Virtuoze, vermakelijke en verrassende Macbeth door zeven topacteurs in regie van Jürgen Gosch.

Macbeth

Jürgen Gosch / Düsseldorfer Schauspielhaus

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

In 2005 zorgde Macbeth in de regie van Jürgen Gosch in Düsseldorf voor een grote rel. Een derde van het premièrepubliek verliet de zaal, terwijl de volhouders de voorstelling beloonden met een staande ovatie. Gosch’ interpretatie van Shakespeare initieerde een heftige discussie over het verbeelden van geweld op het toneel.
‘Wie kaarten voor Macbeth koopt, moet weten waar hij aan begint’ waarschuwde de Duitse krant WAZ. In Nederland werd de eerste voorstelling in het Holland Festival echter met staande ovaties en gejuich ontvangen door een zeer enthousiast publiek.

Achtergrondinformatie

Macbeth is de zesde voorstelling die Gosch bij het Düsseldorfer Schauspielhaus maakte. In de welbekende Shakespeare klassieker verandert de hoofdpersoon van een trouwe aanhanger van de koning door zijn machtswellust in een koelbloedige moordenaar die verstrikt raakt in zijn eigen intriges. Gosch ensceneert een ware slachtpartij die door zijn acteurs met volledige overgave aan het moment wordt neergezet. Gedurende het stuk wordt kleding schaars, raken blote lichaamsdelen met bloed besmeurd en gaat het bescheiden decor langzaam aan flarden. Immers, ‘Moord is moord en daar komt bloed, pis en geweld bij kijken’, aldus Gosch.

Hoewel het publiek in Düsseldorf ontsteld reageerde, werd de voorstelling door verschillende Duitse media geprezen. ‘Ondanks de heftigheid van de scènes en de plotselinge omslagen, weet Gosch ruimte te laten voor associatie’, aldus de Frankfurter Rundschau. Op de vraag of de heftige en bloederige beelden functioneel zijn, klonk uit vele persmonden een volmondig ‘ja’.

Biografie

Jürgen Gosch

Jürgen Gosch (1943) studeerde aan de Berliner Hochschule für Schauspielkunst Ernst Busch in Oost-Berlijn. Geïnspireerd door regisseur Fritz Marquardt, bij wie hij onder andere in Woyzeck speelde, ging Gosch werken als regisseur. Eind jaren zeventig maakte hij Brechts Die Gewehre der Frau Carrar in Potsdam met zoveel succes dat de Berlijnse Volksbühne interesse toonde. Daar regisseerde hij vervolgens in 1978 Leonce und Lena van Georg Büchner. De tientallen dichtslaande deuren die Leonce en Lena insloten, werden door pers en financiers geassocieerd met de Berlijnse muur. De voorstellingen werden stopgezet en Gosch vertrok naar de Bondsrepubliek.

Via Hannover en Bremen kwam hij in Keulen, waar hij met Nachtasiel van Gorki, De mensenhater en Oedipus van Sophocles zijn eerste successen behaalde in West-Duitsland. In 1989 mislukte een comeback in Berlijn als artistiek leider aan de Schaubühne waar hij na een jaar weer vertrok. Vier jaar later keerde hij opnieuw terug naar Berlijn, waar hij zes jaar werkte voor het Deutsche Theater. Door tijdschrift Theater Heute werd hij tot regisseur van 2004 verkozen. Geliefd en gehaat, bekritiseerd en bejubeld: Gosch behoort tot de absolute top van Duitse regisseurs.

CREDITS

tekst
William Shakespeare
regie
Jürgen Gosch
toneelbeeld/kostuums
Johannes Schütz
licht
Franz David
vertaling
Angela Schanelec
dramaturgie
Rita Thiele
productie
Düsseldorfer Schauspielhaus