Diary of one who vanished

Deborah Warner

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

In een productie van The English National Opera verbeeldt regisseur Deborah Warner de liederencyclus Diary of One Who Vanished van Leos Janácek (1854-1928), vertaald door de Ierse dichter Seamus Heany. De componist schreef de cyclus op basis van liefdesgedichten van een plattelandsjongen voor een zigeunermeisje. Deborah Warner vertaalde de erotische lading van de liederen naar een sensuele enscenering. Julius Drake begeleidt op piano de internationale topsolisten tenor Ian Bostridge en mezzosopraan Runy Philogene.

Biografieën

Deborah Warner (1959) studeerde regie aan de Central School en werd in 1986 artistiek leider van de Royal Shakespeare Company. Ze regisseerde er onder meer King John, Woyzeck, The Tempest en Footfalls. Bij The Royal Opera House en Opera North ensceneerde ze de opera’s The Turn of the Screw en Don Giovanni.

De vermaarde tenor Ian Bostridge studeerde geschiedenis en filosofie in Cambridge en Oxford. In 1991 won hij de National Federation of Music Societies / Esso Award en in 1993 maakte hij zijn solodebuut de Wigmore Hall in London. Hij ontving daarvoor de Royal Philharmonic Society’s Debut Award. Zijn operadebuut maakte Bostridge in 1994.

Mezzosopraan Ruby Philogene studeerde aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia en in Guildhall. In 1993 won ze de Kathleen Ferrier Prize. Ze werd bekend met haar rollen als Hermia in A Midsummer Night’s Dream op het Covent Garden Festival en Carmen met Opera North.

Pianist Julius Drake gaf recitals met Sir Thomas Allen, Olaf Bär, Gerald Finley, Lorraine Hunt en Edith Mathis in Amsterdam, Edinburgh, Lissabon, Londen, Parijs en New York. Hij vormt een vermaard duo met Nicholas Daniël. In 1998 won Drake, samen met Ian Bostridge, de Grammophone Award voor Schumann’s Dichterliebe.

Componist Leos Janácek groeide op in Brno, de hoofdstad van Moravië. Daar woonde en werkte hij ook het grootste deel van zijn leven. Net zoals veel componisten uit centraal Europa had Janácek een passie voor volksmuziek. In 1888 begon hij een studie naar traditionele muziek uit het noorden van Moravië. Dit bleek van grote invloed op zijn latere composities die worden gekenmerkt door korte, onregelmatige melodische frasen en harmonieën. De erotische lading is een andere karakteristiek van Janáceks werken. Na twee mislukte liefdesaffaires ontmoette hij Kamila Stösslová, een getrouwde vrouw, twee keer zo jong als de componist. Zijn grote liefde voor haar drukte een belangrijke stempel op zijn werk. Diary of One Who Vanished uit 1921 is het eerste op Stösslová geïnspireerde werk. Zij is ook de heldin in drie van zijn opera’s: Kát’a Kabanová, The Cunnning Little Vixen en The Makropulos Case.

CREDITS

componist
Leos Janácek
vertaling
Seamus Heany
door
The English National Opera
regie
Deborah Warner
solisten
Ian Bostridge (tenor), Runy Philogene (mezzosopraan)
piano
Julius Drake