Het tragikomische essay Babel van Nobelprijswinnares Elfriede Jelinek, in een virtuoze en meeslepende regie van Nicolas Stemann.

Babel

Wiener Burgtheater

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Het Wiener Burgtheater speelt Babel, een tekst van de Oostenrijkse schrijfster en Nobelprijswinnares Elfriede Jelinek. Voor de militante linkse feministe vormen de gebeur­tenissen in de Abu Ghraib-gevan­genis en de opstand in Fallujah het uitgangspunt voor een culturele en antropologische reis in de diepe afgrond van de mensheid. Een belangrijk element daarbij is de vervlechting van geweld, seksua­liteit en religie. Nicolas Stemann, één van de meest vooraanstaande Duitse regisseurs, maakte van Babel een tragikomisch essay, waarin de voorstelling groeit van één- naar driedimensionaal. Hij zet het publiek voortdurend op het verkeerde been – en daardoor op scherp – met een steeds wisselende setting die springt van poppenthe­ater naar huiskamer naar nachtclub en gevangenis en weer terug.

Achtergrondinformatie

Na Das Werk, regisseert Nicolas Stemann bij het Weense Burgtheater de tekst Babel van de Oostenrijkse schrijfster en Nobelprijswinnares Elfriede Jelinek. Het wordt het tweede deel van zijn trilogie Wohlstand in Gefahr.

Elfriede Jelinek schreef Babel als vervolg op haar vorige toneeltekst Bambiland, dat eerder in een regie van Christoph Schlingensief bij het Burgtheater te zien was. Met beide teksten haalt de militante linkse feministe fel uit naar de regering Bush en de Amerikaanse invasie in Irak.Terwijl Bambiland als bewerking van Aeschylos' De Perzen al tijdens de oorlog ontstond, stelt Babel de balans op ná de oorlog. Het is geen oppervlakkig en alledaags verslag. De gebeurtenissen in de Abu Ghraib-gevangenis en de opstand in Fallujah vormen het uitgangspunt voor een culturele en antropologische reis in de diepe afgrond van de mensheid en haar samenleving. Een belangrijk element daarbij is de vervlechting van geweld, seksualiteit en religie.

In drie teksten gaat Jelinek de naweeën van de oorlog na op ons collectief (onder)bewustzijn. Het eerste deel behandelt de ondergang van onze op vaderbeelden georiënteerde cultuur. Een teruggekeerd archaïsch familiekannibalisme wordt hier aangewezen als oorzaak van het grote geweld in de hedendaagse oorlogsvoering. Het tweede deel gaat verder in op de psychoanalytische bijzonderheden van de moeder-zoon relatie. In het derde en langste deel onderzoekt Jelinek ten slotte hoe de oorlog wordt weergegeven en welke uitwerking de afspiegeling ervan op ons allemaal heeft. Ze stelt de vraag of de mediabeelden van oorlogen en catastrofen ons ondertussen niet zodanig verlamd hebben dat doodnormale menselijke reacties zichzelf hebben uitgewist. Bij de vele vaak gruwelijke beelden voelen we nog maar nauwelijks angst of medelijden. De hele oorlog in Irak gaat volgens Jelinek gepaard met een enorme medialust, waarbij de nieuwe ethiek en esthetiek van de mediarepresentaties te vergelijken zijn met die van de liturgie, de kunst en de pornografie. Ze vraagt zich ook af of in deze met media overladen samenleving morele kunstwerken nog wel mogelijk zijn.

Jelinek schreef deze drie teksten als een associatieve linguïstische maalstroom. Ze bekommert zich daarbij niet om regels van betekenis en welluidendheid. Ze denkt en schrijft muzikaal. De ene klank moet de andere oproepen. Als maker van ‘bitter morality, on the rocks, please’ verfraait ze haar taal ook met veel sarcasme, ironie en zelfspot.
Nicolas Stemann, één van de meest vooraanstaande regisseurs van het huidige Duitstalige theater, maakt van het op het eerste gezicht onrepresenteerbare Babel een tragikomisch essay, dat onder de huid van het publiek kruipt en met een pijnlijke gevoeligheid anarchistische associaties verspreidt. Hij bouwt een complexe relatie op met Jelineks tekst en esthetiek van de wreedheid. Af en toe is hij onbeschaamd een ontrouwe dienaar van zijn meesteres, maar bovenal is hij een bijzonder bekwame, erudiete en creatieve lezer, die er alles aan doet om zijn model niet te kort te doen. Hij tornt de draden van het tekstuele tapijt los en weeft ze in een nieuwe textuur.

Biografieën

Elfriede Jelinek

Elfriede Jelinek (1946, Mürzzuschlag, Oostenrijk) wordt als kind door haar moeder klaargestoomd om een groot muzikant te worden. Vanaf haar veertiende studeert ze orgel, piano en compositie aan het Wiener Konservatorium, waar ze in 1971 zal afstuderen. Daarnaast start ze in 1964 ook een studie theaterwetenschap en kunstgeschiedenis aan de universiteit van Wenen.
Haar literaire debuut volgt in 1967 met de dichtbundel Lisas Schatten. In de jaren ’70 en ’80 breekt Jelinek definitief door met satirische romans als Die Liebhaberinnen, de later door Michael Haneke verfilmde Die Klavierspielerin, Die Ausgesperrten en Lust. In 1995 verschijnt haar magnus opus Die Kinder der Toten.
Na het succes van haar hoorspel Wenn die Sonne sinkt ist für manche schon büroschluss (1974) schrijft ze ook een groot aantal stukken voor radio en theater. Traditionele dialogen tussen karakters vervangt Jelinek hierbij door (postdramatische) polifonische monologen, die de stemmen van verschillende lagen van de psyche en van de geschiedenis tegelijkertijd laten klinken.
Terugkerende thema’s in Jelineks werk zijn een wurgende moeder-dochterrelatie, het verdrongen oorlogsverleden en autoritaire regime van Oostenrijk, en de onmogelijkheid voor vrouwen om zich volledig te ontwikkelen in een door stereotypen en clichés overheerste wereld. Jelinek ontving talrijke onderscheidingen, waaronder de Georg Buchner-Preis in 1998 en de Nobelprijs voor Literatuur in 2004 voor ‘haar muzikale stroom van stemmen’.

 

Nicolas Stemann
Nicolas Stemann (1968, Hamburg) studeert regie aan het Max-Reinhardt-Seminar in Wenen en aan het Insitut für Theater, Muziktheater und Film in Hamburg. Nog tijdens zijn studie richt hij Gruppe Stemann op en maakt hiermee zijn eerste grote werk: de Terror-Trilogie, samengesteld uit Antigone (1997), Möwe. Terrorspiel (1998) en Leonce und Lena (1999). Ook de thematische cyclus Schizophrenie und Karriere (1999), gemaakt bij verschillende toneelhuizen, heeft een grote impact.
Vaak werkt Stehmann samen met acteur Philipp Hochmair. Hij speelt de hoofdrol in Stemanns regie Werther (1997) en Hamlet (2002) en is daarmee in verschillende Duitse theaters en op (inter)nationale festivals te zien. Hamlet wordt ondermeer uitgenodigd op het Berliner Theatertreffen van 2002. In 2004 is daar ook Stemanns regie Das Werk van Elfriede Jelinek te zien. Later regisseert hij ook de theaterstukken Babel en Ulrike Maria Stuart van de Oostenrijkse schrijfster. Dit seizoen (2006-2007) is Stemann in het Duitse theater te zien met Das Käthchen von Heilbronn en Schillers Don Carlos.
Terugkerend thema in Stemanns werk is het moderne individu, dat alleen voor zichzelf verantwoordelijk is, zonder ideologische steun, morele waarden of engagement. Met veel ironie en sarcasme verwerkt hij dit in scenische collages en simultane beelden. Stemann maakt daarbij veel gebruik van moderne multimedia zoals video, muziek en animatie. Ook Show en entertainment worden niet geschuwd. Zo bouwt Stemann een brug tussen de Sturm und Drang en de wereld van jongeren van vandaag.

CREDITS

tekst
Elfriede Jelinek
regie
Nicolas Stemann
toneelbeeld
Katrin Nottrodt
kostuums
Esther Bialas
licht
Werner Chalubinski
muziek
Thomas Kürstner, Sebastian Vogel
trucfilm
Hanna Hollmann
dramaturgie
Joachim Lux
acteurs
Sachiko Hara, Barbara Petritsch, Myriam Schröder, Philipp Hauß, Markus Hering, Philipp Hochmair, Rudolf Melichar en Hermann Scheidleder
musici
Thomas Kürstner, Sebastian Vogel
poppenspel
Angelika Höckner, Hanna Hollmann
productie
Wiener Burgtheater