Plooi voor plooi, pli selon pli, ontvouwt zich het monumentale werk waarmee componist Pierre Boulez bijna vijftig jaar geleden het bestaansrecht van de naoorlogse moderne muziek voorgoed bewees.

Pli selon pli

Asko Ensemble & Schönberg Ensemble

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Pli selon pli (1957-1989) is een sleutelwerk in het oeuvre van de Franse componist Pierre Boulez en een van de belangrijkste peilers van het naoorlogse muzikale modernisme.Het stuk is gebaseerd op de poëzievan de negentiende-eeuwse symbolistische dichter Stéphane Mallarmé. En zoals de teksten van Mallarmé een verzameling losse aanteke­ningen zijn, is ook de muziek van Boulez in Pli selon pli haast een samenraapsel van liederen, waaraan de componist nog jaren geschaafd heeft. De fantastisch gebeeldhouwde vocale melodieën, de bijzondere ef­fecten van het prominente slagwerk en de uitbarstingen van voortstu­wende energie verlenen het werk een haast hypnotiserende uitstraling en vertegenwoordigen de specifieke stijl van Boulez in optima forma. Dit concert maakt deel uit van de tiende jaargang van de serie Tijdgenoten.

Biografieën

Pierre Boulez

Een zeer productief en lang leven hebben van Pierre Boulez (Montbrison, Frankrijk 1925) een toonaangevend figuur gemaakt. Door zijn composities, zijn werk als docent, dirigent en door zijn voortdurend pleidooi voor eigentijdse  muziek heeft hij een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van muziek in de twintigste eeuw. Hij studeerde

eerst wiskunde te Lyon, en ging in 1942 naar Parijs om er aan het Conservatoire national supérieur de musique te gaan studeren, onder meer bij Olivier Messiaen. In 1946 werd hij muzikaal directeur van de Compagnie M. Renaud-J.L. Barrault, en begon met componeren. Zijn vroege composities waren uitgesproken serieel van karakter, met een belangrijke invloed van Messiaen.

Hij bevond zich al snel in de muzikale voorhoede door zijn voorkeur voor nieuwe manieren om kunst te produceren en consumeren. In het seizoen 1953/54 startte hij een serie concerten met uitsluitend contemporaine muziek. In 1958 begon zijn loopbaan als dirigent met een concert bij de Südwestfunk Orchester in Duitsland. Onenigheid tussen Boulez en de Franse regering over financiering van de kunsten leidde ertoe dat Boulez langere tijd buiten Frankrijk verbleef.

Boulez werd een overtuigd voorstander van meer abstractie en experiment in de muziek, en hij werd een boegbeeld van de avant-garde in de muziek. Hij zette zijn visie uiteen in verschillende publicaties zoals Penser la musique aujourd'hui (1964) of Relevés d'apprenti (1966). Hij was een pionier van het gebruik van elektronica in de muziek, en experimenteerde met aleatorische muziek (waarin het toeval een rol speelt); maar hij ging daarbij niet zo ver als sommige Amerikaanse componisten als John Cage.

In 1974 keerde hij terug naar Frankrijk om op verzoek van president Georges Pompidou het door Pompidou in 1970 opgerichte Institut de Recherche et de Coordination Acoustique/Musique (IRCAM) te leiden. In 1976 richtte Boulez het Ensemble InterContemporain op, een ensemble voor het uitvoeren van moderne muziek waarvan de bezetting naargelang het uit te voeren werk sterk varieert.

Vanaf de jaren zestig werd hij meer en meer actief als dirigent, en liep zijn productie van composities stilaan terug. Hij dirigeerde de Franse première van de opera Wozzeck van Alban Berg in 1963. Hij was muzikaal directeur van de New York Philharmonic (1971-1977). In 1976 dirigeerde hij de Ring van Richard Wagner te bij het honderjarige Bayreuther Festspiele, een roemruchte productie samen met de Franse filmregisseur Patrice Chéreau.

In 1991 trok Boulez zich terug als dirigent van het Ensemble, en onlangs legde hij zijn administratieve taken bij IRCAM neer. Hij is nog wel op artistiek/creatief vlak betrokken bij beide instellingen.

Boulez heeft zijn theorieën opgeschreven in het briljante Orientations (Harvard University Press). Tot zijn bekendste composities horen Pli selon Pli, Le Marteau sans Maître en explosante-fixe, dat vorig jaar in het Holland Festival werd gespeeld.

 

Reinbert de Leeuw

Vanaf de oprichting in 1974 is Reinbert de Leeuwvaste dirigent en artistiek leider van het Schönberg Ensemble. Daarnaast dirigeert hij ook een groot aantal andere ensembles en symfonieorkesten in binnen- en buitenland. In het seizoen 1995/96 kreeg hij van het Concertgebouw de Carte Blanche-serie aangeboden. Hij dirigeerde diverse producties bij De Nederlandse Opera en de Nationale Reisopera. Reinbert de Leeuw was gedurende drie seizoenen verbonden aan het Sydney Symphony Orchestra als artistiek adviseur voor de series moderne en hedendaagse muziek. In 1992 was hij artistiek directeur van het Aldeburgh Festival en van 1994 tot 1998 was hij in die functie verbonden aan het Tanglewood Festival voor hedendaagse muziek in de Verenigde Staten. Hij ontving diverse prijzen en onderscheidingen voor zijn baanbrekende werk. In 1994 werd hem een eredoctoraat van de Universiteit Utrecht uitgereikt en in augustus 2004 werd hij aangesteld als hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Reinbert de Leeuw ontving diverse Edisons. Hij is tevens artistiek leider van het Nationaal Jeugd Orkest.

 

Barbara Hannigan

De Canadese sopraan Barbara Hannigan ontving haar opleiding aan de Universiteit van

Toronto bij Mary Morrison en zette haar studie voort aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Meinard Kraak. Haar operarepertoire omvat rollen in Stravinky’s The Rake’s Progress, Brittens The Rape of Lucretia, Mozarts Così fan tutte en Bastien und Bastienne, Händels Rinaldo en Ariodante, Glucks Orfeo ed Eurydice en Janácek’s Het sluwe vosje. Bij De Nederlandse Opera zong zij in de wereldpremières van Louis Andriessens Writing toVermeer (Saskia) en Rob Zuidams Rage d’Amours (Juana la Loca), en bij de English National Opera in de wereldpremière van Gerald Barry’s The Bitter Tears of Petra von Kant (Gabrielle). Barbara Hannigan trad op met orkesten en ensembles als het Cleveland Orchestra, de Opera National de Paris, l’Orchestre National de France, de Bamberger Symphoniker, het Fins Radio Symfonie Orkest, de Helsinki Philharmonic, de Chamber Music Society of Lincoln Center, het Frankfurter Barockorchester, het Asko Ensemble en het Schönberg Ensemble. Zij werkte met dirigenten als Reinbert de Leeuw, Esa-Pekka Salonen, Kurt Masur, Jukka-Pekka Saraste, Sakari Oramo, Peter Eötvös en Ingo Metzmacher, en met componisten als György Ligeti, Louis Andriessen, Gerald Barry, Karlheinz Stockhausen, Oliver Knussen en Henri Dutilleux.

 

Asko Ensemble & Schönberg Ensemble

Het Asko Ensemble, opgericht in 1965, is een van de meest vooraanstaande ensembles op het gebied van de hedendaagse gecomponeerde muziek. Het ensemble speelt veel repertoire van (inmiddels klassieke) twintigste-eeuwse componisten, is voortdurend op zoek naar jong talent en gaat coproducties aan met andere disciplines. Het Asko Ensemble is een veelgevraagd ensemble voor filmmuziekprogramma’s, dansprojecten, multimediaprojecten en moderne operabegeleidingen. Het Asko Ensemble heeft geen vaste dirigent en werkte samen met dirigenten als Stefan Asbury, George Benjamin, Riccardo Chailly, Oliver Knussen, Reinbert de Leeuw en Peter Rundel. Het ensemble verleende zijn medewerking aan vele opera­voorstellingen en aan vele radio- en cd-producties. Hoogtepunten uit de afgelopen twee seizoenen waren onder meer het succesvolle optreden in de Alice Tully Hall in New York samen met het Schönberg Ensemble, uitvoeringen van werken van György Ligeti, het programma CEL met werken van Yannis Xenakis, en vormgeving van Peter Struycken samen met Danceworks Rotterdam, wereldpremières van Kyriakides, Ciciliani, Twaalfhoven, Rijnvos , Wolfe, Van Eck, Van Bergeijk en Ter Schiphorst.

 

Het Schönberg Ensemble werd opgericht in 1974 door (oud-) leerlingen van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Aanvankelijk bestond het repertoire uit de kamermuziekwerken van de componisten van de Tweede Weense School. Inmiddels behoort het gehele twintigste-eeuwse repertoire tot het werkterrein van het ensemble. Het Schönberg Ensemble gaf compositieopdrachten aan een groot aantal Nederlandse en buitenlandse componisten. Het ensemble was in vrijwel alle landen van Europa, Canada, de Verenigde Staten, India en Japan te horen. Het Schönberg Ensemble bracht cd’s uit bij onder meer Deutsche Grammofon, Nonesuch, Philips en Teldec/Warner. Hoogtepunten uit de afgelopen twee seizoenen waren twee succesvolle reprises met het Asko Ensemble bij De Nederlandse Opera: Rêves d’un Marco Polo van Claude Vivier (tijdens het Holland Festival) en de opera Writing to Vermeer van Louis Andriessen. Het Schönberg Ensemble bracht een aantal grote producties: in de serie Tijdgenoten in het Concertgebouw Amsterdam werd Jan van Vlijmens Inferno voor koor en groot ensemble uitgevoerd en de wereldpremière van Vladimir Tarnopolski’s De slinger van Foucault. Het ensemble speelde een wereldpremière van Mayke Nas en voerde aan het einde van het seizoen samen met het Asko Ensemble werkenvan Robert Zuidam uit in een productie van De Nederlandse Opera.

CREDITS

compositie
Pierre Boulez
dirigent
Reinbert de Leeuw
sopraan
Barbara Hannigan
uitvoering
Asko Ensemble & Schönberg Ensemble
coproductie
Concertgebouw NV, Asko Ensemble en Schönberg Ensemble