Langs de grote weg

't barre land

U kijkt nu naar een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Onheilspellend en smerig, oordeelde de Russische censor in 1885 en wilde het stuk niet vrijgeven voor opvoering. In Tsjechovs eersteling Langs de Grote Weg (1884) broeit inderdaad van alles. Het is donker. In een herberg trachten zwervers en pelgrims met alcohol de eenzaamheid van de nacht te verjagen. Onder hen een verarmde adelborst die al zijn geld heeft opgezopen omdat zijn vrouw hem verliet op de dag van het huwelijk. Wanneer onweer uitbreekt en een dame beschutting zoekt in de herberg, blijkt het die vrouw te zijn. Ze wil niets van haar eendags-echtgenoot weten en stoot hem van zich af. Dat maakt één van de zwervers zo link dat hij met een bijl probeert haar schedel in te slaan. Het mislukt. Einde eenakter.
 
Het Utrechtse toneelgezelschap 't Barre Land las de tekst en was verbaasd. Hier geen weerbarstigheid of wilde onstuimigheid zoals in de andere eerstelingen waar het gezelschap voor viel. Integendeel. De jonge Tsjechov schreef een stuk over apatische mensen die drinken omdat het bloed anders in hun aderen dreigt te bevriezen. Een paar dromen hebben ze nog, maar aan de vervulling ervan denken ze al lang niet meer. Onder die gelatenheid kolkt een vulkaan van agressie en verdriet die elk moment kan uitbarsten. 'De eindtijd is aan het gisten', zegt dramaturge Ellen Walraven. 'Er moet iets gebeuren. Opgesloten in hun leren huid voel je de behoefte van die mensen om uit te breken. Een onmetelijk verlangen naar licht, naar verlichting.' Het Holland Festival nodigde 't Barre Land uit deze in Nederland nooit eerder opgevoerde Tsjechov te spelen. Zo plaatst het Festival een jong acteurscollectief naast het expliciete regisseurstheater van arrivés als Zadek en Marthaler.