Barockorchester, het Asko Ensemble en het Schönberg Ensemble. Zij werkte met dirigenten als Reinbert de Leeuw, Esa-Pekka Salonen, Kurt Masur, Jukka-Pekka Saraste, Sakari Oramo, Peter Eötvös en Ingo Metzmacher, en met componisten als György Ligeti, Louis Andriessen, Gerald Barry, Karlheinz Stockhausen, Oliver Knussen en Henri Dutilleux.

 

Reinbert de Leeuw

Vanaf de oprichting in 1974 is Reinbert de Leeuwvaste dirigent en artistiek leider van het Schönberg Ensemble. Daarnaast dirigeert hij ook een groot aantal andere ensembles en symfonieorkesten in binnen- en buitenland. In het seizoen 1995/96 kreeg hij van het Concertgebouw de Carte Blanche-serie aangeboden. Hij dirigeerde diverse producties bij De Nederlandse Opera en de Nationale Reisopera. Reinbert de Leeuw was gedurende drie seizoenen verbonden aan het Sydney Symphony Orchestra als artistiek adviseur voor de series moderne en hedendaagse muziek. In 1992 was hij artistiek directeur van het Aldeburgh Festival en van 1994 tot 1998 was hij in die functie verbonden aan het Tanglewood Festival voor hedendaagse muziek in de Verenigde Staten. Hij ontving diverse prijzen en onderscheidingen voor zijn baanbrekende werk. In 1994 werd hem een eredoctoraat van de Universiteit Utrecht uitgereikt en in augustus 2004 werd hij aangesteld als hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Reinbert de Leeuw ontving diverse Edisons. Hij is tevens artistiek leider van het Nationaal Jeugd Orkest.

CREDITS

componist
Gérard Grisey, Modest Moessorgski, Alexander Raskatov
dirigent
Reinbert de Leeuw
mise-en-espace
Pierre Audi
video
Visual Kitchen
uitvoering
Radio Kamer Filharmonie
bas
Robert Holl
sopraan
Barbara Hannigan
slagwerk
Peter Prommel, Hans Zonderop
coproductie
NPS en Holland Festival
Dit concert kwam mede tot stand dankzij een financiële bijdrage van het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties.