Een sensationeel programma van het Koninklijk Concertgebouworkest met de livin legend in jazz Wayne Shorter Quartet.

Jazzin up

Koninklijk Concertgebouworkest & Wayne Shorter Quartet

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Jazz en een symfonieorkest, gaat dat samen? Het Koninklijk Concertgebouworkest gaat in elk geval de uitdaging aan in een programma voor het Holland Festival. Saxofonist Wayne Shorter is te gast met zijn musici drummer Brian Blade, bassist John Patitucci, en pianist Danilo Perez van het Wayne Shorter Quartet. Guus Janssen en Moritz Eggert zijn gevraagd nieuwe orkestwerken te schrijven. Beide componisten hebben bijzondere affiniteit met de jazz. Daarnaast staat muziek van Ellington en een aantal arrangementen van Wayne Shorter zelf op het programma. Dirigent Markus Stenz leidt de musici in een afwisselende setting.

Achtergrondinformatie

Guus Janssen (1951) - Dutch Mambo (2007)

‘Dutch Mambo heb ik gecomponeerd met in mijn achterhoofd de Turkish Mambo die de jazzpianist Lennie Tristano ooit op zijn eerste soloplaat inspeelde. Hij stapelde eerst als begeleidingsfiguur drie frasen van ongelijke lengte op elkaar, gebruikmakend van toen nog revolutionaire dubtechnieken op een bandrecorder en speelde er vervolgens een geïmproviseerde lijn overheen. In mijn stuk klinkt dezelfde driestemmige begeleidingsfiguur, zij het dat het orkest gedurende het hele stuk op zoek is naar een geschikt tempo (of ‘groove’) die uiteindelijk op de valreep aan het slot gevonden wordt.’ (Guus Janssen)

 

Rond 1956 nam de jazzpianist Lennie Tristano voor het label Atlantic een soloplaat op waarbij hij gebruik maakte van toen nog revolutionaire dub-technieken. Na een track opgenomen te hebben op een bandrecorder speelde hij daar overheen meerdere tracks waardoor een complex contrapunt mogelijk werd. Zo ontstond het stuk Turkish Mambo opgedragen aan de broers Ertegun, die de opname’s van deze plaat mogelijk maakten.

Het is noch Turkse muziek noch mambo, maar wel een mooi stuiterende baslijn waarover wordt gesoleerd. De lijn bestaat uit 3 patronen, een in 7/8, een in 5/8 en een in 3/8 maat.

Deze lijn ligt ten grondslag aan mijn “Dutch Mambo”. Zij wordt gespeeld in steeds wisselende tempo’s alsof het orkest gedurende het hele stuk “zoekt” naar de juiste groove en daar pas op de valreep werkelijk op stuit. De baslijn wordt op alle mogelijke manieren gevarieerd, opgerekt of ingedikt. Wat bijvoorbeeld eerst alleen baslijn is blijkt op een gegeven moment over de hele omvang van het orkest verspreid te zijn.

De tempowisselingen zijn gekoppeld aan een akkoordenschema dat schuilgaat achter alle noten. Dit schema is afkomstig van het nummer “Lennies Pennies” van dezelfde Lennie Tristano. Dit is weer een versie van het oudere nummer “Pennies from heaven”, maar dan in mineur.

 

Duke Ellington (1899-1974) - Black, Brown and Beige [Suite] (1943, ork. 1970)

Symphonic Orchestration by Maurice Peress

1. Black - A Work Song

2. Brown - Come Sunday

3. Beige - Light

In de nalatenschap van Duke Ellington werd een lang verhalend gedicht gevonden met de titel Black, Brown and Beige. De titel is een metafoor voor de overlevingsgeschiedenis van de zwarte mens in een blanke wereld: het gedicht verhaalt van een Afrikaan die als slaaf naar Amerika wordt gehaald, de blues ontdekt en uiteindelijk als moderne zwarte Amerikaan uit Harlem een eigen plaats lijkt te gaan verwerven in de maatschappij. Zijn muzikale versie van Black, Brown and Beige noemde Ellington ‘a tone parallel to the history of the American Negro’. Men kan hier van een symfonisch gedicht kunnen spreken. Het werk is zowel rijk en veelomvattend  als enigmatisch, en hoewel het binnen Ellingtons oeuvre een belangrijke plaats inneemt wordt het zelden uitgevoerd. Oorspronkelijk was het een compositie van bijna een uur en het werd in die vorm in 1944 uitgegeven. De dirigent Maurice Peress stelde Ellington voor er een suite voor symfonieorkest van te maken, en nadat zij samen het muzikale materiaal grondig opnieuw hadden doorgenomen - Black, Brown and Beige was feitelijk een levenswerk voor Ellington - kon de suite in 1970 met het Chicago Symphony Orchestra voor het eerst worden uitgevoerd.

 

Moritz Eggert (1965) - Number Nine VI: A Bigger Splash (2007)   

Voor orkest, geïnspireerd op het schilderij A Bigger Splash van David Hockney

Over zijn beroemde schilderij A Bigger Splash uit 1967 - waarop een duik in het water van een in zonlicht badend zwembad bij een villa is afgebeeld - schreef de schilder David Hockney: ‘Everybody knows a splash can’t be frozen in time, it doesn’t exist, so when you see it like that in a painting it’s even more striking than in a photograph, because you know a photograph took a second to take, or less.’ Het kostte Hockney alleen al twee weken om enkel het opspattende water te schilderen.

De Duitse componist Moritz Eggert heeft dit schilderij en het fenomeen van de vluchtigheid van het moment als uitgangspunt genomen voor zijn opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest. ‘Muziek is nooit bevroren in de tijd, het is het tegendeel van Hockneys schilderij, en ik zal niet proberen zijn visioen direct in muziek om te zetten. Maar vergelijkbaar met zijn concept van de ‘splash’ is dat muziek altijd, op ieder moment of beter gezegd in de opeenvolging van momenten dat je haar hoort, het gevolg is van oorzaken die op zichzelf niet meer zichtbaar of hoorbaar zijn, net als de figuur die in het opspattende water schuilt (…) En de poging om die ongrijpbare schaduw-splash vast te leggen moet wel falen, zoals deze ook - briljant - mislukt is op Hockneys doek. Maar ik verlang naar het moment waarop het er is, waarop ik het bijna kan grijpen, als een visioen, als een idee van wat eraan voorafging. Dat is het zwembad waarin ik een duik wil nemen. Ik hoop dit te vinden en dat de zon goed staat.’

 

Wayne Shorter (1933) - Diverse werken en arrangementen

Wayner Shorter is gedurende zijn gehele muzikale leven een groot vernieuwer geweest. Als muzikaal leider van de Art Blakey Jazz Messengers en vervolgens tijdens zijn jaren met het Miles Davis Quintet, het hedendaagse ensemble Weather Report, zijn samenwerking met Milton Nascimento en zijn terugkeer naar de akoestische muziek met zijn eigen kwartet heeft hij voortdurende grenzen verlegd. Sinds enkele jaren maakt Wayne Shorter muziek voor orkest met zijn jazz ensemble als solist. Het repertoire bestaat uit bewerkingen van oudere composities en uit nieuw gecomponeerd materiaal. Muzikaal wordt het gedragen door een rijk harmonisch palet en door de boeiende interactie tussen orkest en solisten. Het orkest is daarbij de leidende stem, in dialoog en afwisseling met improvisaties van Shorter en zijn ensemble. In de Verenigde Staten heeft dit geresulteerd in succesvolle concerten met orkesten in de V.S. en Europa. Het Koninklijk Concertgebouworkest brengt het Wayner Shorter Quartet met dit specifieke repertoire nu ook naar Nederland.

Biografieën

Wayne Shorter

Is Wayne Shorter een jazzlegende? De man die in 1933 in Newark, New Jersey ter wereld kwam begon weliswaar pas met muziek toen hij vijftien was, maar over zijn staat van dienst bestaat weinig discussie. Wayne Shorter begon eerst op klarinet maar stapte spoedig over op de tenorsaxofoon. Hij leerde het vak in clubs als Birdland en Cafe Bohemia, onder meer als begeleider van de drummers Max Roach en Art Blakey. De laatste haalde hem in 1959 binnen bij zijn Jazz Messengers, waar Shorter meteen ‘musical director’ werd. Die baan was een uitgelezen kans om veel eigen composities op de kaart te zetten. Later speelde hij bij Miles Davis, voor wie hij fameuze stukken schreef als Nefertiti, E.S.P. en Footprints. Voor het label Blue Note maakte hij enkele indrukwekkende platen op eigen naam, zoals Speak No Evil en Adam’s Apple. Vervolgens zette hij samen met Joe Zawinul de legendarische jazzrockgroep Weather Report op. Wayne Shorter stond bij het begin van zijn loopbaan nog enigszins in de schaduw van giganten als Sonny Rollins en John Coltrane. Midden jaren zestig zette hij zichzelf krachtig neer als een sublieme saxofonist met een strikt eigen talent voor het schrijven van pakkende jazz ‘standards’.

 

Danilo Peréz

De pianist Danilo Pérez uit Panama trekt de laatste jaren hoe langer hoe meer aandacht. Dat komt niet alleen door zijn aanstekelijke, gewaagde en briljante speelwijze, maar vooral door de menging van allerlei pan-Amerikaanse invloeden die zijn spel zo duidelijk kleurt. Pérez (1966) leek eerst een carrière als elektrotechnisch ingenieur na te streven, maar na zijn verhuizing naar Pennsylvania switchte hij naar de muziek. Zijn grote kans kwam toen hij in 1989 mee mocht met Dizzy Gillespie’s United Nations Orchestra. Hij speelde met belangrijke musici als Jon Hendricks, Claudio Roditi en Paquito D’Rivera, en toerde later rond met onder meer Michael Brecker, Joe Lovano en Wynton Marsalis. Vanaf begin jaren negentig had hij ook verschillende eigen groepen. Zijn album The Journey uit 1994 maakte veel indruk bij jazzkenners, terwijl de cd Central Avenue (1998) een Grammy-nominatie kreeg. Sinds 2001 maakt Danilo Pérez deel uit van het kwartet van Wayne Shorter; ook is hij (in een heel ander genre) steunpilaar in het duo van Steve Lacy. Op het album Footprints Live! (2002) is helder te horen dat hij een onmisbare rol in de groep van Wayne Shorter vervult.

 

John Patitucci

John Patitucci is een echte meester van de moderne bas. Hij speelt zowel akoestisch als elektrisch, maar op beide instrumenten is hij onmiddellijk herkenbaar door zijn kristalheldere toon. Om zijn veelzijdigheid wordt hij alom geroemd. De bassist werd in 1959 in Brooklyn, New York geboren en was op z’n tiende al bezig met de bas. Door zijn studie (conservatoria van San Francisco en Long Beach) kreeg hij een gedegen klassieke ondergrond; toch vond hij zijn eerste baantjes in het veld van de blues, rock, soul en jazz. Patitucci is een veelgevraagde gast voor talloze studio-opnamen van uiteenlopende groten als B.B. King, Bonnie Raitt, Chick Corea, Natalie Cole, Bon Jovi en George Benson. In 1985 kreeg hij grote faam als lid van de groep van Chick Corea, bij wie hij tot begin jaren negentig een vaste aanstelling had. Later deed hij regelmatig nog eens als gast mee. Ook maakte hij verschillende eigen albums, zoals in 1987 John Patticucci (GRP), een plaat die het schopte tot de eerste plek op de Billboard Jazz Charts. De bassist sloeg zijn vleugels ook uit als componist, met onder meer een spectaculair stuk voor zes bassisten en strijkorkest. Vanaf 2000 gaat hij de wereld rond met Wayne Shorter.

 

Brian Blade

‘Dit is de drummer van de toekomst’, zei saxofonist Joshua Redman eens. Brian Blade heeft die lof te danken aan de spirituele dimensie van zijn spel. Die gave heeft hij tentoongespreid op platen van Bob Dylan, Emmylou Harris en Joni Mitchell, maar echte jazzlieden als Ellis en Delfeayo Marsalis maakten ook gretig gebruik van zijn capaciteiten. Brian Blade groeide op in plaatsen als Shreveport en New Orleans; daar raakte hij doordrenkt van de kolossale en gevarieerde drumtradities. Met die basis in zijn achterzak verdiepte hij zich in het werk van slagwerkers als Elvin Jones, Tony Williams, Sam Woodyard en Max Roach; hij schreef diens solo in het stuk Blueswalk voor zichzelf helemaal uit. Blade maakte platen met onder meer Jimmy Witherspoon, Ellis Marsalis en King Midas & The Golden Touch. Hij ging uitgebreid op tournee met Joshua Redman, met wie hij ook albums maakte als Mood Swing en Spirit of The Moment. Later toerde hij ook met saxofonist Kenny Garrett. Op diens cd Trilogy and Pursuance: The Music of John Coltrane is het enerverende spel van Brian Blade treffend vastgelegd.

 

 

Koninklijk Concertgebouworkest

Het Concertgebouworkest ontwikkelde zich na de oprichting in 1888 al gauw tot een van de beste orkesten van Europa. 'Wirklich prachtvoll, voll Jugendfrische und Begeisterung' noemde Richard Strauss het in 1897. Sinds 1988 mag het orkest zich Koninklijk noemen. Het heeft inmiddels ruim elfhonderd plaat-, cd- en dvd-opnamen gemaakt, meerdere zijn internationaal onderscheiden. Het KCO wordt wereldwijd gezien als een van de vooraanstaande symfonieorkesten. Opeenvolgende generaties musici hebben bijgedragen aan de vorming van het specifieke karakter van het orkest. De langdurige samenwerking met ieder der in totaal slechts zes chef-dirigenten en de unieke akoestiek van het Concertgebouw hebben eveneens een grote rol gespeeld.

Met zijn 'fluwelen' strijkers, de 'gouden' klank van het koper, en het bijzondere en persoonlijke timbre van de houtblazers heeft het orkest zich internationaal een eigen plaats verworven. De musici zijn de hoeders van de speelcultuur die het orkest zijn unieke klank en flexibiliteit geeft. Het Koninklijk Concertgebouworkest bestaat uit 120 virtuozen, die op het hoogste niveau tot samenspel komen.

In de vijftig jaar dat Willem Mengelberg de scepter zwaaide, dirigeerden componisten als Richard Strauss, Gustav Mahler, Claude Debussy en Igor Stravinsky meer dan eens het Concertgebouworkest. Grootheden als Sergej Rachmaninov, Béla Bartók en Sergej Prokofjev traden op als solist in eigen werk. Deze uiterst belangrijke band met eigentijdse componisten werd voortgezet met onder anderen Bruno Maderna, Peter Schat, Luciano Berio, Hans Werner Henze en John Adams en vormt nog steeds een van de beleidslijnen.

Het orkest heeft met interpretaties van het laatromantische repertoire een wereldnaam verworven. De Mahler-traditie, geworteld in de vele uitvoeringen die Mahler hier zelf dirigeerde, beleefde hoogtepunten tijdens de Mahler-feesten in 1920 en in 1995. Bernard Haitink maakte grote indruk met zijn integrale opname van Mahlers symfonieën en de Kerstmatinees. Ook Bruckner is niet weg te denken uit het repertoire van het orkest. Het was met name Eduard van Beinum die na de oorlog de symfonieën van Bruckner onder de aandacht bracht. Daarnaast versterkte hij de positie van Franse muziek in het repertoire. Riccardo Chailly heeft met zijn uitvoeringen in concertzaal en op cd een nieuwe impuls gegeven aan de interpretatie van hedendaagse muziek en opera.

Onder Mariss Jansons is er nu een nieuwe fase gestart, met blijvende aandacht voor componisten als Mahler, Bruckner en Richard Strauss, maar ook voor bijvoorbeeld Sjostakovitsj, aan wie in het voorjaar van 2006 een groot project gewijd werd. In zijn eerste twee seizoenen als chef-dirigent reikte zijn repertoire van Haydn en Mozart tot een nieuw werk van Henze.

 

 

Markus Stenz

Markus Stenz is chef-dirigent van de Keulse opera en van het Gürzenich Orchester in Keulen. Daarvoor was hij chef-dirigent en artistiek directeur van het Melbourne Symphony Orchestra, principal conductor van London Sinfonietta en artistiek directeur van het Montepulciano Festival. Als gastdirigent leidde hij verschillende vooraanstaande orkesten in Europa en de Verenigde Staten, zoals de Berliner Philharmoniker, de Münchner Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Gewandhausorchester Leipzig, het Tonhalle Orchester Zürich, het BBC Symphony Orchestra, het Hallé Orchestra, het Chicago Symphony Orchestra en het Los Angeles Philharmonic Orchestra. Zijn grote betrokkenheid bij de moderne muziek leidde tot een vaste relatie met het Ensemble Intercontemporain. Daarnaast heeft Markus Stenz een internationale reputatie als operadirigent. Hij leidde onder meer Mozarts Don Giovanni bij de English National Opera, Le nozze di Figaro bij de Los Angeles Opera, Stravinsky’s The Rake’s Progress bij de San Francisco Opera en Janáčeks Jenůfa bij Glyndebourne Festival Opera. Vorig jaar dirigeerde hij in Keulen de volledige ‘Ring’ van Wagner en leidde hij in Frankfurt de wereldpremière van Caligula van Detlev Glanert. Markus Stenz heeft een bijzondere band met de muziek van Hans Werner Henze van wie hij diverse opera’s in première bracht – laatstelijk L’Upupa tijdens de Salzburger Festspiele 2003. Markus Stenz was al eerder te gast bij het Koninklijk Concertgebouworkest, voor het laatst in januari 2007. In 2005 bracht hij met het orkest in het Holland Festival een programma in de Gashouder van de Westergasfabriek waarbij het orkest in zeven werken steeds in weer andere ruimtelijke opstellingen was opgedeeld en waarbij videobeelden werden vertoond.

 

Guus Janssen

De muziek van Guus Janssen (1951) laat zich moeilijk categoriseren. Het kan een gecomponeerde improvisatie zijn (Brake voor pianosolo) of een geïmproviseerde compositie (delen uit zijn Vioolconcert en zijn opera Noach). Muziek vraagt net als het leven zelf nu eens om snelle beslissingen en dan weer om een lange bedenktijd.
Als pianist, clavecinist trad hij op in verschillende bezettingen met musici van John Zorn tot Gidon Kremer. Sinds begin jaren tachtig leidt hij zijn eigen ensembles, van (piano) trio tot 11-tet en (opera) orkest. Als solist was hij te horen,vooral in eigen composities en als improvisator op diverse internationale festivals.
Janssen’s composities reiken van pianomuziek en kamermuziek tot symfonisch werk en opera. Zij werden uitgevoerd door vooraanstaande Nederlandse en buitenlandse orkesten en ensembles. Twee opera’s gingen in première bij de Nederlandse Operastichting.

 

Moritz Eggert

Moritz Eggert studeerde piano bij Raymund Havenith en Dieter Lallinger en compositie bij Hans-Jürgen von Bose en Robert Saxton. Moritz Eggert geeft recitals, treedt op als solist met orkest en als kamermusicus. In 1996 gaf hij een concert met alle werken voor piano solo van Hans Werner Henze. In 1989 won hij het Internationaal Gaudeamus Vertolkers Concours. Moritz Eggert componeert veel voor muziektheater, en stond vaak aan de wieg van onalledaagse producties. Hij won verschillende prijzen, onder meer de compositieprijs van de Salzburger Osterfestspiele en de Zemlinsky Prijs. Een van zijn bekendste werken is de avondvullende cyclus voor piano solo Haemmerklavier. Zijn Soccer Oratorio, geschreven voor de RuhrTriennale 2005 en het wereldkampioenschap voetbal in 2006 trok wereldwijd de aandacht. Orale Pole Mazy Brats, Eggerts collage van alle 22 opera’s van Mozart voor de Salzburger Festspiele van 2006, werd in heel Europa live op televisie uitgezonden. Het Koninklijk Concertgebouworkest speelt voor het eerst werk van Moritz Eggert.

 

Duke Ellington

Vraag iedere jazzliefhebber die u kent om drie echte toppers van de jazz te noemen. Wedden dat Duke Ellington daar vrijwel altijd bij zit? Volkomen terecht, want Edward Kennedy Ellington (Washington D.C.,1899) drukte een onuitwisbaar stempel op de ontwikkeling van de jazzmuziek. Dat deed hij als pianist en orkestleider maar ook als arrangeur en componist. De bijnaam ‘Duke’ kreeg hij al jong vanwege zijn voorliefde voor elegante kleding. Het lukte hem zijn leven lang een groot orkest op de been te houden, dat hij in moeilijke tijden feitelijk subsidieerde met opbrengsten van zijn composities. Stukken als Rockin’ in Rhythm, Satin Doll, The Mooche, Crescendo in Blue en In a Sentimental Mood zijn maar een paar titels van de honderden die hij in zijn loopbaan vervaardigde. Veel van zijn composities ontleende The Duke aan geïmproviseerde invallen van bandleden als Johnny Hodges, Juan Tizol en Ben Webster. In de geniale componist Billy Strayhorn vond hij een alter ego waarmee hij veel samen deed; soms is nauwelijks vast te stellen wie de oorspronkelijke schrijver was. Ellington overleed in 1974. Hij was een imposante persoonlijkheid, die met veel charme en doorzettingsvermogen een uniek oeuvre opbouwde.

CREDITS

componisten
Guus Jansse, Duke Ellington, Moritz Eggert, Wayne Shorter
dirigent
Markus Stenz
orkest
Koninklijk Concertgebouworkest en Wayne Shorter Quartet
saxofoon
Wayne Shorter
piano
Danilo Pérez
bas
John Patitucci
slagwerk
Brian Blade
road manager Wayne Shorter Quartet
Rob Griffin
coproductie
Holland Festival en Koninklijk Concertgebouworkest