Het langste en meest ambitieuze werk van componist Philip Glass, geschreven voor zijn eigen ensemble.

Music in 12 Parts

Philip Glass Ensemble

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Music in 12 Parts, door componist Philip Glass geschreven tussen 1971 en 1974, is een zorgvuldig geconstrueerde samenvatting van repe¬titieve technieken die Glass sinds de jaren ’60 heeft verfijnd. Het werk neemt een belangrijke plaats in in het repertoire van Glass, niet alleen vanuit historisch oogpunt (het langste en meest ambitieuze concertwerk voor het Philip Glass Ensemble), maar ook vanuit een puur esthetische optiek. Music in 12 Parts is tegelijkertijd een solide oefening in muziektheorie en een uiterst fascinerende compositie. Het Philip Glass Ensemble, begin jaren ’70 nog vrij onbekend, speelde delen uit dit werk al in 1975 in het Holland Festival. ‘Destijds waren we bezig een nieuwe muzikale taal te scheppen,’ licht Glass, die dit jaar 70 jaar wordt, zijn komst toe, ‘maar nu kennen we die goed.’

Achtergrondinformatie

Music in 12 Parts, geschreven tussen mei 1971 en april 1974, is een uitgebouwde muziekcyclus waarvoor normaal gesproken drie concerten nodig zijn om het in zijn geheel uit te voeren. Het is geschreven als overzicht van de technieken die in mijn muziek werden en worden toegepast. De individuele delen behandelen een of meerdere aspecten van een gemeenschappelijke muzikale taal, die op een enigszins ongebruikelijke manier worden gepresenteerd en ontwikkeld. Ze onderscheiden zich van elkaar door toepassing van verschillende procedures, nootkeuzes en ritmische profielen.

Bepaalde principes blijven in Music in 12 Parts constant: een stabiele harmonie, herhalende structuren en een gestadige puls in achtsten. ‘Additive process’ (waarbij een eenvoudige melodische figuur na een aantal herhalingen wordt veranderd door toevoeging of onttrekking van een noot of een groep gerelateerde noten) wordt voortdurend toegepast, zij het vaak gecombineerd met cyclische ritmische structuren (een procédé dat bekend is van een aantal niet-westerse tradities). De afzonderlijke delen van Music in 12 Parts zijn echter zeer uiteenlopend en tonen een spectrum zo groot als ik ten tijde van het schrijven maar kon concipiëren.

In Another Look at Harmony, Parts 1 & 2, gecomponeerd in maart 1975, wordt de hoofdrichting voortgezet die begonnen was in de tweede helft van Music in 12 Parts.

Part 1 is gebaseerd op een principe van ‘harmonische structuur’ in plaats van de functionele harmonie waarmee sterk tonaal gewortelde muziek meestal wordt geassocieerd. In Part 2 wordt de gecombineerde figuur geleidelijk uitgebreid, waarbij iedere sectie een eigen rekenkundige logica in acht neemt. Het tweede element van de gecombineerde figuur is een bekende cadens: II‑VI‑IV‑V‑I.

De muziek wordt geplaatst buiten de gebruikelijke tijdschaal, die vervangen is door een non‑narratief en uitgebreid tijdsbesef. Het kan gebeuren dat luisteraars die de gebruikelijke muzikale structuren (of markeringen) missen waarop zij gewend zijn zich te oriënteren, aanvankelijk allemaal dezelfde moeilijkheden ervaren bij het beluisteren van de muziek. Wanneer echter duidelijk wordt dat er ‘niets’ gebeurt in de gebruikelijke zin van het woord, en in plaats daarvan de geleidelijke aangroei van muzikaal materiaal als ankerpunt voor de aandacht van de luisteraar dienst kan doen – en dat ook inderdaad doet – dan kan die luisteraar wellicht een andere manier van luisteren ontdekken, waarin noch de herinnering, noch de anticipatie (de gebruikelijke psychologische middelen van programmatische muziek, of dat nu muziek betreft uit de barok, romantiek, de klassieke of modernistische muziek) het weefsel, de aard of de realiteit van de muzikale ervaring ondersteunen. Hopelijk kan die luisteraar de muziek dan ervaren als een ‘presentie’ die bevrijd is van een dramatische structuur, bijna als een puur klankmedium.

Versterkte instrumenten (toetsinstrumenten, blaasinstrumenten, stemmen) zijn sinds 1968, toen het huidige ensemble werd geformeerd,het medium van mijn muziek. Dickie Landry, Jon Gibson en uiteraard ikzelf, maken sinds de oprichting deel uit van het ensemble. (Andere leden van de oorspronkelijke groep waren Steve Reich, Arthur Murphy en James Tenny) Richard Peck en Kurt Munkacsi voegden zich in 1971 bij ons, en de jongste leden – Joan LaBarbara en Michael Riesman – hebben zich dit jaar bij ons gevoegd. Aangezien de muziek oorspronkelijk is geschreven als 'open score', is de instrumentatie enigszins flexibel, en de partijen worden daarom pas tijdens de repetitieperiodes verdeeld.

De laatste jaren heeft de muziek zich van een primaire gerichtheid op structuur ontwikkeld tot een preoccupatie met de klank en ‘presentie’ (die behalve van structurele processen ook het resultaat zijn van bepaalde keuzen met betrekking tot toonhoogte, instrumentatie, enzovoort). In dat opzicht heeft de ontwikkeling van het 4-kanaals geluidssysteem met de uiterst flexibele mixmogelijkheden van Kurt Munkacsi het ensemble in staat gesteld tot unieke presentaties.

Bovendien heeft het volume van de klank, gekoppeld aan de extreem lage vervormingsgraad, het mogelijk gemaakt om de psycho-akoestische aspecten van de muziek met grote helderheid te laten uitkomen, zodat nu het karakter en de kwaliteit van het versterkte geluid als subtext voor de structuur (als essentie) van de muziek zelf lijken te fungeren.

 

Philip Glass, 1975

Biografieën

Philip Glass

Philip Glass (componist, keyboards) werd geboren in Baltimore, Maryland, en studeerde af aan de University of Chicago en de Juilliard School. In de vroege jaren ‘60 bracht hij twee jaar door in Parijs om daar te studeren bij Nadia Boulanger. Hij verdiende er wat geld door Ravi Shankars Indiase muziek over te zetten in westerse muzieknotatie. Weer terug in New York paste hij de oosterse technieken toe in zijn eigen muziek. In 1974 bracht Glass een aantal opvallende en vernieuwende projecten tot stand, waarbij hij een grote verzameling nieuwe muziek schreef voor zijn eigen Philip Glass Ensemble en voor de Mabou Mines Theater Company, waarvan hij mede-oprichter was. Deze periode culmineerde in Music in 12 Parts, gevolgd door Einstein on the Beach, de opera die een mijlpaal zou blijken en die hij in 1976 samen Robert Wilson schreef. Sinds Einstein heeft Glass zijn repertoire uitgebreid met muziek voor opera, dans, theater, kamermuziek, orkestwerken en filmmuziek. Zijn muziek voor Kundun van Martin Scorsese werd genomineerd voor een Academy Award, en met de muziek voor The Truman Show van Peter Weir won hij een Golden Globe. Zijn filmmuziek voor The Hours van Stephen Daldry leverde hem behalve nog een Golden Globe ook een Grammy en opnieuw een nominatie voor de Academy Award op, en bovendien de Anthony Asquith Award for Achievement in Film Music van de British Academy of Film and Television Arts.

Naast muziek voor opera, orkest en film heeft Glass ook een aantal niet te classificeren werken geschreven: opname-werken en werken voor dans en theater. Van de laatste noemen we de dans-hybrides In the Upper Room (1986) in een choreografie van Twyla Tharp, A Descent into the Maelstrom (1986) en de theater-hybrides The Photographer (1983), The Mysteries and What's so Funny? (1990) en 1000 Airplanes on the Roof (1988) op een libretto van David Henry Hwang en met vormgever Jerome Sirlin. Glass heeft ook een trilogie gemaakt van muziektheaterstukken gebaseerd op de films van Jean Cocteau: Orphée (1993), La Belle et La Bête (1994) en Les Enfants Terribles (1996). Zijn hybride opnamewerk omvat werken als Passages (1991) met Ravi Shankar, en Songs from Liquid Days (1986) op teksten van David Byrne, Paul Simon, Laurie Anderson en Suzanne Vega.

Glass produceert nog altijd, voor een uiteenlopend publiek. Recente films waarvoor hij de muziek schreef, zijn de met een Academy Award onderscheiden documentaire The Fog of War van Errol Morris en Secret Window van David Koepps. Het opdrachtwerk Orion ging in 2004 in première. Het is een samenwerking tussen Glass en zes andere internationale kunstenaars, en geschreven voor de Olympische Spelen die dat jaar in Athene werden gehouden. In 2005 volgde de opera Waiting for the Barbarians, op een libretto van Christopher Hampton gebaseerd op het boek van J.M. Coetzee, en de symphony No. 8 met het Bruckner Orchester. In 2006 is de filmmuziek tot stand gekomen voor het project Roving Mars IMAX van George Butler en voor The Illusionist vanGeorge Butler.

Philip Glass Solo Piano en Philip Glass Ensemble Retrospective Concerts gaan regelmatig op tournee, net als het project Philip on Film, waarin een selectie van Glass’ filmmuziek live wordt gespeeld terwijl op een scherm de originele film wordt vertoond: Koyaanisqatsi, Powaqqatsi, Naqoyqatsi, La Belle et la Bête, Dracula, enzovoort

 

 

Michael Riesman

Michael Riesman (dirigent en keyboards) is componist, dirigent, toetsenist en platenproducent. Hij maakt sinds 1974 deel uit van het Philip Glass Ensemble. Hij heeft een groot aantal werken van Glass opgenomen, waaronder Einstein on the Beach (beide opnames), Glassworks, The Photographer, Songs From Liquid Days, Dance Pieces, Music in 12 Parts (beide opnames) en Passages, en nagenoeg alle soundtracks, met inbegrip van Koyaanisqatsi (beide opnames) Mishima, Powaqqatsi, The Thin Blue Line, Anima Mundi, A Brief History of Time, Candyman, Kundun, The Truman Show, Naqoyqatsi, The Fog of War, Secret Window, Taking Lives en Undertow. Hij was de pianist in de met voor een Academy Award genomineerde soundtrack van The Hours, en heeft ook een pianoversie daarvan opgenomen. Als dirigent kan hij bogen op twee Grammy nominaties, voor The Photographer en voor Kundun. Daarnaast heeft hij als dirigent meegewerkt aan albums van Paul Simon (Hearts and Bones), Scott Johnson (Patty Hearst), Mike Oldfield (Platinum), Ray Manzarek (Carmina Burana), David Bowie (BlackTie/White Noise) en Gavin Bryars (Jesus' Blood Never Failed Me Yet). Riesman heeft zelf het album Formal Abandon uitgebracht op het Rizzoli label, dat is voortgekomen uit een opdracht van de choreografe Lucinda Childs.

Van zijn filmscores noemen we Enormous Changes at the Last Minute, Pleasantville (1976) en Signed: Lino Brocka van Christian Blackwood.

Riesman studeerde aan het Mannes College of Music en filosofie aan Harvard University, en hij heeft gedoceerd aan Harvard en aan de S.U.N.Y. Purchase. Hij was composer-in-residence bij het Marlboro Music Festival en het Tanglewood Festival, waar hij uitvoeringen van eigen werk dirigeerde.

 

Kurt Munkacsi                

Kurt Munkacsi (sound design), directeur van Euphorbia Productions, speelt al dertig jaar een toonaangevende rol in het muziekleven. Zijn langdurige samenwerking met Philip Glass is bekend: Munkacsi was de producent van alle commerciële opnames van Glass. Hij heeft ook de verfijnde geluidssystemen ontworpen die Glass gebruikte voor theaterwerken als Einstein on the Beach, Koyaanisqatsi, La Belle et La Bête en Monsters of Grace. Euphorbia Productions is betrokken bij alle aspecten van eigentijdse muziek: het produceren van soundtracks voor gerenommeerde regisseurs als Martin Scorsese, Peter Weir, Errol Morris, Paul Schrader en Godfrey Reggio; een joint venture met Polygram International, Point Music; de bouw van de Looking Glass Studios (een up-to-date 48-sporen digitale opnamestudio in New York City); het produceren van CD’s voor bedrijven als Sony Classical, Nonesuch Records, Elektra Entertainment, Virgin Records, Island Records, A&M Records en andere.

In 1998 ontving produceerde hij de muziek voor Scorsese's Kundun, waarvoor hij een Academy Award ontving en Golden Globe Nominaties voor de Best Original Score, en waarmee hij tevens de L.A. Film Critics Award mocht ontvangen voor de Best Music/Score.

Met de muziek die hij in 2002 produceerde voor The Hours werd hij opnieuw genomineerd voor een Academy Award.                          

                                  

Lisa Bielawa

Lisa Bielawa (keyboards, sopraan) is vocaliste en componiste. Ze heeft haar eigen werk uitgevoerd in Japan, Joegoslavië, Bulgarije, Italië en Rusland, tijdens de Bang On A Can en de Lincoln Center Festivals, en in de serie Seattle Symphony Made in America. Zij is composer‑in‑residence bij het Boston Modern Orchestra Project, en in dat kader zullen de komende drie jaar haar orkestwerken worden uitgevoerd en opgenomen.

Recente premières zijn The Lay of the Love and Death, dat werd geschreven voor violist Colin Jacobsen en bariton Jesse Blumberg en uitgevoerd in maart 2006 in het Lincoln Center, Hurry, voor sopraan en kamerensemble, geschreven in 2004 in opdracht van Carnegie Hall, en The Right Weather, geschreven voor piano en orkest ter gelegenheid van de opening van de nieuwe Zankel Hall in New York. Zij maakt sinds 1992 deel uit van het Philip Glass Ensemble en heeft in dat kader grote rollen gezongen in opera’s van Anthony Braxton en Michael Gordon. Lisa is tevens een van de oprichters en artistiek leiders van het MATA Festival, dat opdrachten verstrekt aan jonge componisten over de hele wereld en hun werk in première brengt. 

 

 

Dan Dryden

Dan Dryden (live sound mix) maakt sinds 1983 deel uit van het Philip Glass Ensemble. Van de voorstellingen die hij heeft gemixd voor het Philip Glass Ensemble noemen we The Photographer, Einstein on the Beach (1984, 1993), Koyaanisqatsi (live), Powaqqatsi (live), La Belle et La Bête, Les Enfants Terribles en Hydrogen Jukebox. Daarnaast heeft hij onder meer gewerkt met Lloyd Cole, Laurie Anderson, Ravi Shankar en The Raybeats. In de studio heeft hij The Photographer, Satyagraha en Mishima opgenomen, naast werken van andere kunstenaars. Dan was de drijvende kracht achter de actie voor het behoud van de visionaire omgeving The Healing Machines, die van 1954 tot 1986 door de overleden kunstenaar/uitvinder Emery Blagdon in Nebraska was verwaardigd.

 

Stephen Erb

Het werk van Stephen Erb (onstage audio engineer) omspant – en combineert soms – de werelden van muziek en theater. Zijn werk met het Philip Glass Ensemble omvat onder meer de producties La Belle et la Bête, Koyaanisqatsi, Powaqqatsi, Monsters of Grace, en de werken voor Philip on Film, inclusief Anima Mundi. Daarnaast was hij audio engineer voor uiteenlopende artiesten als Ella Fitzgerald, Henny Youngman, Burl Ives, and Leonard Rose.

In de theaterwereld kan hij bogen op Broadway productions als Annie Get Your Gun, The Goodbye Girl en Jane Eyre, off‑Broadway-producties als Marvin's Room en Sight Unseen

en theatertournees met Hello Dolly (met Carol Channing) en Les Miserables. Hij was zes jaar lang de Sound Master van The La Jolla Playhouse, waar hij werkte aan producties als Peter Sellers Ajax and the Nat en de musical Shout Up A Morning van Cannonball Adderly. Stephen had de eer te mogen meewerken aan de nieuwe live voorstelling van The Qatsi Trilogy en is kort geleden gevraagd toe te treden tot het Philip Glass Ensemble.

 

Jon Gibson

Jon Gibson (houtblazer) is componist, multi-blazer (saxofoons, fluiten, klarinetten) en beeldend kunstenaar. In de afgelopen 35 jaar heeft hij deelgenomen aan talloze historische muzikale gebeurtenissen. Hij voerde vroeg werk uit van Steve Reich, Terry Riley, LaMonte Young en Philip Glass ‑ met wie hij nog steeds, en in verschillende configuraties - optreedt, samen met een massa andere musici, choreografen en kunstenaars, onder wie Merce Cunningham, Nancy Topf, Lucinda Childs, Tania Mouraud, JoAnne Akalaitis, Simone Forti, Elisabetta Vittoni, Thomas Buckner, Peter d'Agostino, Harold Budd, David Behrman, Frederick Rzewski en Moacir Santos. Zijn eigen solo- en ensemblewerken zijn door hemzelf en anderen in vele locaties over de hele wereld uitgevoerd. Van zijn recente projecten en optredens noemen we de nieuwe CD op het Tzadik label (Criss X Cross), de samenwerking met de Nina Winthrop Dance Company (bijvoorbeeld in Cumulus, Prism, Self Service) en muziek voor de documentaire Transformation: Building the RMA (Rubin Museum of Art).

Zijn opera Violet Fire, gecomponeerd in samenwerking met librettist Miriam Seidel, gaat over de uitvinder Nicola Tesla. Het werd recentelijk uitgevoerd in Philadelphia (www.violetfireopera.com), onder leiding van Terry O'Reilly. Toekomstig producties zijn gepland voor New York City en Belgrado. Gibson is afgestudeerd aan de San Francisco State University, waar hij compositie studeerde bij Wayne Peterson en Henry Onderdonk, en improvisatie bij saxofonist John Handy. Meer informatie is te vinden op www.artabounds.com en www.jongibson.net

 

Richard Peck

Richard Peck (houtblazer, stem) is saxofonist, componist en beeldend kunstenaar. Hij arriveerde in augustus 1971 in New York City, waar hij al spoedig Philip Glass ontmoette en toetrad tot het Philip Glass Ensemble. Peck trad op in de premières van Einstein on the Beach, Dance, The Photographer, Descent Into the Maelstrom, 1000 Airplanes on the Roof, Hydrogen Jukebox, Koyaanisqatsi, Powaqqatsi, La Belle et La Bête en Monsters of Grace. Glass zet Peck niet alleen in voor het spelen van voorgeschreven partijen, maar in bepaalde stukken ook als improvisator, bijvoorbeeld als de ‘Moloch’ in de productie Hydrogen Jukebox, en in een solo in ‘The Building’ uit Einstein on the Beach. Als componist heeft Peck de muziek geschreven voor de enscenering van Desire Caught By the Tail van Picasso door het Eye and Ear Theatre, twee soundtracks voor de video’s Life of the Imagination en Tai Chi New York van Mark Kazamarak, muziek bij voorstellingen van de danseres Nancy Lewis en voor SideShow van Susan Osberg. Naast bovengenoemde activiteiten heeft Peck werk uitgevoerd en/of opgenomen met David ‘Fathead’ Newman, Carla Bley, Michael Mantler, Michael Oldfield, Public Enemy, Lexi, Richard Landry, Jon Gibson, Paul Schaeffer, The Raybeats, Mickey Roker, Ron McClure, Michael Gibb, Leo Smith, Ricky Sebastian en Paul Butterfield. Hij studeerde muziek aan het Hunter College.

 

Mick Rossi

Mick Rossi (keyboards, slagwerk) is pianist, slagwerker, componist en dirigent – tegenwoordig onderweg met Philip Glass als slagwerker en toetsenist – en bekend vanwege zijn werk in de NY Downtown scene en daarbuiten. Hij heeft concerten gegeven en opnames gemaakt met onder meer Alex Acuña, Steven Bernstein, Roger Daltry, Dave Douglas, Mark Dresser, Billy Drewes, Peter Erskine, Eric Friedlander, Vinny Golia, Eddie Gomez, Hall and Oates, Gerry Hemingway, The Mahavishnu Project, Randy Newman, Carly Simon en Wadada Leo Smith. Hij trad onder meer op bij The Knitting Factory, Fringe, Montreux jazz festivals, WNYC's New Sounds, NPR's All Things Considered, in John Zorn's The Stone, Metropolitan Opera, Brooklyn Philharmonic, MATA, American Ballet Theater, Jay Leno en David Letterman. Van de films waaraan hij heeft meegewerkt noemen we The Vagina Monologues (HBO) en Standing In The Shadows Of Motown (Artisan). Recente opnames zijn They Have A Word For Everything (Knitting Factory), Nosferatu (Dreambox), Inside The Sphere (Cadence), New Math (ToneScience), en de verwachte Songs From The Broken Land (OmniTone) en One Block From Planet Earth (OmniTone), waarvoor Down Beat ‘vier sterren’ geeft en dat door All About Jazz wordt beschreven als ‘levensgenietend en pretentieloos diepzinnig’.

 

Andrew Sterman

Andrew Sterman (houtblazer) is fluitist, saxofonist, klarinettist en componist, die door The New York Times werd geprezen om zijn ‘prachtig sensitief spel’. Hij trad aanvankelijk op in big bands als die van Buddy Rich, Louis Bellson, Gil Evans, Toshiko Akiyoshi, en vele anderen. Hij was altijd al fan van de grote jazz zangers, en speelde al heel jong samen met de groten der tijden, zoals Sarah Vaughan, Frank Sinatra, Tony Bennett, Joe Williams, Mel Torme en Aretha Franklin. Het publiek heeft hem kunnen horen met jazz-coryfeeën als Freddie Hubbard, Dizzy Gillespie, Fred Hersch, Rashied Ali, Wallace Roney, Roland Hanna en Ron Carter. Sterman was solist bij vele New Music groepen, waaronder MATA, ISCM, Bang on a Can, Avian Orchestra en het Eos Orchestra.

Met het Philip Glass Ensemble, waar hij sinds 1991 deel van uitmaakt, maakte hij vele tournees. Hij is te horen op een CD van Glass uit 2003, Philip Glass: Saxophone. Stermans nieuwe CD, Blue Canvas With Spiral, een reeks intieme en oorspronkelijke jazz-stukken, werd door de pers goed ontvangen: ‘een klank zo puur als het licht van de maan, een rijkdom die wordt omgetoverd tot melodisch romanticisme...’ Sterman heeft een in hoge mate intuïtieve en affectieve onderwijsmethode ontwikkeld waarin oude adempraktijken worden geïntegreerd in moderne houtblaastechniek. Hij geeft veelvuldig master classes en workshops over deze in toenemende mate populaire methode, die in praktijk wordt gebracht door zowel studenten en aanstaande musici als gevestigde professionals. Meer informatie is te vinden op www.andrewsterman.com.

CREDITS

compositie
Philip Glass
dirigent
Michael Riesman
geluidsontwerp
Kurt Munkacsi
muzikale leiding
Michael Riesman
uitvoering
Philip Glass Ensemble
componist & toetsen
Philip Glass
muzikale leiding & toetsen
Michael Riesman (orkestlid sinds 1974)
houten blaasinstrumenten
Jon Gibson (orkestlid sinds 1969)
houten blaasinstrumenten
Richard Peck (orkestlid sinds 1971)
live sound mix
Dan Dryden (orkestlid sinds 1983)
stem & toetsen
Lisa Bielawa (orkestlid sinds 1992)
houten blaasinstrumenten
Andrew Sterman (orkestlid sinds 1992)
onstage geluidstechnicus
Stephen Erb (orkestlid sinds 2004)
slagwerk & toetsen
Mick Rossi (orkestlid sinds 2004)
productieleider
Doug Witney
hoofd geluidstechniek
Dan Dryden
tournee manager
Jim Woodard
muziekproductie
Euphorbia Productions, Kurt Munkacsi
styliste
Kasia Walicka Maimone
productie
Management Pomegranate Arts, Inc.
producer
Linda Brumbach
met steun van
Gastprogrammering Het Muziektheater