Meesterwerken voor grote bezetting van de vergeten Frans-Russische componist Nicolaj Oboechov en tijdgenoten uitgevoerd onder leiding van Reinbert de Leeuw.

Le troisième et dernier testament

Nicolaj Oboechov, Alexander Skrjabin, Sergej Prokofjev

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Het is een en al Apocalyps en visioen in de vroeg 20ste-eeuwse Russische muziek. Onder het gesternte van Skrjabin reikte Stravinsky naar de hemel toen hij in Zvezdoliki een geheimzinnig gedicht van Konstantin Balmont in even geheimzinnige muziek vertaalde. Door dezelfde Balmont liet Prokofjev zich enkele jaren later inspireren tot een al even extreem getoonzette cantate, Sept ils sont sept.
In zijn gooi naar het hogere en het hoogste ging geen Rus verder dan Nikolaj Oboechov, alias Nikolas l’Extasié. In de marge van de muziekgeschiedenis bouwde hij aan een uitzinnig getoonzet, door mystiek- religieuze obsessies gedomineerd oeuvre, dat nu eindelijk, ruim een halve eeuw na zijn dood in 1954, op het punt staat definitief ontsloten te worden. Deze middag klinkt er een eerste uitvoering van zijn Le troisième et dernier testament.

Biografie

Nicolaj Oboechov

Oboechov werd geboren in Koersk in 1892 en studeerde bij Maximilian Steinberg en Nikolaj Tsjerepnin. Na de Oktoberrevolutie emigreerde hij naar Frankrijk, samen met zijn jonge gezin. In Parijs verdient hij, aldus zijn landgenoot Nicolas Slonimsky, aanvankelijk de kost als metselaar. Hij leidt een leven in de marge van de exil en brengt het - in het licht van de eeuwigheid - niet veel verder dan enkele vermeldingen in de correspondentie van Ravel, die wel eens een goed woordje voor hem doet en hem bovendien financiert.

Intussen werkt hij gestaag aan een oeuvre dat grotendeels onuitgegeven en onuitgevoerd blijft. De eenmalige uitvoering van Préface au Livre de Vie in 1926 door de invloedrijke dirigent Koussevitzky vormt een publicitair hoogtepunt in zijn leven.

Oboechov trekt de aandacht van een gefortuneerde pianiste: prinses Marie-Antoinette Aussenac de Broglie raakt in de ban van zijn semi-esoterische ideeënwereld en stelt hem financieel in staat zich geheel aan zijn kunst te wijden en zijn gedroomde instrument, het croix sonore, te realiseren.

Vanaf het midden van de jaren twintig wordt het instrument vast onderdeel van zijn partituren. De prinses wordt zijn belangrijkste vertolker. In 1949 is Oboechov slachtoffer van een overval, die hem het componeren tot aan zijn dood in 1954 onmogelijk maakt.

CREDITS

dirigent
Reinbert de Leeuw
orkest
Radio Filharmonisch Orkest
zang
Monique Krüs (sopraan), Martina Rüping (sopraan), Annelies Lamm (mezzosopraan), Marcel Beekman (tenor)
koor
Groot Omroepkoor
koordirigent
Daniel Reuss
bas
nnb
piano
Alexei Ljoebimov
productie
Zaterdagmatinee
coproductie
Holland Festival
met steun van
Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties